Door: Th.J. Douma | Geplaatst: 03 juni 2001

Het vonnis van 12 mei 1999

ODC/JO vonnis 12 mei 1999 IN NAAM DER KONINGIN DE PRESIDENT VAN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE AMSTERDAM, RECHTSPREKENDE IN KORT GEDING in de zaak:rolnummer KG 99/1077 ODC van:dr. Adelbert Johannes HOUTSMULLER,wonende te Rotterdam,e i s e r bij gelijkluidende dagvaardingen van 19 april 1999,procureur: mr G.J. Kemper,t e g e n :1. C.N.M. RENCKENS, wonende te […]

ODC/JO vonnis 12 mei 1999 IN NAAM DER KONINGIN

DE PRESIDENT VAN DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE AMSTERDAM, RECHTSPREKENDE IN KORT GEDING in de zaak:
rolnummer KG 99/1077 ODC van:
dr. Adelbert Johannes HOUTSMULLER,
wonende te Rotterdam,
e i s e r bij gelijkluidende dagvaardingen van 19 april 1999,
procureur: mr G.J. Kemper,
t e g e n :
1. C.N.M. RENCKENS, wonende te Hoorn,
2. de vereniging VERENIGING TEGEN DE KWAKZALVERIJ,
gevestigd te Amsterdam,
g e d a a g d e n,
procureur: mr W.D.T.D. Wiarda,
advocaat: mr Th. J. Douma, advocaat te Haarlem.

VERLOOP VAN DE PROCEDURE :
Ter terechtzitting van 4 mei 1999 heeft eiser, hierna Houtsmuller, gesteld en gevorderd overeenkomstig de in fotokopie aan dit vonnis gehechte dagvaarding met dien verstande dat hij daarna zonder bezwaar van gedaagden, de eveneens in kopie aan dit vonnis gehechte akte tot vermeerdering van eis en rectificatie heeft ingediend. Gedaagden, hierna Renckens c.s., hebben verweer gevoerd met conclusie tot weigering van de gevraagde voorziening. Na verder debat hebben partijen stukken, waaronder van weerszijden producties en pleitnotities, overgelegd voor vonniswijzing

