The never ending story Houtsmuller

Voor wie een en ander niet gevolgd heeft hier een ‘korte samenvatting van het voorafgaande’: In maart 1999 vond het jubileumcongres van de 50 jaar bestaande Nederlandse Kankerbestrijding/Koningin Wilhelmina Fonds (NKB/KWF) plaats, voor patiënten, hun naasten, artsen en andere hulpverleners. Tot verontwaardiging van de VtdK stonden op de sprekerslijst diverse alternatieve kankertherapeuten van de Artsenvereniging voor Niet-Toxische Tumortherapie (ANTTT), waaronder de internist Houtsmuller, auteur van een boekje met een door hem zelf ontworpen dieet waarmee kanker te behandelen zou zijn. In strijd met de waarheid beweerde Houtsmuller dat hij zichzelf met dit dieet van uitgezaaide kanker had genezen.

De VtdK benaderde de NKB/KWF met het advies deze kwakzalvers te schrappen om kankerpatiënten niet bloot te stellen aan valse voorlichting en om de goede naam van de NKB/KWF niet te grabbel te gooien. Er ontstond een discussie die ook de aandacht van de pers trok en in diverse kranten verschenen artikelen en intervieuws waarin Houtsmuller door journalisten en bestuursleden van de VtdK werd uitgemaakt voor kwakzalver en leugenaar. Houtsmuller spande een kort geding aan tegen de VtdK waarin hij rectificatie eiste van deze termen in vier landelijke dagbladen en een dwangsom van fl. 100.000.-, op te leggen bij herhaling van deze ‘beledigingen’.

In mei deed de rechtbankpresident mr. R. Orobio de Castro uitspraak waarbij alle eisen van Houtsmuller werden afgewezen. De termen kwakzalver en leugenaar zijn niet onrechtmatig omdat ze inderdaad op Houtsmuller van toepassing zijn. In diezelfde maand werd de voorzitter van de VtdK, C.N.M. Renckens, verhoord op last van de Officier van Justitie, omdat Houtsmuller ook nog aangifte had gedaan van ‘smaad en laster’; op 30 december liet het O.M. weten geen vervolging te zullen instellen. Houtsmuller is meteen in hoger beroep gegaan tegen de uitspraak in het kort geding.

Onder druk van de VtdK heeft de uitgever van Houtsmullers boekje (pas ná de uitspraak in kort geding), voor de nieuwe exemplaren een inlegvel laten drukken met een correctie op de ‘leugen’ van de auteur. Later moest dit inlegvel nog eens worden aangepast om de lezers te waarschuwen voor een zeer gevaarlijke, kankerverwekkende stof die Houtsmuller nota bene noemt als ‘kankergeneesmiddel’. In mei 2000 werd deze laatste aanpassing nog niet in nieuwe exemplaren van Houtsmullers meesterwerk aangetroffen.

Op 22 september, ter zitting van het hoger beroep, schilderde Houtsmullers advocaat zijn cliënt als een heilige die uitsluitend het belang van de lijdende mensheid voor ogen heeft, zijn patiënten zo goed als gratis behandelt, zelf niets verdient aan de peperdure medicijnen en zelfs de opbrengst van zijn boekjes aan een ander doet toekomen. Dat het zo lang moest duren voor het ‘misverstand’ over zijn ziektegeschiedenis in de boekjes werd opgehelderd en dat het verhaal nog in diverse interviews verscheen, lang nadat Houtsmuller zelf wist dat het onwaar was, was allemaal de schuld van de uitgever en de diverse mediaredacties. Eigenlijk had hij dus niet gejokt en een kwakzalver was hij ook al niet want in recente medische literatuur werd wel degelijk de mogelijkheid overwogen dat voeding niet alleen een rol in de preventie van kanker zou spelen, maar ook in de therapie. Dat naar het effect van zijn dieet nooit onderzoek was gedaan kon Houtsmuller ook niet helpen. Hij had het wel gewild, maar het was er niet van gekomen door tegenwerking van anderen. Bovendien schreef hij zijn dieet en al die pillen uitsluitend als ondersteunende therapie voor, naast de reguliere. Hij suggereerde ook niet dat kanker met dieet genezen kan worden; weliswaar had hij lange tijd beweerd dat hij zichzelf van een van de ernstigste vormen van kanker had genezen, nadat hij door de reguliere medici was opgegeven, maar hij wist nu eenmaal niet beter of dit was inderdaad het geval.

