Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 29 maart 2016

Uw tandarts, uw kwakzalver: over bio-energetische tandheelkunde

Ook onder tandartsen treffen wij van oudsher kwakzalvers aan, die vooral gecharmeerd blijken te zijn van homeopathie, acupunctuur, neuraaltherapie en die ongefundeerde angst verspreiden over de gevaren van amalgaam en het verdovingsmiddel articaine. Op de VtdK-website schreef een onzer (CR) in 2001 een serie artikelen over alternatieve tandheelkunde en veel daarvan is onverminderd actueel. Toch […]

Uw tandarts, uw kwakzalver: over bio-energetische tandheelkunde

Ook onder tandartsen treffen wij van oudsher kwakzalvers aan, die vooral gecharmeerd blijken te zijn van homeopathie, acupunctuur, neuraaltherapie en die ongefundeerde angst verspreiden over de gevaren van amalgaam en het verdovingsmiddel articaine. Op de VtdK-website schreef een onzer (CR) in 2001 een serie artikelen over alternatieve tandheelkunde en veel daarvan is onverminderd actueel.

Toch lijkt het wel of er enige revival is van die aberrante tandheelkunde, hoewel amalgaam – vooral om cosmetische redenen – vrijwel niet meer wordt gebruikt. Hun vereniging koos ook een nieuwe naam, maar wel zo dat de afkorting NVBT gehandhaafd kon worden. Dat scheelde weer een kostbare PR-actie.

De afkomst van de NVBT is op de huidige website niet meer terug te vinden, maar ter opfrissing van het geheugen even dit: in 1991 fuseerden de twee verenigingen van respectievelijk homeopathisch tandartsen en de tandarts-acupuncturisten tot de Nederlandse Vereniging ter Bevordering van de Biologische Tandheelkunde en de eerste voorzitter was Bong.

Onduidelijk is wanneer dat ‘biologische’ is vervangen door ‘bio-energetische’, maar inhoudelijk veranderde er niets. Het zijn ook vrijwel dezelfde namen, die in het bestuur zitten en die zich in 2015 met onverminderd geloof zetten aan artikeltjes en interviews over hun dwaalleer. Zo is Starrenburg (Honselersdijk) voorzitter, Kamphorst (Ermelo) zowel vicevoorzitter als penningmeester en Messing (Uitgeest) secretaris.

In de redactie van het NVBT-cluborgaan figureren als vanouds Heintzberger (Uitgeest) en dezelfde Starrenburg. Of er sprake is van een echte opleving, dat blijft onduidelijk, maar een korte bloemlezing uit voornoemde publicaties en interviews is wel gepast.

Patiënt is meer dan een gebit

De Gooi en Eemlander van 14 december 2015 publiceerde een diepte-interview met Kees Jaap Hoevers uit Baarn. Die werd ooit tandarts omdat hij zo van knutselen hield. Die knutselliefde is gebleven, maar hij kon zich steeds minder vinden in de wetenschappelijke, specialistische benadering van de meeste tandartsen. Dus startte hij in 1994 zijn eigen biologische tandartspraktijk, waar de patiënt ‘meer is dan alleen het gebit’.

Regelmatig ziet biologische tandarts Kees Jaap Hoevers nieuwe patiënten wat onwennig binnenstappen bij zijn praktijk in Baarn. De wachtkamer met veel planten, houten bankje en een tak als kapstok, voldoet voor veel mensen niet aan het beeld van een tandartspraktijk. “Ze kijken rond van: klopt dit wel? Mensen verwachten blijkbaar iets wits en steriel. Ik heb mijn best gedaan er iets huiselijks van te maken.” En mét resultaat, want al een hele tijd neemt Hoevers geen nieuwe patiënten meer aan vanwege een vol patiëntenbestand.

Hoevers is opgeleid als regulier tandarts aan de VU, maar kreeg gedurende zijn loopbaan steeds meer aversie tegen de vaste protocollen van de tandheelkunde. “Ik werkte in een praktijk samen met een vrouwelijke tandarts. Ik behandelde de man van een stel, zij de vrouw. Bij de man had ik de vullingen met amalgaam verwijderd, omdat hij daar niet tegen bleek te kunnen. Die man bloeide helemaal op! Toen de vrouw dat ook wilde, zei mijn collega: nee joh, amalgaam is helemaal niet gevaarlijk. Dat gaf stress. Ik kon daar niet kwijt wat ik wilde vertellen.”