GRONDEN VAN DE BESLISSING :
1. In dit vonnis wordt uitgegaan van de volgende feiten:
a. Houtsmuller is medicus en de ontwikkelaar van het zogenoemde Dr. Houtsmullerdieet. Houtsmuller stelt dat dit dieet, in aanvulling op de klassieke behandelingsmethoden van kanker, bijdraagt aan de ook repressieve bestrijding van kanker.
b. Renckens is voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, welke zich ten doel stelt kwakzalverij op medisch en farmaceutisch gebied te bestrijden.
c. Houtsmuller is auteur van het boek “Niet-toxische tumortherapie” met als ondertitel “Een aanvulling”, uitgegeven door uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum te Houten. De eerste oplage van de eerste druk van dit boek verscheen in 1995. De vierde oplage van de eerste druk is in oktober 1997 verschenen.
d. Houtsmuller is eveneens mede-auteur van het boek “Het Dr. Houtsmullerdieet” met als ondertitel “Voeding als sterk wapen tegen kanker”, uitgegeven door uitgeverij Bohn Stafleu Van Loghum te Houten. De eerste oplage van de eerste druk van dit boek verscheen in september 1997. De vijfde oplage van de eerste druk is in maart 1999 verschenen. De vijfde oplage van dit boek bevat, evenals het onder 1.b. genoemde boek, een introductie, welke luidt als volgt:
1980…
In de zomer van 1980 zag een arts een speldenknopgrote, helrode pijnloze bobbel op zijn rechter onderbeen met het aspect van een bloedblaar. Na enige dagen vertoonde deze blaar een vervorming en er ontstond een vurige pijnloze uitloper. Een geconsulteerde dermatoloog raadde operatieve verwijdering aan, hetgeen door een plastisch chirurg even werd uitgevoerd terwijl de arts poli hield – een fluitje van een cent.
Enige dagen later echter werd de arts met spoed gebeld: de blaar bleek een melanoom met stadium III volgens Clark te zijn. Twee grote operaties volgden: een acht uur durende mosterdgasbehandeling en twee maanden later een totale verwijdering van de lieslymfklieren rechts. Tijdens zijn opname in het ziekenhuis ontmoette de arts slechts eenmaal de diëtiste, die de dag voor zijn verjaardag vroeg wat hij morgen wilde eten.
De arts ging weer aan het werk. Een jaar later kreeg hij pijn in de rechter zij; er werden bloed en donkere cellen in de urine gevonden. Uitvoerig onderzoek gaf het antwoord: uitzaaiing van het melanoom in de rechter nier. Er was geen verdere hulp meer mogelijk.
De arts, als diabetoloog vertrouwd met voedingsaspecten, bestudeerde de literatuur op zoek naar andere mogelijkheden. Hij ontdekte publicaties van een tiental artsen waarin onverwachte genezingen van kanker waren beschreven. Hieruit vormde hij een therapie voor zichzelf: een alternatieve voeding, aangevuld met een grote hoeveelheid vitaminen en mineralen. Hij wist dat genezing mogelijk was en een jaar later bleek hij ook werkelijk genezen.
Tien jaar na de operatie werd hij door het oncologisch ziekenhuis uit de controles ontslagen. De hem onbekende dienstdoende chirurg was verbaasd: ‘Hoe is het mogelijk; genezen met een inoperabel stadium IV volgens Clark.’ Dit laatste was de arts wijselijk nooit meegedeeld. Hij besloot toen zich volledig te gaan wijden aan het steunen van opgegeven kankerpatiënten.
De in de tekst bedoelde arts is Houtsmuller.
e. In het Actieblad tegen de Kwakzalverij van september 1997 staat een artikel van Renckens, met daarin het volgende kopje: “II. Houtsmuller: rechtsdraaiende melkzuurkwa(r)k”
f. In de Telegraaf van 26 februari 1999 is onder de kop “Dit is je reinste volksverlakkerij!” een artikel geplaatst, waarin Renckens wordt geinterviewd. In dit artikel wordt Renckens, voorzover thans van belang, als volgt aangehaald:
“(…)
Neem nu die Houtsmuller ! Die man is echt een oplichter en een kwakzalver, dat mag U gerust uit mijn mond optekenen. Wat hij bedacht heeft, dat malle dieet van hem, doet helemaal niets tegen kanker.
(…)”
g. In het Parool van 24 maart 1999 is in de rubriek ‘meningen’ een artikel van Frits van Dam en Renckens opgenomen onder de titel: “Kwakzalvers bederven 50ste verjaardag van Kankerfonds”. In het artikel staat, voor zover thans van belang, het volgende:
“(…)
Wie schetste onze verbazing dat Houtsmuller daartoe uitgedaagd in een tv-uitzending met Sonja Barend op 22 maart 1999 zichzelf ontmaskerde en toegaf wat al veel mensen vermoedden, namelijk dat hij helemaal geen uitgezaaid melanoom had. Ter verdediging voerde hij aan dat hij jarenlang door zijn eigen artsen op het verkeerde been was gezet.
(…)
In feite betekent dit dat Houtsmuller jarenlang een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven over zijn ziektegeschiedenis. Volgens de Dikke van Dale is een kwakzalver iemand die nutteloze middelen toepast ter genezing van een of andere kwaal. Aangezien Houtsmuller op geen enkele manier aannemelijk maakt dat zijn behandeling werkt, beoefent hij volgens deze definitie kwakzalverij.
(…)”
h. In het Algemeen Dagblad van 26 maart 1999 is onder de kop: “Kwakzalver doet intrede in medisch poldermodel”, een artikel opgenomen, waarin de Vereniging tegen de Kwakzalverij wordt geïnterviewd. De secretaris van de vereniging, H. de Vries, zegt in dit artikel ondermeer:
“(…)
Dokter Houtsmuller wekt valse hoop met zijn bewering over de werkzaamheid van zijn dieet. Bovendien heeft hij gelogen dat hij uitzaaiingen had.
(…)”
i. In Trouw van 17 april 1999 is onder de kop “Natuurlijk is het Westen superieur” een artikel geplaatst, waarin Renckens, als voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, wordt geïnterviewd en onder meer zegt:
“(…)
Maar Houtsmuller is een ordinaire leugenaar. Dat blijkt alleen al uit het feit dat hij in zijn boekjes altijd niet vermeldt dat hij zijn eigen ziektegeschiedenis verkeerd heeft beoordeeld.
(…)”
2. Houtsmuller vordert – kort weergegeven – na vermeerdering en rectificatie van eis, veroordeling van Renckens c.s. tot het plaatsen van een advertentie in Het Parool, het Algemeen Dagblad, De Telegraaf en Trouw, waarbij Renckens c.s. de bovengenoemde uitlatingen rectificeren met een dwangsom van fl. 100.000,– voor elke dag dat Renckens c.s. in gebreke blijven aan deze veroordeling te voldoen. Tevens vordert Houtsmuller dat Renckens c.s. wordt verboden hem aan te duiden als ‘kwakzalver’, ‘oplichter’ of ‘leugenaar’ dan wel andere voor hem beledigende uitlatingen te doen, eveneens met een dwangsom van fl. 100.000,– voor elke overtreding van dit verbod.
2.1. Houtsmuller stelt hiertoe dat Renckens c.s. hem in het openbaar ‘oplichter’, ‘leugenaar’ en ‘kwakzalver’ hebben genoemd. Deze uitlatingen zijn feitelijk onjuist en tasten Houtsmuller in zijn integriteit en reputatie aan. Hiermee hebben Renckens c.s. jegens Houtsmuller onrechtmatig gehandeld.
Houtsmuller heeft zijn dieet ontwikkeld aan de hand van wetenschappelijke publicaties en heeft ook meegewerkt aan de voorbereidingen van een wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van het ‘Dr. Houtsmullerdieet’ . Dit onderzoek is echter niet doorgegaan omdat een van de andere onderzoekers zich had teruggetrokken.
Houtsmuller heeft, nadat hij eind 1997 van zijn oncoloog te horen had gekregen dat zijn ziektegeschiedenis niet klopte en dat er geen uitzaaiing van het melanoom in zijn rechter nier was geconstateerd, dit aan zijn uitgever kenbaar gemaakt en deze verzocht hiermee bij een herdruk van zijn boeken rekening te houden. Tevens heeft Houtsmuller zijn ziektegeschiedenis aldus gewijzigd later bij andere gelegenheden en interviews naar voren gebracht.
3. Renckens c.s. hebben de gevraagde voorzieningen gemotiveerd betwist.

