KNMG afdeling wederom in de fout

Door: Martijn ter Borg | Geplaatst: 12 feb 2007

Vorig jaar werd het congres 'Fusion - variatie in mensen, diversiteit in zorg' georganiseerd onder auspiciën van KNMG district VI (Rotterdam). Dit congres had als doel de dialoog te stimuleren tussen reguliere en complementaire geneeskunde. Ook in 2007 wordt het Fusion congres weer georganiseerd. En ook dit jaar blijkt het inmiddels beruchte district VI van de KNMG betrokken bij het Fusion 2007 congres. Het is er niet beter op geworden: het doel is ongewijzigd, de KNMG staat heel groot op de site vermeld en het programma is te absurd voor woorden.

De website begint met een vage introductie over nieuwe ontwikkelingen in de medische wetenschap waaruit zou moeten blijken dat alternatieve behandelwijzen nu bewezen effectief zouden zijn. Als je het programma van het Fusion 2007 congres ziet, dan is er geen twijfel meer mogelijk, dit is overduidelijk een kwakzalvers-congres. Zo is er een lezing over homeopathie bij ADHD en misschien nog erger, over alternatieve behandelwijzen bij de ziekte van Lyme! Dat de ziekte van Lyme een ernstige infectieziekte is, is ze blijkbaar ontgaan. Antibiotica zijn bij de ziekte van Lyme noodzakelijk, geef je die niet, dan kan dit zeer ernstige gevolgen hebben. Ten slotte worden ook de ervaringen (geen resultaten!) van de 'ZonMw cursus' gepresenteerd door een hoogleraar die verbonden is aan het EMGO instituut dat de cursus gaf.

Dat het een zeer dubieus congres is blijkt natuurlijk ook uit de sponsoren, waaronder VSM, Orthica, NatuurApotheek en ProHealth. Verder zijn er dan nog de verenigingen die participeren: de Nederlandse Vereniging voor Antroposofisch Artsen, de Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging, de Artsenvereniging voor Homeopathie en de Artsenvereniging voor Biologische en Natuurlijke Geneeskunde).

We kunnen dus wel stellen dat dit KNMG-district hardleers is en een zeer pro-alternatief standpunt heeft. Het mag duidelijk zijn dat ik mijn lidmaatschap van dit district heb opgezegd.

Deze brief is ook geplaatst in Medisch Contact van 9 februari 2007.

Naschrift oktober 2010

De congresfusion website is niet meer bereikbaar. Van http://web.archive.org nemen we de volgende
staalkaart van artsenkwakzalverij in Nederland over:

Het programma voor 22 maart 2007 luidde (zoals het eruit zag volgens archive.org op 4 augustus 2007)

08.30 – 09.30 ONTVANGST EN INSCHRIJVING

09.30 – 09.40 WELKOM DOOR DAGVOORZITTER(S)

09.40 – 09.50 OPENING
dr. C.P. Kaiser, voorzitter KNMG district VI (Rotterdam), sociaal
geneeskundige

09.50 – 10.20 INTEGRALE GENEESKUNDE
Fusion met of zonder angel?

prof. dr. J.M. Keppel Hesselink,
                            arts-farmacoloog, medisch bioloog,
acupuncturist, hoogleraar moleculaire farmacologie, universiteit van
Witten/Herdecke, Duitsland, voorzitter Stichting IOCOB

                            De term integrale geneeskunde omvat het naast elkaar hanteren van
reguliere en complementaire behandelmodaliteiten, met als doel het
bewerkstelligen van een optimale behandeling van de patiënt. Dit houdt
een uitdaging in ten aanzien van de aantoonbaarheid van de
effectiviteit van de desbetreffende behandelingen,
onderzoeksmethodologie, en het gebruik van niet-bewezen benaderingen.

De klassieke monocomponent-monotarget studies en randomized
clinical trials (RCT), biedt hiervoor te weinig ruimte. Wij ervaren deze
beperking dagelijks: wat bewezen is, werkt lang niet altijd; en wat
onbewezen is, werkt soms wel. De grondslag van evidence based medicine
(EBM) vraagt om een verbreding van monocomponent-monotarget studies
naar multicomponent-multitarget studies en daarop
gebaseerde trials. Fusion stimuleert de dialoog en initiatieven om dit tot
stand te brengen. Hierin liggen zowel enorme uitdagingen, als
kansen om de zorg voor de individuele patiënt te verbeteren. Ook de
maatschappij heeft hier, door de betere kosten/effectifiteit ratio,
voordeel bij.
Vanuit de vraag: ’Wat is de bewezen toegevoegde waarde?’
passeren verschillende vormen van gecombineerde reguliere en
complementaire zorg de revue.

