Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 13 april 2018

Positieve gezondheid als modekreet

Het NIKIM (Nationaal Informatie en Kenniscentrum Integrative Medicine) van Von Rosenstiel en Bongers stopt er na tien jaar mee.

Positieve gezondheid als modekreet

Blijkens het bericht van 3 september 2017 op de vrijwel lege website van het NIKIM (Nationaal Informatie en Kenniscentrum Integrative Medicine) van Von Rosenstiel en Bongers, stopt het er na tien jaar mee.

Allereerst geeft men als reden dat de vrijwilligers het werk niet meer konden opbrengen. Daarnaast zou de integrative medicine (IM) inmiddels voldoende geland zijn in Nederland en men wijst daarbij op de Academy for Integrative Medicine (AIM) en het Nederlandse Consortium voor Integrative Medicine & Health in oprichting als twee voorbeelden.

Een nieuwe aanbieder op het gebied van opleiding is ook de Amsterdam School of Integrative Medicine & Health en STIBIG biedt een post-HBO opleiding ‘Integrative Medicine’. Andere voorbeelden van organisaties, waar – NIKIM dixit – haar gedachtegoed veel raakvlakken mee heeft zijn Planetree, het Institute Positive Health en Stichting Voeding Leeft.

Een bestuurslid van de VtdK die kennisnam van dit bericht merkte op dat hier dus alweer op overzichtelijke wijze een aantal clubjes vermeld stond die onze aandacht wel kunnen gebruiken. Bij oppervlakkige beschouwing lijkt er met deze drie laatstgenoemde initiatieven niet direct sprake van kwakzalverij en er zijn zelfs talrijke onberispelijke mensen, ook artsen, aan verbonden zonder te beseffen welke adder hier onder het gras zit. Zoals steeds meer burgers bankieren – zelfs een liberale krant als De Groene Amsterdammer – bij de Triodos bank zonder de antroposofische achtergrond ervan te kennen, zo penetreert het antroposofische gedachtengoed van Rudolf Steiner de geneeskunde binnen via het concept van ‘positieve gezondheid’.

Positieve gezondheid

Onder deze lelijke term, bedacht door Machteld Huber, thans freelance en eerder fulltime verbonden aan het Louis Bolk Instituut (LBI, een organisatie met een antroposofische achtergrond voor advies en onderzoek ten behoeve van de ontwikkeling van duurzame landbouw, voeding en gezondheid), wordt gestreefd naar de introductie van een nieuwe definitie van gezondheid, die afwijkt van de WHO-definitie, die nog uit 1948 stamt. Deze luidt dat gezondheid niet alleen de afwezigheid van ziekte betreft, maar tevens een volkomen lichamelijk, geestelijk en sociaal welzijn.

Die absurd hoge inzet heeft vanaf het begin al veel kritiek opgeroepen. Ondanks de holistische pretenties van de alternatieve geneeskunde in de jaren ’80 stelde de pro-alternatieve psycholoog Menges niet ongeestig dat men ‘dergelijke exemplaren’ wat hem betreft direct naar Artis moest brengen.

Skrabanek schreef in 1996 in zijn mooie boek The Death of Humane Medicine, dat dat WHO-niveau van gezondheid slechts kortdurend ervaren kon worden met behulp van drugs of tijdens een orgasme. In die periode hield ‘arts-onderzoeker’ Huber zich nog bezig met antroposofische voedingsleer en biologisch-dynamische landbouw en op de lijst van publicaties die het LBI op zijn website plaatste figureren publicaties van Huber met als mede-auteurs Guus van der Bie, Wiegant, Savelkoul, Van der Greef en Herman Wijffels.

Allen sterk pro-alternatief en/of antroposofisch angehauchte geestverwanten en de onderwerpen betreffen de biokristallisatie van diverse groenten, het optreden van allergie bij kinderen van de Vrije School en de invloed van de consumptie van biologisch voedsel op de moedermelk.

Huber

Zo’n tien jaar geleden verlegde Huber haar interesse van deze obscurantistische wereld naar het filosoferen over wat gezondheid is en hoe de geestelijke wereld daarin kon worden binnengesmokkeld. Zij slaagde erin ZonMw-directeur Henk Smid mee te krijgen en vervolgens kon ze ook de toenmalige voorzitter van de Gezondheidsraad Knottnerus, die ooit in MC een serieuze recensie van een homeopathisch leerboek schreef, interesseren. In haar eerste artikel over dit nieuwe item (How should we define health?) had zij als andere mede-auteurs ook de Wageningse voedingswetenschapper Kromhout (die ooit een vriendelijk voorwoord schreef in een boek van wijlen kankerkwak Houtsmuller) en VU-hoogleraar huisartsgeneeskunde Henriëtte van der Horst (die in 2013 genomineerd was voor de Mr Kackadorisprijs omdat zij in een aanbevelingscomité zat van een congres over Integrative Medicine en antroposofische huisartsen als opleiders accepteert).

