Door: Broer Scholtens | Geplaatst: 03 juli 2015

Edelachtbare, kwakkers verkopen onzin en klanten betalen daarom btw

Alternatieve behandelaars, al dan niet BIG-geregistreerd, moeten sinds 1 januari 2013 klanten btw in rekening brengen.

Ze genieten niet langer meer het recht op btw-vrijstelling zoals reguliere behandelaars. Het geldend tarief is 21 procent. Reguliere behandelaars krijgen vrijstelling omdat ze een bijdrage leveren aan de gezondheid van de mens, is in de wet vastgelegd. Het lijkt een simpel gegeven maar rechters hebben het er razend moeilijk mee. Neem de uitspraak eind mei van de meervoudige kamer belastingrecht van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Chiropractor Toon Stas, met een praktijk in Valkenswaard, maakte bezwaar tegen het besluit van zijn belastinginspecteur, die meent dat de chiropractor op basis van de belastingwetgeving geen recht heeft op teruggaaf van omzetbelasting. Stas is per slot van rekening niet-BIG-geregistreerd en hij heeft ook geen door officiële instanties, in casu de Nederland-Vlaamse Accreditatie Organisatie (NVAO), erkend diploma, aldus het betoog van de inspecteur. En nog belangrijker: van chiropraxie is nooit aangetoond dat het een nuttige bijdrage levert aan de zorg. 

Welnee, sprak de belastingrechter in Breda de belastingdienst toe. Kijk, die Stas kan prachtige diploma’s overleggen. Zo gebruikt hij de “achternaamse” titel D.C., die hij na een vijfjarige studie chiropraxie aan de Anglo European College of Chiropractic in het Engelse Bournemouth heeft verkregen. Een eerste denkfout. De rechter vergeet gemakshalve dat het diploma van deze opleiding in Nederland niet wordt erkend, natuurlijk ook om kwaliteitsredenen. De rechter in Breda had echter meer noten op zijn zang. Stas heeft aan de Leuvense Katholieke Universiteit (K.U.L.) een diploma (licenciaat) in motorische revalidatie en kinesitherapie (MSc) behaald, had de rechter zich laten overtuigen. En, zo had de rechter in grote wijsheid bedacht, de handelingen van chiropractor Stas “worden weliswaar niet via de basisverzekering maar wel via de aanvullende verzekering vergoed, hetgeen een aanwijzing is voor het kwaliteitsniveau van de behandelingen.” De rechtbank vindt daarom dat het bezwaar van Stas gegrond is en dat de chiropractor uit Valkenswaard recht op teruggaaf van omzetbelasting, het btw-deel dat hij onterecht aan de belastingdienst heeft afgedragen. De belastingdienst zal hiertegen ongetwijfeld in beroep gaan.

Ter informatie van de rechter in Breda: voordat een reguliere behandeling of medicijn in de basisverzekering wordt opgenomen, moeten talloze (positieve) wetenschappelijke studies en publicaties ter goedkeuring worden overlegd aan een dik-bemande geleerdencommissie van het College voor Zorgverzekeringen (CVZ). Zorgverzekeraars stellen echter niet dezelfde eisen aan behandelingen in hun aanvullende pakketten: ze komen hier niet verder dan het berekenen van de premie aan de hand van het aantal geïnteresseerden, niet meer dan een simpele risicoberekening van een verzekeraar dus.

De rechter in Breda meldt in zijn uitspraak nog fijntjes zich gesteund te voelen door een eerdere uitspraak van de Hoge Raad in een beroepszaak die de staatssecretaris van Financiën had aangespannen tegen de uitspraak van het Gerechtshof ‘s-Hertogenbosch eind maart 2015 in een vergelijkbare btw-zaak van een andere kwakzalver, een magnetiseur in de Brabantse regio. Deze meent voor zijn “magnetische” handopleggingsstrapatsen ook recht te hebben op btw-vrijstelling. 

