Geen relatie tussen psyche en kanker

Het HDI werd in de beginfase van haar bestaan ruim
gefaciliteerd door het Erasmus MC. Uit die hoek van het HDI kwam ook het
proefschrift van Schilder (1996), die tot op de dag van vandaag volhoudt dat
spontane regressie van kanker samenhangt met psychologische factoren. Het HDI
was not amused dat wij ze beschuldigden van psycho-oncologische kwakzalverij,
want ze zijn nu een heel andere weg ingeslagen. Dit overigens tot groot
verdriet van hun oud-medewerker Schilder die er zelfs de bijbel bijhaalt en het
HDI er van beschuldigt dat het haar roots verloochend: ‘Dit klinkt als Petrus over
Jezus. Ik ken die man niet’ zo schrijft hij in NRC van 15 januari 2011.

Het HDI
wil rehabilitatie en dat heeft zij gezocht bij monde van haar directeur Bram
Kuiper en oud-medewerker Adriaan Visser de laatste schrijft in NRC van 30
december 2010 dat ‘Frits van Dam weet dat het HDI zich verre heeft gehouden van
de hypotheses dat psycho-sociale factoren van invloed zijn op het ontstaan van
kanker’. Dat wist ik inderdaad niet en het was kennelijk ook niet bekend bij de
oud-medewerker Schilder. Die kan dit natuurlijk het beste weten, want hij is gepromoveerd
bij Marco de Vries op een proefschrift over spontane regressie bij kanker. Het materiaal verzamelde hij bij het HDI.

Het HDI is
na de dood van Marco de Vries een andere weg ingeslagen en is nu een keurig
instituut geworden dat veel goed werk doet. Sterker nog ze waarschuwen zelfs
tegen de hooggeleerde Adriaan Honig die in de Volkskrant staande hield dat
vechters onder kankerpatiënten langer overleven. Iets wat wij overigens ook al
deden in een groot landelijke ochtendblad.
Hieronder de tekst uit een recente nieuwsbrief van het HDI die wij mede op verzoek van het HDI op onze website plaatsen:

 

Al tientallen jaren proberen onderzoekers na te gaan of psychologische factoren, zoals het meemaken van ernstige levensgebeurtenissen, het lijden aan een depressie of het hebben van een bepaalde persoonlijkheidstrek, van invloed zijn op het ontstaan en beloop van kanker. Is uit al dat onderzoek een conclusie te trekken?

Ja,
dat kan. We hebben in een overzichtsartikel de uitkomsten van 93
studies samengevat. Het ging om langlopende onderzoeken, waarin
rekening werd gehouden met
vele factoren die van invloed kunnen zijn als leeftijd, sekse,
opleiding en levensstijl. Al deze onderzoeken overziend, is er maar
één conclusie mogelijk: er is geen enkele psychologische factor
overtuigend van invloed op het ontstaan en/of beloop van kanker.

Afgelopen
zomer laaide de discussie weer op door een interview met hoogleraar
ziekenhuispsychiatrie Adriaan Honig in de Volkskrant n.a.v. zijn
oratie. Hij beweerde o.a. stellig dat vechters onder de
kankerpatiënten meer overlevingskans hebben. ‘Vechtlust’ is een
begrip dat populair werd door een onderzoek van dertig jaar geleden.
Uit dat onderzoek van Greer zou blijken dat vrouwen
die vechtlust als copingstijl (manier van probleemhantering)
hanteerden langer leefden. De uitkomsten van deze studies bereikten
het publiek: vechtlust (‘fighting spirit’) werd een populaire
term en bijna een norm. Deze factor is in latere studies opnieuw
onderzocht. Van de vijf nieuwere studies was er één die de
uitkomsten van Greer min of meer bevestigde, vond één studie zelfs
het tegenovergestelde en vonden drie studies geen enkel effect van
vechtlust. Het
effect van vechtlust is dus gewoon niet aangetoond.

In
een aanvullend commentaar in de Volkskrant stelt Honig, samen met
Irma Verdonck, aangesteld op de VU leerstoel ‘Leren leven met
kanker’, dat ‘bekend is dat er een relatie is tussen depressie en
overleven bij patiënten met kanker’. Bij mondelinge navraag blijkt
dat zij zich baseren op een recent overzichtsartikel op basis van 76
publicaties. Depressie zou de kans op overleving bij kanker
verminderen. Op dit overzichtsartikel is echter nogal wat af te
dingen. Zo had een groot deel van de patiënten een vorm van kanker
die nadelig werd beïnvloed door roken. Depressieve patiënten roken
meer, maar er werd niet gecorrigeerd voor roken en evenmin voor
alcoholconsumptie. Het is dus goed mogelijk dat het gevonden verband
tussen depressie en overlevingsduur wordt verklaard door ongunstig
gezondheidsgedrag.

We
blijven daarom bij onze conclusie dat er geen overtuigend bewijs
bestaat dat psychologische factoren het ontstaan en beloop van kanker
noch in positieve, noch in negatieve zin direct beïnvloeden.

Onze
oproep is om in deze kwestie vooral heel erg voorzichtig te zijn. De
uitspraken van Honig en Verdonck geven kankerpatiënten onterecht
hoop dat een ‘figthing spirit’ zal leiden tot een grotere kans op
overleving, misschien wel op genezing. Bovendien zal het aan de
andere kant onterecht schuldgevoelens opwekken als men er niet in
slaagt de kanker weg te krijgen. Op basis van onze wetenschappelijke
en klinische ervaring met kankerpatiënten gedurende de afgelopen 22
jaar, komt dat laatste helaas vaak voor. Psychosociale zorg voor
mensen met kanker zal hen niet langer laten leven, maar wel beter
laten leven. Niet meer, maar ook niet minder!!

 

Bovenstaande cursieve tekst verscheen eerder in de nieuwsbrief van het Helen Dowling Instituut.

Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij

Schrijf je in en ontvang het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij (NTtdK).

Word lid east
Kwakzalverij