Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 22 juli 2007

Door gevaarlijke gekken omringd

Rechters achten zich deskundig genoeg om de mening van hoogleraren geneeskunde te negeren. Dat is de zeitgeist waarin zelfs de KNMG reclame maakt voor alternatieve geneeskunde en waarin men de medische consument best knollen voor citroenen kan verkopen als die gelooft dat de knollen kostbare tropische vruchten zijn.

De Biltse huisarts Van der Smagt, toen nog niet actief in de Vereniging tegen de Kwakzalverij, publiceerde in 1988 in Medisch Contact, het ledenblad van de KNMG, een scherpe aanval op het destijds snel toenemend aantal alternatieve artsen en riep de KNMG op hiertegen stelling te nemen. De KNMG deed dat niet, erger nog: op grond van de toenmalige KNMG-gedragsregels voor artsen werd Van der Smagt in 1989 veroordeeld tot een rectificatie in de vorm van een door de Raad van Beroep voorgeschreven tekst.

Naast die rectificatie plaatste hij een brief waarin de volgende passage voorkwam: ‘Blijkbaar is men in de KNMG van oordeel dat niet degene die zijn patiënt knollen voor citroenen verkoopt, maar hij die dit in scherpe bewoordingen veroordeelt, afbreuk doet aan de waardigheid van de medische stand. Alsof die waardigheid meer wordt bepaald door de wijze waarop medici met elkaar omgaan dan door de manier waarop ze inhoud geven aan hun beroepstaak. Dit cynisme past bij de passiviteit van de KNMG, waarmee ze zonder tegenstand te bieden toeziet hoe de Nederlandse gezondheidszorg afglijdt naar een niveau waar mode en commercie de norm bepalen. Kennelijk rekent de KNMG het niet tot haar taak de gebruikers van medische zorg tegen een dergelijke ontwikkeling te helpen beschermen en kennelijk acht ze het niet nodig aankomende en jonge artsen tegen een bedenkelijk afglijden te waarschuwen. In een organisatie die weigert stelling te nemen tegen modieuze verschijnselen die met gezondheidszorg weinig van doen hebben, kan ik me niet langer thuis voelen. Daarom heb ik voor het lidmaatschap bedankt.’

Zoek en vervang in deze tekst ‘KNMG’ door ‘het Gerechtshof Amsterdam’ en u kunt meevoelen met een groot aantal artsen en burgers die zich door deze laatste instantie ernstig in de steek gelaten voelen. Want wat was ook weer het geval? De leden van de Vereniging tegen de Kwakzalverij verkozen ter gelegenheid van de eeuwwisseling in 2000 een aantal personen, die zich in de 20ste eeuw aan kwakzalverij hadden bezondigd en publiceerde een Toptwintig in het boekje Genezen is het woord niet. De twintig meest notoire genezers van de twintigste eeuw (Stichting Skepsis, 2001). De lijst werd aangevoerd door de Vlaardingse kankerdokter Moerman die beweerde kanker met zijn dieet te kunnen voorkomen en genezen.

In de lijst kwam ook mevrouw M. Sickesz voor, een basisarts die een variant van de osteopathie heeft ontwikkeld, door haar ‘orthomanuele geneeskunde’ (OMG) genoemd, en die beweert niet alleen aandoeningen van het bewegingsapparaat te kunnen genezen maar ook vrijwel alle interne ziekten. Zo stelde ze in 1993 in het blad Care: ‘Migraine, maagklachten, cara, de ziekte van Crohn; dat manipuleren wij hier achter elkaar weg. Er zijn heel wat stoornissen die rechtstreeks in verband staan met scheefstanden van de wervelkolom. Op het moment dat we de juiste relatie gevonden hebben is de oplossing meestal eenvoudig een kwestie van manipuleren’.

Ze ging ook artsen opleiden in haar kunst en inmiddels zijn er enkele tientallen orthomanuele artsen in ons land actief, dit ondanks het ontbreken van wetenschappelijk bewijs voor de claims. Deze artsen richtten ook een vereniging op, waarvan Sickesz erelid is. Sinds een jaar of tien gaat Sickesz nog verder en ze claimde ook aandoeningen als depressie, schizofrenie en autisme aan de nekwervels te kunnen diagnosticeren en vervolgens door manipulaties te behandelen.

Hoewel haar oud-leerlingen zich hierover ongelukkig betoonden – men is, volgens woordvoerder Weverink van de NVOMG tegenover het NHD op 11 augustus 2005, juist bezig toenadering te zoeken tot de reguliere geneeskunde – handhaaft men haar nog altijd als erelid. Ook wees Weverink erop dat de therapie inmiddels door ziektekostenverzekeraars wordt vergoed. Het medisch tuchtcollege accepteert intussen de recente claims van Sickesz niet en sprak op 19 maart 2002 tegen een van haar oud-leerlingen, die een depressie bij een man met OMG behandelde, een berisping uit.

