Encyclopedie: Morfogenetische velden

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Onzichtbare en (voor de moderne natuurkunde) onmeetbare velden die de hele kosmos zouden doordringen en verantwoordelijk zouden zijn voor 'morfische resonantie'.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 15 feb 2016

Morfische resonantie is het verschijnsel dat als er ergens in de kosmos iets is gebeurd, de kans dat hetzelfde zich ergens anders herhaalt, groter is dan verwacht. De bedenker van deze velden (de term zelf is afkomstig uit de embryologie) is de Britse bioloog Rupert Sheldrake (geb. 1942). 

Sheldrake werkte dit idee uit in een aantal boeken, onder meer in A new science of life (1981) en The presence of the past (1988). Sheldrake stelt bijvoorbeeld dat het feit dat spinnen allemaal pakweg hetzelfde web produceren een voorbeeld is van morfische resonantie. Hetzelfde geldt voor het vermeende identieke uiterlijk van ijskristallen in sneeuwvlokken. In het algemeen leent alles wat ook maar enigszins van doen heeft met ritmische beweging of zich herhalende patronen zich voor 'resonantie': seizoensritmen, signaalvoortplanting in zenuwen, de hartslag uiteraard, lopen, rennen, vliegen, zwemmen, enzovoorts, tot en met 'copulatorische bewegingen'. Dat genen de ontwikkeling van embryo's sturen is bekend, maar niet precies hoe ze dat doen. Volgens Sheldrake zijn de desbetreffende genen een soort antennes voor het morfogenetische veld. 'Morfogenetische resonantie' is een begrip zoals 'natuurwet', met dat verschil dat met weinig moeite alles eronder te vangen valt: herinnering is resonantie van het brein met zichzelf op een eerder tijdstip, *telepathie is resonantie met een brein van iemand anders, de wetten van Maxwell zijn het gevolg van resonantie met het gedrag van de allereerste elektrische ladingen die in het universum ontstonden, enzovoorts, enzovoorts. Sheldrake wil overigens best accepteren dat zijn ongrijpbare velden lang niet overal een rol spelen, maar ze zouden toch soms hun invloed kunnen doen gelden, speciaal daar waar volgens hem de natuurverschijnselen te ingewikkeld zijn om helemaal door te rekenen. 

Sheldrake beperkt zich niet tot het 'verklaren' van algemene verschijnselen, maar hij richt zich ook op anekdotisch materiaal en onduidelijke of controversiële onderzoeksresultaten. Toen in Engeland na de Tweede Wereldoorlog de melkboeren de melkflessen bij de voordeur achterlieten, ontdekten koolmeesjes al vlug hoe ze door de doppen open te pikken bij de room konden komen. Ditzelfde gedrag werd daarna ook in andere landen waargenomen. Volgens Sheldrake was dit resonantie van het doppikveld. Hij ging niet na of dit exploratieve gedrag normaal is voor mezen, en evenmin of het de vogelliefhebbers waren die elkaars rapportagegedrag imiteerden, en eigenlijk ook niet wat de vogelkundigen er zelf van vonden. Ook de 'resultaten' van *Lysenko en ander onherhaalbaar gebleken onderzoek schrijft Sheldrake aan morfische resonantie toe. 

Sheldrakes theorie is getest met elektronische apparatuur die natuurlijk heel snel bepaalde handelingen kan herhalen. De tests mislukten. 

Een ander door Sheldrake gepropageerd voorbeeld van morfische resonantie is het vermogen van duiven om over grote afstanden hun nest terug te vinden. Maar een Nederlandse test, in 1994 uitgevoerd door de Utrechtse emeritus-hoogleraar J.F.W. Nuboer met duiven en verplaatsbare hokken, leverde een negatief resultaat. Duiven vliegen voornamelijk op het gezicht, en als ze bij aankomst hun hok niet zien staan op de plaats van vertrek, dan zijn ze de kluts kwijt. Ze gaan hooguit zoeken op plekken waar het hok eerder stond. 

Dergelijke experimenten zijn natuurlijk leerzaam, maar wekken de indruk dat het hier om een zinvolle wetenschappelijke hypothese zou gaan. Dat is echter niet het geval. Sheldrakes onzichtbare en wispelturige velden lijken sterk op 'Gods ondoorgrondelijke wil' zoals bedacht door gelovigen als antwoord voor raadsels die zij niet kunnen oplossen. Dat religieuze aspect verklaart misschien wel waarom het idee veel weerklank vindt, met name onder aanhangers van de *New Age. 

Literatuur
Nienhuys, J.W., 'Smurfen met Sheldrake', Skepter 1991b, vol. 4 (4), p. 27-31.

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

Naschrift februari 2010

De theorieën van Sheldrake worden geregeld aangehaald door alternatieve en vooral paranormale genezers. Zij zijn ook het onderwerp geweest van skeptisch onderzoek: de mezen en de melkdoppen, bewijzen dat mensen kunnen voelen dat ze aangestaard worden, het vermoeden dat nieuw gevormde stoffen van elkaar leren hoe ze moeten kristalliseren, hondjes die telepathisch weten wanneer hun baasje thuiskomt enz. In alle gevallen kost het nogal wat moeite om de tamelijk verborgen waarnemingsfouten en verkeerde proefopzetten uit te zoeken. 

 

Lees ook