De Hoge Raad vindt dat de magnetiseur, gelijk de Bredase rechter in de chiropractor-zaak, recht heeft op btw-vrijstelling, omdat de man flink heeft doorgeleerd voor zijn “magnetiseren, dat wil zeggen het door handoplegging en strijken energie overdragen om blokkades in het lichaam op te heffen”, is ter verduidelijking in de uitspraak van de Hoge Raad te lezen. “De magnetiseur, die zevenduizend patiënten per jaar magnetiseert, heeft met goed gevolg de beroepsopleiding op hbo-niveau tot paranormaal therapeut afgerond”, schrijft de rechtbank juichend om zonder blikken of blozen ter verdere onderbouwing te betogen dat een dertigtal zorgverzekeraars gemaakte behandelkosten bij de magnetiseur vergoeden en dat hij ook nog eens lid is van enkele beroepsverenigingen, zoals VNT en RNBG.

De magnetiseur om wie het gaat, heeft een diploma op zak van het Johan Borgman College, een opleidingsinstituut voor paranormale geneeswijze in Utrecht dat claimt een diploma af te leveren op hbo-niveau. Het is een kwalificatie die het instituut overigens niet mag gebruiken, vindt het al eerder genoemde NVAO, die hier als enige certificatie-organisatie over gaat. In de oorspronkelijke gerechtelijke uitspraak van het gerechtshof in Den Bosch, waar tegen de magnetiseur in beroep ging bij de Hoge Raad, wordt nog vermeld dat de kwakzalversopleiding bij de NVAO een aanvraag heeft ingediend voor accreditatie van de Utrechts paranormale opleiding. Het gerechtshof in Den Bosch meldt nog dat “hierover ten tijde van de zitting geen beslissing was genomen.” Navraag bij de NVAO leert dat het instituut HJBC nooit een accreditatie-verzoek heeft ingediend. De Hoge Raad rept hier bijna twee jaar later, opmerkelijk genoeg, helemaal niet meer over. De aanvraag is ongetwijfeld afgewezen, of zal dat binnenkort worden. De Hoge Raad heeft blijkbaar in al die jaren geen tijd gehad dit uit te zoeken. En dit is een net zo’n grote inhoudelijke blunder als de bewering van de raad dat gesprekken tijdens het magnetiseren “overeen met de werkzaamheden van psychologen, naar taalgebruik bekeken”, kwettert de raad daarbij verwijzend naar de bekende Van Dale als ultieme bewijsvoering. Beide – psychologen en magnetiseurs – kunnen goed kletsen en dus moet het wel goed zitten met dat magnetiseren, is de redenering. Het doet het er niet toe of iemand een fatsoenlijke (academische dan wel NVAO-geaccrediteerde) opleiding heeft genoten of niet, merkt de raad op.

De Hoge Raad kwam overigens in maart 2015 (op andere juridische gronden) al tot een vergelijkbare uitspraak als het gerechtshof in Den Bosch, in een zaak die kinesiologe Christine Jasperse-Breidenbach in Vlissingen had aangespannen tegen de belastingdienst. Zij hoeft geen btw af te dragen, zo oordeelde het Bossche hof omdat haar zorgverlening van hetzelfde niveau is als die van een huisarts of van een fysiotherapeut. Het hof in Den Bosch deed zijn uitspraak in een hoger beroepszaak die de belastingdienst had aangespannen tegen een eerdere uitspraak van de rechtbank in Breda. Deze had in oktober 2012 de kinesiologe in het gelijk gesteld en geoordeeld dat ze geen btw hoefde te rekenen. 

Belastingrechters krijgen het druk de komende jaren met btw-zaken. Ze zullen worden aangespannen door vele alternatieve behandelaars die menen recht te hebben op btw-vrijstelling. Ze zullen zich ongetwijfeld laten leiden door de uitspraak van de Hoge Raad in april dit jaar in een zaak die twee chiropractoren hadden aangespannen. De raad vindt dat ze zich als niet BIG-geregistreerde aan de wet moeten houden en klanten btw in rekening moeten brengen (die extra 21 procent). En zijn ze het hier niet mee eens dan moeten ze de gewone weg bewandelen en bij de belastingrechter zijn, oordeelde de Hoge Raad in zijn uitspraak van 10 april 2015.  

