Encyclopedie: Hysterie

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Een vooral in de 19de eeuw (en vooral bij vrouwen) populaire psychische stoornis.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 15 feb 2016

Daarbij zou sprake zijn van een complex van symptomen, variërend van schreeuwen, huilen en wild om zich heen slaan tot zaken als krampen, spasmen, catalepsie (verstarring van bepaalde spieren) en verder waandenkbeelden, hallucinaties et cetera.

Voor de opkomst der moderne geneeskunde werden deze symptomen eigenlijk alleen maar bij vrouwen gesignaleerd en toegeschreven aan een op drift geraakte baarmoeder (en ook wel aan de eierstokken). Beroemde artsen zoals Galenus (*humorenleer) en William Harvey (1578-1657, de ontdekker van de bloedsomloop) vreesden vooral haar neiging om door het lichaam te gaan zwerven, maar de baarmoeder kon ook giftige dampen (*vapeurs) uitscheiden.

Ook in de 19de eeuw gold de baarmoeder als een bron van psychische klachten bij vrouwen. In de tweede helft van de 19de eeuw werd er door chirurgen als Robert *Battey driftig, en om de meest uiteenlopende redenen, in dit orgaan gesneden. (Tegen het eind van de vorige eeuw was er in Duitsland zelfs een complete school oogheelkundigen die allerlei visuele problemen toeschreven aan een niet goed functionerende baarmoeder.)

De eerste 'wetenschappelijke' verklaringen voor hysterie dateren van halverwege de 19de eeuw en waren gebaseerd op de *reflextheorie. Ook hierbij speelde de baarmoeder nog steeds een belangrijke rol. Hysterie zou veroorzaakt worden door ontstoken inwendige organen, die in verbinding stonden met het brein – en de baarmoeder was volgens veel artsen eigenlijk permanent ontstoken. Een heel andere visie was afkomstig van de beroemde neuroanatoom Jean-Martin *Charcot, die de oorzaak zocht in gedachten die zich, als gevolg van traumatische ervaringen, in het brein genesteld hadden en zich zo nu en dan lieten gelden.

Deze theorie heeft diepgaande invloed uitgeoefend op Sigmund *Freud. Charcot gaf beroemde demonstraties waarbij hysterici uit zijn ziekenhuis de door hem 'ontdekte' hysterische stadia lieten zien. Na zijn dood was het echter met deze voorstellingen – en met de door hem beschreven vorm van hysterie, spoedig gedaan.

Rond 1900 legden onderzoekers als Emil *Kraepelin, Théodore *Flournoy en Eugen *Bleuler de basis voor de moderne psychiatrie. Toen werd duidelijk dat de oude term hysterie een scala aan psychische klachten omvatte, en dat er in de meeste gevallen, zoals de toentertijd beroemde psychiater Paul Julius Möbius (1853-1907) opmerkte, sprake was van 'een ziekte van de verbeelding'. Het was Möbius die iedere fysiologische verandering veroorzaakt door de geest aanduidde als 'hysterisch'. Beroemd is ook zijn constatering: 'Eigenlijk zijn we allemaal een beetje hysterisch.' (Möbius was een fervent vrouwenhater en hij is tegenwoordig dan ook berucht vanwege zijn boek Über den physiologischen Schwachsinn des Weibes uit 1900; de titel was een verkooptruc, zei hij later.)

Omstreeks de jaren '30 was de diagnose hysterie praktisch uitgestorven. De diagnose '(hysterische) conversie' wordt ook thans nog wel gesteld. Daar worden onder meer blindheid en verlammingsverschijnselen onder verstaan, waarvoor geen organische oorzaak (zoals multiple sclerose of een hersenaandoening) gevonden kan worden. Deze diagnose is echter alleen onder bepaalde omstandigheden gerechtvaardigd, namelijk als er kenmerkende karakterstructuren aanwezig zijn, met name een onecht gevoelsleven, sterke neigingen tot het theatrale, egocentrische en infantiele, het gretig aanvaarden van een slachtofferrol en ook suggestibiliteit. Conversiegevallen kunnen natuurlijk aanleiding geven tot wondergenezingen ('ik was al opgegeven door de dokters maar door toedoen van genezer X of heilige Y kon ik opeens weer zien/lopen').

Literatuur
Shorter, E., From paralysis to fatigue. New York, 1992. 

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

 

Lees ook