Encyclopedie: Elektrostress

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Vermeende kwaal, gekenmerkt door hoofdpijn, zweten, concentratiestoornissen en mogelijk zelfs kanker en aids, naar verluidt veroorzaakt door elektromagnetische straling, geproduceerd door huishoudelijke apparaten, radiozenders en hoogspanningsleidingen.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Deze 'straling' wordt ook wel elektrosmog genoemd.

Bezorgdheid over de gezondheidseffecten van elektromagnetische straling is betrekkelijk nieuw. Een van de belangrijkste verkondigers van dit gevaar is de publicist Louis Slesin, redacteur van het tweemaandelijkse tijdschrift Microwave news. Slesin heeft een uitgebreide collectie aangelegd van informatie over onheilspellende incidenten, variërend van verdachte brandjes in de buurt van elektriciteitscentrales tot gevallen van leukemie bij mensen die in de buurt van een hoogspanningsmast wonen. Slesin is ervan overtuigd dat de Amerikaanse overheid de vreselijke waarheid in de doofpot stopt om paniek te voorkomen.

Op basis van Slesins materiaal en zijn verdachtmakingen schreef Paul Brodeur, journalist voor het tijdschrift The New Yorker, in 1990 het boek Currents of death, dat als ondertitel meekreeg: Power lines, computer terminals and the attempt to cover up their threat to your health. In diezelfde tijd verscheen ook Cross currents van de Amerikaanse fysicus Robert Becker, met dezelfde alarmistische toon, en vele 'wetenswaardigheden' over *acupunctuur en *paranormale geneeswijzen. Volgens Becker heeft elektromagnetische straling zo'n beetje alles op haar geweten. Aids zou bijvoorbeeld wel eens het gevolg kunnen zijn van een mutatie in een van oorsprong onschuldig virus, veroorzaakt door elektromagnetische straling. Of nee, beter nog: een betrekkelijk onschuldig virus krijgt in deze tijd zijn dodelijke kans omdat ons immuunsysteem sterk verzwakt is door de permanente blootstelling aan elektromagnetische straling.

Zelfs de woordkeus is al alarmistisch, want 'straling' suggereert iets engs en doordringends. Natuurkundig is er sprake van zeer langzaam veranderende (50 trillingen per seconde, dus een golflengte van 6000 km) elektrische en magnetische velden. De elektrische velden worden meestal door de huid of de muren van huizen afgeschermd, en de effecten van de veranderlijke magneetvelden in kwestie zijn vergelijkbaar met die van zich bukken in het aardmagnetisch veld.

De inmiddels zeer uitgebreide literatuur over de invloed van deze velden op proefdieren of op weefselkweken – in de reageerbuis – laat op z'n best dubbelzinnige resultaten zien. Voor het gros van de onderzoekers zijn de resultaten zo mager en zo moeilijk te interpreteren dat we met een gerust hart op kunnen houden met dit soort onderzoek. Anderen, overtuigd van het bestaan van zeer specifieke gevaarlijke frequenties of veldsterkten, vinden de schaarse positieve effecten juist zeer suggestief.

Onderzoeken aan proefpersonen die zijn blootgesteld aan elektromagnetische velden wijzen erop dat de mens, na een korte aanpassingsperiode, zelfs extreem sterke velden goed kan verdragen. Wat betreft effecten op de lange termijn zijn de onderzoeksresultaten zeer verwarrend. In 1979 verscheen een studie, uitgevoerd door Nancy Wertheimer en Ed Leeper, waarin de leefomstandigheden van 344 kinderen die tussen 1950 en 1973 aan kanker overleden waren, werden vergeleken met die van een ongeveer even grote groep kinderen met ruwweg dezelfde geboortedata. Zij vonden een twee tot drie keer hogere kans op kanker voor kinderen in high exposure homes waarbij vooral leukemie er bovenuit zou steken.

