Academy for Integrative Medicine presenteert oude koek op symposium

Catherine de Jong bezocht het symposium Leefstijlgeneeskunde IV, stressmanagement, zingeving en spiritualiteit. Een verslag.
Door: Catherine Jong | Geplaatst: 15 jul 2019 | Laatste Wijziging: 24 aug 2019

Op 13 april 2019 werd in het congreshotel Kontakt der Kontinenten in Soesterberg een symposium georganiseerd met als titel: Leefstijlgeneeskunde IV, stressmanagement, zingeving en spiritualiteit. Dit symposium is onderdeel van de Nascholing Integrative Medicine die georganiseerd wordt door de Academy for Integrative Medicine.

De KNMG had het symposium vier accreditatiepunten toegekend. De introductiedag op 13 oktober 2018 van de Basisopleiding Integrative Medicine en leefstijlgeneeskunde kreeg ook vier accreditatiepunten toegekend, maar nadat de Vereniging tegen de Kwakzalverij hiertegen bezwaar had aangetekend werd die dag bijgewoond door een visitator van het accreditatiebureau.

Men achtte het niveau onvoldoende en zou een vergelijkbaar programma in de toekomst niet meer accrediteren. De voor de 13de oktober toegekende punten bleven staan. Interessant dus om eens bezoek te brengen aan dit symposium en te kijken wat er aan vernieuwende inzichten geboden werd. Het programma begon om 10.00 uur voor de symposiumgangers. De cursisten, die de avond ervoor al waren gekomen, hadden op dat moment al mindfull gewandeld.

Bram Tjaden

De eerste spreker was dr. Bram Tjaden, huisarts en mindfulnesstrainer met ‘Stressmanagement, zingeving en spiritualiteit’.

Hij vertelde dat hij mindfulnesstrainingen geeft aan huisartsen. Aandachtige dokters heet dit project. Bram wilde graag ‘ervarings- gericht inzetten, dus we beginnen met een meditatieoefening’. De 64 deelnemers lieten het zich geen tweede keer zeggen en sloten allen gewillig de ogen. Met een lage trage stem leidde Bram ons door de meditatie: ‘Zet je voeten op de vloer, voel je billen op de stoel, voel de rugleuning, breng aandacht naar je hart, hoe wil je hier vandaag aanwezig zijn? Visualiseer een glimlach, en glimlach met je mond, je borst, je buik, je bekken. Een glimlach van vriendelijke kwaliteit, wat voel je? De druk van je schoenen tegen je tenen?’.

Volgens Bram zijn veel ziekten gerelateerd aan stress. En mindfulness kan dan helpen. Zelf mediteert hij al 40 jaar sinds hij een bezoek bracht aan India. De boeddhistische wortels van mindfulness en Jon Kabat-Zinn kwamen voorbij, evenals verschillende vormen mindfulness. Zo is mindfulness trance bijvoorbeeld helemaal niet goed want ‘dan zit je niet in het moment zelf’, het is hetzelfde als afleiding zoeken.

Mindfulness werkt door omkering van de functionaliteit van het brein en dit werd verder uitgelegd met een Engelstalig filmpje. Het model is een vuist. De pols staat voor ruggenmerg en hersenstam, de primitieve delen van ons brein, ook wel het reptielenbrein genoemd. Het bevat basale functies, zoals angst en vluchtreacties, honger en dorst. De handpalm en duim staan voor het zoogdierenbrein.

Dit is het terrein van emoties, het uiting geven aan emoties en relationele aspecten van ons bestaan. De neocortex, voorgesteld door vier vingers gevouwen over de duim, is het stuk brein wat ons mens maakt. Hogere functies als betekenisgeving zetelen in de neocortex. Als mensen te veel hun reptielenbrein en zoogdierenbrein gebruiken, veroorzaakt dat stress en ellende. Door mediteren leer je het reptiel en het zoogdier in jezelf koest te houden en vanuit je neocortex te reageren, aldus Bram.

Er volgden wat bloemlezingen uit onderzoek waarin het nut van mindfulness werd aangetoond. Het review artikel van ene Davidson bevatte nuttige tips voor degenen die zelf mindfulnesstrainer willen worden: ‘Buit je status van behandelaar uit, kleed je representatief en maak je cursus niet te goedkoop! Dergelijke contextuele factoren zijn belangrijk en in feite een placebo-effect’.

