Top twintig 20e eeuw: Plaats 1: Moerman, C.

Door: C.N.M. Renckens | Geplaatst: 29 mei 2001 | Laatste Wijziging: 16 feb 2016

De pdf van Genezen is het woord niet,
met de hele Top Twintig en fraaie illustraties
is op de site van Skepsis down te loaden,
en trouwens ook als boekje nog verkrijgbaar.

(1893-1988; prakt. 1941-±1980)

'Tussen 1957 en 1977 zijn 200.000 mensen onnodig aan kanker gestorven. De schuldigen zijn de Nederlandse gezondheidsautoriteiten, die mij tot dusver geen officiële erkenning verlenen.' Moerman in: 'De natuur, onze grote dokter' (1979).

Onbetwist de Grootste kwakzalver der Twintigste eeuw is geworden Cornelis Moerman. Zijn grote haat tegen zijn reguliere vakgenoten, zijn minachting voor gewone wetenschappelijke feiten, zijn volledig gebrek aan zelfkritiek, zijn volledig uit de lucht gegrepen bewering dat kanker met zijn dieet genezen kon worden en zijn vermogen om de politiek voor zijn karretje te spannen alsmede het voortleven van zijn gedachtegoed ook na zijn dood, dat alles is werkelijk door niemand ooit overtroffen.

Moerman kwam voort uit een oorspronkelijk Vlaams geslacht van welgestelde boeren, artsen en ingenieurs. Als kind gold hij als 'knap, maar raar'. In 1929 vestigde hij zich als huisarts op het 22 ha grote landgoed De Hoogstad bij Vlaardingen. Op zijn landgoed stonden hokken met duiven en hij ging met deze dieren, die volgens hem een ongewoon groot 'oxidatievermogen' bezitten, voedingsexperimenten uitvoeren. Zo ontdekte hij acht stoffen die volgens hem essentieel zijn voor een goede oxidatie (vit. A, B, C en E, citroenzuur, ijzer, jodium en zwavel). Gecombineerd met zijn wetenschap dat de fa Bayer er niet in was geslaagd op experimentele wijze kanker te verwekken (door het inspuiten van tumorcellen) bij gezonde duiven en het bericht dat Franse wijnbouwers minder kanker kregen, hetgeen Moerman toeschreef aan hun consumptie van jodium en wijnsteenzuur, kreeg Moerman visioenen over de 'oplossing van het kankervraagstuk'. Kanker kon geen lokale ziekte zijn, maar moest gevolg zijn van verstoorde oxidatie, op zijn beurt het resultaat van onvolwaardige voeding, leidend tot verlies van 'vitaliteit' en 'gistingsprocessen in de cel'. Geleidelijk aan komt hij tot zijn volgende ontdekking: dit stofwisselingsderaillement kan al vroeg vastgesteld worden aan de hand van de 'kleine klinische symptomen', die op 'precancerose' wijzen: overmatige eeltvorming, kloofjes in de mondhoeken, een te rode tong, geschubde kringen om de neusvleugels e.d. Deze symptomen kunnen worden bestreden met het door hem samengestelde dieet en zelfs al opgetreden kanker kan daarmee behandeld worden. Dit dieet bevat:

- Verse groenten (ook als sap)
- Vers fruit (vooral citroenen en ananas)
- Ongeraffineerde graanproducten
- Peulvruchten
- Zuivelproducten

Dit alles zo biologisch mogelijk bereid. Verboden zijn vlees, vis en gevogelte, koffie, thee en water. Moerman vulde zijn dieet aan met extra vitamines en mineralen.

Hij begon deze therapie in praktijk te brengen in 1940, toen hij meende Leendert Brinkman van inoperabele darmkanker te hebben genezen. Deze 56-jarige man, bij wie geen weefselonderzoek had plaatsgevonden tijdens de operatie, zou nog 33 jaar leven en werd Moermans eerste reclamepatiënt. Vermoedelijk is er sprake geweest van een gecompliceerde blindedarmontsteking ('appendiculair infiltraat'). Moerman wil zijn kennis verspreiden, maar zijn mededelingen worden door vier medische tijdschriften geweigerd wegens gebrek aan wetenschappelijke kwaliteit. De onbekommerd rijke Moerman brengt dan in 1949 in eigen beheer zijn eerste publikatie uit: Cancer, post tenebra lux en stuurt die o.a. naar inspecteurs van de volksgezondheid, staatssecretaris Muntendam en hoge ambtenaren op Volksgezondheid. Ook aanhangers van Moerman beginnen zich te roeren en schrijven o.a. aan minister-president Drees. Ondanks de rijkelijk aanwezige scepsis (Drees: 'Er is nog een ander medicus dan Dr. Samuels, die kanker meent te kunnen genezen'; Muntendam: 'Moerman is een verstoorde kwakzalver, met een grote invloed op zijn patiënten, die hij inspuit met duivenbloed') besluit Muntendam tot een status-onderzoek, uitgevoerd door Den Hoed, die al snel overlijdt, en later Brutel de la Rivière. Conclusie van dit rapport (1950): 'Moerman is een man met ernstig gebrek aan kritisch vermogen en de verkregen behandelingsresultaten ondersteunen Moermans claims van genezing niet'.