10.20 – 10.50 ONDERZOEKSMETHODOLOGIE COMPLEMENTAIRE BEHANDELWIJZE
Ervaringen uit de ZonMw Cursus

prof. dr. ir. H.C.W. de Vet, hoogleraar Klinimetrie, programmaleider
onderzoek “Musculoskeletal disorders”, EMGO Instituut, Vumc

Zowel theoretisch, als praktisch kennen de reguliere en
complementaire geneeskunde veel verschillen. Maar wanneer het over
onderzoeksmethodologie gaat, vallen vooral de gelijkenissen op. Volgen
beide stromingen in theorie dezelfde onderzoeksmethodologie, in de
praktische uitwerking en opduikende problemen komen soms verschillen
naar voren. Tot de uitdagingen van het wetenschappelijk onderzoek naar
de complementaire geneeskunde behoren de keuzes van
onderzoekspopulatie, interventie, en uitkomstmaten. Ook komen daarbij
o.a. de bestudering van integrale behandelingen aan de orde, het effect
van de interventie en de voor- en nadelen van placebo-effecten.
Bij de problemen rond de praktische uitvoering worden onder meer de
invloed van patiëntpreferenties en vooroordelen t.a.v.
complementaire geneeskunde besproken. Wie wil meewerken aan een
bepaald onderzoek? Hoe kan de onderzoeksagenda daarop worden
aangepast? Een aantal voorbeelden is afkomstig uit het paramedische veld,
waarin men qua interventies en uitkomstmaten soms dicht tegen de
complementaire geneeskunde aanzit.
Via Zon/MW hebben zo’n 15 leden van enkele complementaire
beroepsgroepen deelgenomen aan een cursus onderzoeksmethodologie.
Ook de ervaringen met deze groep worden besproken.

10.50 – 11.10 PAUZE

11.10 – 11.40 DEMYSTIFICATIE VAN EEUWENOUDE OOSTERSE ACUPUNCTUUR MET HIGHTECH WESTERSE MIDDELEN (voertaal Engels)
prof. dr. G. Litscher, arts en biomedisch ingenieur, hoofd van de
onderzoekseenheid van Biomedische Technieken in Anesthesie en
Intensive Care Geneeskunde, Medische Universiteit van Graz, Oostenrijk

De nieuwste wetenschappelijke onderzoeksmethoden die in Graz worden
toegepast in het hedendaagse acupunctuuronderzoek bestaan uit het
echografisch volgen van hersenfuncties, bio-elektrische methoden voor het
bepalen van de diepte van de narcose, en spectroscopische near-infrared
technologie uit de intensive care geneeskunde. Dankzij recentelijk
ontwikkelde multifunctionele helmconstructies en tests met complexe, in
verschillende richtingen werkende echografie, kunnen functionele
veranderingen in de hersenen ten gevolge van acupunctuur nu zichtbaar
worden gemaakt. Met non-invasieve methoden onderzoekt men het effect
op de centrale en perifere functies van verschillende
stimuleringsmodaliteiten – manuele naald acupunctuur, lasernaald
acupunctuur, en elektroacupunctuur.
Lasernaalden, op de huid geplakt, maken acupunctuur niet alleen
pijnloos, maar bieden tevens de unieke gelegenheid tot het uitvoeren van
reproduceerbare, placebo-gecontroleerde, gerandomiseerde dubbelblind
studies. Dit alles maakt dat de effecten van acupunctuur nu exact
meetbaar, reproduceerbaar en aantoonbaar zijn.