Tot slot volgde nog wat adviezen om als arts het spreekuur te overleven: ‘Neem af en toe een adempauze van drie minuten en begin elk consult met een minuut lang je mond te houden’.

Carlo Leget

Prof. dr. Carlo Leget hoogleraar zorgethiek en bijzonder hoogleraar palliatieve zorg aan de Universiteit voor Humanistiek sprak over ‘Innerlijke ruimte, over zingeving en spiritualiteit’. Hij begon zijn presentatie met het onthullen van zijn inkomstenbronnen. Hij heeft een aantal boeken geschreven maar daar word je volgens hem niet rijk van. Hij las een stuk voor uit het verhaal ‘Stilte’, uit het boek Slotcouplet van Sander de Hosson als introductie op zijn bespreking van het thema zingeving en spiritualiteit.

De noodzaak van innerlijke ruimte, zowel in de zorgverlener als in de patiënt en de naasten van de patiënt werd besproken. Stress is niet goed want dan vernauwt ons bewustzijn en zijn we geneigd tot vluchten en verdedigen.

Zingeving is momenteel erg hip en krijgt alle aandacht van ZonMw. Volgens Machteld Huber (uitvindster van het begrip ‘positieve gezondheid’) is zingeving het allerbelangrijkste voor de gezondheid. En zingeving in de markt zetten is booming sinds het jaar 2000, aldus Leget.

Op Pallialine.nl is de richtlijn spirituele zorg te vinden ‘met 14 vraagjes (waarvan twee met literatuur onderbouwd) en 14 antwoordjes’. Helaas is zingeving een dimensie van gezondheid die moeilijk in kaart te brengen is. Spiritual care is een interdisciplinair onderzoeksveld dat gedeeld wordt met theologie, filosofie, psychologie en sociologie. Het heeft lang geduurd voordat de richtlijn een naam kreeg want alle deelnemers in de richtlijncommissie gaven een andere invulling aan woorden als zingeving, levensbeschouwing, geloof, religie en dergelijke.

Spiritualiteit is een dynamische dimensie van het menselijk leven die verband houdt met de wijze waarop personen betekenis, doel en transcendentie ervaren, tot uitdrukking brengen, en/ of zoeken en de wijze waarop zij verbonden zijn met het moment, met zichzelf, met anderen, de natuur en datgene wat van betekenis en/of heilig is, aldus Leget. Zijn adviezen aan het eind van de presentatie laten zich kort samenvatten: gewoon goede psychosociale zorg geven aan patiënten zoals tijdens de studie geneeskunde wordt geleerd.

Lunchpauze

Het lunchbuffet was uitstekend verzorgd en ik belandde aan tafel bij zeer spraakzame disgenoten. Eén was een huisarts die aan etiopathie deed. ‘Dat is een Franse manier van kraken’ werd mij uitgelegd. De natuurgeneeskundige die naast de etiopaat zat nam een extra groot bord waterkerssla ‘want waterkers zorgt voor detoxificatie van het lichaam van stoffen waar de lever moeite mee heeft’. Er zat een huisarts aan tafel die ook homeopathie deed en een verzekeringsgeneeskundige die onder druk van haar werkgever haar praktijk als homeopaat had moeten opgeven.

Philippe Delespaul

Prof. dr. Ph. Delespaul, hoogleraar zorginnovaties in de GGZ, sprak over ‘Zorginnovaties in de GGZ en het bevorderen van gezondheid en her- stel in de GGZ’. Delespaul had een originele disclosure aan het begin van zijn presentatie: ‘Mijn grootste belang zijn de ideeën in uw hoofd’. Hij heeft ook boeken geschreven en was het eens met Leget dat je daar niet rijk van wordt.

Het onderwerp van de presentatie was na- tuurlijk te groot om even in een uurtje te bespreken, dus het bleef bij wat algemeenheden. GGZ-problemen komen vaak voor en ze nemen toe. Volgens het WHO-rapport Global burden of disease is mental de meest voorkomende vorm van lijden in de groep 10- tot en met 30- jarigen.

