Door: Rob Koene | Geplaatst: 30 december 2004

De berichtgeving over de Skepsisprijs voor minister Hoogervorst

Op 14 december 2004 ontving minister Hoogervorst de Piramidependel van de Stichting Skepsis. Skepsis gaf een persbericht uit over de uitreiking van deze prijs (zie persbericht). De volgende dag las ik in de Gelderlander een bericht hierover met de titel: ‘Arts kan leren van homeopaten’. De reden waarom Hoogervorst deze prijs kreeg, bleef volkomen duister. […]

Op 14 december 2004 ontving minister Hoogervorst de Piramidependel van de Stichting Skepsis. Skepsis gaf een persbericht uit over de uitreiking van deze prijs (zie persbericht). De volgende dag las ik in de Gelderlander een bericht hierover met de titel: ‘Arts kan leren van homeopaten’. De reden waarom Hoogervorst deze prijs kreeg, bleef volkomen duister. In De Telegraaf bleek een vrijwel identiek bericht te staan. Dit voorbeeld van selectieve berichtgeving bracht mij ertoe een ingezonden brief te sturen aan de redactie van de Gelderlander. Mijn bijdrage, die de redactie te lang vond, verscheen vervolgens na een ingrijpende redactionele amputatie in de krant (de passages die de redactie uit de oorspronkelijke brief verwijderde zijn cursief gedrukt en tussen haakjes geplaatst). Hiermee bezondigde de redactie zich dus ten tweeden male aan selectieve berichtgeving. Lees en huiver.

 

Arts kan leren van homeopaten

In de Gelderlander van woensdag 15 december stond een kort bericht met bovenstaande kop. (Een bijna identiek bericht verscheen in de Telegraaf met de titel: ‘Hoogervorst: Artsen kunnen leren van homeopaten’). Deze berichten waren gebaseerd op een persbericht van de Stichting Skepsis.

(Hoe komt het dat de essentie van dit persbericht zo verminkt werd weergegeven?) Minister Hoogervorst kreeg een prijs van Skepsis voor zijn opmerking tijdens de affaire Silvia Millecam, dat homeopathie letterlijk niets is (‘gewoon water’) en dat artsen, die toch hebben doorgeleerd, dat zouden moeten snappen. De prijs is bestemd voor personen die de doelstellingen van Skepsis door publieke uitlatingen bevorderen.

In zijn dankwoord benadrukte de minister dat hij zijn uitspraak had gedaan in het licht van zijn strijden voor een wetenschappelijke onderbouwing (evidence base) van de gezondheidszorg. Aan deze eis dient elke behandelwijze te voldoen. Aan het einde van zijn toespraak zei hij: ‘Aan de andere kant denk ik dat sommige alternatieve genezers er beter in slagen de patiënt centraal te stellen. (Ze hebben meer tijd voor de patiënt, kunnen goed luisteren, hebben betere “bedside manners”. Dat is dan iets wat reguliere artsen wat mij betreft best van alternatieven mogen leren’.

Dat alternatieve genezers de patiënt meer centraal stellen (beter luisteren en betere bedside manners) moet beschouwd worden als een gratuite opmerking van de minister, want er is geen behoorlijke wetenschappelijke onderbouwing voor te vinden). Alternatieve behandelaars besteden gemiddeld wel meer tijd aan de patiënt. Reguliere artsen zouden dat ook graag doen, maar als dat het uitgangspunt zou worden in de geneeskunde dan zou de gezondheidszorg pas echt onbetaalbaar worden.
Toch koos uw redactie (net als die van de Telegraaf) deze opmerking van de minister als kop van het bericht. (De echte reden waarom Skepsis de prijs toekende werd uit het bericht niet duidelijk. De gekleurde weergave van de inhoud van het persbericht en vooral ook de keuze van de kop erboven zijn voorbeelden van selectieve berichtgeving waarbij zelfs de indruk wordt gewekt van opzettelijke volksverlakkerij.)

 

Rob Koene

Vereniging tegen de Kwakzalverij

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

Rob Koene

Prof.dr. R.A.P. Koene (1938) studeerde geneeskunde aan de KU te Nijmegen. Van 1965 tot 1969 volgde hij de opleiding tot internist in het Sint-Radboudziekenhuis te Nijmegen. In 1969 en 1970 werkte hij in het Massachusetts General Hospital te Boston, alwaar hij zich verder bekwaamde in de klinische Nierziekten en laboratoriumonderzoek deed op het gebied van de transplantatie. In 1980 werd hij benoemd tot hoogleraar in de Nefrologie aan de Katholieke Universiteit Nijmegen. Van 1982 tot 2001 was hij hoofd van de afdeling Nierziekten van het Universitair Medisch Centrum St. Radboud te Nijmegen en van 1992 tot 1999 tevens voorzitter van de Cluster Inwendige Specialismen. Van 1974 tot 1987 was hij voorzitter van de Transplantatie Werkgroep Nederland en van 1984 tot 1988 voorzitter van de Nederlandse Vereniging voor Nefrologie. Hij heeft wetenschappelijk onderzoek verricht op de volgende terreinen: transplantatie-immunologie, klinische transplantatie, experimentele glomerulonefritis, erytropoëtine en hypertensie.

Gerelateerde artikelen

artikelen - 27 juni 2022

Buitenlandrubriek met o.a.: Amerikaanse patiënten met Long Covid omarmen alternatieve therapieën / Vitamine-supplementen werken niet.

artikelen - 11 mei 2022

Buitenlandrubriek met o.a.: CfI klaagt homeopathieproducent Boiron aan / Belgische vrouw aangerand in hotel tijdens acupunctuurbehandeling.

artikelen - 24 maart 2022

Buitenlandrubriek met o.a.: Resultaten van onderzoek naar homeopathische behandelingen vaak bevooroordeeld.