Moerman laat het er niet bij zitten en als er in oktober 1955 spectaculaire successen van de Moermantherapie worden gemeld in De Typhoon, dagblad voor de Zaanstreek, dan ontstaat er opnieuw discussie zowel in de politiek als bij de kankerbestrijding (voorloper van het KWF). In 1956 gaat de commissie-Delprat aan het werk en zij brengt in 1958 haar rapport uit. Conclusie: Bij geen enkel geval is de commissie iets gebleken van verlenging der levensduur tengevolge van uitsluitend de specifieke Moerman-behandeling. Moerman trekt direct van leer tegen de commissie en dient tegen hen een klacht in bij het medisch tuchtcollege. Deze klacht wordt afgewezen en korte tijd later is het Moerman, die van het tuchtcollege een boete van duizend gulden krijgt opgelegd wegens 'ondermijning van het vertrouwen in de medische stand' en 'het ten overstaan van patiënten leveren van kritiek op de in Nederland algemeen aanvaarde kankertherapie'.

In 1958 verscheen Moermans eerste boekje De oplossing van het kankervraagstuk (123 bldz). Dit zou later ook in het Engels verschijnen en door Pauling geprezen worden. Aanhangers wezen op de gelijkenis van het Moerman-eten met het Gerson-dieet, een Amerikaans antikankerdieet. Zelf vergeleek Moerman zich herhaaldelijk met Semmelweis, een lange tijd miskend medisch genie.

Veel later schreef Moerman een brochure over het rapport-Delprat onder de titel 'Het schaamteloos bedrog' (1972). De Leidse prof. dr. J.G. Defares viel Moerman bij met een lang 'medisch kritisch commentaar', waarin hij Moerman o.a. vergelijkt met Linus Pauling. Het commentaar van Defares was uitgelokt door de laatdunkende beantwoording door staatssecretaris Kruisinga van kamervragen over de Moermantherapie. Inmiddels was de 'Commissie Moerman' opgericht, een groep sympathisanten, die zich had gewend tot alle kamerleden, politieke partijen, vakcentrales en kerkgenootschappen. Kruisinga had vijf maanden gewacht met de beantwoording van de vragen en was afwerend. De Haagse politici konden zich ook nu echter niet blijvend aan het gesundes Volksempfinden onttrekken en de vaste kamercommissie volksgezondheid o.l.v. prof A. Querido bepleitte een contact tussen de geneeskundig hoofdinspecteur Drion en de Cie-Moerman. Drion gaat op onderzoek uit en in 1972 verschijnt Drions rapport. Conclusie: geen conclusie mogelijk over de therapeutische waarde van de Moermantherapie en geen grond voor nader wetenschappelijk onderzoek. In de Kamer wordt tegengesputterd, maar minister Stuyt neemt de conclusies van Drion integraal over. Moerman blijft, ondanks zijn gevorderde leeftijd rustig praktiseren en trekt patiënten uit het hele land. De man, die er geen geheim van maakte na zijn afstuderen nooit meer een medisch tijdschrift te hebben gelezen, beoordeelt zijn patiënten door tegenover hen plaats te nemen met steeds een sigaar in de brand. Hij onderzocht hen vrijwel niet en trad nimmer in overleg met andere behandelend artsen. Ook behandelde hij mensen zonder ze te zien. Enkele artsen liepen bij hem stage, maar dat aantal bleef beperkt tot vijf personen onder wie de Alkmaarse Jan Wiese, die in 1976 zijn knapste leerling werd.

In 1974 werd de patiëntenvereniging Amnestie opgericht en tussen 1974 en 1979 trachtten particulieren om een onderzoek van de grond te krijgen. In 1978 trad Wiese op voor de vaste kamercommissie volksgezondheid en ook Moerman lobbyde bij kamerleden. Dit droeg bij aan de unanieme aanvaarding in mei 1979 van de motie Borgman-Lansink-Terpstra, waarin werd aan gedrongen op een prospectieve toetsing van de waarde van de Moermantherapie.

