Kankerpatiënt niet gebaat bij alternatieven – integendeel

Door: Hans van Maanen | Geplaatst: 9 feb 2003 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016
Bron: Het Parool, zaterdag 8 februari 2003
Auteur: Hans van Maanen

Mensen met kanker die alternatieve behandelingen zoeken, lijken korter te overleven dan mensen die zich tot de reguliere geneeswijzen beperken. Het verband blijft bestaan als rekenig wordt gehouden met het feit dat mensen met een slechtere prognose of slechtere stemming misschien eerder naar alternatieven zoeken.

Dit blijkt uit een onderzoek van Noorse artsen in het jongste nummer van de European Journal of Cancer. "Voorzover wij weten, zijn wij de eersten die een negatief verband tussen het gebruik van alternatieve geneeskunde en overleving hebben vastgesteld", zo schrijven zij. De groep, onder leiding van Torje Risberg, maakte gebruik van cijfers uit een breed Noors onderzoek dat in 1992 was gestart om de populariteit van alternatieve behandelingen onder kankerpatiënten te bepalen. In totaal deden 642 mensen mee; in januari 2001 werd bekeken of er een verschil in overlevingstijd was tussen de mensen die zeiden alternatieven te gebruiken (22 procent van de 642) en mensen die dat niet deden. Onder alternatief verstonden de Noren alles wat buiten het ziekenhuis werd aangeboden – van kruiden en gebed tot vitamine en Iscador.

In de acht jaar die het onderzoek duurde, overleden 350 mensen, ruim twee derde van het totaal. Van de 112 patiënten die alternatieve behandelingen hadden gezocht, was 79 procent overleden, van de anderen 65 procent. Dat verschil is zo groot, aldus de onderzoekers, dat het geen toeval kan zijn. Als rekening werd gehouden met soort kanker, stadium, mate van welbevinden aan het begin van het onderzoek en allerlei andere factoren, werd het verband alleen maar sterker. Mensen die alternatieven gebruikten, hadden uiteindelijk een dertig procent lagere kans de acht jaar studie te overleven dan de mensen die geen alternatieven gebruikten. Het soort alternatief maakte daarin niet uit.

Het gebruik van alternatieve geneeswijzen bij kankerpatiënten is al vaker bestudeerd. Naar verhouding zijn het vooral hoogopgeleide of goedverdienende jonge vrouwen die zich tot alternatieven wenden – patiënten die ook in andere opzichten gezondheidsbewust zijn en meer van voorzieningen gebruik maken. Onder kankerpatiënten zijn het vooral mensen met een slechte prognose – het ligt voor de hand dat mensen naar alternatieven zoeken op het moment dat de conventionele therapie ze niet meer lijkt te kunnen helpen.

De onderzoekers verwachtten min of meer dat de overlevingstijd, rekening houdend met factoren als prognose en leeftijd, gelijk zou zijn bij mensen die wel of niet alternatieve middelen gebruiken. 'De oorzaak van onze bevinding dat gebruik van alternatieven de overlevingsduur verkort, blijft onbekend. Het verband dat wij vinden, hoeft geen oorzakelijk verband te zijn, aangezien het gebruik van alternatieven ook een aanduiding kan zijn voor andere, onbekende factoren. Wij geloven niet dat alternatieve behandeling direct de overleving beïnvloedt, aangezien de behandelingen die onze patiënten kozen, nogal onschuldig lijken. Wat we niet kunnen uitsluiten, is dat patiënten die alternatieven gebruikten, in de loop der tijd de conventionele behandeling hebben laten schieten.'

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

Lees ook