Plaats 8: Van der Schaar, P.J.29 mei 2001 | C.N.M. Renckens | Laatste wijziging: 28 okt 2010De pdf van Genezen is het woord niet, Van der Schaar (met fraaie foto) staat
Ik sta niet a priori afwijzend ten
opzichte van P.J. van der Schaar in de Volkskrant (8 januari 1994)
Van der Schaar (7-6-1928) behaalde het artsdiploma in 1955 en specialiseerde zich tot hart- en longchirurg. Hij promoveerde in 1962. Hij werkte in verschillende ziekenhuizen, waar hij veel weerstanden opriep en erg moeilijk in de samenwerking was. Op een gegeven moment kon hij in ons land geen ziekenhuis meer vinden dat hem toeliet en hij begeleidde enige tijd hartpatiënten die in Houston hartoperaties moesten ondergaan. Later kwam hij terecht in de alternatieve geneeskunde en richtte een kliniek op in Leende nabij Eindhoven, waar hij ozon- , cel- en chelatietherapie toepast.
Ozontherapie In 1935 werd de ozontherapie bekend gemaakt door de Oostenrijks-Duitse chirurg Erwin Payr (1871-1946) op een medisch congres in Berlijn. Vooral na de Tweede Wereldoorlog werd ozontherapie populair in Duitsland, omdat van ozon bekend was dat het een sterk bacteriedodend effect heeft. Volgens Van Dijk (Geneeswijzen in Nederland, 8ste druk p. 342) berust de gunstige werking op ‘stimulering van de oxidatieprocessen in de cel.' Meestal wordt gewerkt met zuurstof-ozonmengsels. Ozon, dat in de gewone geneeskunde geen rol speelt, wordt op allerlei wijzen toegepast. Het wordt in de spieren ingespoten, of onderhuids, dan wel in buikholte, lichaamsopeningen en aderen. Bij die laatste methode zijn wel doden gevallen ten gevolge van gasembolie. Voorzichtiger therapeuten nemen bloed af, voegen er ozon aan toe en spuiten het weer in, wat een zeker risico op hepatitisbesmetting oplevert, als niet voldoende voorzorgen genomen worden. Tegenwoordig is ozontherapie ook geliefd bij orthomoleculaire genezers.
Celtherapie In 1930 bedacht de Zwitserse arts Paul Niehans een verjongingsbehandeling, waarbij senioren worden ingespoten met ‘Schockgefrorenen Frischzellen,' verkregen door het doden van zwangere schapen, waarna uit organen van de lammetjesfoetussen steriel grotendeels gedenatureerd celmateriaal van bijvoorbeeld zwezerik, hart, lever en placenta wordt geprepareerd. Preventieve behandeling vanaf het 45ste levensjaar wordt aanbevolen. In 1955 waren er reeds meer dan 30 dodelijke ongelukken beschreven, vooral door heftige allergische reacties. Tegenwoordig zal de vrees dat mensen een variant van de ziekte van Creutzfeldt-Jacob kunnen oplopen door besmetting met de verwekker van BSE de populariteit van de celtherapie niet ten goede komen, maar Van der Schaar ziet nog geen reden om ermee te stoppen. Talrijke beroemdheden lieten zich met celtherapie behandelen, waaronder Adenauer, paus Pius XII, Churchill, Fidel Castro en Marlene Dietrich.
Chelatietherapie Chelatietherapie is een zeer ‘medische'
vorm van kwakzalverij, waarbij de
slachtoffers worden behandeld met
infusen waaraan EDTA is toegevoegd, een
stof die in staat is om
metalen waaronder calcium (‘kalk') uit het bloed te
binden en
verwijderen. In de gewone geneeskunde heeft het een klein
indicatiegebied bij sommige vergiftigingen (lood), maar het nut ervan
bij
aderverkalking is nimmer aangetoond. Een kortdurende daling van
de
calciumspiegel in het bloed wordt onmiddellijk door de normale
regelmechanismen gecorrigeerd, hetgeen maar goed is ook. Mobilisatie
van ‘kalk' uit verkalkte vaten is
onwaarschijnlijk, nooit aangetoond en zou ook niet
veel nut hebben.
De neerslagen van kalk (calciumcarbonaat) zijn secundaire
fenomenen
in een reeds door ‘atherosclerose' aangetaste vaatwand. De
behandeling is desniettemin populair bij welgestelde senioren, die
zich de duizenden guldens kostende therapie kunnen veroorloven.
Pogingen van de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) om op te
treden tegen kliniekjes waar deze therapie wordt toegepast
(onder
andere na een sterfgeval in Zwolle) liepen stuk op verzet van
chelatieartsen, hun patiënten en onwelwillende justitiële
autoriteiten. Met
enige regelmaat verschijnen er in reguliere
medische tijdschriften nog artikelen over deze therapie,
onveranderlijk met de conclusie dat de therapie bij
vaatlijden
volstrekt nutteloos is.
Het is een raadsel dat een voormalige hartchirurg, al zijn normale vakkennis en collega's negerend, zich door aanprijzing en uitvoering van dergelijke methoden in leven houdt en dat zonder enige gêne.
Naschrift oktober 2010 Van der Schaars laatste artikelen op zijn eigen vakgebied lijken te dateren van 1978 (zie hier). Voorts schreef hij samen met M. Sickesz (nummer 7 van de Top Twintig): Dit lijkt weinig te maken te hebben met zijn werk in de kliniek in Leende, en ook niet met hart- en longziekten. NieuwsbriefDe Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. |
GERELATEERDE ARTIKELENNIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN
De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
|