Sickesz, inmiddels 84 jaar en nog volop praktiserend, startte desniettemin een rechtszaak tegen onze Vereniging en haar voorzitter en eiste eerherstel. Deze eis werd in eerste aanleg door de Amsterdamse rechtbank afgewezen: men achtte de claims van Sickesz niet bewezen. De Vereniging had onder andere zes verklaringen overgelegd van hoogleraren in de longziekten, interne geneeskunde, neuroradiologie, neurologie, psychiatrie en orthopedie, die stelden dat al Sickesz’ claims op hun respectieve vakgebieden ongefundeerd waren.

Tegen de uitspraak van de rechtbank ging Sickesz in beroep en op 31 mei 2007 vernietigde het Gerechtshof Amsterdam het vonnis en veroordeelde de Vereniging tot rectificaties in De Telegraaf en NRC Handelsblad en het hof verbood de VtdK Sickesz ooit nog op te nemen in een lijst van kwakzalvers of notoire genezers. Deskundigen kwamen er aan het hoger beroep niet te pas en de rechters achtten zich kennelijk deskundig genoeg om bijvoorbeeld de mening van de zes medische hoogleraren te negeren.

Hoe is dat in godsnaam mogelijk? Is er niet door de geneeskunde een sterke en zeer invloedrijke stroming gegaan – de zogenaamde evidence-based medicine – die artsen verplicht zoveel mogelijk te werken met methoden waarvoor wetenschappelijk bewijs bestaat? Hebben niet alle medisch-wetenschappelijke verenigingen met de huisartsen voorop talrijke richtlijnen en standpunten geformuleerd waaraan artsen zich dienen te houden? Heeft de vorige minister van VWS artsen niet opgeroepen tot het invoeren van ‘best practices’ en wordt er bij het samenstellen van het verzekeringspakket niet streng gekeken naar werkzaamheid en doelmatigheid? Hoe kan een gerechtshof zich zo volledig onttrekken aan die dominante praktijk, breed gedragen – zo lijkt het – door overheid en beroepsgroep?

De verklaring is eenvoudiger dan gedacht. Rechters kijken niet alleen naar de wet, die gezien het verschil tussen de uitspraak in eerste aanleg en die van het hoger beroep hier niet eenduidig is, maar ook naar wat er in de samenleving en de beroepsgroep leeft. En helaas is het nog steeds niet moeilijk om argumenten te vinden die rechters de mogelijkheid laten om tegen krachtige publieke veroordeling van onzinnige praktijken op te treden. Zo stelde KNMG-voorzitter Holland in januari 2007 in Medisch Contact dat ‘alleen artsen complementaire geneeswijzen mogen toepassen’.

De KNMG-gedragsregels staan het toepassen van deze geneeswijzen niet in de weg en Holland betwijfelt of deze wel aangepast moeten worden. Het officiële KNMG-ledenorgaan Medisch Contact plaatst ook zonder terughoudendheid advertenties voor cursussen in alternatieve geneeswijzen als Chinese acupunctuur en homeopathie. Ziektekostenverzekeraars vergoeden via hun aanvullingsfondsen vrijwel zonder uitzondering ook alternatieve geneeswijzen, waarbij ze ter verdediging van dit met doelmatigheid en eisen van bewezen werkzaamheid spottende cynisme verwijzen naar de vraag die er bij de burgers naar dit soort aanvullingen bestaat.

En zoiets wordt heel belangrijk gevonden: men verdient eraan en het past naadloos bij de zeitgeist waarin het liberale marktdenken ook in de zorgsector gemeengoed dreigt te worden. Alsof de burger kan beoordelen wat goede en wat minder goede of zelfs waardeloze geneeskunde is: bijna een miljoen burgers bezoekt jaarlijks een alternatieve genezer. Ze mogen hun gang maar dienen wel goed te zijn voorgelicht en het mag natuurlijk niet – zoals nu het geval is – mede op kosten gaan van hen die daaraan geen behoefte hebben. Het arrest noemde de verzekerbaarheid van de OMG expliciet als argument tegen de door ons aangevoerde nutteloosheid! Zelfs Rooijmans en Walvoort, redacteuren van het onverdachte Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde, toonden in 2003 in een beschouwing begrip voor artsen die zich het lot van patiënten aan wie de reguliere geneeskunde niets meer te bieden heeft blijven aantrekken ‘door zich te bekwamen in een alternatieve geneeswijze’. Kritiek bleef hen niet bespaard maar het was gezegd en Sickesz’ raadsman citeerde de uitspraak gretig.