Mr. Th. Douma pleitte voor de VtdK. Hij betoogde dat het hier niet gaat om de algemene vraag of voeding een rol kan spelen bij de behandeling van kanker (hij toonde overigens aan dat dit ook niet uit de genoemde literatuur is op te maken), maar om het (ontbreken van) bewijs voor de therapie van Houtsmuller. Hiervoor is zelfs nog niet een begin van bewijs geleverd en de schamele pogingen om een onderzoek te starten zijn volstrekt onvoldoende geweest. Douma ontleedde de definitie van kwakzalverij in een aantal elementen, waarvan de belangrijkste zijn: beroepsmatig handelen dat niet is gebaseerd op toetsbare hypothesen en theorieën, actieve verspreiding onder het publiek, geen toetsing op effectiviteit en veiligheid en vrijwel steeds solistisch bedreven, zonder overleg met andere behandelaars (desgevraagd legde Houtsmuller ter zitting uit dat hij wel ‘overlegde’ met medebehandelaars, want hij stuurde zijn recepten altijd naar de huisarts om voor accoord te laten tekenen).

Douma’s conclusie luidde dat Houtsmuller wel degelijk voldoet aan de criteria voor kwakzalverij. Dat hij onwaarheid heeft gesproken staat ook als een paal boven water. Hij heeft bewust de publiciteit gezocht met een omstreden therapie waarvoor de eigen ziektegeschiedenis als bewijs moest dienen. Toen deze ziektegeschiedenis anders bleek te zijn dan hij eerst heeft gedacht, heeft hij veel te weinig gedaan om hieraan algemene bekendheid te geven. Bovendien blijft steeds vaag wat er nu precies wel en niet waar is.

Al in juli 1999 heeft Houtsmuller toegezegd om zijn medisch dossier (dat nog altijd bewaard wordt) door onafhankelijke deskundigen te laten beoordelen om aan alle onzekerheid een einde te maken. Sindsdien is hierover niets meer vernomen. Hij blijft naast zijn ‘nieuwe ziektegeschiedenis’ steeds ook de ‘oude’ vertellen, aldus kankerpatiënten toch valse hoop gevend. Ook al deelt hij formeel mee dat zijn therapie als ‘aanvulling’ moet worden beschouwd, toch bestaat het risico dat kankerpatiënten door de suggestie dat het om meer dan aanvulling gaat, reguliere therapie mislopen. Mr. Douma concludeerde dat van onrechtmatig handelen van Renckens en de VtdK geen sprake was en dat het vonnis van de president moest worden bekrachtigd.

Tot ieders verbijstering echter, oordeelde het gerechtshof op 19-10-2000 anders:
In de gegeven omstandigheden is het onrechtmatig geweest om Houtsmuller een kwakzalver en een leugenaar te noemen. Het vonnis van de president is vernietigd en het is voortaan verboden Houtsmuller in openbare uitlatingen aan te duiden als ‘kwakzalver’ of ‘leugenaar’, op straffe van verbeurte van een dwangsom van ƒ 10.000.- voor elke overtreding.

(Voor de tekst van het vonnis zelf, zie bijgevoegde link – webredactie.)

Het hof motiveerde zijn vonnis aldus: Er staan twee hoogwaardige belangen tegenover elkaar. Het belang dat Houtsmuller niet lichtvaardig wordt blootgesteld aan publicaties die zijn eer, goede naam en persoonlijke integriteit aantasten en het belang van de VtdK, dat misstanden die de samenleving raken niet, door gebrek aan bekendheid bij het grote publiek, kunnen blijven voortbestaan. Bij de afweging van deze belangen heeft het hof overwogen dat Houtsmuller in zijn boeken niet beweert dat zijn therapie kanker geneest, maar slechts een bijdrage levert aan het genezingsproces. Ook uit het voorwoord van prof. Kromhout blijkt dat er niets bewezen is en dat de rol van de voeding bij de behandeling van kanker onduidelijk is. Weliswaar gaat van Houtsmullers ziektegeschiedenis de suggestie uit dat kanker wel door speciale voeding is te genezen, maar volgens het hof moet het publiek bij enig nadenken de betekenis van de ziektegeschiedenis voldoende kunnen relativeren en kunnen begrijpen dat deze als een, in zoverre bepaald minder gelukkige, ‘blikvanger’ fungeert. Niet is gebleken dat Houtsmuller welbewust onwaarheid heeft gesproken over zijn ziektegeschiedenis. Evenmin is er reden om aan te nemen dat het Houtsmullerdieet schadelijk is en uit het feit dat tardolyt (bevat het uiterst giftige aristolochiazuur) in Houtsmullers boekje als kankertherapeuticum wordt genoemd kan niet worden afgeleid dat het ook door Houtsmuller wordt gepropageerd.

