Prismabril dokter Vente tegen Menière en dyslexie onbewezen

Prismabril dokter Vente tegen Menière en dyslexie onbewezen

Neem de activiteiten van dokter Vente, een basisarts in Alphen aan de Rijn. Een van de kinderen van een briefschrijver kreeg een prismabril aangemeten tegen dyslexie. Veel deed het ding niet en de bril is inmiddels, na twee jaar gesukkel, in de prullenbak beland. Of we daar niet een stukje over konden schrijven?

Vente heeft in zijn praktijk meer dan 25.000 patiënten behandeld met evenwichtsstoornis, hoofdpijn of leesproblemen, zo beweert hij. Ze kregen allemaal een prismabril aangemeten, vaak om dyslexie (leesproblemen) of de evenwichtsaandoening Menière te lijf te gaan. Hoeveel er (blijvend) baat bij hebben gehad, vermeldt Vente wijselijk niet.

Vente gelooft in de prismabril van Utermöhlen, een Amsterdamse oog- en KNO-arts die in 1941 een richtlijn ontwikkelde voor het voorschrijven van prismabrillen bij onder meer de ziekte van Ménière. De prismabril heeft bewezen effectiviteit, lezen we op de website van de Alphense arts op wiens praktijkadres, niet geheel toevallig, ook de Stichting Utermöhlen is gevestigd. Er zijn naast Vente twee andere artsen, in Havelte en in Den Bommel (Goeree-Overflakkee), die patiënten deze brillen aansmeren voor dyslexie en Menière.

Voor de bewijsvoering achter zijn prismabril voor Menière verwijst Vente naar een suffige enquête van twee studenten van de Hogeschool Utrecht. In 2010 selecteerden zij met een dobbelsteen tweehonderd personen uit een groep van tweeduizend patiënten van het Vente-centrum. Zij kregen een vragenlijst met opendeur-vragen toegestuurd over de kwaliteit van hun behandeling, met het doel effectiviteit aan te tonen. Van de tweehonderd personen die anoniem een vragenlijst toegestuurd kregen, stuurden er 86 deze terug. De antwoorden waren lovend: 97 procent van de mensen hadden een Menière-bril aangemeten gekregen, 85 procent antwoordt (daardoor) geen of minder last van duizeligheden te hebben.

Dokter Vente meent op basis van deze enquête dat ‘alle hypothesen zijn bevestigd en dat mensen die de ziekte van Ménière hebben, aangeven geholpen te zijn met een Utermöhlen prismabril´.

De arts krijgt voor zijn brilgelovigheid veel kritiek, die hij met dit onderzoekje denkt te kunnen pareren. Vente: ‘Omdat er zo weinig over de therapie met de Utermöhlen- prismabril bekend is, wordt deze therapie door vele professionals in twijfel getrokken. Dit blijkt niet terecht als we kijken naar de resultaten van dit onderzoek. ‘

De enquête levert één echte verrassing op. Op de vraag wat hun behandelende kno-arts vindt van de prismabril, antwoordt 54 procent van de patiënten dat ze dat niet weten. Ze hebben het hun dokter blijkbaar niet voorgelegd.

Een beetje onderzoeker krijgt een rolling van dit resultaat. De twee studenten – en in hun kielzog dokter Vente – echter niet. De vraag wat de andere 60 procent van de aangeschrevenen – de niet-terugstuurders – vindt van hun prismabril intrigeert hen blijkbaar in het geheel niet.

De wetenschappelijke literatuur geeft helder antwoord: in het literatuurbestand PubMed komen de namen Utermöhlen en Vente niet voor. Er zijn geen studies gedaan met de prismabril, niet in relatie tot de ziekte van Menière en niet in relatie tot dyslexie (leesproblemen), de andere troetelaandoening van Vente.

De Alphense arts wil niet reageren op vragen hierover van de Vereniging tegen de Kwakzalverij. Hij heeft daarvoor geen tijd, meldt zijn secretaresse. Hij is druk met het schrijven van een onderzoeksvoorstel voor een subsidie van ZonMw, legt ze uit. Vente wil het effect van de Utermöhlen-prismabril onderzoeken tegen duizelingen (vertigo) van het Menière-type. Hij doet dat samen met bewegingswetenschapper Jelte Bos van de Vrije Universiteit en van TNO. Die zegt desgevraagd dat de aanwijzingen die er zijn over een eventuele werking bij een kleine groep Menière-patiënten hem als wetenschapper intrigeren. Onderzoek ligt dan voor de hand en dus werkt hij mee aan een onderzoeksvoorstel dat in de loop van volgend jaar zal worden ingediend.

Ventes basisartscollega in Havelte, mevrouw Biewenga-Booij, ook lid van de brillenclub, geeft wel antwoord op vragen. De prismabril is beslist geen kwakzalverij. Met de bril kun je `effectiever zien en dat resulteert in minder duizeligheid´, schrijft ze. Ook zij erkent dat er voor de uitvinding, die al meer dan zeventig jaar op de markt is, geen degelijk onderzoek is uitgevoerd.

Oogartsen geloven niet in de UP-bril. `Prismabrillen worden weleens voorgeschreven voor dubbelzien, ik heb geen wetenschappelijk bewijs kunnen vinden voor het gebruik van prismabrillen bij de ziekte van Menière´, bevestigt Mary van Schooneveld, oogarts bij het AMC. `Knollen voor citroenen die brillen.’ Ze ergert zich eraan dat Vente, en met hem de twee andere prisma-artsen, deze dingen voorschrijven zonder een orthoptische opleiding te hebben genoten.

