Encyclopedie: Chi gong

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
(Chinees: levenskracht-prestatie, ook wel gespeld qigong, spreek uit tsjikoeng) Oude Chinese meditatie- en ontspanningstechniek waarbij de nadruk ligt op de harmonische verhouding tussen houding, beweging en ademhaling, nauw verwant aan technieken als Tai Chi Chuan.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Chi gong-beoefenaren met hun langzame bewegingen en sierlijke gebaren vormen een karakteristiek onderdeel van het Chinese straatbeeld. Zij beoefenen de zogeheten 'inwendige chi gong'. De 'uitwendige chi gong' zou de techniek zijn om de 'chi' buiten het lichaam te projecteren, waardoor men op grote afstand enorme krachten kan uitoefenen, chemische reacties en radioactieve stoffen beïnvloeden, dichte deuren en muren passeren, zich onzichtbaar maken en allerhande goocheltrucjes tot stand brengen. De chi gongmeesters die zeggen tot deze wonderen in staat te zijn, hebben de bescherming van hoge politieke autoriteiten in China. Met hun leerlingen die menen te kunnen vliegen loopt het soms slecht af.

 

Literatuur
Alcock, J.E., 'Qigong: Chinese pseudoscience', The Skeptic 1995, vol. 8 (6), p. 12-16.
Beyerstein, B.L., en W. Sampson, 'Traditional medicine and pseudoscience in China; a report of the second CSICOP delegation', Skeptical Inquirer 1996, vol. 20 (4), p. 18-26 en (5), p. 27-34; reacties vol. 21 (1), p. 62-63.
Huston, P., 'China, chi, and chicanery; examining traditional Chinese medicine and chi theory', Skeptical Inquirer 1995, vol. 19 (5), p. 38-42,58; reacties vol. 20 (1), p. 63-64, vol. 20 (2), p. 65.
Kurtz, P., e.a., 'Testing psi claims in China; visit by a CSICOP delegation', Skeptical Inquirer 1988, vol. 12 (4), p. 364-375, vol. 13 (1), p. 46-49.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

Naschrift augustus 2009

De geschiedenis van qigong heeft een aantal fasen. Tussen 1955 en 1966 was het in China niet meer dan wat hier beschreven is als inwendige qigong. Gedurende de Culturele Revolutie werd de praktijk bekritiseerd. In de periode 1977-2000, dus ongeveer vanaf de dood van Mao Zedong, was de qigong erg populair. De uitwendige qigong kwam toen op. In de tijd van het bezoek van CSICOP aan China waren er alom fantastische claims. Eén persoon beweerde zelfs dat hij een grote bosbrand met qigong had gedoofd. Bij de proefjes van CSICOP kwam er natuurlijk niets terecht van de geteste claims. Het was echter niet mogelijk de CSICOP-resultaten in China te publiceren, dat gebeurde pas in 1995. Er waren toen duizenden soorten qigong en bijna 200 verenigingen die het propageerden. Een daarvan is de falungong. Deze formuleerde een aantal religieus-medische claims, maar daagde ook de overheid uit. Dit, in combinatie met het feit dat de leider zich in de VS vestigde en daar onduidelijke maar grote inkomsten genoot, leidde tot een verbod van de falungong in 1999. Na het jaar 2000 zakte het enthousiasme voor de qigong weer in. In de traditionele Chinese geneeskunde blijft 'qi' echter een belangrijke rol spelen.

Lees ook