Symposium 2022Kritische kijk op leefstijlgeneeskunde

Schrijf u nu in
Door: | Geplaatst: 29 juni 2015

Zijn vullingen en kronen een bedreiging van uw gezondheid?

Amalgaamkritische kwakzalvende tandartsen gebruiken de MELISA-test om gevoeligheid voor amalgaam aan te tonen.

Zijn vullingen en kronen een bedreiging van uw gezondheid?

In de negentiende eeuw werden kiezen gewoonlijk gevuld met goud totdat twee Franse in de VS werkzame tandartsen een mengsel van vijlsel van zilveren munten met kwik gingen toepassen. Aanvankelijk werd deze nieuwlichterij fel bestreden omdat de caries eronder voortschreed en de wanden van de kiezen afbraken omdat het spul uitzette. Na technische verbeteringen kwam amalgaam toch meer in zwang en werd deze eerste ‘amalgaamoorlog’ in het voordeel van het nieuwe materiaal beslecht.

In de jaren dertig van de vorige eeuw kwam het amalgaam opnieuw onder vijandelijk vuur, nadat Stock, een Duits chemicus, een kwikvergiftiging had opgelopen en zijn aandacht richtte op mensen met amalgaamvullingen. Hij vond hoge kwikniveaus in hun urine, afkomstig uit het toen gangbare koperamalgaam.

Nadat het koper in amalgaam vervangen werd door zilveramalgaam, waaruit weinig kwik vrijkomt, eindigde de tweede amalgaamoorlog, ook al omdat er een echte wereldoorlog was uitgebroken.

Derde Amalgaanoorlog

De derde amalgaamoorlog ontstond in de jaren tachtig nadat een Amerikaans tandarts door zijn patiënt was aangeklaagd, die zijn klachten toeschreef aan de schadelijke vullingen. Met name in de VS en in Scandinavië ontstond een felle polemiek, waarbij de kampen fel tegenover elkaar stonden.

De voorstanders wezen op de grotere duurzaamheid van amalgaam, dat een gemiddelde levensduur heeft van 15,5 jaar tegenover het witte composiet van 7 jaar. De cosmetische voordelen van composiet wogen aanvankelijk alleen bij het vullen van de voortanden, maar steeds meer werden ook kiezen gevuld met dit materiaal. Het incrimineren van amalgaam als ziekteverwekker werd in die periode krachtig ter hand genomen door tandarts -acupuncturisten, homeopathische tandartsen en homeopathische artsen.

Op weinig valide gronden werden amalgaam-allergie en kwikvergiftiging gediagnosticeerd, hetgeen frequent leidde tot het vervangen van deze vullingen door ander materiaal met verlies van nog gezond tandweefsel als gevolg. De Stichting Amalgaam Vrij Nederland werd opgericht en in 1986 werd de Nederlandse Vereniging van Homeopathisch Tandartsen opgericht, gesteund door VSM.

Vaktijdschriften als Nederlands Tandartsenblad, het Nederlands Tijdschrift voor Tandheelkunde, reclameblad Dentellect, maar ook het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde besteedden aandacht aan de polemiek. Academische tandartsen als Davidson en Schuurs stelden vast dat amalgaamallergie zeer zeldzaam is en dat van de uiterst geringe hoeveelheden kwik uit de vullingen (niet meer dan miljoenste van grammen per dag) nooit enige schadelijkheid was aangetoond.

Lobby

Lobbyende kwakzalvers slaagden erin om Kamerleden – natuurlijk weer van GroenLinks! – zo ver te krijgen dat zij vragen aan de minister stelden over de gevaren van kwik. Kamerlid Varma (die later ophef zou veroorzaken omdat zij zogenaamd aan kanker zou lijden, waarvan niks waar was) stelde in november 1994 aan toenmalig minister Borst scherpe vragen, welke een klein jaar later sussend werden beantwoord.