Toen een bekende Nederlandse een gruwelijke dood stierf aan de gevolgen van een uitsluitend alternatief behandelde borstkanker en de Inspectie daar een onthullend en compleet rapport over publiceerde, diende zij tegelijkertijd klachten in bij het tuchtcollege en bij het Openbaar Ministerie. Het tuchtcollege veroordeelde drie artsen, maar het OM besloot tot seponeren van de gedane aangifte. Justitie zal in ons land niet optreden tegen hulpverleners die hun medemens knollen voor citroenen verkopen, zelfs niet als de dood erop volgt. En misschien hebben de rechters van het hof ook wel kennisgenomen van een door ZonMW in 2006 aan alternatieve artsen toegekende subsidie van € 190.000,- waarmee men het wetenschappelijk onderzoek van hun geneeswijzen wil bevorderen. Behandelmethoden als homeopathie (ruim 200 jaar oud) en Chinese acupunctuur (zo’n 2500 jaar oud) moeten kennelijk eens een eerlijke kans krijgen.

De medische faculteit van de VU werkt er graag aan mee. De oppervlakkige toeschouwer trekt al snel de conclusie dat de wetenschappelijke discussie over alternatieve geneeswijzen nog volledig open is. De VU-hoogleraren De Vet en Bouter publiceerden in 2005 een artikel van negen pagina’s in het J Manip. and Phys. Therapeutics (2005; 28, 2:108-116) waarin zij werkwijze van manueel therapeuten, orthomanueel therapeuten en chiropractors met elkaar vergeleken. Als het allemaal flauwekul was, dan deden ze zoiets toch niet? Sickesz bracht het geleerde artikel in als processtuk en het hof was onder de indruk.

Wie al deze feiten op een rij zet, zal het die rechters misschien niet eens kwalijk nemen dat zij de vrijheid voelden om te oordelen zoals zij deden. Ze bevinden zich immers in goed gezelschap. Alternatieve genezers en dito artsen hebben in ons land voorlopig weinig te vrezen. Hun patiënten des te meer, maar het geluid dat de kwetsbare burger waarschuwt tegen nutteloze praktijken en kwakzalverij, dat geluid is door de recente uitspraak van het Hof even aanzienlijk verzwakt. Wat geeft het eigenlijk? ‘Turn diseases into a commodity’, zei reeds Falstaff. Lang leve de vrijheid van de medische marktplaats.nl.

Dat mevrouw mr. T.A.C. van Hartingsveldt, voorzitter van de meervoudige kamer die het vonnis wees, aangesloten is bij de soefi-beweging en in dat mystieke gezelschap de rol van ‘cherag’ (priesteres) vervult, zoals Frits Abrahams in NRC Handelsblad onthulde, kan natuurlijk nog geen verklaring bieden voor het pro-alternatieve arrest. Ten eerste bestond het hof uit drie rechters en tegen de achtergrond van de hierboven geschetste Umwelt van tolerantie en geheime sympathie voor het alternatief medische denken in brede kringen is een verklaring voor het curieuze vonnis vanuit des rechters geloof in etherische krachten of andersoortig obscurantisme echt niet nodig.

Dit artikel is gepubliceerd in het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij, Jaargang 118 (2007) nummer 3, p.19-21.

Het is ook als pdf verkrijgbaar zie rechterbovenhoek.

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

 

 

C.N.M. Renckens

Profiel: (1946) Hij studeerde geneeskunde aan de RUG en behaalde het artsdiploma in 1971. Na werkzaam te zijn geweest als tropenarts in Zambia volgde zijn specialisatie tot vrouwenarts. In die kwaliteit is hij sinds 1980 verbonden aan het Westfries Gasthuis te Hoorn. Sinds 1988 bekleedt hij het voorzitterschap van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Hij is auteur van vele publikaties op het gebied van kwakzalverij en alternatieve geneeswijzen, zowel in de lekenpers als in de professionele pers. Van zijn hand verschenen vier boeken: ‘Hedendaagse kwakzalverij’ (1992), ‘Kwakzalvers op kaliloog’ (2000), ‘Genezen is het woord niet. Biografische schetsen van de twintigste meest notoire genezers van de twintigste eeuw’ (2001) en zijn in handelseditie verschenen dissertatie ’Dwaalwegen in de geneeskunde. Over alternatieve geneeswijzen, modeziekten en kwakzalverij’ (2004). In 2006 werd hij wegens zijn verdiensten voor de kwakzalverijbestrijding benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Gerelateerde artikelen

page - 22 juli 2007

Rechters achten zich deskundig genoeg om de mening van hoogleraren geneeskunde te negeren. Dat is de zeitgeist waarin zelfs de KNMG reclame maakt voor alternatieve geneeskunde en waarin men de medische consument best knollen voor citroenen kan verkopen als die gelooft dat de knollen kostbare tropische vruchten zijn.