Geen wonder dus dat Hoevers zich aangetrokken voelde tot de alternatieve tandheelkunde en hij begon dan ook in 1994 een praktijk voor biologische tandheelkunde. Het liep direct storm, daar aan de Vinkenhof in Baarn. Hoevers kijkt verder dan het gebit en vertrouwde de verslaggever het volgende toe: “Vandaag heb ik het met een patiënt nog over relatieproblemen gehad. Iemand had door een lage weerstand allemaal tandvleesproblemen. Dan is het voor mij tandheelkundig belangrijk om te weten waar dat vandaan komt.”

En hij neuzelt vervolgens onbekommerd verder: “In de biologische tandheelkunde spelen meridianen een grote rol. (…) Een verstopping van een meridiaan, kan elders in het lichaam ook een ’energielek’ opleveren. Een ontstoken wortelkanaal in de voortand bijvoorbeeld, kan zo een blaasontsteking veroorzaken die alleen overgaat als je de tand behandelt.”

Het artikel eindigt met een verwijzing naar de website van de NVBT, waar men alle namen van de biotandartsen in de Gooi en Vechtstreek kan vinden. Het VtdK-bestuur heeft zich bij monde van Joffe en Renckens gericht tot het KNMT-bestuur met de vraag of hun lid zich met deze praktijkbeoefening wel hield aan de gedragsregels voor tandartsen.

Met zijn allen naar de bio-tandarts?

EditieNL van RTL had op 30 november 2015 een interessant gesprek met NVBT-voorzitter Arjan Starrenburg. De titel ervan luidde: ‘Met zijn allen naar de bio-tandarts?’ Van de 8500 tandartsen in Nederland zijn er 130 biologisch. De vraag, aldus de intro bij het interview, vanuit patiënten neemt sterk toe. “Mensen kiezen voor ons omdat wij materialen gebruiken waarvan we zeker weten dat ze goed zijn voor de gezondheid en niet alleen voor de tanden”, vertelt Arjan Starrenburg.

De biotandarts past wel in het huidige maatschappelijke plaatje, aldus het artikel. In dit interview niets over acupunctuur, homeopathie of neuraaltherapie, maar de insteek is anders: Er zijn stoffen die biotandartsen niet gebruiken en wel hierom niet:

• “We gebruiken geen implantaten van titanium, maar van keramiek of zirkonium. We zijn namelijk van mening dat titanium stoffen bevat die niet goed zijn voor de gezondheid”, zegt Starrenburg.

• Voor gaatjes gebruiken ze net als iedereen compositievulling, maar dan zonder de stof monomeer. Die zou ernstige ziektes kunnen veroorzaken.

• Het verdovingsmiddel articaïne zou voor sommige mensen gevaarlijk zijn door de chemische samenstelling. “Wij gebruiken een ander middeltje, lidocaïne. Ook dit is chemisch, maar heeft een andere samenstelling waardoor de gezondheid geen risico loopt”, zegt Starrenburg.

• Ook fluoride gebruiken ze niet. Ook al is dit voor het glazuur erg goed. Starrenburg: “Vanuit de natuurgeneeskunde geloven we dat het heel slecht is voor je gezondheid.”

Voor geen enkele van deze beweringen is steun te vinden in de wetenschappelijke literatuur. Titanium wordt bovendien zonder enig probleem gebruikt in de orthopedie, terwijl de vermeende voordelen van lidocaïne boven articaïne nog niet zo lang geleden in een gezaghebbend artikel van H. Brands in het blad Tandartspraktijk zijn weerlegd.

Het materiaal dat biologische tandartsen gebruiken, zoals spiegeltjes en haakjes, is gewoon hetzelfde. “Je bent zo kort in de mond van de patiënt, ik denk niet dat dat materiaal invloed kan hebben op de gezondheid”, zegt Starrenburg. “Wat wij adviseren is doodnormaal je tandenpoetsen met tandpasta die op zuurstofbasis is gemaakt.” U leest het goed: tandpasta op zuurstofbasis! (Herhaal die kreet driemaal en u gaat uit de mond stinken).

Gelukkig deed RTL aan hoor en wederhoor en Cor van Loveren, bijzonder hoogleraar preventieve tandheelkunde aan de ACTA, blijkt kritisch te kijken naar deze biotandartsen. Hij vindt dat tandartsen het niet kunnen maken om patiënten fluoride te onthouden. “Ik zal niet ontkennen dat fluor bij verkeerd gebruik een gevaarlijke stof is. Maar er is heel goed in kaart gebracht wat de risico’s zijn en hoe je het wél moet gebruiken”, vertelt hij. “Tandartsen adviseren en gebruiken het, omdat ook bewezen is dat het heel goed is voor het glazuur.”

