Door: Piet Borst | Geplaatst: 27 oktober 2008

Vitamine C terug?

Dit is niet de eerste keer dat vitamine C een spectaculaire entree maakt bij de kankerbehandeling. De vorige keer was 30 jaar geleden, toen Linus Pauling dacht dat vitamine C tegen kanker hielp. Pauling was niet de eerste de beste. Eerst kreeg hij in zijn eentje een Nobelprijs voor de scheikunde en later nog een […]

Vitamine C terug?

Dit is niet de eerste keer dat vitamine C een spectaculaire entree maakt bij de kankerbehandeling. De vorige keer was 30 jaar geleden, toen Linus Pauling dacht dat vitamine C tegen kanker hielp. Pauling was niet de eerste de beste. Eerst kreeg hij in zijn eentje een Nobelprijs voor de scheikunde en later nog een voor de vrede. Ook Pauling publiceerde zijn positieve resultaten in de PNAS. Met een klinische makker (Ewan Cameron) rapporteerde hij dat terminale patiënten langer leefden als zij een megadosis vitamine C kregen. Die patiëntentrials deugden van geen kant, maar in die tijd konden leden van de Amerikaanse academie nog zonder belemmeringen wonderlijke resultaten in hun lijfblad PNAS kwijt.

Gigantische verwarring was het gevolg. Het kankerveld is altijd al geteisterd door gekken en onnozelen die met vitamines of aangepaste voeding kanker dachten te kunnen genezen, maar Linus Pauling stond niet bekend als gek of onnozel. Hij was een van de meest briljante en succesvolle chemici van zijn generatie en bovendien een charismatische spreker, die zijn ideeën met verve aan de man wist te brengen.

 

Spoor bijster

Toch was voor goede lezers van meet af aan duidelijk dat er iets grondig mis was met Paulings artikelen over vitamine C. Ze waren wel goed geschreven en de argumentatie leek rationeel, maar de kritische zin ontbrak volledig. Hier was een gelovige aan het woord die het licht had gezien en die niet bezig was om wetenschap te bedrijven, maar om de goede boodschap te verspreiden. Dement was hij niet, Pauling, er was alleen ergens in zijn hersens een draadje losage { margin: 2cm }
P { margin-bottom: 0.21cm gegaan. Dat kleine defect resulteerde in de rotsvaste overtuiging dat vitamine C een wondermiddel is, tegen griep, tegen kanker, tegen ouderdomskwalen. Zo’n ongefundeerde emotionele zekerheid kan dus zelfs de beste overvallen.

De Amerikaanse academie zat in een moeilijk parket. Een van haar meest bewonderde leden was het spoor bijster geraakt, maar stond erop om zijn artikelen in het orgaan van de academie te blijven publiceren. Volgens de regels kon dat, zodat de academie gedwongen werd om de regels aan te scherpen: ook de stukken van academieleden worden nu door experts bekeken en zonodig door de redactie afgewezen. Die verandering was hoog tijd: een academie kan het zich niet veroorloven om een steeds ouder wordend (rustend) ledenbestand vrijuit te laten publiceren wat opborrelt in hun – soms niet meer helemaal heldere – brein.

Niet alleen de Amerikaanse academie zat in zijn maag met Pauling, maar voor de kankerspecialisten en hun beroepsverenigingen was Paulings waanidee ook geen pretje. Er waren wel wat gegevens die lieten zien dat vitamine niets doet bij kanker, maar dat was niet voldoende om de roep van kankerpatiënten om meer vitamine C te weerstaan. Zo werden er klinische trials opgezet om het mogelijke effect van vitamine C nog eens na te gaan en al die trials pakten negatief uit.

