Koortsachtige vernieuwingszucht in de integratieve zorg: innovatitis

Het Consortium voor Integrale Zorg en Gezondheid wil zich richten op het reanimeren van kwakzalverij in de geneeskunde.
Door: Ronald van den Berg | Geplaatst: 15 jul 2019 | Laatste Wijziging: 23 aug 2019

Op 16 maart 2019 werd het Consortium voor Integrale Zorg en Gezondheid (CIZG) opgericht. Het doel van het consortium is alternatieve (de leden gebruiken liever het woord ‘complementaire’) behandelwijzen binnen te loodsen in de reguliere geneeskunde, zodat één geheel ontstaat.

De site staat vol marketingtaal om dat doel aan de man te brengen en werd gretig geciteerd in een persbericht van het Louis Bolk Instituut en op de site van Lentis, beide zeer bekend bij onze vereniging.

Het Louis Bolk geeft via de zoekfunctie van onze website 72 resultaten en Lentis zelfs 128. Beide instellingen zijn deelnemers aan het consortium.

Inleidend staat op de site van het consortium dat het ‘een bijdrage wil leveren aan de ontwikkeling van duurzame en verantwoorde zorg, een gezondheidszorg die de mens en diens gezondheid en ziekte, integraal en wetenschappelijk bestudeert en behandelt’.

Het consortium belooft voorts ‘Een patiëntgerichte aanpak met brede kijk op de gehele persoon. De focus ligt hierbij op het vergroten van gezondheid en de kwaliteit van leven in een helende omgeving (healing environment). Tevens wordt een selectie van effectief en veilig bevonden leefstijlinterventies en complementaire behandelwijzen toegepast in aanvulling op reguliere zorg’. Deze blatante teksten spreken voor zich. Enkele woorden behoeven enige nadere beschouwing.

Consortium, tijdelijk?

Allereerst het woord ‘consortium’. Dat betekent: een tijdelijke samenwerking van belanghebbenden die voor hun rekening geld in een project investeren (bijvoorbeeld banken bij een beursgang). Een project heeft namelijk doorgaans een begin en een einde, maar alternatieve geneeswijzen worden oneindig gepusht, dus hoe ‘tijdelijk’ het CIZG zal zijn is maar de vraag.

Het draait overigens bij het CIZG, net als bij andere consortia, om geld: het CIZG wil echter niet (zoals het beweert) een bijdrage leveren maar is opgericht om met vereende krachten bijdragen te krijgen.

Duurzaam

Het woord ‘duurzaam’ is een marketingwoord dat innovatie suggereert. Meestal wordt het gebruikt in verband met uitstoot van gevaarlijke stoffen of met recycling van grondstoffen. In verband met gezondheidszorg heeft ‘duurzaam’ geen betekenis. Probeer maar eens een groep mensen te vragen wat duurzame gezondheidszorg is, dat leidt altijd tot verward gekakel.

Maar het CIZG doelt met ‘duurzaam’ ongetwijfeld op recycling van alternatieve behandelingen die door de reguliere geneeskunde achteloos worden ‘weggegooid’: na verzamelen en bewerken zijn die volgens het consortium te hergebruiken, net als plastic.

Integraal of integratief

Het woord ‘integraal’ doet het altijd erg goed. Het betekent: allesomvattend. Het geeft een tevreden gevoel van compleetheid en dient om subsidieverleners te behagen.

Het begrip ‘integrale gezondheidszorg’ werd gemunt door de Amsterdamse hoogleraar sociale psychiatrie Arie Querido. Hij publiceerde er een boek over in 1955. Hij bedoelde daarmee een gezondheidszorg die uitgaat van biopsychosociale gezichtspunten, zoals medici die inmiddels alweer vele decennia onderwezen krijgen tijdens hun studie. Hij bedoelde geenszins de kwakzalverij in de geneeskunde in te voeren. Querido’s ideeën werden wereldwijd gebruikt om psychiatrische patiënten langer thuis te houden, dat is namelijk goedkoper. We zien dat tegenwoordig weer terug bij het ouderenbeleid.