Ook Wijffels en ZonMW-directeur Henk Smid schreven mee. Smid en Huber vertrokken vervolgens naar het hoofdkwartier van de WHO in Genève om voor hun nieuwe ‘concept’ te pleiten, maar kregen er geen gehoor. Als troostprijs ontving Huber op 20 september 2012 uit handen van mevrouw prof. dr. Pauline Meurs – hoe incestueus wilt u het hebben? – een ZonMw Parel voor haar initiatief voor een nieuw concept van gezondheid. Ze promoveerde in december 2014 in Maastricht ook op het onderwerp: ‘Towards a new, dynamic concept of Health. Its operationalisation and use in public health and healthcare, and in evaluating health effects of food‘.

Een van haar stellingen luidde: ‘Zingeving is de sterkste gezondheid bevorderende kracht in de mens’. Huber maakte zich los van het LBI en richtte in maart 2015 de Stichting Institute for Positive Health (iPH) op, welke ook een steunstichting kreeg en de ANBI-status verwierf. De vestigingsplaats was aanvankelijk Amersfoort, inmiddels verplaatst naar Utrecht, en behalve Huber is ook de oud schaatskampioen Carl Verheijen (inmiddels basisarts) eraan verbonden.

ZonMw gaf Huber daarna de opdracht dit concept verder uit te werken en zij kreeg een nieuwe groep co-auteurs mee, wier inspanningen leidden tot een nieuw artikel in het BMJ, (Towards a ‘patient-centred’ operationalisation of the new dynamic concept of health: a mixed methods study’).

Onder positieve gezondheid moet volgens Huber en haar volgelingen worden verstaan veerkracht, aanpassing en het vermogen zelf de regie te blijven houden, in plaats van de afwezigheid van gebreken en tekortkomingen. Deze wijze van definiëren zou artsen ontslaan van de plicht om, conform de WHO-definitie, elke patiënt te moeten doorbehandelen tot de hoogste staat van gezondheid is bereikt en verleent aan de patiënt het laatste woord over hoe het met zijn of haar gezondheid gesteld is. Er is sprake van zes pijlers waarop de gezondheid wordt beoordeeld: lichaamsfuncties, geestelijk functioneren, een spirituele c.q. existentiële dimensie, kwaliteit van leven, sociale participatie en dagelijks functioneren.

De Anatomische Les

Jaarlijks organiseerden de Volkskrant en AMC een bijeenkomst in het Amsterdamse Concertgebouw met voordrachten op het snijvlak van geneeskunde en maatschappij. Steeds worden daarvoor eminente sprekers uitgenodigd, menigmaal ook Nobelprijswinnaars, die voor een breed publiek van artsen, beleidsmakers, geïnteresseerde leken en onderzoekers vertellen over hun onderzoek en de grenzen van de wetenschap op hun vakgebied.

Alvorens deze spreker het woord krijgt is er een boekpresentatie, de aanbieding van een in opdracht van de Anatomische Les gemaakt kunstwerk en wordt er gemusiceerd op hoog niveau. Sinds de voorgenomen fusie van AMC en VUmc is deze laatste instelling al enkele jaren mede-organisator. Afgelopen 16 november 2017 vond de 24ste editie plaats van dit jaarlijkse hoogtepunt en daarin werd nu voor de tweede maal een essay gepresenteerd, als onderdeel van een nieuwe traditie, ‘de geneeskunde ontleed’.

Dit in opdracht geschreven essay was deze maal geschreven door filosofe Désanne van Brederode en was gewijd aan wat genoemd werd ‘het concept positieve gezondheid dat een stormachtige opgang doormaakt’. Tijdens het programma wisselden Van Brederode en Huber in een video van gedachten over dit concept onder leiding van Inge Diepman.

Alle bezoekers ontvingen bij het verlaten van het concertgebouw een brochure met het essay van Van Brederode. Daarin leverde de filosofe zowel positieve als negatieve kritiek op het concept. En passant werd er forse kritiek op de reguliere geneeskunde geleverd, vaak op basis van karikaturale overdrijving van haar vermeend dogmatisme en paternalisme.

Artsen, die hun patiënten alternatieve behandelwijzen ontraden of zelfs verbieden zouden zich schuldig maken aan ‘angstvallige wetenschapstrouw’ en dat terwijl afzien van een laatste chemokuur, die ‘alleen maar de celdeling afremt’ een patiënt wellicht in staat zou stellen nog een dichtbundel te voltooien, zeker als dat tegelijk gedaan wordt met een meditatiecursus en gebruik van een homeopathisch middel.