En: “Ik zeg niet dat biotandartsen niet vaardig zijn, maar ik ben het niet eens met de visie en het advies dat ze geven aan hun patiënten”, concludeert de hoogleraar. Van Loveren heeft gelijk, maar is in zijn woordkeuze wel erg voorzichtig en omfloerst. Zou de man nooit van het begrip ‘kwakzalverij’ hebben gehoord?

Bio-energetische wortelkanaalbehandeling

Nico Kamphorst is holistisch werkend tandarts, homeopaat, acupuncturist en neuraaltherapeut, bestuurslid van de NVBT en lid van de AVIG. Aldus de bescheiden zelf-aanprijzing in een artikel uit medio 2014 in het door Marathon uitgeverij opgerichte initiatief Scientific Dentistry United (SDU).

Dat SDU is een mediaplatform voor wetenschappelijke verenigingen gericht op de mondzorg professional. Het bestaat uit: een website met een zo volledig mogelijke cursus- en congresagenda, een e-mailnieuwsbrief met daarin een actuele verwijzing naar de belangrijkste cursussen en congressen en een magazine met nieuws en informatie van de wetenschappelijke verenigingen gericht op de gehele beroepsgroep.

Van een onafhankelijke redactie lijkt geen sprake te zijn en men rekt het begrip ‘wetenschappelijke verenigingen wel erg op, gezien het feit dat men regelmatig ruimte biedt aan de biologische tandartsen van de NVBT.

Kamphorst maakte het direct erg bont met een omineus opruiende introductie van zijn niet-reguliere aanpak. ‘Bij de uitoefening van uw beroep kunnen protocollen een verstarrend effect hebben. Met goede onderbouwing kan hiervan worden afgeweken, waarbij het welzijn van de patiënt toe voorop blijft staan. Welke keuzes kunt u maken om deze behandelingen zo bio-energetisch mogelijk te maken? Welke CAM (Complementary en Additive Medicine) kunt u hierbij invoegen? En welke toevoeging biedt het gebruik van Procaïne en Blue.M Oxygen Fluid?’

Onzingehalte

Voor de niet-tandartsen onder onze lezers zal het onzingehalte in de rest van het artikel misschien minder duidelijk zijn, maar met de getrainde bullshit detector, die de lezers van dit blad tot hun beschikking hebben, zal de meesten onder hen wel klaar zijn wat hier mis is. Ik geef u een aantal citaten.

– Over de verdoving. Normale tandartsen gebruiken Articaïne. “CAM_tandartsen gebruiken hier liever een thiofeenringvrije anesthesie als Lidocaine of Scandonest. Procaïne is, als alternatief op of aanvulling bij intrapulpale anesthesie, eveneens een goede keuze, waarbij naast de anesthesie een helend effect verkregen kan worden.”

– Over de restauratie. “Hier kan een controle op overgevoeligheid danwel allergie met behulp van bijvoorbeeld een VEGA-test gebruikt worden. Ook Biotensor of andere pendelmethoden zijn bij geoefende behandelaars betrouwbaar.”

– CAM-toevoegingen. “Voor het werkingsprincipe van de procainekwaddels en -injecties en de segmentrelaties verwijs ik naar het ‘Handbuch Neuraltherapie’ van Weinschenk en ‘Segment-Anatomie’ van Wankura-Kampik.”

– Stoorvelden en NICO’s. “Een stoorveld of haard kan veroorzaakt worden door een infectie of andere verstoring in het mondgebied. Het gerelateerde gestoorde gebied waar de klachten zich uiten, kan gelegen zijn door het gehele lichaam. Dat kan dus ook relatief dichtbij elders in de mond of, ín bijzondere gevallen, zelfs vrijwel op de locatie zelf zijn. Hierbij valt het fenomeen van referred pain geheeL binnen de definities.” NICO staat voor Neuralgia Inducing Chronic 0steitis.

– Kamphorst blijft voorzichtig, want de IGZ kijkt soms mee. Er zijn immers al artsen uit het beroep gezet wegens het gebruik van de VEGA-test (huidweerstand meten op acupunctuurpunten) als diagnosticum. “Het verdient aanbeveling om afwijking van de reguliere protocollen goed vast te leggen vanuit zorgvuldig handelen en jurispreventie. Na analyse van regelmatig toegepaste behandelingen die buiten het gewone tandheelkundige protocol vallen, is het beter om deze als een eigen praklijkprotocol vast te leggen in een goed leesbaar protocollendocument.”