Boven het 50ste levensjaar neemt psychisch lijden af. Ernstig psychisch lijden gaat gepaard met een verkorte levensduur. Er sterven meer mensen in de wereld aan psychisch lijden dan aan verkeer, oorlog en terrorisme bij elkaar. De kans dat er een genetische oorzaak zou worden gevonden van psychiatrische ziekten achtte Delespaul zeer klein.

Psychisch lijden is een kwetsbaarheid, verspreid aanwezig in de bevolking, en kan af en toe een probleem vormen. Het is een handicap die varieert van 0% tot 100% in verloop van tijd.

Volgens Delespaul is het een intentionele keuze om psychopathologie pathologie te noemen.
Iets een ziekte noemen roept mededogen op. Hulpverleners moeten de mens helpen om weerbaarder te worden. Die formulering verkiest hij boven het woord herstellen. Hij spreekt ook liever over ‘ontwikkelen’ dan over ‘genezen’.

Daar waar Machteld Huber op somatisch gebied spreekt over positieve gezondheid, zou Delespaul graag zien dat we het hebben over weerbaarheid als het om psychische gezondheid gaat.

Vervolgens presenteerde Delespaul een aantal dilemma’s in de GGZ en noemde voorbeelden van problemen en misstanden waar hij overigens zelf ook geen oplossing voor wist.

Lifestyle interventies, daar ben je 24/7 mee bezig. ‘Mijn cardioloog zegt dat ik hoge bloeddruk heb, dat ik moet stoppen met roken en drinken, dat ik 20 kg moet afvallen en drie keer per week moet gaan joggen. Ik kan natuurlijk ook gewoon een pilletje slikken.’

Participatie in de maatschappij verlaagt de kans op symptomatologie en hij hield een pleidooi voor het gecontextualiseerde alledaagse.

Hij is tegen stepped care modellen in de psychiatrische zorg want dat leidt tot overconsumptie en afhankelijkheid. Specialistische zorg bij co-morbiditeit is geen oplossing. En een MDO (multidisciplinair overleg) is ook geen oplossing. Want ‘één gezin één plan is absurd’. Leeftijdgebonden zorginstituten vindt hij ook absurd. Superspecialisatie van artsen leidt tot problemen.

Hij sprak over de ‘benetwerkte mens’. Wie geen netwerk heeft krijgt zorg, wie wel een netwerk heeft wordt aan zijn lot overgelaten. Volgens Delespaul moeten we streven naar kleinschalige integrale gecontextualiseerde zorg waarbij we het netwerk empoweren.

Er is geen enkel concreet diagnosticum voor psychiatrische ziekten. Wat werkt bij de gemiddelde patiënt is misschien voor geen enkele patiënt de beste keuze. Een interventie die vandaag niet werkt kan misschien morgen wel werken. Opgedrongen verandering is contraproductief, een mens is niet maakbaar.

Delespaul waarschuwde voor iatrogene afhankelijkheid. Als voorbeeld noemde hij ouders met een kind met autisme. Hij pleitte voor ‘normaliseren zonder te negeren’. Met andere woorden: Als je een kind hebt met autisme moet je niet stoppen met opvoeden.

Dat laatste is natuurlijk een zinnig advies, maar het was ook vrijwel het enige concrete advies wat overbleef uit deze zee van overigens interessante gegevens.

Piet Leguit

Dr. Piet Leguit, chirurg n.p. sprak over ‘Compassievolle zorg, burn-out en zelfcompassie’.

Ook Piet Leguit heeft een boek geschreven getiteld Verdrongen gevoel en ook hij wordt niet rijk van zijn boek want de opbrengst gaat naar het Helen Dowling Instituut, een instituut waar psychosociale zorg aan kankerpatiënten en hun naasten wordt gegeven. Leguit gaf een kort overzicht van zijn carrière. Als succesvol oncologisch chirurg werd hij erg geraakt door patiënten die na de operatie uitzaaiingen bleken te hebben en dus niet beter zouden worden. ‘Op je 45ste heb je wel in de gaten hoe je moet opereren’ maar ‘hoe vertel ik een patiënte dat ze metastasen heeft’, dat vond hij moeilijk.

