Supplementen voor afslanken allemaal nep

Supplementen voor afslanken allemaal nep

Het persbericht van het elfde Internationale Congres over Obesitas (ICO) in Stockholm (11-15 juli 2010) luidt in vertaling (origineel zie rechtsboven) als volgt:
Er is nieuw onderzoek dat de werkzaamheid heeft nagegaan van een grote keur aan populaire middelen om af te vallen. Zulke middelen worden in apotheken en natuurvoedingswinkels verkocht. Er werd geen bewijs gevonden dat er ook maar een enkel middel meer doet dan het placebo-effect. Twee studies die tijdens het elfde congres van de ICO in Stockholm in Zweden werden gepresenteerd, ontdekten dat ze niet effectiever waren dan de nepmiddelen waarmee ze vergeleken werden.
De arts prof. dr. Thomas Ellrott, hoofd van het Institut für Ernährungspsychologie (Bereich Humanmedizin Abt. Psychiatrie und Psychotherapie) van de Georg-August-Universität Göttingen leidde een van de onderzoeken. Hij verklaarde:
Er zijn tientallen afslankmiddelen, die allemaal beweren dat ze gewichtsverlies bevorderen door allerlei werkingsmechanismen. We hebben vetmagneten, -losmakers en -oplossers, eetlustremmers, metabolismeversnellers, koolhydraatblokkers enzovoorts. Er is een enorme markt voor. Medicijnen zijn gereguleerd, maar dit soort middelen mag verkocht worden zonder dat de werkzaamheid bewezen is. Slechts weinig van deze supplementen zijn klinisch getest, en deze producten gaan en komen snel. We moeten ze aan een strenge wetenschappelijke evaluatie onderwerpen om na te gaan of ze wel iets doen.

De groep van Ellrott testte negen populaire supplementen door ze met placebo’s te vergelijken in een gerandomiseerde proef. Het betrof L-carnitine, polyglucosamine, poeder van kool, zaden van guarana [Paullinia cupana], bonen-extract, konjak-extract [Amorphophallus konjac], pillen met vezels, formuleringen met natrium-alginaat en diverse plantenextracten.

De onderzoekers kochten de supplementen in Duitse apotheken, veranderden de verpakking en de namen van de producten om ze een neutraal aanzien te geven, en herschreven de bijgesloten blaadjes met informatie, zodat er in de tekst geen product namen stonden. Vervolgens gaven ze aan 189 personen van middelbare leeftijd met overgewicht (al dan niet ernstig) pakjes met hetzij neppillen of een van de negen supplementen. Gedurende acht weken kregen de proefpersonen elke week een pakje. De aanbevolen dosis was die van de oorspronkelijke fabrikant. Bij sommige producten zat er nog een dieetadvies, bij andere niet, maar de onderzoekers verschaften gewoon precies hetzelfde advies als de respectievelijke informatiebladen.

Het gemiddelde gewichtsverlies was bij zeven van de producten één tot twee kilo, verschillend per supplement. In de groep met de nepmiddelen was het gewichtsverlies 1,2 kilo. Voor geen enkel product was er statistisch gesproken een noemenswaardig verschil met het placebo.

Ellrott verklaarde: ‘De meeste vroegere studies onderzochten maar één product. Dit is het eerste onderzoek waarin negen supplementen met allemaal verschillende veronderstelde werkingsmechanismen zijn onderzocht, en we hebben ontdekt dat geen enkel product in de twee maanden tijd van het onderzoek meer gewichtsverlies bewerkstelligde dan een placebopil, ongeacht hoe het geacht wordt te bewerken.’

Hij voegde eraan toe dat als het echt nodig is middelen te gebruiken, de consument zich beter kan houden aan reguliere medicijnen met bewezen werking, hetzij op doktervoorschrift, hetzij in de vrije verkoop (1).
Op het congres werd nog een onderzoek gepresenteerd, namelijk door Igho Onakpoya van de Peninsula Medical School van de universiteiten in Exeter en Plymouth (VK). Onakpoya deed verslag van het eerste systematische overzicht van alle klinische onderzoeken naar supllementen om af te vallen. Zijn verslag vat alles samen wat er aan bewijzen gevonden is betreffende chroompicolinaat, Ephedra, bittere sinaasappel, geconjugeerd linolzuur (CLA), calcium, guargom, glucomannaan [een hoofdbestanddeel van konjak], chitosan (2) en groene thee (3). Onakpoya zei:

We vonden geen bewijs dat er ook maar een van deze onderzochte supplementen een adequate behandeling is om het lichaamsgewicht te verminderen. Over de hele wereld samen wordt er voor ruim dertien miljard dollar (10 miljard euro) verkocht aan dieetsupplementen, de receptplichtige middelen niet meegerekend. In West-Europa was de verkoop meer dan 900 miljoen pond (1,1 miljard euro). De afslankindustrie in de VS heeft een beurswaarde van meer dan 50 miljard dollar (40 miljard euro) en Amerikanen geven jaarlijks 1,6 miljard dollar (1,2 miljard euro) uit aan supplementen om gewicht kwijt te raken. De mensen denken dat deze supplementen een snelle manier zijn om gewicht te verliezen, en ze geven er enorme bedragen aan uit (5 dollar per jaar per hoofd van de bevolking in de VS, red.), maar dat kan leiden tot teleurstelling, frustratie en neerslachtigheid als hun verwachtingen op de lange duur niet vervuld worden.

Onakpoya merkte op dat er over sommige van de supplementen in zijn onderzoek berichten waren van nadelige effecten. Maar, zo zei hij, er meer serieus onderzoek nodig, omdat er maar weinig onderzoeken zijn die lang duurden en bij de meeste van die onderzoeken waren maar weinig patiënten betrokken. Dat zijn factoren die tezamen maken dat er maar beperkte conclusies kunnen worden getrokken over werkzaamheid en veiligheid van zulke supplementen.

Ellrotts onderzoek werd betaald door een Duits consumententijdschrift, terwijl Onakpoya en collega’s niet door iemand in het bijzonder werden betaald. De leerstoel van Onakpoya wordt echter betaald door GlaxoSmithkline, makers van het obesitasmiddel Orlistat. Dit bedrijf stelt echter geen eisen aan de besteding van het geld voor de leerstoel.

 

Noten, zie ook Gekruide leugentjes

1. In interviews wees Ellrott erop dat Orlistat onder deze beschrijving valt.
2. Chitosan is een stof die onder andere gewonnen
wordt uit de schalen van garnalen, krabben en kreeften. Het absorbeert
vetten en er bestaat een flink aantal praktische toepassingen voor deze
eigenschap, maar vermagering hoort daar niet bij. Het vet wordt na opname
door chitosan alsnog door de spijsvertering opgenomen. 
Mensen die allergisch zijn voor schaaldieren kunnen uiteraard geen chitosan
gebruiken.
2. Groene thee bevat polyfenolen, stoffen die kanker kunnen tegengaan (in
hoeverre deze relevant zijn voor de mens is onduidelijk), maar deze eigenschap
is nog niet tot de advertenties doorgedrongen. Daarin worden polyfenolen
geprezen omdat ze de vitaliteit zouden verhogen en de vetverbranding stimuleren
(waardoor u vermagert), de bloeddruk en cholesterolspiegel laag houden
en de conditie van de bloedvaten verbeteren. Lezers die dit wondermiddel
redelijk vaak gedronken hebben zullen helaas weinig van deze effecten
hebben gemerkt. Die worden pas zichtbaar vanaf tien kopjes per dag.

 

 

Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij

Schrijf je in en ontvang het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij (NTtdK).

Word lid east
Kwakzalverij