Encyclopedie: Charcot, Jean-Martin (1825-1893)

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Frans neuroanatoom.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Charcot was al een wereldberoemd medicus toen hij zijn belangstelling richtte op het verschijnsel *hysterie. Charcot werd in 1862 directeur van het Parijse Salpêtrière-hospitaal. Daar had hij veel en uiteenlopende patiënten, waaronder velen met neurologische en psychiatrische klachten. Het waren met name de hysterici die zijn aandacht trokken, en hij was van plan deze kwaal te onderzoeken door middel van de anatomisch-klinische methode (waarbij getracht wordt bij iedere ziekte een anatomische afwijking te vinden) waarmee hij in de voorafgaande jaren opmerkelijke successen had geoogst.

Charcot kwam tot de conclusie dat hysterie veroorzaakt werd door een (erfelijk) mankement aan de hersenen. In de hersenen van hysterici konden gedachten zich aan de invloed en controle van het bewustzijn onttrekken, en zich zo nu en dan manifesteren in de vorm van hysterisch gedrag.

Naast deze ongrijpbare theorie ontwikkelde Charcot ook een uitgebreide fenomenologie van de hysterische aanval. Hysterie werd volgens hem gekenmerkt door enerzijds 'stigmata' (symptomen als plotselinge gevoelloosheid, beperking van het gezichtsvermogen en hoofdpijn) en anderzijds ernstige hysterische aanvallen, door hem la grande hystérie gedoopt. Hierbij gaat de patiënt achtereenvolgens wild om zich heen slaan, zich in de vreemdste bochten wringen, vervolgens allerlei onmogelijke houdingen aannemen (beroemd was de 'hemelboog' met de buik naar boven gespannen en het lichaam rustend op handen en voeten) om tot slot terecht te komen in de volstrekt onbestemde 'afsluitende fase'.

Kenmerkend voor hysterici was verder de 'ovarie': het verschijnsel dat de arts aanvallen kon starten of stoppen door op de onderbuik van de patiënt te drukken, om precies te zijn op de baarmoeder en eierstokken. (Een 'ontdekking' die aansloot bij de populaire *reflextheorie.)

Charcot beschouwde hysterie dus als een in wezen organische afwijking. Wat hij zich (overtuigd van zijn unieke gaven) onvoldoende realiseerde, was dat zijn theorie onbewijsbaar was (de zich afzonderende gedachten waren en bleven onzichtbaar) en dat zijn hele systeem gebaseerd was op suggestie: de patiënten gedroegen zich zo omdat de grote geleerde en zijn assistenten dat verwachtten. Dat was ook het verwijt dat zijn tegenstanders, met name de leden van de School van *Nancy, hem maakten.

Maar Nancy lag ver van Parijs, en ondanks de kritiek gold Charcot tot aan zijn dood als dé autoriteit op het gebied van hysterie. Tientallen kwamen wekelijks naar zijn demonstraties kijken, en ambitieuze neuroanatomen uit heel Europa (bijvoorbeeld de jonge Sigmund *Freud) liepen stage bij hem. Na zijn dood verdween la grande hystérie opvallend snel uit de belangstelling. De arts Jules-Joseph Déjerine (1849-1917), die in 1895 naar het Salpêtrière kwam, verbood de patiënten simpelweg om de symptomen nog langer op te voeren, en dat hielp uitstekend. Binnen enkele decennia lag Charcots reputatie aan scherven.

Literatuur
Shorter, E., From paralysis to fatigue. New York, 1992.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

Naschrift 2009

Hieronder het beroemde schilderij Une leçon clinique à la Salpêtrière (1887) van Pierre-André Brouillet, van Charcot tijdens een klinische les met zijn favoriete patiënte.

 

 

De 'hysterica' (Marie Wittmann, bijgenaamd Blanche) wordt ondersteund door Joseph Babinski (van de voetzoolreflex) en onder de leerlingen links zien we enkele personen die later ook beroemd werden. Vooraan, met wit schort, zit Georges Gilles de la Tourette. Vierde van links op de tweede rij achter Gilles de la Tourette zit, met een forse grijze haardos, Bourneville. Van de toeschouwer uit pal links naast Charcot zit de arts en kunstenaar Paul Richer. De staande jongeman, met de armen over elkaar links bij het raam is Jean-Baptiste, de zoon van Jean-Martin. Hij zou vooral beroemd worden als poolreiziger. Voor een commentaar op Charcot en dit schilderij zie: De show van Charcot, door Jan Hein van Dierendonk.

Lees ook