Hoe kon reumatoloog Tisscher eem BIG-registratie krijgen?

Hoe kon reumatoloog Tisscher eem BIG-registratie krijgen?

In het vorige nummer (NTtdK, 2019, no 4:32) meldde ik dat de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten RGS niet bereid was mij inzage te geven in de overwegingen die ertoe hebben geleid dat de al heel lang evident disfunctionerende Bossche reumatoloog Tisscher decennia lang een herregistratie kreeg in het BIG-register. Mijn daartoe strekkende Wob-verzoek liep dus dood. Daarop spande ik namens de VtdK een beroepsprocedure aan bij de Adviescommissie van de Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten RGS.

Basisartsen die zich moeten herregistreren doen dat door deze aan te vragen bij de Commissie BIG. Als men aan bepaalde voorwaarden voldoet dan wordt i.h.a. vijf jaar verlenging toegekend. Specialisten moeten hun herregistratie aanvragen bij Registratiecommissie Geneeskundig Specialisten RGS. Als die akkoord is dan volgt de inschrijving in het BIG register automatisch en zonder tussenkomst van de CIBG.

Mijn pleidooi:

De door de VtdK aangedragen argumenten tegen die afwijzing geef ik hieronder weer. Sinds 2018 moeten ook basisartsen zich periodiek laten herregistreren en de verwachting was dat veel alternatieve artsen niet zouden voldoen aan de nu gestelde eisen en hun BIG-registratie zouden verliezen. Om die reden heb ik in de loop van 2019 via Wob-verzoeken opheldering gevraagd over enkele toegekende herregistraties aan alternatieve basisartsen, die mijns inziens niet aan de wettelijke eisen, zoals geformuleerd in het Beoordelingskader Artsen, voldeden. Ik bespeurde bij de minister van VWS weliswaar enige terughoudendheid, maar meestal ging hij wel over tot gedeeltelijke bekendmaking van de dossiers. Volledige openheid bleef uit met een beroep op de schending van de persoonlijke levenssfeer van de betrokken artsen.

Ik sloot twee voorbeelden in als bijlage en constateerde dat – anders dan de minister – de RGS mij daarentegen geen enkele inzage in het dossier-Tisscher wenste te geven. Het publieke belang van bekendmaking wordt door de minister van VWS dus beslist niet categorisch ontkend. Waarom maakt de RGS een andere afweging als de minister? In de schriftelijke toelichting op haar besluit (par. 4.4) stelt de RGS geen algemeen belang te zien in openbaarmaking van het dossier. Behalve mijn vraag over de discrepantie tussen RGS en VWS inzake verzoeken om inzage in de dossiers van alternatief praktiserende basisartsen, bracht ik een tweede argument in.

Uit de schets van Tisschers loopbaan kon niet anders dan geconcludeerd worden dan dat we hier te maken hebben met een disfunctionerende en voor zijn patiënten niet ongevaarlijke man, wiens recht om de titel BIG-geregistreerd reumatoloog derhalve onbegrijpelijk is. De bescherming van de burger tegen zijn praktijken is geheel en al afhankelijk van de gevoerde titulatuur. Andere preventieve acties zijn niet mogelijk. De RGS gaat hier wel heel gemakkelijk aan voorbij!

Het kan zijn dat de procedures bij Tisschers herregistraties correct zijn uitgevoerd, hetgeen mij tot de conclusie zou brengen dat de regels niet deugen, of – met alle respect – de RGS heeft een steekje laten vallen en heeft bij de herregistraties onvoldoende onderzoek verricht. Als de RGS zich er rekenschap van had gegeven dat Tisscher alternatieve geneeskunde bood, dan had zij zich o.a. ervan moeten vergewissen dat de geëiste twee werkdagen per week over de perioden van vijf jaar waren gehaald.

En dat niet alleen: het moeten natuurlijk reguliere reumatologie spreekuren hebben betroffen en mag toch niet zijn gegaan om de kwakzalverijen, waarmee hij op zijn website klanten trachtte te lokken. Die kunnen natuurlijk nooit meetellen voor een herregistratie als reumatoloog. Is daar goed naar gekeken?

De argumentatie onder par. 6.4 van het verweerschrift van de RGS dat zij doet waarvoor zij is aangesteld en dat de burger daarop dus kan vertrouwen maakt geen sterke indruk. Het zou heel goed zo kunnen zijn dat de herregistratie een routineklus is geweest en dat het sterke alternatieve beroepsprofiel – dat tot een grondiger dan normale beoordeling zou hebben moeten leiden – aan de aandacht van de RGS is ontsnapt. Daarover vroeg ik opheldering. De declaratiefraude, die in 2014 door de FIOD werd ontdekt, wijst erop dat Tisscher niet te beroerd is een loopje met de waarheid te nemen. Ook dat had bij de RGS extra argwaan moeten wekken en had tot meer dan normaal diepgaand onderzoek moeten leiden. Wist de RGS wel wat voor vlees er in de kuip lag?

Op par. 6.6 ben ik reeds in de eerste alinea ingegaan. Het betrof dossiers van de basisartsen L. Kunst (past ‘autovaccins’ toe bij chronische Q koorts) en H. Koning (arts voor integrale geneeskunde). Dat volledige openbaarheid bij hen uitbleef heb ik betreurd, want het argument van bescherming van hun persoonlijke levenssfeer kan toch nauwelijks opgaan bij artsen, die de publiciteit zoeken zoals Kunst (interviews in kranten en een proces tegen het Radboud UMC!) en Koning (paginagroot interview op 17 juni 2019 in het Reform. Dagblad) deden, maar ook Tisscher met zijn website en recente brieven op de website van Medisch Contact. Hoe ‘persoonlijk’ zijn gegevens over hun praktijkvoering dan nog?

