Wat vindt GroenLinks van de uitspraken van minister Hoogervorst over homeopathie?

In het GroenLinks magazine nr.7 van 2004 las ons lid Frans Scholte een samenvatting van de reactie van de Tweede-Kamerfactie van GroenLinks op de uitspraken van minister Hoogervorst over homeopathie. Hij stuurde hierop onderstaande brief aan de redactie van GLMagazine, die in het oktobernummer werd geplaatst.
Door: Van de Webredactie | Geplaatst: 21 dec 2004

Het is een vlijmscherp betoog over het verschil tussen wetenschap en pseudo-wetenschap en over het misplaatste onderscheid tussen betrouwbare, alternatieve behandelaars en (onbetrouwbare) kwakzalvers. De redactie wil u deze bijdrage niet onthouden.

In GroenLinks Magazine nr.7 staat een korte reactie van de Tweede-Kamerfractie op de uitspraken van minister Hoogervorst over homeopathie. "De minister zet met zijn uitspraken een hele beroepsgroep in de hoek van de kwakzalvers. Veel Nederlanders maken gebruik van complementaire zorg en zien wél de meerwaarde van deze zorg. De suggestie van de minister dat zij zich laten afschepen met een glaasje water is ronduit beledigend. Maar GroenLinks ziet ook wel dat er wel degelijk kwakzalvers zijn" (einde citaat).


Het is mij niet duidelijk wat er beledigend is aan een correcte vaststelling. Nog nooit is de homeopathie er in geslaagd de werkzaamheid van haar behandelmethode aan te tonen. Tevreden klanten zijn daarvoor niet voldoende. Er is een verschil tussen weten en geloven. Dit verschil nu bepaalt of we te maken hebben met op wetenschappelijk onderzoek gebaseerde geneeskunde of met op onbegrijpelijke ideeën gebaseerde behandelwijzen waarvan de effectiviteit niet is aangetoond. Natuurlijk, ook van de universitaire geneeskunde worden met een zekere regelmaat gangbare theorieën en behandelingen over boord gezet. Maar dit is juist een onderstreping van haar wetenschappelijk karakter: altijd blijven twijfelen en onderzoeken of het allemaal nog klopt. En deze kritische zelfreflectie, die de geneeskunde op een hoger plan kan brengen, ontbreekt nu juist bij de alternatieve, additieve of complementaire geneeswijzen. Met de begrippen alternatief, additief en complementair wordt overigens door de op pseudo-wetenschap gebaseerde behandelwijzen ook het begrip geneeskunde binnengehaald, terwijl voor dit laatste begrip elke grond ontbreekt.

 

De fractie vindt dat er een onderscheid gemaakt moet worden tussen kaf (kwakzalvers) en koren (betrouwbare alternatieve behandelaars). Het onderscheid ligt dan tussen alternatieve beroepsgroepen die hun zaakjes op orde hebben (een opleiding hebben genoten, een goed kwaliteitsbeleid voeren en een klachtenregeling hebben) en zij die dat niet hebben. De eerstgenoemde groep zou dan in de wet BIG geregistreerd kunnen worden. Maar opleiding, kwaliteitsbeleid en klachtenregeling kunnen geen primaire maatstaven zijn; zij behoren te volgen op aangetoonde werkzaamheid. Waar het laatste ontbreekt is het eerste irrelevant.

Het lijkt erop dat de fractie het onderscheid tussen kwakzalvers en betrouwbare genezers definieert als bewuste of onbewuste misleiding. Dit onderscheid is voor de strafrechter mogelijk interessant, maar de patiënt wordt er niet echt beter van.

 

Frans Scholte

7 september 2004

Bron: GLMagazine 2004, nr.8, p.17 (met toestemming van de auteur)

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

 

Lees ook