 11.40 – 12.10 DE RELATIE TUSSEN VOEDING EN WELBEVINDEN(voertaal Engels)
mr. C.B. Gesch FRSA, hoofdonderzoeker aan de afdeling fysiologie van de
universiteit van Oxford en directeur van Natural Justice, Engeland

De Commissie van de Gezondheidsraad stelde onlangs Richtlijnen Goede
Voeding 2006 op. Inhoudelijk bestaat er echter niet alleen een
discrepantie tussen deze adviezen en de commerciële voedingsproducten
in het algemeen, maar zelfs ten opzichte van die welke door fabrikant of
grutter zijn voorzien van een waarmerk ’gezonde voeding’.
In een positief commentaar bespreekt George Monbiot, auteur van de
bestseller ’The Age of Consent and Captive State’, op 2 mei 2006 in The
Guardian
de invloed van junkfood op gewelddadig gedrag. Centraal in zijn
artikel staat het onderzoek van Bernard Gesch in de Britse gevangenis.
Monbiot bekritiseert de lakse houding van de Britse overheid
ten aanzien van de agressieve commerciële benadering van de industrie
naar kinderen toe, vooral wat de TV-reclame betreft. Hij besluit zijn
artikel met zijn speurtocht of men op overheidsniveau de invloed van
voeding op gedrag in de gevangenis serieus neemt. In Nederlandse
gevangenissen is een dergelijk onderzoek inmiddels gaande: Bernard
Gesch zal hierover op het congres verslag doen.

12.10 – 13.40 LUNCH

Parallelsessies:
praktijkgerichte dialoog in 7 boeiende workshops


13.40 – 14.55 1. INTEGRATIVE MEDICINE, EEN NIET TE STOPPEN BEWEGING
mw. drs. I.A. von Rosenstiel, kinderarts, hoofd kinderafdeling
Slotervaartziekenhuis, Amsterdam
mw. drs. R. Koolen, klinisch psycholoog / kinder- en jeugdpsycholoog,
Slotervaartziekenhuis, Amsterdam

Integrative medicine houdt in dat er, naast de expertise van chirurgische en
farmacologische interventies van de ’oude’ geneeskunde bij acute
ziektebeelden, ook voor de chronische-, en complexe ziektebeelden een
aanbod beschikbaar is, met daarin – onlosmakelijk van elkaar – een
aandeel voor psyche en soma. In de VS, Canada en Engeland heeft men
daarmee al ruimschoots ervaring. In Nederland is sinds juni 2006 in het
Slotervaartziekenhuis ’het beste uit twee werelden onder één dak’ voor het
eerst officieel een feit. In de workshop komen aan bod: concrete
toepassingen, inbedding – zoals institutionalisering in medische
associaties en professionele verenigingen, universitaire
opleidingsprogramma’s – alsmede (inter)nationale evidenced based
naslagwerken. Verder wordt ingegaan op tastbare Nederlandse initiatieven
voor diverse doelgroepen in ziekenhuizen, innovatieve projecten die het
comfort verhogen voor patiënt en arts (healing environment), en op de
grote kans die integrative medicine biedt tot kwaliteitsverbetering in de
gezondheidszorg.

13.40 – 14.55 2. INTEGRALE PSYCHIATRIE
drs. H.J.R. Hoenders, psychiater / onderzoeker GGZ Winschoten VU
Amsterdam
mw. I.D.W. Klijntunte-de Maar, psychiater / trainer / coach, Het Behouden
Huys, Glimmen

Integrale psychiatrie betekent: de praktische herbevestiging van het
belang van de therapeutische relatie, het zich richten op de persoon als
één geheel met biologische, sociologische, sociale en spirituele
dimensies, het op de hoogte zijn van de wetenschappelijke bewijsvoering,
en het inschakelen van alle passende benaderingen,
zorgverleners en disciplines, nodig voor het bereiken van een optimale
gezondheid en heling. In deze workshop wordt ingegaan op vragen als:
Hoe ziet dit eruit in de Nederlandse praktijk? Hoe laten we de
keuzevrijheid van de burger intact en beschermen we tegen kwakzalverij?
Hoe zou de samenwerking er uit moeten zien? Hoe kan er onderzoek
naar Integrale Psychiatrie worden gedaan? Terwijl één en ander wordt
geïllustreerd aan de hand van praktische voorbeelden, wordt bovendien
een overzicht gegeven van recente (inter)nationale ontwikkelingen. Ook
komt het project Integrale Psychiatrie van GGZ Winschoten aan bod, met
zijn drie pijlers: onderzoek, patiëntenzorg, en voorlichting
(waaronder een jaarlijks congres).