En waarom hebben deze geregistreerde alternatieve artsen bezwaar tegen volledige openbaarmaking als zij aan alle regels hebben voldaan? Tisscher hoefde zich niet eens tegen de openbaarmaking van zijn publieke levenssfeer (adresgegevens, telefoonnummers, aantal gewerkte uren, BIG-nummer, handtekeningen e.d.) te verzetten, de RGS beriep zich zelf al op die ongevraagde bescherming. In par. 6.7 tot 6.9 herhaalt de RGS haar standpunt uit par. 6.4: de burger moet ons maar vertrouwen. Ik zou dat vertrouwen graag uitspreken, maar wil juist daarom in deze casus verifiëren of de RGS, voor wier werk ik doorgaans veel waardering heb, wel echt onfeilbaar is. Tenslotte sprak ik de vurige wens uit dat de adviescommissie mij die mogelijkheid biedt en de RGS opdracht geeft mij volledige inzage in het dossier van Tisscher te verlenen.

De zitting te Utrecht

Aldus het door mij afgestoken en ingediende pleidooi. Op 16 januari 2020 vond in de Domus medica de mondelinge zitting plaats. De samenstelling van de adviescommissie betrof drie juristen, G.G.A.J.M. van Poppel, M.F. Crum en C.J. de Boer. De RGS werd vertegenwoordigd door mr. D. Wenniger en mr. S. Willems. Aan de orde was dus de behandeling van het bezwaarschrift van de VtdK tegen de afwijzing van de RGS om ons inzage te geven in het herregistratiedossier van de gewezen reumatoloog J.R. Tisscher, die tot eind 2019 een BIG registratie had als reumatoloog. De VtdK werd vertegenwoordigd door VtdK-voorzitter Terpstra en ondergetekende.

De RGS had ruim van te voren al een Schriftelijke toelichting rondgestuurd waarin zij haar besluit om geen inzage toe te staan verdedigde. Ik citeerde uit deze toelichting al in de vorige paragraaf. Ik kreeg als eerste het woord en gaf allereerst een schets van de atypische loopbaan van Tisscher.

Vervolgens voerde ik argumenten aan tegen de afwijzing, die erop neer kwamen dat de RGS hier veel terughoudender is dan de Commissie BIG, die hem na Wob-verzoeken van Renckens over een aantal (alternatieve) basisartsen, wel degelijk gedeelten van de dossiers toestuurde. Onder verwijzing naar eerbiediging van de ‘persoonlijke levenssfeer’ van deze artsen was die inzage meestal slechts partieel, maar bestond nimmer uit een volledige weigering zoals nu door de RGS. Ook door de RGS werd de afwijzing gemotiveerd door verwijzing naar de ‘persoonlijke levenssfeer’, die bestaat uit adresgegevens, telefoonnummers, aantal gewerkte uren, BIG-nummer, handtekeningen, naam van de betrokken accountants etc.

Bekendmaking van deze gegevens zou een eind maken aan de anonimiteit van de arts en de bescherming van die sfeer wordt belangrijker geacht dan de bescherming van het publiek tegen kwakzalverij en van de mogelijkheid tot democratische controle op het werk van de RGS. Wij noemden dat onbegrijpelijk. De leden van de Adviescommissie hadden eigenlijk alleen maar vragen aan de RGS-vertegenwoordigers en men bleef zich verbazen over het gebrek aan de mogelijkheid te toetsen of de RGS zijn werk wel naar behoren uitvoert.

Vooral bij disfunctionerende artsen (naar zeggen van Crum: in de ogen van de VtdK ‘prutsers’) die de specialistentitel voeren zou dat toch wenselijk zijn. De RGS-vertegenwoordigers wisten niet altijd raad met de vragen en stelden dat zij nooit eerder een Wob-verzoek hadden gekregen, dat soms de IGJ contact zoekt met de RGS en dan is er nog artikel 39 van de Regeling specialismen en profielen geneeskunst KNMG, die de mogelijkheid biedt tot nader onderzoek en heroverweging van een nog geldende registratie.

Waarom had de VtdK daarvan geen gebruik gemaakt? Ook vond de RGS dat de formulering van de VtdK ‘te algemeen’ was geweest. Wij hadden een volledige inzage in het dossier gevraagd op grond waarvan Tisscher zo vaak was geherregistreerd ondanks diens evidente disfunctioneren en strafblad. Waarom die persoonlijke levenssfeer zo nodig moet worden geëerbiedigd bij artsen die zelf de publiciteit herhaaldelijk zochten en waarbij bekendmaking van de gevraagde gegevens direct een einde aan onze publieke twijfel had kunnen maken, gesteld dat deze artsen aan de herregistratie-eisen hadden kunnen voldoen, dat snapten wij niet. Het zou toch het vertrouwen van hun patienten in hun kunnen alleen maar hebben kunnen vergroten.

Aan het eind van de zitting, die een uur duurde, vertelde de voorzitter dat zij na 6 tot 8 weken hun advies naar de RGS zouden sturen, niet naar ons. Als de RGS daarop heeft gereageerd, dan worden wij zowel van hun besluit als van het advies op de hoogte worden gesteld. De lezer wordt geadviseerd de berichtgeving over deze casus te volgen op www.kwakzalverij.nl. Uiteraard zal in het volgende NTtdK hiervan ook melding worden gemaakt.

 

Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij

Schrijf je in en ontvang het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij (NTtdK).

Word lid east
Kwakzalverij