Het streven van het CIZG kent men in Angelsaksische landen als ‘integrative medicine’ (integratieve geneeskunde) en die term is door het CIZG niet zorgvuldig vertaald of het heeft de Queridoterm gewoon gekaapt.

‘Integratief ’ betekent wat anders dan ‘integraal’. Integreren betekent uit een veelheid één maken en ‘integratief ’ houdt in: integratiebevorderend. Met ‘integraal’ bedoelt men meestal een eindstadium, er is daarbij al een ‘eenheid’. Dat is dus wishful thinking van het CIZG.

Overbodig

Het consortium streeft naar ‘wetenschappelijk onderbouwde, veilige en effectieve behandelingen met een plausibel werkingsmechanisme’. Het wil dus hetzelfde als de reguliere geneeskunde. Er is dus geen nieuwe organisatie nodig voor onderzoek van behandelwijzen want dat gebeurt al.

Maar het CIZG wil zich specifiek richten op het reanimeren van wat thans in de reguliere geneeskunde als kwakzalverij wordt beschouwd. Het is dan ook te verwachten dat het CIZG bijvoorbeeld homeopathie, acupunctuur en therapeutic touch serieus zal nemen en binnen de geneeskunde geaccepteerd wil krijgen door ze in een nieuw wetenschappelijk jasje te steken met steeds weer nieuw (‘innovatief’) onderzoek.

Onderzoek van behandelwijzen die berusten op een irrationele basis zal echter nooit enige werkzaamheid aantonen die het placebo-effect te boven gaat. Dat wordt dus tijd- en geldverspilling.

Loze kreten

Het consortium vestigt er sterk de nadruk op, dat het ‘samen met de patiënt’ wil werken. Hiervan gaat de suggestie uit dat men dat in de reguliere geneeskunde achterwege laat. Maar hoe wil je als regulier medicus onderzoek, zorg en behandeling anders doen dan samen met de patiënt?

Ook bij de op de website gepredikte ‘compassie voor de medemens’ moet men zich afvragen wat daaraan bijzonder is. Welke reguliere arts heeft dat nu niet als beweegreden?

De website staat bol van de termen ‘wetenschappelijk’, ‘veilig en effectief bevonden’, ‘healing environment’ en ‘voorlichting’. Het zijn loze kreten. Dat wordt eens te meer duidelijk aan de hand van een lijstje van de bestuursleden, de leden van de raad van advies en van samenwerkende instanties van het consortium.

Leden dagelijks bestuur

Dr. H.J.R. Hoenders, voorzitter
Rogier Hoenders is ons bekend vanwege zijn hang naar esoterische werkwijzen in de psychiatrie en verwijzingen naar niet BIG-geregistreerde alternatieve genezers. Hij heeft daartoe zelfs een protocol ontwikkeld dat in tegenstelling tot een echt protocol niet gedeeld wordt door de psychiatrische beroepsgroep. Hoenders poogt zijn hele werkende leven lang erkenning te krijgen voor alternatieve behandelvormen (in 2014 promoveerde hij op een veelbesproken en waardeloos proefschrift).

Hij slaagde erin om die voor een groot aantal enthousiaste, maar weinig kritische toehoorders als modern en nieuw te verkopen op zijn tot nu toe zeven (overigens goed georganiseerde) Lentis-congressen in Groningen. Via de zoekfunctie van onze site scoort de naam Hoenders dan ook rond de 125 resultaten.

M. Busch, secretaris
Ook Martine Busch is bij ons overbekend. Zij is medeoprichter en directeur van het Van Praag Instituut. Zij is al jaren actief in de paranormale factie van de alternatieve zorg in Nederland. Het Van Praag Instituut heeft dankzij haar in ons land een monopoliepositie bij het opleiden van verpleegkundigen in therapeutic touch. Dat is een behandelwijze die berust op natuurwetenschappelijk niet aan te tonen krachtenvelden die bij ziekten uit balans zouden zijn. In de zoekfunctie op onze website scoort Busch 51 hits.