13.40 – 14.55 3. ORTHOMOLECULAIRE GENEESKUNDE EN/OF KLASSIEKE VOEDINGSLEER?
dr. G.E. Schuitemaker, apotheker, directeur Ortho Institute,
hoofdredacteur tijdschrift Ortho
mw. dr. ir. E. Kampman, universitair hoofddocent, afdeling Humane
Voeding, Universiteit, Wageningen
mw. M.C. de Waal Malefijt, orthomoleculair diëtiste, De
natuurgeneeskundige praktijk Gottswaal

Een pittige workshop vol overeenkomsten, tegenstellingen en
nuanceringen. Voegen voedingssupplementen, toegediend in een optimale
dosering, iets toe aan de klassieke benadering van de voedingsleer als het
gaat om het handhaven van een optimale gezondheid en het behandelen
van ziekte? Dat impliceert de orthomoleculaire geneeskunde, die daarin
goede resultaten boekt door de lichaamscellen van een optimale
moleculaire omgeving te voorzien. Een vraag die hiermee samenhangt is of
de omstandigheden in de 21e eeuw – zoals de veranderende leef-, en
voedingsgewoonten en het ouder worden van de mens – het gebruik van
voedingssupplementen vereisen. Verschaft bovendien de huidige kennis
van de (epi)genetica nieuwe inzichten om het gebruik van
voedingssupplementen te rechtvaardigen? Of kan, wat voor de één goed
is, juist het risico op ziekte bij de ander verhogen? Moeten we voorzichtig
zijn met het gebruik van voedingssupplementen in hoge doseringen?
Kunnen we daarom beter zeggen: ‘Een paprika is niet voor niets een
paprika!’?

13.40 – 14.55 4. ADHD, BEZIEN VANUIT REGULIER EN HOMEOPATHISCH PERSPECTIEF (voertaal Engels)
dr. H. Frei, onderzoeker in pediatrische homeopathie, docent, KIKOM, universiteit van Berne, Zwitserland
mw G. van de Loo-Neus, kinder en jeugdpsychiater, Karakter Universitair Centrum kinder en Jeugdpsychiaterie Nijmegen- UMCN St. Radboud
mw. M. de Boer, Stichting Voedsel Allergie

ADHD is de meest voorkomende, maar ook de beste gevalideerde stoornis
bij kinderen en jeugdigen. De DSM-IV heeft internationaal consensus
| gebracht in de diagnostiek. ADHD uit zich op drie gebieden: aandacht-
en concentratiezwakte, impulsiviteit in denken en doen en
hyperactiviteit. De reguliermedische behandeling volgt de resultaten van
een multi trial ADHD studie (MTA) waarin werd vastgesteld dat de
combinatie van medicatie, psycho-educatie en cognitieve
gedragstherapie een effectieve behandelmethodiek is. Door goede
instelling en verandering van leefgewoonten is sterke verbetering op
symptoomniveau haalbaar, en kunnen leerstoornissen en schoolverzuim
worden voorkomen.
Aan de universiteit van Bern is ADHD binnen de context van de
homeopathische geneeskunde onderzocht in een gerandomiseerde
gecontroleerde studie (RCT). In de homeopathie wordt het te gebruiken
middel eerst zorgvuldig op het karakter van de gebruiker afgestemd, en
vervolgens in een bepaalde dosering toegediend. Homeopathie blijkt
vooral een positieve bijdrage te kunnen leveren in de verbetering van
gedrag en cognitie.
Namens de Stichting VoedselAllergie neemt Marjan de Boer deel aan
de discussie die deze workshop afsluit. In navolging van vele
internationale onderzoeken wordt er ook in Nederland een,
wetenschappelijk aangetoond, verband gelegd tussen
voedselovergevoeligheid en ernstig probleemgedrag.
13.40 – 14.55 5. KINDEREN, CAM EN DE REGULIERE HUISARTSENPRAKTIJK
mw. drs. A.M. Vlieger, kinderarts, Antonius ziekenhuis, Nieuwegein
dr. H.C. Moolenburgh, huisarts, Haarlem
dr. J.A.J. de Vette, huisarts, Wijchen
mw. J.P. van Groningen, huisarts, Vlaardingen

In deze workshop staan twee van oorsprong regulier geschoolde
huisartsen stil bij specifieke momenten in de kindertijd, de adolescentie en
midlife. Kinderen zijn zowel de hoop op, als de verzekering van de
toekomst. De geneeskunde die zij behoeven, moet daarom van de
allerhoogste standaard zijn. Ouders vragen voor hun kinderen vaak om een
complementaire benadering. Bij acute klachten is een reguliere
behandelwijze doorgaans de onbetwist aangewezen weg. Door in de niet-
acute gevallen de beperkingen die een diagnose oplegt even te laten
rusten, ontstaat een nieuw perspectief waarin de wijsheid zich kan
ontvouwen. Hieruit kunnen vanuit het gehele palet van reguliere en
complementaire benaderingen, voor de desbetreffende patiënt de juiste
oplossingen zich aandienen. In deze workshop praktijkvoorbeelden van de
inspiratie, de uitdagingen en de mogelijkheden.

