Encyclopedie: Mesmer, Franz Anton (1734-1815)

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen
Oostenrijks paranormaal genezer, grondlegger van het 'mesmerisme'.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 30 apr 2009 | Laatste Wijziging: 16 aug 2016

Mesmer promoveerde in 1766 op een (overigens grotendeels overgeschreven) proefschrift over de invloed van de planeten op onze gezondheid. Hij veronderstelde dat de planeten hun krachten op elkaar uitoefenden door een onzichtbare alles doordringende subtiele vloeistof. Die veroorzaakte niet alleen de getijden, maar had ook effect op het lichaam. (Dit idee wordt steeds voor aannemelijk aangezien door hen die geloven aan de kracht van de *maan.) In 1774 (hij was in 1768 met een rijke vrouw getrouwd en had zich gevestigd in een chique wijk van Wenen) maakte hij kennis met de hofastronoom pater Maximilian Hell SJ. Hell genas al sinds 1772 mensen met behulp van gemagnetiseerde ijzeren platen, die de zieken op het lichaam moesten dragen. Mesmer vroeg Hell of die hem ook een stel van die platen kon geven, en sloeg aan het experimenteren. Hij had veel succes en vermoedde dat zijn proefschrift wel eens dichter bij de waarheid kon zijn geweest dan hij had gedacht: gezondheid berustte op magnetische harmonie in plaats van gravitationele harmonie. Mesmer en Hell kregen ruzie, omdat beiden zich als de ware uitvinder van deze ontdekking beschouwden.

Mesmer vervolmaakte zijn theorie en ontdekte gaandeweg dat magneten en ijzeren platen helemaal niet nodig waren. Het menselijk lichaam bevatte genoeg magnetische vloeistof, en dat was ook de verklaring voor de wonderbaarlijke werking van genezende handopleggingen. De praktijk van het genezen had niet zoveel succes. Zijn genezing van een juffrouw Österline, die aan toevallen leed, maakte hem eerder berucht dan beroemd. Wetenschappelijke instituten negeerden hem. De controverses bereikten een hoogtepunt nadat hij een jonge pianiste (een protégee van keizerin Maria Theresia) van haar blindheid en toevallen had 'genezen'. Even was hij de gevierde wonderdokter, maar volgens een oogarts was het meisje nog net zo blind als tevoren en volgens haar familie waren de toevallen nog even erg. Mesmer besloot Wenen te verlaten. (Hij zei overigens dat hij haar wel degelijk had genezen en dat ze voorgaf weer blind te zijn om haar keizerlijke uitkering te behouden.)

Hij vertrok naar Parijs, en was ook daar binnen de kortste keren het middelpunt van roddel en strijd.

Mesmer breidde zijn instrumentarium uit. Hij maakte nu gebruik van ijzeren staven om zijn patiënten te beroeren en liet ze zitten rondom de beroemde baquet: een vat gevuld met water, ijzervijlsel en stukjes glas, waaruit ijzeren staven staken die het genezende 'dierlijk magnetisme' doorgaven. Tevens had hij ontdekt dat hij ook zeer goede resultaten kon bereiken uitsluitend door middel van zijn blote handen. Met andere woorden, echte magneten waren overbodig.

De reacties van zijn cliënten vertoonden een vast patroon. Als ze eenmaal volstroomden met het genezend dierlijk magnetisme moesten ze veel zuchten en kregen ze uiteindelijk toevallen, stuipen en flauwtes, huilbuien, verstarring van de ledematen, uitbarstingen -- kortom, de hysterische symptomen (*hysterie) die toentertijd beschouwd werden als veroorzaakt door *vapeurs. Mesmer zag niet dat hij en zijn cliënten gezamenlijk een ziektebeeld, een therapie én een vorm van genezing organiseerden.