Toch ontkwam de minister niet aan het vragen om een advies van de Gezondheidsraad en dat leidde tot het rapport Tandheelkundige materialen, verschenen in maart 1998. Daarin werd gesteld dat kwik in kiezen niet schadelijk voor de gezondheid is. In de vakbladen vielen in die periode ook larmoyante verhalen te lezen van tandartsen die hun gezondheidsproblemen toeschreven aan kwikvergiftiging en de alternatieve tandartsen gingen waarschuwen voor kwikvergiftiging als beroepsziekte.

De ‘amalgaamziekte’ of de kwik-allergie kon volgens aanhangers tot wel tweehonderd symptomen veroorzaken, merkwaardigerwijs bijna nooit in de mond overigens. Een folder van de Nederlandse Verereniging tbv de Biologische Tandheelkunde (NVBT) uit die periode noemde vier hoofdgroepen van symptomen van ‘amalgaambelasting’:

1. Mentale problemen, zoals depressies, geheugenverlies, concentratiestoornissen en gedachtenverlies.

2. Diverse soorten darmklachten

3. Huidklachten als acne en eczeem

4. Slijmvliesafwijkingen in de mond. Maar ook afwijkingen aan de luchtwegen, haaruitval, oogklachten en rug- en gewrichtsklachten kunnen optreden.

De diagnose kon volgens de amalgaamkritische kwakzalvers worden gesteld door een huidtest bij een allergoloog, een bloed- of urine test. Zo kan allergie worden vastgesteld. Vreesde men een vergiftiging dan zouden de Electra-acupunctuur van Voll, de Vegatest, de DMPS-test of manuele spiertesten meer zekerheid geven. Aldus dezelfde folder. Ook het bindweefsel moet dan nog ontgift worden en dat kon met homeopathie en/of acupunctuur.

De MELISA-test volgens

Rond de eeuwwisseling telde de NVBT zo’n 125 tandarts-leden en naar schatting was er zeker een even groot aantal dat sympathiseerde zonder lid te zijn, maar die geen zin hadden om de fl. 175,- contributie te betalen. Geleidelijk nam het vertrouwen in bovengenoemde (inderdaad onzinnige) testmethoden af, maar de wil om doktertje te spelen en ook bij problemen buiten de mondholte te kunnen acteren (‘de biologische tandarts neemt een anamnese af’) bestond onverminderd en aldus kwam de MELISA ® test, gepropageerd door de biologische tandartsen, maar zelfs ook door een hoogleraar materiaalkunde aan de ACTA als geroepen.

Deze test (‘Memory Lymphocyte Immunostimulation Assay’) werd in 1994 beschreven door de Tsjechisch-Zweedse immunologe en biologe Vera Stejskal. Ze beweerde dat met deze laboratoriumtest in bloed een allergie voor metaal en daarmee ook voor amalgaambestanddelen kon worden aangetoond. Ze patenteerde de test en richtte de MELISA Medica Foundation op, waarvan zij tot op de dag van vandaag voorzitter en eigenaar is.

Daarnaast is ze althans volgens haar website wetenschappelijk medewerker aan de universiteit van Stockholm, hoewel ze de pensioengerechtigde leeftijd inmiddels wel heeft bereikt en men haar bij de universiteit van Stockholm niet kent. Wie thans die MELISA-website bezoekt komt naast de verheerlijking van Stejskal’s prestaties een pseudowetenschappelijk allegaartje tegen over de gevaren van amalgaam in samenhang met fibromyalgie, depressie, ADHD, autisme, fenylketonurie, MS, ME en Unani geneeskunde, een Grieks-Arabische geneeskunde gebaseerd op de vierhumeurenleer.

Stejskal heeft inmiddels in zeven landen MELISA Laboratoria opgericht en publiceert op haar website de lijst van MELISA medical clinics, waar men voor de bloedafname terecht kan. Voor Nederland is dat de ons niet onbekende Pro Health in Weert.

