Faculteit Diergeneeskunde verwerpt alternatieve behandelwijzen

De faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht heeft stelling genomen tegen dierenartsen met een alternatieve aanpak.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 29 jan 2012 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

De faculteit heeft op haar website haar standpunt neergezet op alternatieve behandelwijzen. Hierin worden woorden als onprofessioneel gedrag niet geschuwd. Het harde faculteitsstandpunt staat in schril contrast met de visie van de dierenartsenvereniging Koninklijke Nederlandse Maatschappij voor Diergeneeskunde (KNMvD) met binnen de vereniging een studiegroep complementair werkende dierenartsen.

Het standpunt van de faculteit Diergeneeskunde is half januari op de website gezet. Het is gebaseerd op het basale principe dat 'evidenced based medicine' de belangrijkste pijler moet zijn waarop het werk van de dierenarts rust.

Enkele citaten uit de zienswijze van de faculteit.

'Alternatieve behandelwijzen als acupunctuur en homeopathie zijn gebaseerd op uitgangspunten die niet stroken met of zelfs in tegenspraak zijn met de moderne natuurwetenschappen. Wetenschappelijk onderzoek naar de effectiviteit van alternatieve behandelwijzen heeft geen overtuigend bewijs opgeleverd voor de effectiviteit. Het gebruik ervan is vooral gebaseerd op geloof in de werkzaamheid. Veel cliënten zijn zich niet bewust van dit onderscheid en vertrouwen op het oordeel van hun (dieren)arts. Dierenartsen die bij de uitoefening van hun beroep naast moderne methoden ook alternatieve behandelingen aanbieden combineren twee onverenigbare paradigma's. Zij bekleden hiermee alternatieve behandelwijzen met de autoriteit van de wetenschap en wekken foute verwachtingen bij hun cliënten. De faculteit beschouwt dit als onprofessioneel gedrag. Zij is van mening dat wetenschappelijk geschoolde dierenartsen zich niet moeten inlaten met het toepassen van alternatieve behandelwijzen. Zij dienen dit over te laten aan niet-wetenschappelijk geschoolde alternatieve behandelaars. De faculteit draagt deze zienswijze uit in haar onderwijs in de vorm van onder meer een college over het waarom wij geen onderwijs geven in alternatieve behandelwijzen'.

De faculteit neemt hiermee afstand van de dierenartsenvereniging, de KNMvD. Deze vereniging, die in de vorm van een eigen studiegroep ruim baan geeft aan dierenartsen die alternatieve methoden inzetten, hanteert in haar standpunt een aantal restricties: 'Voor patiënten die regulier uitbehandeld zijn, kan een dierenarts overwegen een alternatieve geneeswijze toe te passen. Van belang is daarbij dat de dierenarts de eigenaar van het dier er op wijst dat de voorgestelde behandeling niet wetenschappelijk bewezen is. Bovendien zou een dierenarts alleen gebruik moeten maken van alternatieve behandelwijzen wanneer er geen contra-indicaties zijn.'

Lees ook