Magnetisme en mesmerisme vormden de grote Parijse rage van begin jaren 1780. Maar ook hier stuitte Mesmer op verzet van reguliere artsen. In 1784 riep koning Lodewijk XVI een onderzoekscommissie in het leven die het mesmerisme onder de loep moest nemen. Leden waren onder anderen de beroemde chemicus Antoine Lavoisier (1743-1794), de Amerikaanse ambassadeur en deskundige op het gebied van elektriciteit Benjamin Franklin (1706-1790), de astronoom Jean-Sylvain Bailly (1736-1793; ook bekend vanwege zijn opvattingen over *Atlantis) en de arts Joseph-Ignace Guillotin (1738-1814), meer bekend wegens de technische verbetering die hij bedacht voor de valbijl. Mesmer beschouwde de commissieleden als vooringenomen en weigerde alle medewerking. Maar een leerling van hem, Charles Deslon (die een eigen praktijk was begonnen en daarom door Mesmer was verstoten) was wel bereid mee te werken.

Het onderzoek van de commissie geldt nog steeds als een schoolvoorbeeld van heldere, kritische analyse. Uit een aantal uiterst simpele proeven bleek dat het succes van de therapie volledig afhankelijk was van de verwachtingen van de cliënten. Indien ze zonder dat ze het wisten 'gemagnetiseerd' werden, bleven ze zich normaal gedragen, en omgekeerd: eenmaal verteld dat ze 'gemagnetiseerd' werden, begonnen ze spontaan de bijbehorende symptomen te vertonen. De conclusie van de commissie was dat het hele verschijnsel berustte op inbeelding.

Het gevolg was een felle pennenstrijd, waarbij de mesmeristen zich presenteerden als de vermoorde onschuld en de wegbereiders van een nieuwe tijd. Maar de aanvallen en spotprenten werden steeds feller en Mesmer nam uiteindelijk de wijk naar Zwitserland en later naar Duitsland. Hij werd vrijwel volledig vergeten, maar het 'magnetiseren' of ook wel 'mesmeriseren' niet. Tijdens zijn hoogtijdagen had hij door heel Frankrijk 'verenigingen voor universele harmonie' opgericht, die zijn leer uitdroegen. Spoedig waren er tientallen 'mesmeristen' die door velen beschouwd werden als revolutionaire artsen.

Belangrijke mesmeristen waren de markies de *Puységur en J.-H.-D. *Pététin. (Een opmerkelijk nuchtere kijk op het mesmerisme is afkomstig van hun tijdgenoot abbé José di *Faria.) Dankzij hen heeft Mesmers leer in de eerste helft van de 19de eeuw grote invloed uitgeoefend op de psychiatrie en de geneeskunde.

Mesmers methode leeft voort in het werk van magnetiseurs (*paranormale geneeswijze) en beoefenaarsters van *Therapeutic Touch. Ook worden echte magneten op tal van wijzen ingezet in de *alternatieve geneeskunde.

 

Literatuur
Baker, R.A., They call it hypnosis. Buffalo, 1990.
Darnton, R., 'Mesmer'. In: Gillispie, C.C., (red.), Dictionary of scientific biography. New York, 1970-80.
Darnton, R., Mesmerisme en het einde van de Verlichting in Frankrijk. Amsterdam, 1988.
Franklin, B., Lavoisier A. e.a., Testing the Claims of Mesmerism. Skeptic 1996 vol. 4 (3), p. 66-83. (vertaling van orgineel uit 1784.
Livingston, J.D., e.a., 'Magnetic therapy' (drie artikelen), Skeptical Inquirer 1998, vol. 22 (4), p. 25-35,58.
MacKay, C., Extraordinary popular delusions & the madness of crowds. New York, 1980 (1e druk Londen 1841, 2e herz. dr. 1852).

Uit: Tussen Waarheid en Waanzin: een encyclopedie der pseudo-wetenschappen, door Marcel Hulspas en Jan Willem Nienhuys (vierde herziene druk, De Geus, 2002).

 

Naschrift februari 2010

De opmerking hierboven dat Guillotin de valbijl verbeterde is incorrect. Hij beval het apparaat in 1789 aan als humanere vorm van doodstraf (dan vierendelen, ophangen, radbraken, villen, wurgen,...), waarna de valbijl spottend guillotine werd genoemd. Pas pas twee jaar later werd zijn voorstel een wet, en toen ging er nog een half jaar voorbij voordat een geschikte machine gebouwd was door claveciimbelbouwer Tobias Schmidt, nadat de arts Antoine Louis een schuin mes had voorgesteld als meest efficiënte methode.

 

Lees ook