Encyclopedie: Ozontherapie

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Vorm van *alternatieve geneeskunde waarbij het bloed intensief in contact wordt gebracht met een ozon-zuurstofmengsel.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Ozon is een vorm van zuurstof waarbij elk molecuul drie zuurstofatomen bevat, in plaats van de gebruikelijke twee. Het is giftig en oxideert veel krachtiger dan gewone zuurstof. Het kan dan ook gebruikt worden als ontsmettingsmiddel in plaats van chloor.

Dat is ook waar het in de geneeskunde voor de Tweede Wereldoorlog voor werd gebruikt. De Duitse internist H.H. Wolff stichtte in 1972 een vereniging voor ozontherapie en publiceerde zijn ideeën in 1979 in een dik boek, Das medizinische Ozon. Hij paste ozon op allerlei manieren toe – door injectie (onderhuids, in spieren, in aderen en slagaderen en in de buikholte); hij blies het in zowat alle lichaamsopeningen; hij nam bloed af dat met 'ozon' werd vermengd of geschud en dan weer werd teruggespoten, de zogeheten eigenbloedbehandeling. Bij al deze toepassingen moet men bij 'ozon' denken aan zuivere zuurstof met maximaal zo'n drie volumeprocent ozon. Dit zou helpen tegen alles, waarbij inbegrepen aambeien, acne, artritis, astma, blaasontsteking, bloedarmoede, ziekte van Crohn, complicaties van diabetes, doorliggen, gangreen, gynaecologische infecties, hepatitis, herpes (alle soorten), kanker, levercirrose, loopneus, maagzweer, te weinig melk, menopauze, pijnlijke menstruatie, nierklachten, open been, ouderdom, ziekte van Parkinson, ziekte van Pfeiffer, psoriasis, pijn, spataderen, steenpuisten, verstopping, en diverse hart- en vaatziekten. Volgens de voorstanders geeft de methode zeer goede resultaten en is ze vrijwel gevaarloos.

Het is niet goed te begrijpen hoe kortstondig contact van het bloed met een hoeveelheid van ongeveer 1 milligram ozon (dat is een stuk minder dan wat het lichaam in één seconde aan zuurstof gebruikt) enig effect kan hebben. Men zou toch zeggen dat die ozon zich snel met oxideerbare stoffen in het bloed (suiker, eiwitten, vetten) verbindt tot stoffen die helemaal niet in het lichaam thuishoren. Met water verbindt ozon zich tot waterstofperoxide.

Inspuiten van gas blokkeert plaatselijk de doorstroming (een plaatselijke gasembolie dus), waardoor de bloedvaten zich wat verwijden – als de patiënt gezond is. De beschreven effecten van ozontherapie lijken dan ook sprekend op die van de allang in onbruik geraakte zuurstofinspuitingen. Inspuiting van gas in de aderen heeft nog een ander gevaar. De gasbelletjes gaan normaal via de rechterkant van het hart naar de longen, waar ze in de haarvaten vastlopen. Met andere woorden: ze veroorzaken een gasembolie in de longen. Voorbijgaande klachten zoals druk op de borst, hoesten en misselijkheid kunnen het gevolg zijn. Maar bij ongeveer een kwart van de mensen zijn er kleine openingen tussen de beide helften van het hart (overblijfsels van een opening die daar zit in het foetale stadium), waar ze normaal weinig last van hebben voor ze echt oud worden. Luchtbelletjes kunnen via die gaatjes direct in de lichaamsslagader komen en vervolgens in de hersenen. Dit kan tot blindheid, verlammingen en de dood leiden. Andere bijwerkingen zijn hoofdpijn, duizeligheid, darmkramp, hartritmestoringen, eczeemachtige huidreacties, anafylactische shock en bewusteloosheid. Het is niet goed na te gaan hoe vaak deze bijwerkingen zich echt hebben voorgedaan. Bij een enquête onder enige duizenden ozontherapeuten gaf bijna 80% geen sjoege. Overigens kunnen ook gasinjecties in de beenslagaders schadelijk zijn: de gasbelletjes kunnen opstijgen en dan in de ruggengraat terechtkomen en een dwarslaesie veroorzaken. In Duitsland, waar *heilpraktiker deze behandeling op grote schaal toepassen, zijn aantoonbaar ernstige ongelukken gebeurd. Deze vorm van ozontherapie is dan ook in onbruik geraakt.