Neuraaltherapie

In nummer 4 jaargang 2 van het SDU Magazine mag nu Starrenburg, tandarts te Honselersdijk, een lang stuk schrijven over de neuraaltherapie van stoorvelden. Het blijkt om een vertaling uit het Duits te gaan van een lezing, die de beruchte Berlijnse neuraaltherapeut Hänisch, eens voor de NVBT had gehouden.
Starrenburg toont zich een oprecht aanhanger van de theorie over stoorvelden en vertalen kan hij ook al niet: de subtitel van zijn verhaal luidt: Dentogene sanering – klinische verlopen.

Een groot deel van het verhaal gaat over de uitschakeling van de ziekmakende haard, die door omspuiting met kleine hoeveelheden procaïne (een middel gebruikt voor lokale verdoving), kan worden genezen.
Het trekken van zo’n tand of kies is dan vaak geeneens nodig, aldus Hänisch/Starrenburg.

Normaal vereist bevestiging van de diagnose ‘stoorveld’ dat de klacht onmiddellijk verdwijnt, het zogenaamde Sekundenfenomeen, maar in de tandheelkunde kan een herhaalde injectie nodig zijn alvorens het bewijs geleverd is. In de reguliere geneeskunde kent men het begrip stoorveld niet, of het mocht zijn omdat de fysiotherapeut/stoorveld-diagnosticus Solleveld uit Soest tot aan het Europese Hof erkenning voor zijn stoorveldpraktijk en btw-vrijdom heeft afgedwongen.

Daarom is het goed om hier aan de lezers nog eens te citeren wat er volgens de neuraaltherapeuten onder een tandstoorveld moet worden verstaan: ‘Een tandstoorveld is een in het tandkaakgebied aanwezige (ontstekings-)haard. In deze stelling gaat een belangrijk detail schuil. Het tot op heden geldende betoog zegt namelijk: hier hebben we een tand en erin bevindt zich een ontstekingshaard.

Kraakbeen

De gelijktijdig voorhanden zijnde pathologische veranderingen in het kaakbeen worden daarbij niet in aanmerking genomen, hoewel ze het belangrijkste aandeel vormen: bijvoorbeeld bij het stoorveld ‘restostitis’ vinden we geen tand, geen granuloom, maar het pathologisch veranderde kaakbeen dat als ontstekingshaard werkzaam is.

Eenvoudig gezegd: niet de tand is de dader, maar het pathologisch veranderde kaakbeen. Als dus een tand op grond van een infectie verwijderd moet worden, is gelijktijdige grondige curettage ook noodzakelijk, zelfs als de betrokken tand röntgenologisch nog geen granuloom vertoont. Daarnaast moet in de volgende weken neuraaltherapie als nabehandeling worden toegepast.

Trekken (om aan een niet bestaand ziektebeeld een eind te maken, red.) is vaak niet nodig en zo kan de neuraaltherapeut/tandarts ‘wild exodontisme’ voorkomen. Stoorvelden kunnen zich overal in het lichaam bevinden, maar zitten opvallend vaak in de mond, waar de volgende drie types volgens Hänisch het meest frequent voorkomen: 1. de dode tand; 2, restostitis en 3. de verschoven tand.

Zeer belangrijk en Hänisch sluit er mee af is “het besef dat het tandstoorveld alleen het ziektebeeld niet veroorzaakt, maar dat het een reguleringsblokkade veroorzaakt, die verhindert dat therapiepogingen in het segment tot succes leiden. Na het saneren van de tand verdwijnen daardoor de klachten niet en toch heeft nu een therapie in het segment succes.” (letterlijke citaten uit het artikel, inclusief het kromme Nederlands, red.)

Voor het geval de lezer zich af mocht vragen waar deze onzin toch vandaan komt, geven wij hier de beschrijving van de neuraaltherapie zoals die op de NVBT-website te vinden is.

“De neuraaltherapie is ontdekt in 1925 in Düsseldorf, Duitsland, waar de gebroeders Ferdinand en Walter Huneke beiden arts waren. Zij hadden een zuster die aan migraine leed, waarbij medisch al alles was uitgeprobeerd, zonder resultaat. Tijdens een aanval werd ze op advies van een collega geïnjecteerd in de ader met een anti-reumamiddel en opslag verdween de migraine-aanval. Later bleek dat het verkeerde middel geïnjecteerd was.

“Er waren twee soorten van het middel in de handel: een voor de injectie in de ader en een voor de injectie in de spier. Aan de laatste was, om de pijn van de injectie te bestrijden, procaïne toegevoegd. Procaïne bleek later, tijdens testen, het werkzame bestanddeel te zijn. Voorts bleek dat veel ziekten en klachten te behandelen waren door injecties met procaïne op de plek waar de problemen zich voordeden. Dit noemen we segmenttherapie.

