Dokters die de weg kwijt zijn

Geneeskundestudent en alternatieve geneeskunde
Op de site van Geneeskundestudent is een nieuwe rubriek ‘Alternatieve geneeswijzen’ geopend met een column van Frits van Dam. In dezelfde rubriek een casus van Kees van der Smagt.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 26 feb 2010
Geneeskundestudent.nl is het sociale netwerk voor geneeskundestudenten. Op deze site verschenen onlangs onderstaande artikelen: een Column van Frits van Dam, gevolgd door de Natuurarts-Casus 'O nee dokter, alsjeblieft geen ziekenhuis' van Kees van der Smagt

Column

Rare dokters
Door Frits van Dam

Als psycholoog die vrijwel zijn hele, werkzame leven in de gezondheidszorg gewerkt heeft, heb ik altijd met verbazing en ook wel met verontwaardiging naar alternatief werkende artsen gekeken. Hoe kun je zo je afkomst verloochenen? Zo is het mij een volledig raadsel hoe Christien Klein, de ex-voorzitter van de homeopaten die toch een hele geneeskundestudie achter de rug heeft, kan denken dat een middel waar geen molecuul werkzame stof in zit, ook maar enig effect kan hebben. En je moet toch wel slecht opgelet hebben bij colleges over anatomie en fysiologie als je in meridianen en acupunctuurpunten gelooft, zoals Jan Keppel Hesselink, die na een mislukte opleiding tot neuroloog maar acupuncturist geworden is.

Of neem de sektarische, antroposofische artsen met hun geloof in reïncarnatie en die overtuigd zijn van de werking van de maretak, waarvan behalve Obelix nog niemand enig aantoonbaar profijt gehad heeft. En dat de voormalig huisarts Jannes Koetsier denkt dat kanker veroorzaakt wordt door schimmels, is toch een teken dat hij onterecht zijn artsdiploma gekregen heeft. Curieus is ook de medisch specialist, de oogarts Ververs, die een peperduur kermisapparaat, de Cytotron uitbaatte. Met dit wonderapparaat kun je door middel van geluidsgolven kanker, artrose, migraine en diabetes behandelen. Over oogziektes wordt overigens niet gerept. Kosten € 14.000 voor een volledige behandeling! Het levenselixer van de kwakzalver op de kermis getransformeerd in een even imponerend als nutteloos apparaat. En dan heb ik het nog maar niet gehad over de zonderlinge Engelbert Valstar, die zich arts-bioloog noemt, en daarom als enige in Nederland twee drs. titels gebruikt. Hij gelooft heilig in het gebruik van hoge doses voedingssupplementen, bij de behandeling van kanker. Orthomoleculaire geneeskunde heet zijn tak van sport. Hij heeft een bloeiende praktijk opgebouwd met wanhopige kankerpatiënten. Wie zijn behandelingen in twijfel trekt, maakt hij uit voor debiel.

Er zijn in Nederland meer dan 1300 alternatieve artsen die alles wat ze geleerd is op de universiteit terzijde hebben geschoven en toch als arts blijven werken. Een leraar wiskunde die niet kan rekenen of een leraar Nederlands die niet kan spellen, zou niet voor de klas mogen staan. Maar een arts die lak heeft aan alle basiskennis in de geneeskunde of het geleerde gewoonweg vergeten is, mag wel patiënten behandelen. Niemand die er tegen optreedt. Alternatieve dokters geven meestal grif toe dat als je hun therapieën volgens de regels van de kunst onderzoekt er geen effect aantoonbaar is. Maar veel trekken ze zich daar niet van aan. Dit is wat zij er altijd over zeggen: 'Jammer voor de wetenschap. Ik weet dat het effect van alternatieve behandelingen niet wetenschappelijk aangetoond is, maar helpen doet het, ik zie het dagelijks in mijn praktijk. Wie geneest heeft gelijk! Bovendien krijgen wij nooit geld voor effectonderzoek.' Dat er alleen al in de VS voor honderden miljoenen dollars aan onderzoekskosten verstookt zijn zonder ooit een positief resultaat op te leveren, verzwijgen ze voor het gemak maar.

Het is lastig discussiëren met alternatieve behandelaars, want de regels voor een ordentelijke wetenschappelijke discussie lappen ze aan hun laars. Hoe komt dat? Een van de oorzaken is dat ze zich nooit aan een aantal grondregels houden voor een wetenschappelijke discussie. Ik noem er een aantal:

(a) het heeft geen zin om over ideeën te praten waar geen serieuze, dat wil zeggen peer-reviewed, publicaties over zijn. Een artikel dat uitsluitend in een alternatief verenigingsblad verschenen is, geldt niet als een betrouwbare, wetenschappelijke publicatie. Drs. drs. Engelbert Valstar geeft hoog op van zijn wetenschappelijke achtergrond, maar zijn publicaties zijn uitsluitend in obscure blaadjes en boekjes te vinden.

(b) Logisch inconsistente theorieën passen natuurlijk ook niet in een ordentelijke discussie. Je kunt niet tegelijkertijd beweren dat er een werkzame stof in een oplossing zit en vervolgens die oplossing zo sterk verdunnen dat die werkzame stof er niet meer in zit, zoals bij de homeopathie het geval is.