13.40 – 14.55 6. ONBEGREPEN LICHAMELIJKE KLACHTEN IN DE HUISARTSENPRAKTIJK
drs. H. Koers, psychiater, stageopleider ziekenhuispsychiatrie, Antonius
Mesos Groep
drs. J.D. Kippersluis, huisarts, Utrecht
drs. C.J. Post Uiterweer, antroposofisch werkend huisarts,
Gezondheidcentrum Therapeuticum Utrecht
mw. drs. L.M. van Hoëvell-van Dapperen, medisch biologe, directeur
Antroposana

Onbegrepen lichamelijke klachten (somatisatieklachten, functionele
klachten) zijn een enorm aandachtsgebied in alle specialismen: van
overactieve blaas tot whiplash, van chronisch vermoeidheidsyndroom tot
hypermobiliteit. De huisarts wordt in de regel als eerste met dergelijke
klachten geconfronteerd. Hoe beter deze daarin een sleutelrol
kan vervullen, hoe minder irritatie, ontevredenheid en overbodig
medisch handelen het gevolg zijn, des te meer inzicht de patiënt krijgt in
het eigen functioneren en des te lager de kosten in de hele
gezondheidszorg zullen zijn.
Vragen, specifiek gesteld vanuit de antroposofische (huisartsen)
geneeskunde kunnen zijn: Wat zeggen de onbegrepen lichamelijke
klachten over het samenwerken van lichaam en psyche? Hoe werken
lichaam en ziel überhaupt samen? Hoe is dat verstoord bij somatisatie? Tot
wat voor antroposofisch therapieconcept voert dit? Ondersteund
door een wetenschappelijke update en geïllustreerd aan de hand
van praktijkgevallen delen twee huisartsen hun expertise.

13.40 – 14.55 7. LYME-BORRELIOSE: EXTRA COMPLEX DOOR VERSCHILLENDE OPVATTINGEN OVER DIAGNOSTIEK EN BEHANDELING

ir. F. Gassner, onderzoeker, Universiteit van Wageningen, Wageningen
dr. A.W.B. Klusman, psychiater, Zwolse Poort, Zwolle
mw. drs. N. den Ouden, bestuurslid Nederlandse Vereniging voor Lyme
Patiënten


Ter inleiding van deze workshop wordt aan de hand van recent onderzoek
ingegaan op de hoge infectiegraden van de schapenteek (Ixodes
ricinus) met de Lyme bacterie (Borrelia Burgdorferi) in de Nederlandse
natuur. Een korte samenvatting illustreert het proces waarmee de bacterie
van vertebraat gastheer via de teek ten slotte wordt overgebracht op
de mens.

Lyme-borreliose is een complexe ziekte die de verschijnselen kan imiteren
van een groot aantal zeer verschillende ziektebeelden en die bij niet-
tijdige en onvoldoende behandeling tot zeer ernstige invaliditeit kan leiden.
Uit recent onderzoek blijkt dat ook in Nederland de ziekte oprukt. Er is
sprake van aangetoonde toename en daarnaast is er vermoedelijk sprake
van onderdiagnostiek.
De beschikbare wetenschappelijke informatie over diagnostiek en
behandeling is onvolledig en deels tegenstrijdig. De twee daarin nu
globaal bestaande opvattingen hebben geresulteerd in twee verschillende
`evidence based` richtlijnen.
De punten waarop beide opvattingen van elkaar afwijken, zullen één voor
één worden doorgenomen, en vertaald naar de consequenties voor de
Nederland situatie. De workshop wordt afgesloten met aanbevelingen voor
de klinische praktijk in Nederland, en een pleidooi voor meer onderzoek en
de opzet van expertise centra.