Hij regelde aanvullende chemotherapie en radiotherapie voor zijn patiënten maar vond dat hij meer moest doen. Hij las het boek Quantumgenezing van Deepak Chopra. Hij begon met het uitnodigen van deze patiënten voor een gesprek van een uur ‘met thee en zonder pieper’. Hij liet de patiënten tekeningen maken die ze dan samen interpreteerden. De patiënten waardeerden het dat er zo veel aandacht aan hen werd geschonken.

In 1997 ging hij naar Goa om bij Deepak Chopra een cursus meditatie te doen. 

Op zijn 60ste ging Leguit met pensioen als chirurg. Hij gooide het roer om verdiepte zich in compassie en empathie. (Een persoonlijke crisis is bij veel alternatieve behandelaars de start van een carrière als healer, maar dit terzijde.) In het vervolg van zijn presentatie lepelde hij een rijtje onderzoeken op waaruit bleek dat empathie van de arts goed is voor de patiënt.

Dat lijkt het intrappen van een open deur, maar er wordt kennelijk uitgebreid onderzoek gedaan naar het effect van empathie. Dat sommige onderzoeken statistisch misschien wat zwak waren onderbouwd hinderde hem niet want ‘statistiek verandert elke paar jaar’ en is dus toch niet te begrijpen.

Het NHS-rapport 2013 Compassion in Practice kwam voorbij evenals de boeken van Stuart & Lieberman (1993) en van Servan-Schreiber. Het boek Time to Care van Robin Youngson staat vol met tips over aardig zijn voor jezelf en anderen.

Leguit memoreerde dat hij door zijn alternatieve activiteiten de aandacht van de Vereniging tegen de Kwakzalverij had getrokken en liet een dia zien van het artikel, getiteld ‘Een kwantumgenezer in de heelkunde’ dat in 2001 in het Actieblad tegen de Kwakzalverij werd gepubliceerd.

Hij vroeg aan Frans Kusse, homeopaat en docent bij AIM die op de voorste rij zat, of hij al genomineerd was voor de Meester Kackadorisprijs. ‘Nog niet’, antwoordde Kusse guitig.

Daarna nam Kusse het woord en bedankte alle sprekers voor de mooie dag. Als dank voor hun inzet kregen de sprekers een boek van Hella de Jonge cadeau. Zij was enkele weken daarvoor spreker geweest op de cursus.

De middag eindigde abrupt met de mededeling dat de symposiumbezoekers de zaal moesten verlaten en dat alleen de cursisten werden uitgenodigd voor een kringgesprek.

Nabeschouwing

Op de terugweg naar huis vroeg ik mij af wat ik nu eigenlijk wijzer was geworden van dit symposium. Weet ik nu hoe ik stress van de patiënt of mijn eigen stress beter kan managen? Eigenlijk niet. Kan ik nu iets met de begrippen zingeving en spiritualiteit wat ik voor het symposium niet kon? Ook niet. Eigenlijk ben ik dus niet veel wijzer geworden van dit symposium.

Als student geneeskunde wordt bij de vakken medische psychologie en sociale geneeskunde dezelfde informatie behandeld als op dit symposium. Als arts dien je goede psychosociale zorg te verlenen. Het bio-psychosociale model is al decennia de basis van de huidige geneeskunde. Oog hebben voor psychologische en psychiatrische problemen hoort gewoon bij medische zorg. Tijdens de anamnese vraag je aan de patiënt wie voor hem/ haar de belangrijkste personen zijn op wie de patiënt kan terugvallen voor hulp, zoals familie, vrienden en buren.

Het bespreken van leefregels hoort bij een normaal medisch consult en dat omvat ook stresspreventie, voedingsadviezen, zorgen voor voldoende rust en voldoende inspanning, passend bij wat de patiënt zelf kan en wil. Empathische benadering van patiënten hoort voor een arts zo van zelf sprekend te zijn dat het mij merkwaardig overkomt om er op een symposium voor artsen zoveel nadruk op te leggen. Kortom, dit symposium was herhaling van lesstof voor de beginnende geneeskundestudent.

Het was stokoude wijn in een nieuw integratief zakje. Van de autorit heen en weer naar Soester- berg en de lunch heb ik echter genoten, en ik houd vier (mijns inziens onterecht verdiende) accreditatiepunten over aan dit avontuur.

Lees ook