De voornoemde hoogleraar was Feilzer, verbonden aan de ACTA, en sterk verschillend van zijn voorganger in de materiaalkunde Davidson, die geen waarde hechtte aan de hype over de vermeende gevaren van amalgaam. Feilzer werd een groot propagandist van de test en raakte bevriend met Stejskal.
Kritiek

Van de kritiek op de test in de wetenschappelijke literatuur trok Stejskal noch Feilzer zich iets aan en talrijk waren die dagen de slachtoffers van deze test, die op kosten werden gejaagd (zowel voor de test [40 tot 400 gulden afhankelijk van het aantal metalen waarop getest werd] als voor de erop volgende vervanging van amalgaam door composiet) zonder enig voordeel voor hun gezondheid. Tandartsen zagen aanzienlijk meer patiënten met het verzoek alle amalgaam te verwijderen dan patiënten met een amalgaam-allergie, een kwaal die menig tandarts in zijn hele loopbaan niet tegenkomt.

De Vereniging tegen de Kwakzalverij werd steeds intensiever geconfronteerd met vragen van reguliere tandartsen en ergerde zich aan de penetratie van homeopathie, acupunctuur en pseudodiagnostiek naar non-diseases in de tandheelkunde.

Wij legden contact met Feilzer en wezen hem op de gegevens, die de validiteit van de commerciële test ondermijnden. Onder de kritici van de MELISA-test was ook Cederbrant, nota bene een oud-medewerker van Stejskal. Maar Feilzer liet zich niet op andere gedachten brengen. Daarop besloot VtdK-bestuurslid Koene om een review van de wetenschappelijke literatuur over de MELISA-test te publiceren in het NTvG van september 2005.

De laatste regels van dat artikel luiden: ‘Er zijn geen aanwijzingen dat de MELISA-test betrouwbare informatie geeft over de aanwezigheid van metaalallergie. De beweringen dat metaalallergie een rol zou spelen bij aandoeningen in de mond en bij een groot aantal immuunziekten, stofwisselingsziekten, neurologische en psychische aandoeningen steunen niet op een deugdelijke wetenschappelijke bewijsvoering. Er is daarom geen reden om op geleide van een positieve uitslag van deze test medische behandelingen in te stellen.’

Kackadorisnominatie

De ACTA moest de kapriolen van Feilzer binnen haar muren bekopen met een Meester Kackadorisnominatie 2005 en hij eindigde in de uiteindelijke stemming op de tweede plaats. Enkele plaatsen lager ontmoette de ACTA op die lijst overigens de universiteit van Maastricht, die werd genomineerd omdat men Michael Maes, een crazy professor in de moleculaire psychiatrie, onderdak bood. Deze werd kort daarop onvrijwillig ontslagen, maar ook hij paste de MELISA test toe in zijn (alternatieve) praktijk: ‘bien etonnés de se trouver ensemble!’.

Naar aanleiding van Koene’s artikel en onze berichtgeving stelde het bestuur van ACTA een tweetal commissies in die de wetenschappelijke en ethische aspecten van het gebruik van deze test moesten onderzoeken. Eind 2005 ontving de VtdK de volgende mededeling van de toenmalige decaan van ACTA, prof.dr. W. Beertsen: ‘Op basis van de uitkomsten van een door haar ingestelde commissie heeft het bestuur (van ACTA, red.) besloten de MELISA test niet langer in het kader van de zorgactiviteiten van de sectie materiaalwetenschappen te hanteren. Het bestuur acht onvoldoende bewezen dat de test valide informatie biedt ten behoeve van de diagnostiek op het gebied van metaalallergie. Met dit besluit is halverwege december 2005 een eind gekomen aan het gebruik van de MELISA test in zijn huidige vorm in de klinische praktijk.’

Feilzer liet zich zijn overtuiging niet zo maar afnemen en verklaarde in een interview dat hij een zeer wetenschappelijk onderzoek naar de diagnostiek van metaal-allergie zou beginnen. Hij vond de jonge tandarts Joris Muris (Geleen, 1974) bereid deze klus op zich te nemen. Na wat wel een lijdensweg (van ruim tien jaar) moet zijn geweest heeft dat uiteindelijk dit jaar toch nog geresulteerd in een afgerond proefschrift. Of nu de gevaren van amalgaam vast staan en of de MELISA de test is, die we moeten hebben, dat moest daarin wel te vinden zijn. Hoog waren onze verwachtingen gespannen.
Het proefschrift: ‘Palladium allergy in relations to dentistry’.

