Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 14 november 2011

Hoezo Macedonische therapie uit de bergen onderbouwd?

Het staat er echt: “Van de uitbehandelde patiënten met complex regionaal pijnsyndroom type 1 (CRPS-1) ook wel aangeduid als posttraumatische dystrofie (PTD) of sympathische relex-dystrofie heeft 70 tot 80 procent baat bij de behandeling met een op functieherstel gerichte benadering waarbij patiënten door de pijn heen moeten bewegen.”

De zin komt uit Medisch Contact van 21 oktober 2011. In de nieuwsrubriek van het blad staat een verslag van een conferentie waar resultaten bekend zijn gemaakt van een ‘op de Macedonische methode’ geënte therapie, de zogeheten PEPT (pain exposure physical therapy). Er zijn nog geen wetenschappelijke publicaties over maar die zullen spoedig volgen, is de belofte van een onderzoeker van het UMC St. Radboud in Nijmegen.

Er zijn in Nijmegen twee studies uitgevoerd. Een met twintig PTD-patiënten om de veiligheid van de behandeling te bekijken. In een tweede studie zijn 106 patiënten geïncludeerd, patiënten die alle gebruikelijke behandelingen hadden doorlopen. 70 tot 80 procent van hen zagen een verbetering van de klachten, tekent Medisch Contact op uit de mond van de Nijmeegse anesthesioloog Robert van Dongen.

Twee Hoogeveense collegae, huisarts Jan-Willem Ek en revalidatiearts Jan Van Gijn, hebben in 2004 de Macedonische methode naar Nederland gehaald, een groep in Nijmegen doet daar nu verder onderzoek naar. Ik heb mij in het verleden badinerend uitgelaten over de Hoogeveense collegae die indertijd met twaalf ‘uitbehandelde’ patiënten de reis naar het ongeletterde kruidenvrouwtje Shinka in de Macedonische bergen maakten.

Na de reis kondigden ze aan 30 lange uren filmmateriaal nog eens goed te gaan bestuderen. Op die films zie je een onverstoorbare Shinka kneden en knijpen in het lichaam en draaien met het aangedane lichaamsdeel totdat ze ‘ver over de pijngrens’ de klik hoort. Om vervolgens de patiënt aan te moedigen het zieke deel weer te gaan gebruiken. Er traden soms instantane genezingen op, blijkt uit de filmopnamen. Sindsdien mag de methode zich hier in toenemende interesse verheugen van revalidatieartsen, neurologen en fysiotherapeuten.

Ik vergeleek het Macedonische kruidenvrouwtje met de eertijds – eind negentiende eeuw – beroemde masseurarts Johann Georg Mezger. Hun gemeenschappelijke kenmerken gaven mij aanleiding om de therapie als kwakzalverij te betitelen. Ik noemde destijds enkele overeenkomsten: supranationale roem wegens therapeutische successen, geen echte publicaties in de medische vakpers, geen plausibele verklaring voor het werkingsmechanisme, associaties met kwakzalverij en volksgeneeskunde en de noodzaak tot het maken van een grote reis naar de verlossende therapie. Toegevoegd had kunnen worden dat er sprake is van ‘alles aus einem Punkt curieren’. Shinka uit Macedonië behandelt namelijk lijdsters aan PTD op dezelfde wijze als zij doet met MS-patiënten en met patiënten met spasticiteit.

Stel – zo ver zijn we nog niet – dat de Nijmeegse aanpak met PEPT tot overtuigende publicaties zal leiden, dan valt er uit bovenvermeld rijtje kwakzalverskenmerken een – niet-onbelangrijk kenmerk – weg. Maar als het waar is dat er tegen PTD-patiënten alleen nog maar moet worden gezegd ‘niet te veel naar je lichaam luisteren’ en ‘blijven bewegen’ wat blijft er dan nog over van het hele ziektebeeld PTD? Het begint er dan verdacht veel op te lijken dat we hier vooral te maken hebben met een ‘functional somatic syndrome’ vergelijkbaar met chronisch vermoeidheidssyndroom, chronisch whiplashsyndroom, fibromyalgie, bekkeninstabiliteit en dergelijke. Ook bij PTD is er tenslotte afgezien van de funeste gevolgen van inactiviteit geen medisch-biologische verklaring.

Als wij medici ons meer dan honderd jaar zo verkeken hebben op ‘PTD’, dan zijn de successen van kwakzalvers gemakkelijk te begrijpen en dan is er enorme iatrogene schade – door medisch ingrijpen – aangericht gedurende een lange periode. Niet in de laatste plaats vanuit Nijmegen, waar die diagnose jarenlang zeer frequent werd gesteld en waar bij patiënten met PTD amputaties van armen en benen werden verricht. Zou het werkelijk zo ernstig zijn?

C.N.M. Renckens

Profiel: (1946) Hij studeerde geneeskunde aan de RUG en behaalde het artsdiploma in 1971. Na werkzaam te zijn geweest als tropenarts in Zambia volgde zijn specialisatie tot vrouwenarts. In die kwaliteit is hij sinds 1980 verbonden aan het Westfries Gasthuis te Hoorn. Sinds 1988 bekleedt hij het voorzitterschap van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Hij is auteur van vele publikaties op het gebied van kwakzalverij en alternatieve geneeswijzen, zowel in de lekenpers als in de professionele pers. Van zijn hand verschenen vier boeken: ‘Hedendaagse kwakzalverij’ (1992), ‘Kwakzalvers op kaliloog’ (2000), ‘Genezen is het woord niet. Biografische schetsen van de twintigste meest notoire genezers van de twintigste eeuw’ (2001) en zijn in handelseditie verschenen dissertatie ’Dwaalwegen in de geneeskunde. Over alternatieve geneeswijzen, modeziekten en kwakzalverij’ (2004). In 2006 werd hij wegens zijn verdiensten voor de kwakzalverijbestrijding benoemd tot ridder in de Orde van Oranje-Nassau.

Gerelateerde artikelen

page - 14 november 2011

Het staat er echt: "Van de uitbehandelde patiënten met complex regionaal pijnsyndroom type 1 (CRPS-1) ook wel aangeduid als posttraumatische dystrofie (PTD) of sympathische relex-dystrofie heeft 70 tot 80 procent baat bij de behandeling met een op functieherstel gerichte benadering waarbij patiënten door de pijn heen moeten bewegen."