De Nederlandse Vereniging voor Fytotherapie en de Federatie van Medisch Wetenschappelijke Verenigingen

In het tijdschrift Mediator stonden in april twee ingezonden brieven die we u niet willen onthouden.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 19 jun 2006


Kommer en Kwel bij de fytotherapeuten
Voor velen is het onbegrijpelijk dat de Nederlandse Vereniging voor Fytotherapie (NVF) toegelaten werd als lid van de Federatie van Medisch Wetenschappelijke Verenigingen (FMWV). Het zal aan dit lidmaatschap te danken zijn dat in Mediator een artikel kon verschijnen onder de merkwaardige titel 'Geneeskunde verloochent groene wortels'. Een verhaal vol zelfbeklag, kommer en kwel. Zo zegt drs. Tedje van Asseldonk : 'Zo'n onderzoeker (van plantenmiddelen) dreigt de risee van zijn of haar collega's te worden'. En dan is er nog de dreiging om door de Vereniging tegen de Kwakzalverij(VtdK) genomineerd te worden voor de Meester Kackadorisprijs. Bovendien is het vrijwel onmogelijk financiering bij te vinden voor wat men echt wetenschappelijk onderzoek noemt. Men denkt te weten hoe dit alles komt; deze middelen worden met name in het alternatieve circuit toegepast. Helaas wordt de vraag waarom dat dan zo is, niet gesteld. De VtdK is inderdaad zeer kritisch tegenover producten uit het alternatieve circuit, inclusief de fytotherapeutica in algemene zin. De VtdK heeft bij 'de Federatie' ook ernstige bedenkingen tegen het toelaten van de NVF kenbaar gemaakt. Maar men kan mij noch de VtdK het verwijt maken dat we zouden vinden dat planten niet als start voor (nieuwe) geneesmiddelen kunnen dienen en hebben gediend. Drs Van Asseldonk zegt dat men 'is aangewezen op het complementaire circuit'. Maar waarom toch? Zoals ik uitvoerig beschreven heb in het VtdK-jubileumboek: bij elk middel geldt dat voor toepassing als geneesmiddel aan een drietal voorwaarden moet worden voldaan, ik noem het een abc'tje. Bewijs voor Activiteit (dat is niet te veel gevraagd), Bijwerkingen moeten onderzocht zijn en bewijs van relatieve veiligheid voor relevante doses is noodzakelijk (verwijzen naar de natuurlijke oorsprong is onvoldoende), garantie van Constante samenstelling (dat kan lastig zijn, maar nog niet zo lang geleden werd voor het fytotherapeutische digitalis een titratie op een activiteit voorgeschreven). Fytotherapeuten die zichzelf serieus nemen, zouden er goed aan doen het alternatieve circuit zo snel mogelijk te verlaten; hoe dat kan staat hierboven, 't is een abc'tje. Maar ik vrees dat men dat alternatieve circuit helemaal niet wil verlaten. Het is veel te attractief producten aan de man of vrouw te brengen zonder al dat dure onderzoek. Zo zijn er volgens de Gids homeopatische en natuurgeneesmiddelen, maar liefst 20(!) verschillende producten met het populaire echinacea als bestanddeel, waaronder merkwaardig genoeg ook homeopathische verdunningen voor dezelfde indicatie. Over me-too's gesproken. Erger is dat er meer dan één species wordt verwerkt. En nog weer erger: er is geen bewijs voor welke werkzaamheid dan ook, dat blijkt keer op keer.
Ik raad goedwillende fytotherapeuten aan het alternatieve circuit zo snel mogelijk te verlaten. En het bestuur van de Federatie adviseer ik dringend het lidmaatschap van de NVF nog eens te heroverwegen. De NVF vertegenwoordigt niet alleen goedwillende leden, maar ook profiteurs van de mazen in onze wetten.
Prof. em. Henk Timmerman
Farmacochemicus VU, bestuurslid VtdK

Op theevisite bij de fytotherapeuten
In een onbewaakt ogenblik is de Nederlandse Vereniging voor Fytotherapie (NVF) lid geworden van de FMWV. Hoewel je zou denken dat de FMWV dit liever stil zou houden, wordt er in het januarinummer van haar blad Mediator onder de titel 'Geneeskunde verloochent 'groene' wortels', een artikel van Maarten Evenblij aan dit Fremdkörper binnen haar gelederen gewijd. De coördinator van de NVF drs. Tedje van Asseldonk, bioloog en zelfstandig onderzoeker heeft volgens dit artikel zeer te lijden onder de voortdurende aanvallen van de machtige Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK): 'De NVF is een vereniging die de werkzaamheid van kruiden wetenschappelijk wil onderzoeken. Helaas is er in Nederland nauwelijks onderzoek naar zulke middelen. Ze worden zelden in het reguliere circuit gebruikt. Om ze klinisch te kunnen gebruiken ben je aangewezen op het complementaire circuit. Dat is niet alleen bij voorbaat verdacht, onder meer door de voortdurende aanvallen van de VtdK, maar er is ook weinig onderzoeksgeld'. Dat drs. Tedje Asseldonk maar één artikel heeft gepubliceerd dat Pubmed gehaald heeft, ligt vast ook aan de VtdK. Het vinden van wetenschappers is zo mogelijk nog moeilijker. 'Zo'n onderzoeker dreigt de risee van zijn of haar collega's te worden en loopt ook nog het risico genomineerd te worden voor de Meester Kackadorisprijs van de VtdK omdat men de kwakzalverij bevordert'. Ze heeft niemand om te coördineren, ze is een Jan zonder Land en dat allemaal door de VtdK! Prof Ramaekers beklaagt zich erover dat hij geen wetenschappelijk onderzoek naar kruiden zou mogen doen "omdat dit naar kwakzalverij riekt". Ik kan hem geruststellen, de VtdK zal hem niets in de weg leggen. Gelukkig biedt de voorzitter van de NVF, de medisch bioloog dr. Cees Beukelman uitkomst. Hij heeft volgens het artikel een eenvoudige oplossing voor het onderzoek naar de effectiviteit van fytotherapeutica. Uit het feit dat kruiden bijwerkingen hebben, zou volgens zijn verlichte logica automatisch blijken dat zij ook een gewenste werking hebben. Naast zijn werk aan de Universiteit van Utrecht heeft Beukelman een bedrijf dat complexe fytotherapeutica test op eventuele werkzaamheid en versterkende effecten. 'Wat wij daar doen, is absoluut wetenschap', verzekert Beukelman. 'Iedereen mag bij mij langskomen'. Vast wel gezellig zo'n theevisite. Maar wat zo'n kruidentheekransje in de Federatie van Medisch Wetenschappelijke Verenigingen doet, is mij een raadsel.
F.S.A.M. van Dam
Secretaris van de Vereniging tegen de Kwakzalverij

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.



Bron: Mediator, april 2006, jaargang 17 nummer 3, pag. 21


Lees ook