(c) Het is ook lastig praten als iemand uitgangspunten hanteert die volstrekt ingaan tegen alles wat er over het onderwerp bekend is. Dat kanker veroorzaakt wordt door een schimmel, kun je een leek wellicht wijsmaken maar iedere eerstejaarsstudent weet dat dit onzin is. Het centrale leerstuk van de chiropraxie dat: ´de lichamelijke oorzaak van de ziekte in eerste instantie gezocht dient te worden in de werking van het zenuwstelsel ten gevolge van verandering in de stand van gewrichten´, is vanuit de moderne neurofysiologie abracadabra. Dat er ernstige ongelukken gebeuren bij het manipuleren van die gewrichten nemen ze blijkbaar op de koop toe.

(d) Vage beschouwingen waar geen enkele fatsoenlijke hypothese uit af te leiden is horen geen plaats te krijgen in een wetenschappelijke discussie. Natuurgeneeskunde wordt omschreven als: ´een geneeswijze die zich in haar benadering van ziekte richt op de gehele mens in wisselwerking met zijn milieu, en daarbij uitgaat van natuurlijke geneesmiddelen en methoden teneinde de harmonie met de omringende natuur en de kosmos te herstellen´ Maar als er niet precies omschreven wordt waar deze 'evenwichtsverstoringen' uit bestaan en voor welke ziektes deze uitspraak geldt, dan hebben we te maken met geloofsbelijdenissen en niet met wetenschappelijke theorieën over ziekte en gezondheid waarover te discussiëren valt.

Bij alternatieve genezers bestaan er grote weerstanden om algemeen geaccepteerde onderzoeksmethoden toe te passen. Het heet dan dat elke geneeswijze recht heeft op een eigen beoordelings- en evaluatiekader. Op die manier kan je natuurlijk onder iedere toetsing uitkomen. Als de resultaten je niet bevallen kun je altijd zeggen, “ja maar de onderzoeksmethode deugt niet, de onderzoeksmethode doet geen recht aan de bijzondere eigenschappen van mijn behandelingsmethode. Ieder mens is uniek en daarom zijn homeopathie en natuurgeneeskunde niet gerandomiseerd te onderzoeken”. Nu zal niemand het unieke van ieder individu willen ontkennen. Maar tegelijkertijd hebben mensen veel gemeenschappelijke kenmerken. Zo weten we zeker wat het beloop is bij een onbehandeld mammacarcinoom of een slecht gereguleerde diabetes, hoe uniek de desbetreffende patiënt verder ook moge zijn. Alleen al daarom is het gerechtvaardigd te generaliseren over een groep patiënten en het effect van een bepaalde behandeling op het beloop van een ziekte te onderzoeken in gerandomiseerde trials.

Casus (over een natuurarts)

“O nee dokter, alsjeblieft geen ziekenhuis”
Kees van der Smagt

Een al wat oudere vrouw, gehuwd, geen kinderen, bezoekt de huisarts omdat ze een knobbeltje in de borst heeft gevoeld. Ze is erg ongerust. De huisarts onderzoekt patiënte en voelt een zeer vaste, voor kanker verdachte tumor van ca. 1½ cm. doorsnee. Hij deelt patiënte mee dat hij het niet vertrouwt en dat hij haar wil verwijzen voor röntgenonderzoek en zo nodig chirurgisch ingrijpen.

Patiënte schrikt hevig: “O nee dokter, alsjeblieft geen ziekenhuis.” ... De huisarts legt uit dat hij serieus de mogelijkheid overweegt dat de tumor kwaadaardig is en dat het van groot belang is om dit in een vroeg stadium zeker te weten, zodat met een adequate therapie snel kan worden begonnen. De patiënte blijft tegenstribbelen. Ze is doodsbang voor ziekenhuizen en witte jassen.

Gelukkig kent ze een goede paragnost; die wil ze eerst raadplegen. Ze zal spoedig weer contact opnemen. Al na twee dagen belt ze op: 'Goed nieuws, dokter, het is gelukkig goedaardig heeft de paragnost gezegd, er hoeft niets aan gedaan te worden.' In hetzelfde telefoongesprek deelt patiënte mee dat ze besloten heeft een andere dokter te nemen. Niet omdat ze de huisarts een slechte dokter vindt, integendeel, maar omdat ze het gevoel heeft dat een natuurarts haar beter zal begrijpen. En gelukkig heeft ze die gevonden, nog wel vlak bij haar in de buurt, bovendien een vrouw, wat ze ook heel prettig vindt. Uiteraard respecteert de huisarts de beslissing van patiënte en hij stelt zichzelf gerust met de gedachte dat de natuurarts in zijn ogen weliswaar een kwakzalver is, maar dat ze in dit geval, gezien haar opleiding en ervaring, ongetwijfeld eenzelfde beleid zal voeren als hem voor ogen stond.

Een paar jaar later wordt de huisarts ’s avonds laat gebeld door de echtgenoot van dezelfde patiënte met het verzoek even bij zijn vrouw te komen. De man weet wel dat hij de huisarts niet meer is, maar het betreft een noodgeval en de eigen arts van zijn vrouw, de natuurarts, is alleen maar bereikbaar tijdens kantooruren. De huisarts treft een sterk vermagerde vrouw aan die tijdens het opstaan uit een leunstoel de bovenarm gebroken heeft. Het betreft een zogenoemde spontaanfractuur, zeer verdacht voor een kwaadaardige bottumor. Dit keer is een verwijzing onvermijdelijk. Patiënte blijkt te lijden aan een massaal uitgezaaid mammacarcinoom en ze overlijdt enige weken later. De echtgenoot deelt later mee dat hij bij zijn vrouw vaak heeft aangedrongen om naar een chirurg te gaan, maar de natuurarts vond dit niet nodig.


 

Lees ook