Een ander risico is uiteraard dat er niet hygiënisch genoeg gewerkt wordt en dat men hepatitis of aids krijgt. Dit is niet denkbeeldig. Tussen 1985 en 1990 kwamen in Duitsland enkele tientallen gevallen van besmetting met hepatitis-C aan het licht. Dit is een ziekte die met onduidelijke symptomen (moeheid, gebrek aan eetlust en buikklachten) begint, maar vaak na een jaar of tien levercirrose tot gevolg heeft met een behoorlijke kans op leverkanker. Als je er vroeg bij bent, helpt een behandeling met alfa-interferon nog wel eens. Helaas duurt het vaak een jaar voordat de diagnose gesteld wordt, en het is goed denkbaar dat patiënten met dergelijke klachten zich tot alternatieve genezers wenden en dat hun infectie via de naalden van de Heilpraktikers wordt verspreid. Of in geval van besmetting het verband met ozontherapie gelegd wordt, hangt grotendeels af van de opmerkzaamheid van de patiënten zelf. Gevreesd moet worden dat veel Duitse gevallen onontdekt zijn gebleven.

Uiteraard zeggen de voorstanders dat ze steriel werken en dat er geen risico voor besmetting is. Besmetting voorkomen is een kwestie van grondige kennis en goede organisatie, maar als een Vlaamse patiëntenbrochure, uitgereikt door een Utrechtse homeopaat (*homeopathie), dan uitgerekend bij de bespreking van dit onderwerp beweert dat 'het bloed van de patiënt vermengt' (sic) wordt met ozon, ga je wel twijfelen.

Tegenover deze risico's staat geen enkel deugdelijk bewijs dat de ozontherapie ergens goed voor is. Er zijn wel proeven mee gedaan, maar die hebben niets opgeleverd. De enige bewijzen zijn tamelijk fantastische biochemische verhalen plus de redenering dat wat goed voor zwembaden is, ook wel zal deugen voor het menselijk lichaam.

Rokersbenen (ook wel eufemistisch 'etalagebenen' geheten en officieel 'claudicatio intermittens') is een ziekte waarbij de spieren van de benen te weinig zuurstof krijgen wegens verstopping van de slagaders, waardoor men telkens maar een klein stukje kan lopen. Wanneer men bijvoorbeeld hoort dat deze klacht zo goed verholpen is met ozontherapie, wordt er niet bij verteld dat de patiënt ook moest ophouden met roken, oefeningen moest doen en gewone medicijnen moest innemen. Bovendien kan de klacht 'rokersbenen' ook zonder aanwijsbare oorzaken enorm op en neer gaan. Tijdens onderzoeken van geneeswijzen voor rokersbenen blijkt de toestand van vaak aanzienlijke aantallen patiënten ook zonder specifieke behandeling te verbeteren (zie ook *chelatietherapie).

Literatuur

Eisenmenger, W., 'Zur Ozontherapie'. In: Oepen, I., en O. Prokop (red.), Aussenseitermethoden in der Medizin. Darmstadt, 1986. p. 195-220.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

Naschrift februari 2010

Een van de voorgestelde werkingsmechanismen is dat de ozon met water reageert tot waterstofperoxide, en de waterstofperoxide zou vaatverwijdend werken. Maar er wordt slechts een minieme hoeveelheden ozon bij de eigenbloedbehandeling ingebracht. Wegens de grote reactiviteit van waterstofperoxide zal deze stof bovendien maar kort in de bloedbaan aanwezig blijven. Het is dus op voorhand niet duidelijk of een dergelijk effect, zo het al bestaat, langer aanhoudt dan de tijd die nodig is om het bloed met een infuus toe te dienen, en of het dat effect ook heeft op vaatwanden die met een laagje cholesterol bedekt zijn.

Op internet worden ook 'ozonbehandelingen' aangeboden die erin bestaan dat een groot gedeelte van de huid aan dit giftige prikkelende gas wordt blootgesteld, als een soort schoonheidskuur. Hierdoor loopt men natuurlijk geen hepatitis of gasembolie op, maar of het helpt is maar de vraag.

Aanvullende informatie over de slachtoffers die door ozontherapie zijn gevallen vindt men op de interessante website What's the harm?
Deze site verwijst voor een kritische bespreking naar Oxygenation Therapy: Unproven Treatments for Cancer and AIDS, door Saul Green op de Quackwatch site.

 

 

 

 

 

 

Lees ook