De gekozen term suggereert dat het om woningen gaat die pal onder hoogspanningsleidingen stonden. Het ging echter om gewone distributieleidingen voor afzonderlijke woningen, die in de VS vaak bovengronds zijn, zeker in gebieden met een rotsachtige bodem. Wertheimer en Leeper hadden dan ook niet het reële veld in huizen gemeten – omdat ze de apparatuur niet konden betalen – maar in plaats daarvan gebruikgemaakt van een getal, de wire code, gebaseerd op de geschatte gemiddelde stroomsterkte in die distributieleidingen (veel dicht bij de transformator, weinig aan het eind van de straat). Zo kwam het dat ruwweg een derde van de onderzochte huizen in een high current configuration lag. Hun methode gaf maar een ruwe indicatie van het reële veld. Daarbij kwam nog dat hun code niet blind berekend was. Wertheimer en Leeper wisten van tevoren of in het betreffende huis een leukemiepatiënt of een lid van de controlegroep woonde – een onaanvaardbare aanpak omdat deze onbewust tot vertekeningen kan leiden. Wertheimer was op het idee van haar onderzoek gekomen omdat ze bij toeval een verband tussen leukemie en stroomleidingen had opgemerkt. Ze sloot de groep patiëntjes die haar op het idee gebracht had echter niet uit. Dit is ook een methodologische fout.

Ook is niet meer na te gaan of 'meer stroom' misschien samenhangt met 'meer autoverkeer' (in de jaren '50 waren uitlaatgassen niet bepaald schoon). Een vervolgstudie uit 1988 van Savitz en anderen kon het eerdere werk van Wertheimer en Leeper enigszins dupliceren, maar in hun studie bleek het effect van verkeer duidelijker te zijn dan dat van de wire code. Dat voorbijrijdende auto's kanker veroorzaken leek zo ongeloofwaardig dat dit verder geen aandacht trok.

Het onderzoek leidde tot uitgebreide discussies in de media en een oproep tot verscherping van de normen op dit gebied. In 1990 kwam de Amerikaanse discussie – Europese instanties keken vooral belangstellend toe – echter knarsend tot stilstand dankzij een studie van John Peters, epidemioloog aan de University of Southern California. Peters verdiepte zich uitputtend in het leven en de woonomstandigheden van 232 jonge leukemiepatiënten, en stelde een even grote, nagenoeg identieke controlegroep samen. Bij elk van beide groepen bepaalde hij het elektromagnetische 'gevaar' op drie manieren: door middel van metingen binnens- en buitenshuis op specifieke tijdstippen, door metingen gedurende 24 tot 72 uur in de slaapkamer en door middel van de wire code, de methode van Wertheimer en Leeper. Peters vond geen verband tussen de velden berekend uit de wire code en de échte metingen.

Dat huishoudelijke elektromagnetische velden een meetbaar gevaar voor de volksgezondheid opleveren, is op zichzelf onaannemelijk als men bedenkt dat het verbruik van elektriciteit tegenwoordig wel tien- of twintigmaal zo hoog is als 50 jaar geleden, en dat bijvoorbeeld leukemie nu niet vaker voorkomt dan vroeger.

Statistische problemen waren er ook met Zweedse onderzoeken die in november 1992 bekendgemaakt werden. De resultaten zagen er onheilspellend uit. Uit een zeer grondige studie – waarbij ook het gebruik van hoogspanningslijnen door de jaren heen meegenomen was – kwam een zwakke correlatie naar voren tussen het wonen in de buurt van een hoogspanningslijn en de leukemie-incidentie bij kinderen. Er leek zelfs sprake te zijn van een dosis-responsrelatie. Wie het rapport inziet, vindt echter dat de onderzoekers hun groep van 556 leukemie- en hersentumorpatiënten op zoveel manieren hadden onderverdeeld, dat het resultaat (zeven leukemiepatiëntjes waar er twee verwacht werden bij 'hoge' veldsterkten) niet zo indrukwekkend lijkt. Er waren óók enige tientallen kankergevallen bij volwassenen bij wie thuis de veldsterkte was opgemeten. Dit was opvallend veel hoger dan verwacht. Zou het meten van de veldsterkte met terugwerkende kracht kanker veroorzaken?