“In 1940 volgde een andere opzienbarende ontdekking: Ferdinand Huneke behandelde een vrouw met een frozen shoulder syndroom; een pijnlijke, verstijfde schouder. Een injectie in het litteken van een oude botontsteking in haar been (dus ver verwijderd van de schouder!) leverde op slag een volledige genezing. Dit is het eerste beschreven zogenaamde seconden-fenomeen.

“Een dergelijke therapie noemen we stoorveldtherapie. Een stoorveld bevindt zich meestal op afstand van de klacht en ontstaat door een gebeurtenis, die vaak veel vroeger heeft plaatsgehad, b.v. een ontsteking, ongeval of operatie. Bij deze patiënt was het stoorveld een oude botontsteking in haar been, die verantwoordelijk was voor de schouderklachten.”

Slotbeschouwing

Het percentage alternatief werkende tandartsen ligt met zijn 1,6 % op een vergelijkbaar niveau als het aantal artsen dat zich in ons land aan kwakzalverij schuldig maakt: ± een op de 61 tandartsen werkt ‘bio-energetisch’.

De opleiding tot tandarts is een academische opleiding, maar vertoont trekken die meer op een beroepsopleiding lijken dan op een wetenschappelijke opleiding, een constatering die je ook wel over de medische studie kunt horen. Toch is die laatste beroepsgroep aanzienlijk verder met de wetenschappelijke onderbouwing van haar praktijken en kent zij inmiddels een onnoemelijk aantal richtlijnen, standpunten en protocollen, alsmede intercollegiale toetsing via de wettelijk verplichte praktijkvisitaties.

Aan een dergelijke ontwikkeling in de tandheelkunde bestaat, al was het alleen maar gezien de kwakzalverij van de NVBT-leden, dringend behoefte en er worden thans pogingen gedaan daaraan gestalte te geven. Elders in dit blad kunt u daarover en over de positie van de NVBT daarin meer lezen.

Dankbetuiging: De schrijver dankt Daniel Joffe voor zijn commentaar op een eerdere versie van dit artikel.

C.N.M. Renckens

Profiel: (1946) Hij studeerde geneeskunde aan de RUG en behaalde het artsdiploma in 1971. Na werkzaam te zijn geweest als tropenarts in Zambia volgde zijn specialisatie tot vrouwenarts. In die kwaliteit is hij sinds 1980 verbonden aan het Westfries Gasthuis te Hoorn. Sinds 1988 bekleedt hij het voorzitterschap van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Hij is auteur van vele publikaties op het gebied van kwakzalverij en alternatieve geneeswijzen, zowel in de lekenpers als in de professionele pers. Van zijn hand verschenen vier boeken: ‘Hedendaagse kwakzalverij’ (1992), ‘Kwakzalvers op kaliloog’ (2000), ‘Genezen is het woord niet. Biografische schetsen van de twintigste meest notoire genezers van de twintigste eeuw’ (2001) en zijn in handelseditie verschenen dissertatie ’Dwaalwegen in de geneeskunde. Over alternatieve geneeswijzen, modeziekten en kwakzalverij’ (2004). In 2006 werd hij wegens zijn verdiensten voor de kwakzalverijbestrijding benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Gerelateerde artikelen

page - 13 mei 2020

Inhoud Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij, jaargang 131, 2020, nr. 1: * Van de bestuurstafel, pag. 1* ‘Innovatief’ magneetapparaat Artrose Centrum werkt niet, pag. 2 * Nationale Gezondheidsbeurs 2020, pag. 7 * Ad hominem, pag. 10* Natuurlijke congressen voor tandartsen, pag. 15 * Drie hoogleraren als vlag op een modderschuit: een follow-up, pag. 17 * […]

tijdschrift - 13 mei 2020

Inhoud Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij, jaargang 131, 2020, nr. 1: * Van de bestuurstafel, pag. 1* ‘Innovatief’ magneetapparaat Artrose Centrum werkt niet, pag. 2 * Nationale Gezondheidsbeurs 2020, pag. 7 * Ad hominem, pag. 10* Natuurlijke congressen voor tandartsen, pag. 15 * Drie hoogleraren als vlag op een modderschuit: een follow-up, pag. 17 * […]

page - 12 april 2020

Op 11 oktober 2019 vond in de sprookjesachtige omgeving van de Efteling het eerste ‘natuurlijke congres’ van de NVBT (Nederlandse Vereniging tot bevordering van Bio-energetische Tandheelkunde) plaats. De NVBT, ooit voortgekomen uit een fusie van homeopathische tandartsen en tandartsen die acupunctuur toepasten, gaat met zijn tijd mee. Lees de wervende tekst op hun website, die […]