Drs. M.J. Oostindiër, coördinatrice
Mariëtte Oostindiër is epidemiologe, en levert tot heden geen resultaten op via de zoekfunctie van onze website. Op internet is onder andere te vinden dat zij werkt ‘op het snijvlak van eerste en tweede lijn’. Zij is verbonden aan het Máxima Medisch Centrum te Eindhoven. De functie van coördinator wordt door het CIZG niet nader verduidelijkt. Het is een schimmig woord uit de jaren tachtig van de vorige eeuw waarmee van alles kon worden bedoeld, om het even of het nu om directie- of om kantinewerk ging.

Raad van advies, lijders aan innovatitis?

Prof. dr. J.W.A. Smit, voorzitter
Jan Smit van de Radboud Universiteit Nijmegen is hoogleraar interne geneeskunde, gespecialiseerd in schildklierziekten, met name schildklierkanker. Hij is erg innovatief, want – volgens de website van de Radboud Universiteit – ‘zeer betrokken bij initiatieven op het gebied van zorgvernieuwing’.

Hij is tevens voorzitter van de Adviescommissie Wetenschappelijke Integriteit van de universiteit. De vraag rijst of hij wellicht lijdt aan koortsachtige vernieuwingszucht, aan innovatitis, want integratieve zorg, waarbij kwakzalverij wordt gepusht in de reguliere zorg en wetenschappelijke integriteit vormen een ongezonde combinatie.

Hij lijkt binnengehaald bij het CIZG om de geloofwaardigheid van kwakzalverij-onderzoek te vergroten. Maar hij is natuurlijk ook aangetrokken om financiële redenen, want hij is eveneens voorzitter van de Begeleidingscommissie Consortium Complementaire Zorg van ZonMw. ZonMw verdeelt geld over medische onderzoeksprojecten. Het is een hardleerse organisatie die als enige de Meester Kackadorisprijs voor het bevorderen van kwakzalverij tweemaal kreeg, één keer in 2006 als organisatie en nog eens in 2016 voor bestuursvoorzitter Pauline Meurs.

ZonMw leidt als zoekwoord op onze website tot 133 hits, Jan Smit tot heden nog niet.

Drs. J. D.C. Geel
Jacobine Geel is theologe, presentatrice, columniste en eens in de maand predikt zij, maar zij is voornamelijk bestuursvoorzitter van GGZ Nederland, de koepelorganisatie van GGZ-instellingen. Zij was voorts de overenthousiaste dagvoorzitter op Hoenders’ laatste Lentiscongres (Out of the Box, 2017). Zij verklaarde daar ‘heel veel in nieuwere geneeswijzen’ te zien, zoals zij de humbug van Hoenders en de zijnen betitelde. Ook zij lijkt dus te lijden aan blinde vernieuwzucht.

Dat is zorgwekkend want de voorzittersfunctie van de GGZ-koepel is een machtspositie. Niet uitgesloten moet worden geacht dat de subsidiekraan van haar koepel wijd opengezet zal worden voor de integratieve geneeskunde. In de zoekfunctie van onze website vindt u op haar naam tweemaal een resultaat.

Mr. G.C.J.M. van Hest
Ine van Hest is onder meer lid van de commissie Innovative Medical Devices Initiative van ZonMw. Ook alweer ‘innovatief’ dus. En dus ook alweer ZonMw. Follow the Money!

Ir. J.I.M. de Goeij
Hans de Goeij was directeur-generaal Volksgezondheid.

Prof. dr. J.F. Jeekel
Hans Jeekel is een bekende van onze vereniging. Hij was een gewaardeerd en kundig hoogleraar in de chirurgie, maar na zijn emeritaat stortte hij zich op zijn hobby: klassieke muziek en met name op de werking daarvan op de gezondheid. Hij heeft de vaste overtuiging dat patiënten na chirurgische ingrepen sneller genezen wanneer er Mozart of Bach op de operatiekamer ten gehore worden gebracht. Hij werkte mee aan een studie van ZonMw die daarover ging. Hij beweerde onder meer dat homeopathie, chiropraxie en acupunctuur werkzame geneeswijzen zouden zijn ‘totdat het tegendeel is bewezen’. Jeekel keert hiermee de bewijslast om, een klassieke kwakzalverstruc.

