Manuele therapie: veel reclame en weinig wetenschap

​Vakblad luistert kritiekloos naar manuele therapeuten van Rugpoli.
Door: Cees Renckens en Ron Allard | Geplaatst: 24 jun 2016 | Laatste Wijziging: 13 sept 2016

Fysiopraxis is het vakblad van het fysiotherapeutengenootschap KNGF en het verschijnt tienmaal per jaar. In het maartnummer 2016 verscheen in de rubriek Nieuwe praktijken een interview met twee medewerkers van de Rugpoli, een keten van poliklinieken, gedomineerd door orthomanueel artsen. De poli prijkte in 2014 op de shortlist van de Meester Kackadorisprijs, de prijs van de Vereniging tegen de Kwakzalverij.

Het kritiekloze interview liet zich lezen als één groot reclameverhaal voor deze ‘nieuwe’ werkwijze, waaraan naast (ortho-)manueel artsen ook fysiotherapeuten, manueeltherapeuten, mechanisch consulenten (methode McKenzie), neurologen, radiologen en röntgenlaboranten te pas komen. Het zijn allen ‘gespecialiseerde deskundigen’. De intake wordt gedaan door de mechanisch consulent en er vindt beeldvormend onderzoek plaats. Er is geen wachtlijst en men kan op een dag door drie, vier verschillende disciplines gezien worden: ‘We kunnen erg snel handelen’. Er wordt niet-hiërarchisch gewerkt en het percentage van 80 % aspecifieke rugpijn wordt aldus teruggebracht tot twintig, dertig procent, zo luidt de belofte. Wordt er een ‘scheefstand’ gevonden, dan volgt een verwijzing naar de orthomanueel arts (methode-Sickesz). Alle mechanisch consulenten zijn fysiotherapeut en hebben het ‘universitair diplomaprogramma van de McKenzie-opleiding gevolgd’. Welke universiteit(en) hier worden bedoeld, blijft onvermeld.

McKenzie-therapeuten laten hun patiënten oefenen en ondersteunen deze aanpak met ‘mobilisaties en manipulaties’, aldus zo’n therapeut in een reclamefilmpje op RTL 4. Sommige technieken staan niet in de richtlijnen: ‘Daarin lopen wij voor’, zo melden de geïnterviewden van de Rugpoli. Ook psychosociale factoren worden door de twee wel genoemd, maar de aandacht ervoor beperkt zich tot een vragenlijst die ingevuld moet worden. Het ‘mechanische pad moet eerst worden afgelopen’, zo adviseren de twee.

Het artikel leidde tot nogal wat verontwaardiging van lezers en die werd ook ter kennis gebracht van het KNGF-bestuur. Het bestuur reageerde ontwijkend op de vraag of hier soms sprake was geweest van een advertorial. In het blad reageerde het bestuur niet. Ook de redactie van het blad werd door kritische briefschrijvers aangesproken en hoofdredacteur Saskia Bon beloofde in het mei-nummer beterschap. We zijn aan het denken gezet en we zullen onze journalisten voortaan met de opdracht op pad sturen kritische vragen te stellen en ook meer negatieve aspecten te noemen, zo beloofde de hoofdredacteur.

Het blad plaatste ook een scherpe reactie van Menno de Zeeuw (‘fysiotherapeut, manueel therapeut MSc’), gevolgd door een nadere toelichting van de kant van de Rugpoli. De Zeeuw wijst erop dat adequate verwijzingen naar literatuur over de werkzaamheid van op de Rugpoli toegepaste methoden ontbreekt en dat woorbij wordt gegaan aan het feit dat er slechts een zeer geringe correlatie is tussen subjectieve rugklachten en afwijkingen bij beeldvorming. ‘Beenlengteverschillen, scolioses en andere scheefstanden zijn veel voorkomend en klachtenvrij’. En het met palpatie vaststellen van scheefstanden is toch notoir onbetrouwbaar, aldus De Zeeuw. Hij pleit tenslotte voor meer aandacht voor biopsychosociale factoren en noemt al die ‘mechanische diagnosen’ nocebo’s. Daarin heeft hij natuurlijk gelijk.

Het treurigstemmende antwoord van de Rugpoli (bij schrijven van mechanisch consulent Hans van Helvoirt en basisarts en directeur Michiel Schepers) toont het gelijk van De Zeeuw direct aan. Men komt met een serie deftig klinkende diagnosen en therapieën, waaruit blijkt hoezeer men er verstrikt is in het mechanistisch denken over rugpijn. Het gaat dan om ‘weefselspecifieke behandeling’, ‘radiofrequente behandeling’, ‘antibiotica bij Modic 1 changes’, ‘derangement en centralisatie’, ‘injecties in combinatie met MDT’ en ‘transforaminale epidurale behandeling’. Aan de psychosociale kant wordt slechts aandacht besteed via de Vierdimensionele Klachtenlijst of de STarT Back Screening Tool.

Fysiotherapeuten zouden zich veel meer moeten richten op actieve interventies bijvoorbeeld het bevorderen van zelfredzaamheid, belastbaarheidsverbetering, coaching en scholing van veilig lichaamsgebruik en zich niet moeten verliezen in de veel te passieve en afhankelijk makende manuele therapie. De enige verstandige opmerking - en hier komt de aap uit de mouw - staat in de een na laatste alinea, waar de Rugpoli-auteurs constateren dat ‘wij met zijn allen (chiropractoren, osteopaten, manueel therapeuten en orthomanueel artsen) in hetzelfde schuitje zitten.’ Want nog steeds ‘is niet duidelijk wat nu eigenlijk het werkingsmechanisme is van een manuele interventie en of deze veel toevoegt’.

Ware woorden. Manuele therapie moet derhalve als kwakzalverij worden beschouwd totdat het tegendeel bewezen is, een gebeurtenis die voorshands niet te verwachten is. Het zou het KNGF sieren als zij die constatering zou overnemen en de NVMT, zijn onderafdeling van manueel therapeuten, op zo kort mogelijke termijn zou ontbinden.

Lees ook