Promotors waren Feilzer en prof. Scheper en copromotoren Rustemeyer, Kleverlaan en Von Blomberg-van der Flier. Naar de reden kunnen wij slechts gissen, maar in het gehele proefschrift is geen enkel onderzoek naar de bijwerkingen van amalgaam te vinden! Het onderzoek richtte zich vooral op een verfijning van de huidtest, van oudsher de gouden standaard bij het vaststellen van allergie, naar allergie voor palladium, een edelmetaal dat tegenwoordig vaak in restauratiemateriaal wordt verwerkt.

Hoofdstuk 5 wordt gevormd door een artikel uit 2009 en daarin wordt de MELISA test na stimulatie met verschillende metaalzout-oplossingen bestudeerd: twee soorten palladiumzout en nikkel. Dat rommelige artikel vertoont nogal wat onhelder- en slordigheden. Onvergeeflijk is dat de auteurs de kritiek op hun test van Cederbrant en Koene niet eens bespreken en hem ongewijzigd hanteren.

Diep teleurgesteld waren wij toen wij in de discussie van dit artikel lazen dat de auteurs daar nadrukkelijk (sic!) stelden dat zij niet op zoek waren naar de klinische relevantie van positieve MELISA test uitslagen (regel 4-5 van de Discussie)! In de samenvatting wordt dan weer wel gesteld dat deze MELISA test bruikbare aanvullende gegevens oplevert: onduidelijk blijft waarop Muris dit baseert.

Zwakke plekken

Op ons verzoek keek professor Ineke ten Berge, hoogleraar klinische immunologie AMC, ook naar dit artikel/hoofdstuk 5 en zij ontdekte er zoveel zwakke plekken in dat ze een dergelijk artikel nooit in een wetenschappelijk tijdschrift zou hebben geaccepteerd. Haar kritiek vereist groter kennis van de immunologie dan waarover wij beschikken, maar ik noem voor de insiders toch enkele van haar bezwaren op:

– Op p 117 wordt gemeld dat 2 tot 3 serial (1:2) dilutions van metal salt solutions worden gebruikt (dat is weinig). Resultaten daarvan worden niet getoond. Evenmin wordt genoemd welke concentratie uiteindelijk is gebruikt bij genereren van de data. Wat is de optimale concentratie voor elk van de gebruikte stimulantia?

– Ook is er geen tijd-response curve van de LTT-MELISA voor deze metalen gemaakt; dat hoort wel. (wat is de optimale dag waarop de kweken afgelezen moeten worden?)

– Negatieve controle en positieve controles voor de kweken zijn gebruikt, al is PWM (als B cel mitogeen en niet primair T cel mitogeen) niet de meest aantrekkelijke. Er wordt gewerkt met stimulatie-indexen (SI). De absolute cpm behorend bij negatieve en positieve controles suggereren dat er voldoende proliferatie optreedt en dat daarmee deze SI’s betrouwbaar zijn.

– Table 5.1. laat een scheve verdeling zien van de resultaten (bij SI >3: sd in alle gevallen > het gemiddelde). Daarom zou het beter en meer informatief zijn om mediaan en range te laten zien. De test is gedaan bij 105 patt, maar het aantal samples is hoger: 183 voor de NiCl2; 121 voor PdCl2, en 133 voor Na2PdCl4. Daarover wordt niets gezegd: verwarrend.

– De resultaten van deze in vitro laboratoriumtest worden niet afgezet tegen de uitslagen van huidtesten.

– Er wordt geen informatie gegeven over hoe vaak de test positief is bij mensen zonder klinische verdenking op allergie op Ni en/of Pd en met negatieve huid test.