BEOORDELING VAN HET GESCHIL
4. Bij de beoordeling van de vraag of de uitlatingen van Renckens c.s. jegens Houtsmuller onrechtmatig zijn, staat voorop dat de vrijheid van meningsuiting met zich mee brengt dat de vorm van een openbare discussie over medische behandelmethoden van kanker vrij is. Deze vrijheid houdt tevens in, gelet op het grote algemene belang van gezondheid dat daarmee gemoeid is, dat er in een dergelijke openbare discussie met krachtige bewoordingen kan worden gewerkt, teneinde een eigen standpunt kracht bij te zetten. Die vrijheid vindt haar grens wanneer die bewoordingen in de gegeven omstandigheden als nodeloos kwetsend zijn aan te merken in die zin dat zij niet langer bijdragen tot de discussie maar slechts beogen afbreuk te doen aan de eer en de goede naam van betrokkene.
4.1. Met dit uitgangspunt wordt over de uitlatingen ‘kwakzalver’ en ‘leugenaar’, welke door Renckens c.s. jegens Houtsmuller zijn gedaan, geoordeeld als volgt.
In het licht van de openbare discussie rond het ‘Dr. Houtsmullerdieet’, gelet op het feit dat Houtsmuller zelf medicus is en zelf het door hem ontwikkelde dieet actief in de openbaarheid brengt als een toegevoegde waarde bij de repressieve bestrijding van kanker, kan Houtsmuller verwachten dat deze geneeswijze krachtig zal worden bestreden. Het ligt daarbij voor de hand dat de reguliere geneeskunde en in het bijzonder de Vereniging tegen de Kwakzalverij, die dat nu juist als doel heeft, daarbij zal wijzen op de afwezigheid van bewijs van de door Houtsmuller beweerde werking van het dieet. In de wandeling wordt in de medische wereld een behandeling, waarvan in geen enkel opzicht is bewezen dat zij de beweerde werking heeft, betiteld als kwakzalverij. De door Renckens c.s. gebruikte betiteling van Houtsmuller is in dit licht gerechtvaardigd, nu zij inderdaad willen betogen dat Houtsmuller aan deze beschrijving beantwoordt. Zij kunnen dit ook doen, aangezien Houtsmuller inderdaad op geen enkele wijze wetenschappelijk aantoont dat zijn dieet op de door hem beweerde wijze werkt. Het meest concrete bewijs dat hij voor die werking aanvoert is zijn eigen ziektegeschiedenis, zoals opgenomen onder 1.d., hetgeen op zichzelf al geen wetenschappelijk bewijs kan opleveren, aangezien het hier dan slechts om één geval zou gaan, terwijl de gestelde genezing ook aan andere factoren zou kunnen worden toegeschreven.
Hoofdzaak is echter dat inmiddels in 1997 is gebleken dat de ziektegeschiedenis van Houtsmuller anders is dan tot dan toe aangenomen, zodat de “bewijskracht” daarvan nog beperkter is. Niettemin heeft Houtsmuller niet ervoor gezorgd dat sedertdien die onjuiste voorstelling van zaken is gecorrigeerd. Hij had daarvoor in elk geval kunnen zorgen door in de nadien verschenen oplagen van zijn laatste boek de inleiding aan te passen of weg te laten of het boek in deze vorm uit de handel te laten nemen. Niet alleen liet hij dit na, maar is hij ook publiciteit blijven geven aan die onjuiste ziektegeschiedenis, zoals blijkt uit verschillende publicaties, zoals in Gezondheidsnieuws van december 1998 en TV-studio van juni/juli 1998. Het voortgaan met de publicatie van deze onjuiste voorstelling van zaken, die nu juist moest dienen als bewijs van de omstreden werking van zijn dieet en die ook als blikvanger dient, rechtvaardigt in de gegeven omstandigheden dat in de discussie door Renckens c.s. daarbij jegens Houtsmuller ook de kwalificatie leugenaar wordt verbonden.
4.2. Voor zover Houtsmuller heeft betoogd dat hij zelf door de uitlatingen van Renckens c.s. in de uitoefening van zijn eigen vrijheid van meningsuiting zou worden belemmerd, valt niet in te zien op welke wijze voornoemde uitlatingen van Renckens c.s. een inbreuk vormen op de vrijheid van meningsuiting van Houtsmuller. Deze uitlatingen staan er immers niet aan in de weg dat Houtsmuller zijn eigen mening naar voren brengt.
4.3. Hetgeen hiervoor is overwogen leidt tot de conclusie dat het gebruik van de term ‘kwakzalver’ en ‘leugenaar’ door Renckens c.s. voorshands niet als onrechtmatig jegens Houtsmuller kan worden aangemerkt.
4.4. Houtsmuller heeft eveneens gesteld dat Renckens hem een oplichter heeft genoemd, hetgeen door Renckens c.s. gemotiveerd is betwist. Gelet op hetgeen partijen hiertoe hebben aangevoerd en de door hen overgelegde producties, is in het bestek van deze kort-gedingprocedure niet vast te stellen of Renckens in het, onder 1.f. genoemde, interview met de Telegraaf de term ‘oplichter’ daadwerkelijk heeft gebezigd. Derhalve behoeft de president aan een beoordeling van de onrechtmatigheid van het gebruik van deze term, die een meer strafrechtelijke lading heeft, in voornoemd artikel niet toe te komen.
5. Nu, gelet op het vorenstaande, het gebruik van de termen ‘kwakzalver’ en ‘leugenaar’ voorshands niet onrechtmatig worden geacht en aan de beoordeling van de term ‘oplichter’ niet wordt toegekomen, zullen de door Houtsmuller gevorderde voorzieningen worden afgewezen.
6. Houtsmuller zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van het geding.