 

Met de keutels naar buiten

Nu komt de PNAS opnieuw aanzetten met vitamine C tegen kanker. Dit keer zijn de claims minder spectaculair. Het is zelfs weinig indrukwekkend wat Chen en medewerkers in hun artikel te melden hebben. Zij hebben gevonden dat torenhoge concentraties vitamine C toxisch zijn voor kankercellen in weefselkweek. Zulke abnormaal hoge concentraties leiden tot de vorming van peroxiden en zuurstofradicalen en daar kunnen cellen slecht tegen. Om te zien of kankercellen ook in een levend organisme door zo’n megadosis vitamine C beschadigd kunnen worden, keek Chen naar het effect op stukjes menselijke tumor die waren ingeënt bij muizen met een verzwakt immuunsysteem. Erg elegant is die test niet. Die tumoren groeien wel, maar zijn gevoeliger voor chemotherapie dan tumoren in mensen. Desondanks zag Chen geen enkel effect als hij een megadosis vitamine C door het muizenvoer mengde. De reden is dat muizen en mensen niet alle toegediende vitamine C opnemen uit de darm. Als er teveel vitamine C in het voer zit, wordt het opnamesysteem in de darm verzadigd. De vitamine C wordt niet meer opgenomen en het gros verdwijnt met de keutels weer naar buiten.

Chen was echter niet voor één gat te vangen. Hij spoot de vitamine C bij de muizen in, zodat torenhoge bloedconcentraties bereikt konden worden. Daarmee werd inderdaad een bescheiden effect op de groei van de menselijke tumoren in de muis gezien: een halvering van de groeisnelheid, dat was alles. Dat is echt een heel min resultaat, omdat met veel van de bestaande chemotherapie zulke tumoren bij muizen vaak volledig zijn weg te krijgen.

 

Te gortig

Je zou denken dat de PNAS wel de buik vol zou hebben van vitamine C na het Pauling-debacle, maar nee. Merkwaardiger is nog dat de redactie het hele debacle vergeten was, zoals ik van de hoofdredacteur te horen kreeg. Zo kon het gebeuren dat de PNAS aan de huidige directeur van het Linus Pauling Instituut vroeg om een commentaar te schrijven bij het artikel van Chen. Dat instituut is door Pauling opgericht toen niemand iets meer te maken wilden hebben met zijn wonderbaarlijke resultaten over vitamine C. Dat het commentaar in lyrische termen de wederopstanding van Paulings waanidee beschrijft, is daarom niet verbazingwekkend. Als oud-redacteur van de PNAS vond ik dat te gortig en ik heb een knorrige ingezonden brief gestuurd in een poging om een nieuwe vitamine-C-hype in de kiem te smoren.

Als voordeel van een therapie met megadoses vitamine C noemen Chen en medewerkers dat de bijwerkingen verwaarloosbaar zijn. Erg sterk is dat argument niet. Als een middel niet werkt, – en dat lijkt het geval, want de eerste resultaten van ingespoten vitamine C bij kankerpatiënten zijn negatief – dan is het niet nuttig dat het ook geen bijwerkingen heeft. Bovendien moet die afwezigheid van bijwerkingen nog blijken. Zo zou vitamine C de werkzaamheid van standaard kankerchemotherapie kunnen verminderen, zoals een recent artikel in Cancer Research suggereert. Reken dus niet op de terugkeer van vitamine C als kankertherapie.

 

Naschrift van de webredactie

Dit artikel verscheen eerder als column in het katern Wetenschap van NRC Handelsblad op zaterdag 18 oktober 2008.


Voor een gedetailleerde kritiek op het
onderzoek over kanker en vitamine C van Pauling zie >hier<.

Zie ook Stephen Barretts commentaar op
Quackwatch.

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

 

 

 

Piet Borst

Emeritus hoogleraar klinische biologie aan de Universiteit van Amsterdam en werkzaam in het Nederlands Kanker Instituut / Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis (NKI/AvL), eerst als wetenschappelijk directeur en vanaf 1999 als staflid. Hij heeft verscheidene internationale wetenschappelijke onderscheidingen voor zijn onderzoek ontvangen.
Hij schrijft regelmatig columns in NRC Handelsblad over wetenschappelijk onderzoek en over pseudo-wetenschap.

Gerelateerde artikelen

artikelen - 27 februari 2022

Buitenlandrubriek met o.a.: Na sociale mediaverboden zoeken antivaxxers contact via podcasts.

artikelen - 26 oktober 2021

Buitenlandrubriek met o.a.: Waarom Duitsers zo van homeopathie houden / Aromatherapie-spray besmet Amerikanen met tropische ziekte.

artikelen - 18 januari 2021

Mesologie, een hersenspinsel van fysiotherapeut Robert Muts, is de afgelopen jaren gegroeid, dankzij vergoeding van de zorgverzekeraar.