Vente, en zijn collega-Utermöhlenartsen, schrijven de UP-bril niet alleen voor aan Menière-patiënten. Ook dyslexiepatiënten krijgen een prismabril aangemeten. Er is echter geen enkel wetenschappelijk bewijs dat zo’n prismabril ook iets doet bij leesproblemen. In de PubMed is er in ieder geval geen studie over te vinden. Dat is logisch: in de dyslexiewereld is brede consensus dat dyslexie niets met de ogen te maken heeft. Dit is weliswaar ook tot Vente doorgedrongen en daarom houdt hij op zijn website inmiddels flinke slagen om de arm. We lezen: ‘Wat de visuele aspecten betreft kan een Utermöhlen-prismabril bij de behandeling van leer- en leesproblemen een goede hulp zijn, naast andere hulpprogramma’s. Deze prismata worden niet voorgeschreven op oogheelkundige gronden, maar op grond van de bevindingen van onderzoek van de visuele en vestibulaire aspecten van de waarneming.’

Naschrift 3 mei 2015

Een website-lezer heeft zich gestoord aan het bericht over de prismabril van de heer Vente waarin staat dat er geen bewijs is dat deze bril zou werken bij Ménière. De lezer heeft een andere ervaring. De bril zou bij zijn vrouw wel werken, schrijft hij.

Rien Vermeulen, bestuurslid van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) en emeritus-hoogleraar neurologie bij UvA/AMC heeft hem geantwoord.

Zijn antwoord drukken we hier af.

De VtdK heeft een negatief oordeel uitgesproken over de prismabril,  maar uw vrouw heeft een aan de bril toegeschreven gunstig effect  ervaren bij haar Ménière. Er is geen wetenschappelijk onderzoek dat het gebruik van deze bril ondersteunt. Dat zal u met mij eens zijn. Zolang dat niet het geval is, kan een dergelijke bril niet worden voorgeschreven. Maar, zegt u mogelijk, er worden wel meer behandelingen voorgeschreven die niet wetenschappelijk getoetst zijn. Dat is waar, maar nieuwe behandelingen, inclusief hulpmiddelen, behoren wel te worden getoetst voor zij mogen worden voorgeschreven. De bril valt in die categorie. Wat betreft bestaande niet-getoetste behandelingen zou je kunnen spreken van een soort verworven recht. Veel van die oude niet-getoetste behandelingen zijn al vervangen door nieuwe, nadat in een vergelijkend onderzoek de nieuwe behandeling beter bleek te zijn. Daarna rees de vraag of die oude behandelingen wel effectief waren. Dat zullen we nooit weten. Het beoordelen van therapie-effecten blijkt moeilijker dan lange  tijd in de geneeskunde werd gedacht.

Sinds een paar eeuwen voor Christus  tot begin negentiende eeuw waren alle artsen in Europa overtuigd van  de gunstige werking van aderlaten bij allerlei aandoeningen tot een  Franse arts daar eens kritisch naar keek. Nu weten we dat het  aderlaten de toestand van veel patiënten eerder verslechterd heeft  dan verbeterd. Sinds die tijd weten we dat behandelingen getoetst  moeten worden, maar dat is pas na WO II goed op gang gekomen. Die  eis van toetsing is zeer waardevol.

Ik zag eens gunstige effecten van een therapie waarbij ik dacht dat toetsing niet meer nodig zou zijn.  Toetsen moet en dus werd die uitgevoerd. De behandeling bleek schadelijk te  zijn. Sinds die tijd ben ik uiterst voorzichtig geworden en ben ik alleen nog afgegaan op goed getoetst onderzoek. Helaas is het niet verboden niet-getoetste behandelingen voor te schrijven en er zelfs aan te  verdienen. Daarom ben ik lid geworden van de VtdK.

Ik begrijp dat de prismabril getoetst gaat worden, althans er zijn  plannen voor onderzoek. Het zou kunnen dat u teleurgesteld gaat  worden. KNO-artsen en andere deskundigen op het gebied van Ménière  zien niets in de prismabril. Zij zouden niet weten hoe het zou  moeten werken. Ja, zij weten dat er patiënten zijn die door gebruik van de bril  geen klachten meer hebben, maar zij kennen ook patiënten bij  wie  Ménière zonder behandeling over is gegaan. In een dergelijke situatie  besteden deskundigen liever hun tijd aan kansrijkere behandelingen  voor toetsing. Die deskundigen zijn wel nodig voor een goede  uitvoering van het onderzoek. Ik begrijp dat een  bewegingswetenschapper een poging gaat doen. Die onderzoeker moet  dan wel een onderzoeksopzet maken die ZonMW overtuigt. Dat wil zeggen dat het onderzoek een antwoord moet geven op de gestelde vragen. Dat  is afwachten, niet ieder voorstel, zelfs als het goed is, wordt met  de beperkte middelen geaccepteerd.

U vindt de site van de VtdK over de prismabril ongenuanceerd, als ik het zo mag samenvatten. De VtdK wil haar standpunt duidelijk uiten en helaas kan dat niet altijd even genuanceerd. Het gaat om de boodschap en die is dat de VtdK tegen het verdienen is aan niet-bewezen behandelingen is.

Met beste groet,

Dr. M. Vermeulen
Emeritus-hoogleraar neurologie UvA 

Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij

Schrijf je in en ontvang het Nederlands Tijdschrift tegen de Kwakzalverij (NTtdK).

Word lid east
Kwakzalverij