Ter info: belastingrechters horen te weten (of op te zoeken) dat chiropraxie net als kinesiologie en magnetiseren, acupunctuur en osteopathie je reinste kwakzalverij is. Het zijn onbewezen gezondheids(be)handelingen. Er zijn geen wetenschappelijke studies (zoals dubbelblind gerandomiseerde, placebogecontroleerde studies zoals in de reguliere geneeskunde) voorhanden die aantonen dat ze werken, Verder ontbreekt elke biomedische verklaring hebben voor deze geneeswijzen (een plausibel werkingsmechanisme is er niet). De kwakbehandelingen worden meestal uitgevoerd door niet-BIG-geregistreerde behandelaars zonder serieuze (gezondheid gerelateerde) opleiding of diploma’s. Hun (quasi-)opleidingen en diploma’s worden niet officieel erkend door de NVAO. Rechters moeten zich daarom beter oriënteren en pas daarna uitspraken doen. Op hen rust een grote verantwoordelijkheid. Kwakkers als chiropractoren en magnetiseurs zien zich immers gesterkt in hun kwakgedrag als een rechter weer eens niet goed heeft opgelet.

In dit kader is de uitspraak van het gerechtshof in Den Haag van belang, een uitspraak die rechters en zorgverzekeraars zich zouden moeten aantrekken. Het Haagse hof oordeelde in juli 2013 dat handelingen van alternatieve genezers getoetst moeten worden aan de norm van evidence based onderzoek (EBM). Zijn boodschap: kijk naar de bewijslast achter de verrichte handelingen en blijf weg bij juridische woordenspelletjes en muizengaten in de wet. Het Haagse hof deed zijn uitspraak in een al meer dan tien jaar lopende zaak die de manueel-therapeute Maria (ook wel Mayta) Sickesz had aangespannen tegen de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) en haar toenmalige voorzitter Cees Renckens.

De btw-heffing, die op 1 januari 2013 in werking is getreden, komt tegemoet aan een hartenwens van de VtdK. Enkele bestuursleden van de vereniging hebben dit in 2012 gedetailleerd onderbouwd in een artikel op deze website. 

Hun basale voorstel, overgenomen door de politiek, luidde: ‘Wij stellen voor dat vrijstelling van btw-heffing uitsluitend geldt voor behandelingen door BIG-geregistreerde behandelaars en uitsluitend voor bewezen effectieve behandelingen. Onder bewezen effectieve behandelingen verstaan wij die behandelingen die zijn opgenomen in door de medische beroepsgroepen opgestelde multidisciplinaire richtlijnen voor diagnose en behandeling.’

Auteur Broer Scholtens

Broer Scholtens

Broer Scholtens (1949) studeerde scheikunde aan de Universiteit Utrecht en promoveerde er op onderzoek naar batterijen. Hij werkte vier jaar bij het tijdschrift De Ingenieur en bijna dertig jaar als wetenschapsjournalist bij de Volkskrant. Hij schreef jarenlang over technologie, (wind)energie, gezondheid, voeding en consumentenproducten.

Gerelateerde artikelen

artikelen - 10 februari 2022

Een chiropractor voerde een nekmanipulatie uit bij een man. Die kreeg een beroerte en deed aangifte. Het OM vraagt vrijspraak.

page - 17 november 2021

Kwakzalverij is:(a) elk beroepsmatig handelen c.q. het verlenen van raad of bijstand in relatie tot de gezondheidstoestand van mens of dier(b) dat niet gefundeerd is op toetsbare en voor die tijd logische dan wel empirisch-houdbare hypothesen en theorieën(c) die actief onder het publiek worden verspreid (‘overpromotion’)(d) zonder dat toetsing binnen de beroepsgroep op effectiviteit en […]

artikelen - 10 september 2020

De MyoVision maakt blokkades in de rug snel zichtbaar. Een nutteloos attribuut in een slecht toneelspel, vinden experts.