Encyclopedie: Psychotherapie

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Behandeling gericht op de vermindering van geestelijke klachten.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 15 feb 2016

Het woord werd voor het eerst gebruikt door de Engelse psychiater Daniel Hack Tuke (1827-1895) in zijn boek Illustrations of the influence of the mind upon the body (1872). Omstreeks de eeuwwisseling pasten veel artsen psychotherapie toe, namelijk psychologische middelen (zoals suggestie, overreding en het scheppen van een vertrouwensrelatie) voor lichamelijke (*psychosomatische) klachten. Na de jaren '20 verdween deze vorm van psychotherapie en kreeg het woord zijn huidige betekenis, waarbij de patiënt ook zelf weet dat de behandeling op de geest is gericht.

Een groot gedeelte van de traditionele psychotherapie moet als *alternatieve geneeskunde beschouwd worden. Gedragstherapieën, die trouwens een steeds grotere rol gaan spelen, vormen hier een uitzondering op.

Een vorm van psychotherapie kan als deugdelijk beschouwd worden wanneer aan de volgende vier eisen voldaan is:

- de therapie is beter dan een placebotherapie;
- een geoefende therapeut is effectiever dan een leek of iemand die een korte training heeft ondergaan;
- een therapeut die een opleiding heeft gehad kan betere diagnoses stellen dan een leek;
- de effectiviteit van therapeuten is groter naarmate ze meer opleiding of ervaring hebben. 

Er is veel onderzoek dat aantoont dat psychotherapie in het algemeen aan geen van de bovenstaande eisen voldoet (met uitzondering van gedragstherapie). Voorzover psychotherapie al enig effect heeft, vloeit dat voort uit *placebo-effecten, die zijn toe te schrijven aan het gezag en het vertrouwen dat de therapeut uitstraalt, of de rekening die hij uitschrijft. Ook zijn er goede redenen om aan te nemen dat het heilzaam is met iemand over je problemen te praten, als die persoon goed met je meevoelt en toch enige afstand tot die problemen kan bewaren. Maar dat kan net zo goed een kapster of een cafébaas zijn als een therapeut.

Veel therapeuten beroepen zich op hun 'klinische ervaring', met andere woorden op wat ze meegemaakt hebben bij het behandelen van patiënten. 'Ik maak toch mee dat het werkt', zeggen ze dan. Dit is een onzinnig argument, en wel om twee redenen.

Ten eerste is leren van ervaring slechts mogelijk als elke fout meteen en ondubbelzinnig duidelijk wordt, zoals bij pianospelen of sommen maken. Noch bij het stellen van diagnoses, noch bij behandelingen zijn er objectieve maatstaven waarmee ondubbelzinnig fout of goed kan worden vastgesteld, althans bij psychische problemen.

Ten tweede: dit argument wordt volop gehanteerd in de *waarzeggerij en *kwakzalverij, en waarom zouden we dit argument niet van een charlatan accepteren maar wel van een psychotherapeut?

'Klinische ervaring' betekent niet veel meer dan een ongecontroleerde combinatie van anekdotes en gevaarlijke generalisaties.

In 1952 publiceerde de psycholoog Hans Jürgen Eysenck (1916-1997) een aanval op de psychotherapie. Hij constateerde dat er toen maar vijf effectstudies naar *psychoanalyse waren gedaan, en dat in die vijf studies bijna de helft van de patiënten verbeterde met die vorm van therapie. Andere vormen van psychotherapie hadden in twee derde van de gevallen succes, en bijna niets doen (kost en inwoning in een ziekenhuis) leidde in de helft van de gevallen tot herstel binnen een jaar, en nog eens een kwart was na twee jaar beter. Eysenck riep op tot deugdelijker studies en vanaf het eind van de jaren '70 werd het mogelijk om de balans op te maken aan de hand van honderden onderzoeken, met het eerder vermelde resultaat. Een gevolg is dat gedragstherapie tegenwoordig de dominante vorm van psychotherapie is geworden.

Net als bij andere alternatieve geneeswijzen kan men er niet van uitgaan dat tegenover de placebo-baten hooguit financiële schade staat. Zelfs de zwakste vorm van deugdelijkheid, namelijk een aanvaardbaar laag risico dat de behandeling averechts uitpakt, is afwezig. Adviezen van psychotherapeuten kunnen het verschil betekenen tussen vrijlating of langdurige vrijheidsberoving. Grote aantallen mensen – vaak jonge Amerikaanse vrouwen – krijgen of kregen door middel van *hypnotherapie en andere ongevalideerde methoden herinneringen aan verkrachtingen en ontvoeringen door *ufonauten (*abductions) aangepraat, die hun leven verwoesten.

Literatuur
Dawes, R.M., House of cards; psychology and psychotherapy built on myth. New York, 1994.
Hines, T., 'Placebo practitioners; psychotherapists as native healers from Park Avenue to Borneo'. In: Nienhuys, J.W., (red.), Science or Pseudo? The Mars effect and other claims (Euroskeptics conference proceedings). Utrecht, 1992.
Shorter, E., From paralysis to fatigue. New York, 1992. 

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

Naschrift februari 2009

Aanvullend artikel

Het Dodo-effect, door Rob Nanninga (2003)
Er bestaan meer dan 250 soorten psychotherapie. Hoewel de theorieën en technieken sterk uiteen lopen, blijken ze meestal even effectief te zijn.
Een postbode wordt gerechtspsychiater: Autobiografie van een vakkundige oplichter, door Harald Merkelbach (2004)
'Wie het psychiatrische vocabulaire beheerst, kan eindeloos doorgaan met het debiteren van onzin en daarmee gestudeerde lieden inpakken' – aldus de voormalige postbode Gert Postel, die het in praktijk bracht.

 

Zie ook de artikelen over EMDR , Neuro-Emotionele Integratie, NLP, Reïncarnatietherapie, psychomotorische therapie met magneten, Transformational Breathing, en vele artikelen over fictieve of 'hervonden' herinneringen:
Geboren verteller, De affaire Wilkomirski, door Harald Merckelbach (2002)
Hervonden herinneringen, Einde van een discussie? (boekbespreking) door Harald Merckelbach (2003)
Terug naar de wieg: Experimentele pseudo-herinneringen, door Rob Nanninga (2001)
Trauma of dissociatie. Interview met Harald Merckelbach, door Han Israëls (2000)

 

 

Lees ook