B E S L I S S I N G:
1. Weigert de gevraagde voorzieningen.
2. Veroordeelt Houtsmuller in de kosten van dit geding, tot heden aan de zijde van Renckens c.s. begroot op fl. 400,– wegens vastrecht en op fl. 1.550,– aan salaris procureur.
3. Verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Gewezen door de vice-president mr R. Orobio de Castro, fungerend president der Arrondissementsrechtbank te Amsterdam, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van woensdag 12 mei 1999 in tegenwoordigheid van de griffier.

Th.J. Douma

Advocaat

Gerelateerde artikelen

page - 17 november 2021

Kwakzalverij is:(a) elk beroepsmatig handelen c.q. het verlenen van raad of bijstand in relatie tot de gezondheidstoestand van mens of dier(b) dat niet gefundeerd is op toetsbare en voor die tijd logische dan wel empirisch-houdbare hypothesen en theorieën(c) die actief onder het publiek worden verspreid (‘overpromotion’)(d) zonder dat toetsing binnen de beroepsgroep op effectiviteit en […]

artikelen - 16 november 2015

Dr. Hans Houtsmuller (1924-2015) maakte propaganda voor een dieet voor kankerpatiënten, waarvan de werkzaamheid nooit is aangetoond.

artikelen - 26 maart 2015

Op 6 maart 2015 is de gepensioneerde internist Hans Houtsmuller (1924-2015) overleden, op de leeftijd van 90 jaar. Hij werd in Rotterdam opgeleid tot internist en promoveerde op een klinisch-chemisch onderwerp.