Top twintig 20e eeuw: Plaats 3: Borgman, J.

De pdf van Genezen is het woord niet,
met de hele Top Twintig en fraaie illustraties
is op de site van Skepsis down te loaden,
en trouwens ook als boekje nog verkrijgbaar.

(1889-1976; prakt. 1918-1975)

‘Het is verheugend dat er een goed contact tot stand is gekomen tussen u en het Kanker Instituut.’ Passage uit een brief van particulier secretaresse van koningin Juliana aan Borgman (1957)

Borgman werd geboren in Groningen als zoon van een onderwijzer, verbonden aan het doofstommeninstituut, in een gezin met zes kinderen. Zijn moeder wordt beschreven als een ‘zeer intuïtief persoon’, terwijl er in zijn familie helderzienden en kruidendokters voorkwamen. Als kind al genas Johan eens een hond van een dodelijke ziekte aan de hals.

Na de HBS werkte hij eerst als administrateur op een cementfabriek in Assen, later als bankemployé te Den Haag en daarna als ambtenaar op het Min. van Biza. Over zijn persoonlijke groei in de eraan voorafgaande jaren is weinig bekend, maar op 15 oktober 1918 vestigde Borgman zich als paranormaal genezer. In de jaren ervoor had Borgman wel enige furore gemaakt als dichter en was zelfs lid van de Vereniging van Letterkundigen, waar hij o.a. vriendschap sloot met Willem Kloos, de tachtiger. Hij huwde in 1920 met zijn vrouw Tine, maar het huwelijk bleef kinderloos, misschien wegens een vruchtbaarheidsstoornis, maar er werd ook wel beweerd dat Borgman vreesde ongelukkige of gehandicapte kinderen te zullen krijgen als gevolg van zijn paranormale begaafdheid.

Het paar woonde korte tijd in Laren, maar vertrok snel naar Amsterdam, waar zij na enkele jaren de voormalige burgemeesterswoning aan de keurige Johannes Vermeerstraat betrokken. Hij zou op die plaats jarenlang praktiseren. Hij toonde ook veel belangstelling voor occulte zaken en volgde veel lezingen over dat onderwerp, waarbij hij eenvoudig aan de aura van de sprekers kon controleren of zij de waarheid spraken.

Zijn medische activiteiten waren voornamelijk van paranormale aard en hij beschouwde zich als een door God gezonden en geïnspireerde genezer, die de behandeling veelal begon met gebed. Hij paste ook wel kruiden, homeopathie, massage, electrische apparaten en gekleurd licht toe, maar dan slechts als ondersteuning.

Hij kreeg grote toeloop en was er trots op de grootste praktijk van Nederland te hebben. Hij beweerde in zijn ruim 50-jarige carrière meer dan 500.000 mensen te hebben behandeld. Hij behandelde soms wel 90 patiënten per dag en zou ‘minstens zes artsen’ behandelen, een feit waarop hij zeer trots was. Het tarief was destijds 2,50 per behandeling. Werkte incidenteel samen met verschillende homeopathische artsen, een arts-iriscopist en een antroposofisch arts. Hij correspondeerde met buitenlanders als de Roemeense Anna Aslan en met Alfred Vogel. In 1957 publiceerde hij zijn visie op het kankervraagstuk, dat hij naar eigen zeggen intensief had bestudeerd en vatte zijn mening samen in 11 stellingen.

(Hij bleek voorstander van vroegdiagnostiek, vooral m.b.v. de antroposofische capillair-dynamische bloedtest en noemde virus een belangrijke kankerverwekker. Bij de behandeling is voeding (rauwkost en vegetarisch) heel belangrijk, alsmede Viscum album (maretak), homeopathische en antroposofische geneesmiddelen, psycho-pranische therapie, terwijl de oscillator van prof. Lahkovski ook een zeer gunstig effect zou hebben. Kanker is geen hopeloze ziekte en ook artsen zouden zich open moeten stellen voor Christus, de Bron van Leven. Aldus Borgman in 1957.)

Tot zijn kennissenkring behoorden o.a. Ko van Dijk en jhr. Sandberg, terwijl hij ook brieven schreef aan het Koninklijk Huis. Borgman was vrijwel levenslang één van de zeer weinige niet in het verscholene opererende paranormale genezers: ieder ander vreesde toch de strafrechter. Hij heeft zich een aanzienlijk inkomen verworven.

Hij stopte met het schrijven van poëzie rond zijn 30ste jaar en ging later schilderen: uitsluitend zeegezichten, meer dan 400 in getal. Deze laatsten hadden een genezend effect op sommige van zijn patiënten: zo herstelde een professor in de theologie van uitputting en slapeloosheid door de aanschaf van een van de vele zeegezichten.

Na het overlijden van zijn vrouw in 1963 werd Borgman zwaar ziek en belandde in het Diaconessenhuis te Amsterdam. Hij leek ten dode opgeschreven, maar kreeg een Christus-ervaring, waarbij hij de goudlichtende Christusfiguur voor zijn geestesoog zag. Daarna trad een wonderbaarlijk herstel in. Hij hertrouwde een jaar later, nadat hij van zijn overleden vrouw had ‘doorgekregen’ dat hij dit huwelijk moest aangaan. Het bleek, aldus zijn biografie, een misleiding: na twee jaar scheidde het paar. Eind jaren zestig verhuisde Borgman naar Oosterbeek, waar hij nog enkele jaren praktiseerde, als ruim tachtigjarige. Op 9 januari 1976 overleed hij aldaar en werd te Amsterdam begraven.

Zijn naam leeft nog voort in het Johan Borgman Fonds, dat de nalatenschap van het kinderloze echtpaar beheert. Dit fonds ijvert o.a. voor de erkenning en opleiding van paranormale therapeuten.

Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij

Schrijf je in en ontvang het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij (NTtdK).

Word lid east
Kwakzalverij