Verder heeft het hof overwogen dat de term kwakzalver door het publiek niet slechts wordt opgevat in de betekenis van een persoon die een geneeswijze toepast die niet wetenschappelijk bewezen is. De term heeft een veel negatievere lading en houdt mede een vorm van oplichting en opzettelijke misleiding in en duidt op iemand die onbevoegd de geneeskunst uitoefent. Hiervan is in dit geval niet gebleken en daarom had de aanduiding kwakzalver in de gegeven omstandigheden niet gebruikt mogen worden. Voor het gebruik van de term leugenaar volgt het hof ongeveer dezelfde redenering. Met leugenaar wordt iemand aangeduid die welbewust onwaarheid spreekt. Houtsmuller is leugenaar genoemd in verband met zijn eigen ziektegeschiedenis. Het is niet voldoende aannemelijk gemaakt dat het hier welbewust onwaarheid spreken betrof. De term is dus te lichtvaardig geuit. Aldus het gerechtshof te Amsterdam.

In diverse media is met verbazing gereageerd op deze uitspraak. Bij verschillende overwegingen kunnen vraagtekens worden geplaatst. Houtsmuller heeft twee boeken het licht doen zien waarvan door het voorwoord en de kafttekst de suggestie uitgaat dat met de Houtsmullertherapie kanker te genezen is. Dit wordt in het voorwoord van prof. Kromhout bij ‘Niet-toxische tumortherapie’ wel enigszins gerelativeerd, maar dit voorwoord ontbreekt in het meer populaire boekje ‘Het dr Houtsmuller-dieet’ dat speciaal voor kankeraptiënten is bedoeld. Dat iemand claimt slechts een bijdrage aan de genezing te kunnen leveren betekent niet dat er niets bewezen hoeft te worden. Ook van aanvullende therapieën dient de waarde te worden aangetoond voordat men ze op grote schaal gaat propageren.

In 1999 toonde F. van Dam in het Ned. Tijdschrift v. Geneeskunde aan dat 25% van de gebruikers van het Houtsmullerdieet denkt dat het genezend is. Dat het publiek de suggestieve mededelingen op de kaft van het boek zou kunnen relativeren is dus onzin. Dit soort mededelingen is ook niet bedoeld om ‘gerelativeerd’ te worden, maar om de essentie van de inhoud van het boek weer te geven. Volgens het hof is niet aangetoond dat Houtsmuller te kwader trouw heeft gehandeld toen hij zijn ziektegeschiedenis verkeerd heeft weergegeven, maar op verzoeken van de VtdK om zijn status door onafhankelijken te laten beoordelen is hij nooit ingegaan.

Merkwaardig is het argument van het hof dat Houtsmuller wel ‘bevoegd’ is – terwijl de term kwakzalver ‘onbevoegdheid’ zou impliceren – nu er volgens de Wet BIG geen onbevoegden meer bestaan (het is aan iedereen toegestaan om beroepshalve de geneeskunst te beoefenen, ongeacht opleiding of bekwaamheid). Alleen aan beoefenaren van beroepen die bij de wet geregeld zijn, zoals artsen e.d. wordt de bijzondere eis van ‘bekwaamheid’ gesteld. Aan deze eis voldoet Houtsmuller niet, want hij is niet opgeleid tot oncoloog (kankerspecialist).

De fraaiste reactie op het vonnis is tot nu toe afkomstig van prof R. Plasterk in de Volkskrant van 27 oktober. Onder de kop “Kwakjuristen” verbaast Plasterk zich over de eis van het hof om kwade trouw eerst aan te tonen alvorens iemand een kwakzalver te noemen, omdat dit vrijwel nooit te bewijzen is: “Er is een groot grijs gebied tussen moedwillige misleiding en oprechte onbenulligheid; in die schemerzone van zelfsuggestie, goedgelovigheid en zelfoverschatting speelt zich het grootste deel van de alternatieve geneeskunde af. Maar weinig alternatieve genezers zijn pure bedriegers, en het is niet redelijk van het hof om te eisen dat men zoiets bewijst.” Bovendien, vervolgt Plasterk, weet Houtsmuller als internist drommels goed wat hij had moeten doen voordat hij zijn therapie aan het publiek had mogen presenteren. “Hij heeft dat nagelaten, maar wel het volledige gewicht van zijn gezag als arts en internist in de strijd gegooid om argeloze en doodzieke mensen zijn onzintherapie te verkopen.”

Plasterk snapt ook niet dat je een internist die een individuele ‘genezing’ hanteert als argument voor een therapie en dan na de twintigste druk van zijn boek zegt: “sorry het was geen kanker” geen leugenaar mag noemen. Ook de Wageningse hoogleraar in de voedingsleer, Kromhout, krijgt een veeg uit de pan voor zijn voorwoord, waarin wel wordt toegegeven dat de werkzaamheid van de therapie niet vaststaat, maar waarin het boek niettemin zeer geprezen wordt. Het stukje besluit aldus: “Als ik vanavond in bed de dekens over mijn hoofd heb getrokken, en niemand hoort me, misschien dat ik het dan toch heel zachtjes even zeg: kwakzalver, leugenaar. En ook: Kromhout, flapdrol.”

Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij

Schrijf je in en ontvang het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij (NTtdK).

Word lid east
Kwakzalverij