En o, ja: dezelfde artsen die van hun patiënten niets willen horen over ‘spirituele gekkigheid’ nemen wel grif allerlei geschenken van de farmaceutische industrie aan. Patiënten, die de schepping heilig noemen zouden bij de meeste artsen geen gehoor vinden, aldus Van Brederode.

Haar kritiek op het concept van Huber beperkte zich tot het lot van die beklagenswaardige mensen, die door omstandigheden niet in staat zijn tot veerkracht en aanpassing zoals dat bijvoorbeeld bij kinderen en in de Derde Wereld zou voorkomen. Zij achtte de nieuwe definitie te veel gericht op de welgestelde westerling. Ook zag Van Brederode het gevaar dat ziekzijn dan weer een verwijtbaar iets zou zijn in de ogen van die succesvolle types, die wel genoeg veerkracht kunnen opbrengen.

Voor meer details zij verwezen naar de brochure zelf (‘Te veel Feel Good’, afd. Communicatie AMC), als men daarvoor ten minste de interesse nog kan opbrengen. Huber is onmiskenbaar van antroposofische komaf, maar hoe zit dat eigenlijk met Van Brederode? Uitsluitsel daarover is te verkrijgen op het internet waar een recent diepte-interview met haar te zien is uit de NCRV-serie De Verwondering.

De schrijfster en filosofe spreekt daar openhartig over haar uiterst pijnlijke scheiding van de Volkskrant-literatuurpaus Arjan Peters en de troost die zij dan vindt in haar geloof. Ze kerkt bij de Christengemeenschap, een door Rudolf Steiner geïnspireerde mix van zowel katholicisme als protestantisme, dat volgens Van Brederode het beste uit beide werelden incorporeert.

Zo geschiedde het dus dat er in het uitverkochte Amsterdamse Concertgebouw met toch vooral medici in de zaal zo’n 2000 mensen zaten te luisteren naar twee aanhangers van Rudolf Steiner, zonder dat men zich daarvan bewust was. Waar de liefde voor alternatieve geneeswijzen, geestelijk leven en spiritualiteit bij hen vandaan kwam, dat weet u nu wel. De organisatoren van de Anatomische Les laten zich bij de samenstelling van het programma adviseren door een wetenschappelijke raad.

Tot voor kort zat daarin o.a. Piet Borst, maar deze is inmiddels vervangen door VU-hoogleraar Lex Bouter (in 2008 kandidaat voor de Mr Kackadorisprijs wegens zijn steun aan de chiropractie en zijn artikel over IVF en acupunctuur). Ik weet niet of en hoe de nieuwe samenstelling van de adviesraad bij de opdracht aan Van Brederode een rol heeft gespeeld, maar helemaal gerust ben ik er niet op. Vroeger zou dit echt niet zo snel gepasseerd zijn.

Tot slot nog een raadsel: wie sloot de feestelijke middag daar in het Concertgebouw af? Dat was… Pauline Meurs, als voorzitter van de Raad van Toezicht van het AMC en ook bekendheid genietend als winnares van de Meester Kackadorisprijs 2014 (omdat zij de pro-alternatieve initiatieven van ZonMW-directeur Henk Smid nooit heeft beteugeld).

 

C.N.M. Renckens

Profiel: (1946) Hij studeerde geneeskunde aan de RUG en behaalde het artsdiploma in 1971. Na werkzaam te zijn geweest als tropenarts in Zambia volgde zijn specialisatie tot vrouwenarts. In die kwaliteit is hij sinds 1980 verbonden aan het Westfries Gasthuis te Hoorn. Sinds 1988 bekleedt hij het voorzitterschap van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Hij is auteur van vele publikaties op het gebied van kwakzalverij en alternatieve geneeswijzen, zowel in de lekenpers als in de professionele pers. Van zijn hand verschenen vier boeken: ‘Hedendaagse kwakzalverij’ (1992), ‘Kwakzalvers op kaliloog’ (2000), ‘Genezen is het woord niet. Biografische schetsen van de twintigste meest notoire genezers van de twintigste eeuw’ (2001) en zijn in handelseditie verschenen dissertatie ’Dwaalwegen in de geneeskunde. Over alternatieve geneeswijzen, modeziekten en kwakzalverij’ (2004). In 2006 werd hij wegens zijn verdiensten voor de kwakzalverijbestrijding benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Gerelateerde artikelen

artikelen - 28 april 2022

Astrid Vester, basisarts, is niet alleen gespecialiseerd in alternatieve neuraaltherapie, maar weet ook veel van sjamanen en mystici.

artikelen - 11 november 2021

IM-adept Inès von Rosenstiel, kinderarts van ziekenhuis Rijnstate, benoemd tot officier in de orde van Oranje-Nassau.

tijdschrift - 14 augustus 2021

Over Désanne van Brederode die in #nietmijnantroposofie opvoert dat corona antroposofen in extreemrechtse armen drijft.