14.55 – 15.25 PAUZE

15.25 – 16.40 PARALLELSESSIE II

16.40 – 16.50 WISSELPAUZE

16.50 – 17.40 PANELDISCUSSIE
Verzekeraars, (semi-)overheid, patiëntenverenigingen, consumentenbond,
wetenschappers

17.40 - 17.50 SLOTWOORD
dr. E.P. Beem, co-director ZonMw, The Netherlands Organisation for Health Research and Development

17.50 – 18.00 DAGAFSLUITING
dr. C.P. Kaiser, voorzitter KNMG district VI (Rotterdam), sociaal
geneeskundige

18.00 – 19.00 NAPRATEN / BORREL

 

 

 

Toegekende accreditaties

(N.B. de organisaties die accreditaties verlenen onder nummer 4438 of onder nummer 023.07 zijn of vertegenwoordigen serieuze beroepsverenigingen, terwijl de overigen kwakzalversclubs zijn. Opm. van de Webredactie)



AbSg, Accreditatiebureau Sociale Geneeskunde, geaccrediteerd voor 6 uren bij- en nascholing Sociale Geneeskunde algemeen/algemeen medisch onder ID nummer 4438

NVVA, Nederlandse Vereniging voor VerpleeghuisArtsen, geaccrediteerd voor 6 uren onder accreditatienummer 023.07

CvAH, College voor Accreditering Huisartsen, geaccrediteerd voor 6 uren onder ID nummer 4438

VHAN, Artsenvereniging voor Homeopathie, geaccrediteerd als 1 dag Algemeen Medische Nascholing (AMN)

ROMG, Register OrthoManuele Geneeskunde, geaccrediteerd voor 6 algemene uren

NVOMG, Nederlandse Vereniging van artsen voor OrthoManuele Geneeskunde, geaccrediteerd voor 6 uur algemene nascholing

MBOG, Maatschappij ter bevordering van de Orthomoleculaire Geneeskunde, geaccrediteerd voor 5 algemeen medische punten.

ABNG-2000, Artsenvereniging voor Biologische en Natuurlijke Geneeskunde, geaccrediteerd als één dag algemeen medische nascholing

N.V.A., Nederlandse Vereniging voor Acupunctuur, geaccrediteerd als één dag verplichte nascholing (geaccrediteerd met code A)

NVOG, Nederlandse Vereniging voor Obstetrie en Gynaecologie, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NvvA, Nederlandse Vereniging voor Allergologie, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NOG, Nederlands Oogheelkundig Gezelschap, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NAL, Nederlandse Artsen Laboratoriumdiagnostiek, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVVC, Nederlandse Vereniging voor Cardiologie, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NOV, Nederlandse Orthopaedische Vereniging, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVKG, Nederlandse Vereniging voor Klinische Geriatrie, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVDV, Nederlandse Vereniging voor Dermatologie en Venereologie, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVVP, Nederlandse Vereniging voor Pathologie, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVMM, Nederlandse Vereniging voor Medische Microbiologie , geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NIV, Nederlandsche Internisten Vereniging, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVvP, Nederlandse Vereniging voor Psychiatrie, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVK, Nederlandse Vereniging voor Kindergeneeskunde, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVN, Nederlandse Vereniging voor Neurologie, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVvH, Nederlandse Vereniging voor Heelkunde, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

VRA, Nederlandse Vereniging van Revalidatieartsen, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVR, Nederlandse Vereniging voor Reumatologie, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVNG, Nederlandse Vereniging voor Nucleaire Geneeskunde, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVVN, Nederlandse Vereniging van Neurochirurgen, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVALT, Nederlandse Vereniging van Artsen voor Longziekten en Tuberculose, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

MDL, Nederlands Genootschap van Maag-, Darm- en Leverartsen, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

VKGN, Vereniging Klinische Genetica Nederland, geaccrediteerd voor 5 uren algemene na- en bijscholing medisch specialisten onder ID nummer 4438

NVAA, Nederlandse Vereniging voor Antroposofische Artsen, geaccrediteerd onder nummer AAC0125.07 voor 6 uur

NAAV, Nederlandse Artsen Acupunctuur Vereniging, accreditatie gehonoreerd voor 6 uur Algemeen Medische Nascholing (AMN)

NVNR, Nederlandse Artsenvereniging voor Neuraaltherapie volgens Huneke en Regulatietherapie, geaccrediteerd als 1 dag algemene nascholing.

ABB, Artsen vereniging voor biofysische geneeskunde en bio-informatie therapie, geaccrediteerd als reguliere bijscholing voor 2 dagdelen.

 

 

 

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

Lees ook