En er was nog meer, maar hierbij laten wij het voorlopig. Concluderend durf ik wel te speculeren dat de onderzoekslijnen naar kwik-allergie en -intoxicatie kennelijk zijn doodgelopen. Het nut van de MELISA test is niet onderzocht op zijn klinische bruikbaarheid, waarmee de bevindingen van Cederbrant en Koene nog kaarsrecht overeind staan.

Enige steun voor de aloude beweringen dat amalgaam (en zoiets zou ook voor palladium wel moeten gelden) tot symptomen en ziekten buiten de mondholte kan leiden is in dit proefschrift evenmin te vinden.

Ons voornemen om het eventuele ongelijk van de VtdK-beoordeling van destijds ruiterlijk te erkennen als dat ongelijk in dit proefschrift aangetoond zou zijn, dat hoeven wij derhalve niet tot uitvoering te brengen.

Wij blijven Feilzer verantwoordelijk houden voor de onnodige financiële en tandheelkundige schade die bij al die mensen, die zich op basis van deze MELISA-pseudodiagnostiek lieten maltraiteren, is aangericht. Of het moratorium op gebruik van de MELISA-test nog steeds geldt, dat had ik bij de dekaan willen navragen, maar wat bleek? Deze eervolle positie wordt sinds 2009 door Feilzer bekleed en hij werd in 2014 herbenoemd voor nog een periode van 5 jaar.

Literatuur:

J. Muris. ‘Palladium allergy in relations to dentistry’. Academisch proefschrift VUmc, 23 januari 2015.

J. Muris, C.J. Kleverlaan et al. Reactivity to sodium tetrachloropalladate (Na2PdCL4) compared to PdCL2 and NiCL2 in lymphocyte proliferation tests. Allergy 2009: 64; 1152-1156.

Stejskal V, Forsbeck M, Cederbrandt K, Asteman O. Mercury-specific lymphocytes: an indication of mercury allergy in man. J Clin Immunol 1996; 16: 31-40.

R.A.P. Koene ‘Memory lymphocyte immunostimulation assay’ (MELISA): onbruikbaar bij de diagnostiek van metaalallergie’. Ned Tijdschr Geneeskd 2005 17 september;149(38)

Tandarts en promovendus Joris Muris: “Metaalallergie is een vaag probleem” Interview in Synaps, 20 december 2010.

Cederbrant K, Hultman P, Marcusson JA, Tibbling L. In vitro lymphocyte proliferation as compared to patch test using gold, palladium and nickel. Int Arch Allergy Immunol 1997;112:212-7.

Stejskal VDM, Cederbrant K, Lindvall A, Forsbeck M. Melisa: an in vitro tool for the study of metal allergy. Toxicology in Vitro 1994;8: 991-1000.

G. Mulder. Vriendelijke walrus (interview met tandarts Jaap Begemann, volledig gesloopt door een zware kwikbelasting). Dentellect no 22 (2003)

A.H.B. Schuurs. De amalgaamoorlog: im Westen nichts neues. In: Van Maanen (red.) Kwakzalverij. 125 jaar medische folklore. Uitg. Boom, 2005. P. 196-191.

Amalgaam, de feiten. Boek van auteurs A.H.B. Schuurs en C.L. Davidson 1995, uitgeverij STI Nijmegen. ISBN 90-6759-019-3

Gerelateerde artikelen

artikelen - 25 juli 2022

Buitenlandrubriek met o.a.: Penny Mondant, in de race voor het voorzitterschap van de Britse Conservatieven, lobbyde voor homeopathie / Indiërs zijn de grootste gebruikers van homeopathie.

tijdschrift - 13 mei 2020

Inhoud Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij, jaargang 131, 2020, nr. 1: * Van de bestuurstafel, pag. 1* ‘Innovatief’ magneetapparaat Artrose Centrum werkt niet, pag. 2 * Nationale Gezondheidsbeurs 2020, pag. 7 * Ad hominem, pag. 10* Natuurlijke congressen voor tandartsen, pag. 15 * Drie hoogleraren als vlag op een modderschuit: een follow-up, pag. 17 * […]

tijdschrift - 12 april 2020

De NVBT organiseerde een natuurlijk congres voor tandartsen met een open mind.