Jonkheer mr. A. Reigersman
A. Reigersman is bestuurslid van de Antroposofische Vereniging in Nederland. De zoekterm ‘antroposofische geneeswijzen’ levert op onze website bijna 600 (!) resultaten. Reigersman behoort derhalve per definitie tot onze usual suspects.

Prof. dr. S. Vohra
Vohra is afgevaardigde van het Canadees consortium voor integratieve geneeskunde en directeur van het Institute for Healthcare Improvement (IHI). Het IHI is ‘a leading innovator in health and health care improvement worldwide’. Het wordt wel erg eentonig: ook weer ‘innovatief’ dus.

Sunita Vohra is kennelijk binnengehaald in de raad van advies om het wereldwijde karakter van het integratieve streven van het CIZG extra cachet te geven.

Vohra kreeg in 2013 de Dr. Roger’s Prize for Excellence in Complementary and Alternative Medicine, een kwakzalversprijs.

Prof. dr. A. Haramati
Aviad (Adi) Haramati, afgevaardigde uit de Verenigde Staten, was aanvankelijk onderzoeker op het gebied van de nefrologie en de elektrolytenbalans maar is nu hoogleraar integratieve fysiologie in Georgetown en mededirecteur van het Complementary and Alternative Medecine (CAM) opleidingsprogramma voor graduates.

Het is niet goed voorstelbaar wat ‘integratieve’ fysiologie poogt te zijn, maar het zal wel iets te maken hebben met het combineren van reguliere fysiologie met chakra’s, acupunctuurmeridianen en wellicht zelfs met therapeutic touch-krachtenvelden. Hij zat ook in de directie van het Center for Innovation and Leadership in Education. Dus ook hij is innovatief bezig. Hij is bovendien geïnteresseerd in de wereldwijde ‘verbetering’ van het medisch onderwijs.

Deelnemende instanties

Over Lentis en het Louis Bolk Instituut ging het in de inleiding al. Verder nemen deel: het HagaZiekenhuis, met name met de specialismen hematologie en kindergeneeskunde. Op de site van het HagaZiekenhuis is er niets over alternatieve methoden te vinden, wel stelt de afdeling kindergeneeskunde onder meer naar ‘vernieuwende zorg’ te streven.

Wederom innovatief; het Máxima Medisch Centrum te Eindhoven, werd ook al genoemd bij bestuurslid Oostindiër. Zij is kennelijk de verbindende schakel met het Consortium; het MUMC+, het academisch ziekenhuis Maastricht (azM) en de Universiteit Maastricht (UM) werken samen onder de naam Maastricht UMC+. Via wie de samenwerking in het consortium wordt gerealiseerd kon niet opgemaakt worden uit de websites van het MUMC+ of van het CIZG; het Radboudumc, werd al genoemd bij de voorzitter van de adviesraad prof. Jan Smit.

Innovatief? effectief?

Het feit dat de betrokkenen zich voortduren sieren met het epitheton ‘innovatief’ is natuurlijk een groepsontkenning van het feit dat de meeste kwakzalverij oude, achterhaalde koek is.

Het valt echter niet te ontkennen dat er in de gezondheidszorg al sedert de jaren tachtig van de vorige eeuw veel nadruk is komen te liggen op natuurwetenschappelijke aspecten van gezondheid en (met name in de psychiatrie) op zo goedkoop mogelijke, ‘bewijsbare’ therapievormen die niet veel invoelend vermogen van de behandelaar vergen, want empathie kost nu eenmaal tijd. Het toenemend verlangen van het publiek naar meer persoonlijke aandacht voor psychosociale aspecten en vooral naar meer tijd van artsen en andere zorgverleners lijkt daarmee hand in hand gegaan te zijn.

Het consortium presenteert zich in dit opzicht als alternatief en dat is handig. Het verklaart ook effectiviteit te beogen, en dat is minstens net zo handig.

De weg die door het consortium wordt gekozen is echter innovatief noch effectief want het invoeren van kwakzalverij in de reguliere geneeskunde is een onwerkzaam surrogaat van persoonlijke aandacht.

Lees ook