In 1978 verscheen bij Ankh Hermes Moermans tweede boek Kanker als gevolg van onvolwaardige voeding kan genezen door dieet en therapie. Dit boek van 152 pagina's zou elf herdrukken beleven. Het is een warrig boek vol rancune tegen reguliere medici en bevat verklaringen van sympathisanten. 'Het is niet langer nodig jaarlijks rond het massagraf van dertigduizend kankerdoden te staan' en Moerman heeft vanuit een hoger gesternte de opdracht gekregen om het lijden der mensheid te verlichten. Ook verklaart hij zich tegen bestraling en cytostatica.

Ondanks krachtige aan de kamer gerichte protesten van regulier oncologisch Nederland werd er een begeleidingscommissie in het leven geroepen, die medewerking van de Moerman-artsen zou krijgen. Deze laatsten bleken echter verdeeld en eisten bovendien dat men tijdens de duur van het onderzoek vrijgesteld zou blijven van door de inspectie aangedragen tuchtrechtelijke vervolging. Toen er nog maar twee of drie Moerman-artsen over waren, die mee wilden doen, moest in 1985 worden geconstateerd dat een prospectief onderzoek niet mogelijk was gebleken. KWF en Van der Reiden, toen staatssecretaris, waren al bereid subsidie te verlenen.

Wiese blijft aanhouden en het lukt hem tenslotte om Van der Reiden zover te krijgen de mogelijkheden van een retrospectief onderzoek te onderzoeken. Hij slaagt en wordt ruimhartig gesubsidieerd vanaf eind 1986. Wiese wordt dan steeds chaotischer en raakt psychisch enigszins in het ongerede. Langzamerhand wordt de initiatiefnemer terzijde geschoven door mensen als de arts Valstar, de cytoloog De Graaf, de arts D. Meijer, communicatiedeskundige mw. Antonczyk, jurist mr. N.H. de Vries en prof. M.J. de Vries. Dit project, het Retrospectief Onderzoek Moermantherapie (ROM), zou uiteindelijk resulteren in een rapport, dat in 1991 aan staatssecretaris Simons kon worden aangeboden. Moerman, die zijn hele leven vrijgezel bleef, is in 1988 na een kort ziekbed aan een hersenbloeding overleden. Het ROM bevatte aanvankelijk 384 ziektegeschiedenissen van mogelijk door Moermantherapie genezen patiënten. Volgens het rapport-ROM zijn er 21 gevallen gevonden, waarbij de genezing 'zeker' is toe te schrijven aan de Moermantherapie. Gezien de tijdspanne van bijna 50 jaar is dat aantal al gering te noemen en NRC-journalist Köhler schamperde dat dit aantal kleiner is dan het aantal gevallen van de (zeldzame) spontane regressie van kanker, dat verwacht mocht worden. Internist-oncoloog Blijham gaf op verzoek van de redactie van het tijdschrift Kanker (april 1992) een zeer gedetailleerde kritiek op de casuïstiek en vond niet meer dan 2 tot 7 gevallen van onverklaarbare genezing.

Enkele wapenfeiten van Moerman mogen niet onvermeld blijven.

Zo gaf hij in 1956 een brochure uit over De wedergeboorte van Christus, waarin behoorlijk antisemitische uitlatingen werden aangetroffen. In 1979, Moerman had door de pro-alternatieve tijdgeest de wind zeer mee, was hij eregast in de Houtrusthallen te Den Haag op een manifestatie van de ecologische beweging 'Anders denken': de hoogbejaarde werd toegejuicht door ruim tweeduizend mensen.

De patiëntenvereniging Amnestie bestaat nog steeds, telt enkele tienduizenden leden en onderhoudt goede contacten met het KWF. Tot de oprichting van een Moerman-museum op zijn landgoed, waarvan even sprake was, kwam het niet: zijn vermeende antisemitisme bleek hier gelukkig prohibitief.

Onderzoek onder kankerpatiënten in 1999 door de psycholoog prof.dr. F.S.A.M. van Dam bracht aan het licht, dat Moermans dieettherapie anno 1999 grotendeels verdrongen was door het Houtsmullerdieet. Sic transit gloria mundi, ook voor Nederlands grootste kwakzalver van de 20ste eeuw.

Lees ook