De tegenstrijdige resultaten hebben ertoe geleid dat de verantwoordelijke overheidsinstanties altijd hebben afgezien van ingrijpende maatregelen (al werd het Environmental Protection Agency uiteraard verweten te zeer op industriële en financiële belangen te letten). Men beperkte zich veelal tot het hanteren van de richtlijnen van het International Non-ionizing Radiation Committee, dat stelt dat de continue belasting van de bevolking in het algemeen niet uit mag komen boven de 10 kV/m – voor het elektrisch veld – en/of een magnetisch veld van 1 Gauss (het aardmagnetisch veld heeft een sterkte van circa 0,5 Gauss, maar dat is niet variabel). Deze waarden worden zelfs niet bereikt pal onder een 380 kV hoogspanningslijn.

In de eerste helft van de jaren '90 brachten zowel de Britse National Radiological Protection Board (NRPB) als de Nederlandse Gezondheidsraad advies uit over de medische effecten van laagfrequente elektromagnetische velden. Beide instanties zijn het erover eens dat het wetenschappelijk onderzoek onvoldoende aanwijzingen opgeleverd heeft, maar daarnaast benadrukt de NRPB de noodzaak van verder onderzoek, terwijl de Gezondheidsraad geen actieve rol ziet weggelegd voor de Nederlandse wetenschap. Zij adviseert 'de ontwikkelingen op dit gebied te blijven volgen', om ze ooit opnieuw te evalueren. In 1995 kwam de American Physical Society tot dezelfde conclusie.

In juli 1997 publiceerde het New England Journal of Medicine een nieuwe studie met ruim 600 patiëntjes en een even grote controlegroep. Er was geen verschil in blootstelling aan laagfrequente velden. Het blad verzuchtte dat de honderden miljoenen dollars die over een tijdperk van achttien jaar aan dit soort onderzoek is besteed alleen maar angst en verwarring hebben gezaaid, en dat het geld beter aan onderzoek naar de werkelijke oorzaken van leukemie had kunnen worden besteed. Behalve weggegooid geld voor onderzoek zijn er natuurlijk ook de kosten van maatregelen om de gevaren van hoogspanningslijnen te bestrijden. Deze bedroegen circa 1995 een miljard dollar per jaar in de VS.

Literatuur
Deutsch, S., 'Electromagnetic field cancer scares', Skeptical Inquirer 1994, vol. 18 (2), p. 152-156; reacties in vol. 18 (4), p. 434-437.
Goodman, N., 'The media and the pylon scare', The Skeptic 1996, vol. 10 (3), p. 17-18; reacties vol. 10 (4), p. 27.
Hulspas, M., 'Bang voor het broodrooster', Skepter 1993a, vol. 6 (1), p. 23-27.

 

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

Naschrift augustus 2009
Inmiddels is het hele circus weer van voren af aan begonnen met allerlei angst voor telefoongolven van diverse soort. Er zijn talrijke proeven gedaan. Een probleem is dat het volstrekt onvoorstelbaar is wat die telefoongolven anders zouden kunnen doen dan een uiterst geringe verwarming van lichaamsweefsel veroorzaken vlak bij een mobiele telefoon (de golven van de zendmasten zijn nog veel en veel zwakker als ze bij mensen in de buurt aankomen). De frequentie van de telefoongolven is veel lager dan die van de warmtestraling van het menselijk lichaam, dus chemische bindingen die door telefoongolven beschadigd zouden kunnen worden, zouden al door de warmte van het menselijk lichaam uiteenvallen.

Op deze website zie:

Elektromagnetische straling en gezondheid, door Pauline Slot
Platform stralingsrisico steunt op kwakzalverij, door Jan Willem Nienhuys
Mobiele telefoons en SAR SHIELD, door Rob Koene
Putprijs voor chip tegen telefoongolven, door Jan Willem Nienhuys
Pulsor niet aftrekbaar, door C.N.M. Renckens

 

 

 

 

Lees ook