Kletskoek in Medisch Dossier

Alternatieve rekenpartij ontaardt in grove leugen

6 jan 2009 | Van de Webredactie | Laatste wijziging: 29 okt 2010

Een beruchte alternatief-medische nieuwsbrief poneert dat 60 procent van de vrouwen met borstkanker die bestraald worden, later longkanker krijgen. In een bepaald onderzoek was 60 procent van de vrouwen die longkanker kregen na borstkanker eerder bestraald, maar dat is iets heel anders. In feite gaat het om slechts 2 procent, gťťn 60 procent.

Radiotherapeut Lukas Stalpers, secretaris van de Nederlandse Vereniging voor Oncologie klom in pen, en vertelt hoe het wel zit.


Afdeling Radiotherapie
Hoofd: Prof. dr. Caro C.E. Koning
secretariaat B0-108
Tel: +31 20 566 4231
Fax: +31 20 609 1278
E-mail: l.stalpers[te]amc.nl

Vereniging tegen de Kwakzalverij,
t.a.v. prof. dr. F. van Dam, secretaris,
secretariaat[te]kwakzalverij.nl

Geredigeerde kopie van een brief verzonden aan Medisch Dossier Ode
English summary at the end

Amsterdam, 6 januari 2009


Het risico op longkanker na bestraling wegens borstkanker is geen 60%, maar 2%.

Wat er wordt beweerd in Medisch Dossier Ode?

In het januari-nummer van het blad Medisch Dossier Ode stond een thema-artikel 'Dossier Kanker' van de hand van B. Hubbard (MD Ode, dec/jan 2009, vol. 11 (nr 1); pp. 4-8).

Het artikel bevat naast een groot aantal niet te staven beweringen over kanker en beschuldigingen aan het adres van reguliere geneeskundigen nog een groot aantal fouten en halve waarheden. Een grove onjuistheid is de bewering in het kader 'De medische benadering van kanker' op blz. 5 waarin over radiotherapie wordt beweerd:

ďHelaas lijkt deze therapie nog te veel op schieten met hagel: van de vrouwen die worden bestraald worden voor hun borstkanker, ontwikkelt 60 procent in de loop van hun leven daarna longkanker5Ē

Als dat waar zou zijn, zou dat inderdaad een vreselijke bijwerking zijn. Op basis van dit artikel wilde ťťn van mijn patiŽnten liever afzien van bestraling na borstsparende behandeling van een klein mammacarcinoom. Maar de bewering is niet waar.

Risico op longkanker na borstkanker misschien iets verhoogd

De in Medisch Dossier Ode aangehaalde literatuurverwijzing 5 staaft de bewering niet dat bestraling het risico op longkanker naar 60% verhoogt (Wiernik e.a., 1994). In de geciteerde studie van Wiernik e.a. werd bij 3597 vrouwen met borstkanker in de loop der tijd bij 31 vrouwen ook nog longkanker gevonden (= 0,9%). Dat is vergelijkbaar met de gewone bevolking. In het artikel werd helaas niet beschreven hoeveel van de 3597 vrouwen bestraald werden. In de meeste oude series werd ongeveer de helft, zeg 3597 / 2 = 1798 patiŽnten bestraald. Van de 31 vrouwen met longkanker waren er 19 bestraald; het risico op longkanker is dan naar schatting 19 / 1798 = 1,0% en geen 60%. Dat er meer longtumoren werden ontdekt in de bestraalde kant ('ipsilateraal': 15 gevallen) dan in de onbestraalde kant (4 gevallen) is wel een belangrijk argument dat de bestraling het risico op longkanker heeft verhoogd. Maar zelfs met deze onvolledige cijfers kom je niet boven een risico van 4% op longkanker door bestraling.

In het onderzoek van Wiernik ontbreken echter belangrijke cijfers om een goede risicoschatting te kunnen maken. Matesich en Shapiro publiceerden in 2003 een overzicht van studies waarin het risico op tweede kankers na behandeling van borstkanker werd bepaald. Bijgaande tabel geeft een overzicht van de bekende literatuur, waaruit duidelijk wordt dat het risico op longkanker door de radiotherapie wegens borstkanker ongeveer 1,5 tot 3,2 keer (gemiddeld 2 keer) wordt verhoogd, dat wil zeggen van 1% in de gewone bevolking naar 1,5% tot 3% (gemiddeld 2%).
Darby e.a. (2005) onderzochten de sterfte aan hartziekten of longkanker na radiotherapie bij 300.000 vrouwen met een vroeg stadium borstkanker behandeld vanaf 1973. Voor de periode 1973-1982 vonden zij een duidelijk verhoogd risico om te overlijden aan longkanker, tot 2,7 maal meer 15 jaar na radiotherapie. Echter, voor de periode na 1982 was dat risico niet langer significant verhoogd. Dit is te danken aan betere bestralingstechnieken, waardoor hart en longen minder stralenschade oplopen.

Tabel: Longkanker na radiotherapie wegens borstkanker (naar: Matesich en Shapiro, 2003)

Eerste auteur + jaar van publicatie

Soort

studie

Duur van de na-controle

(jaar)

Relatieve Risico

(95% BI)

Zijde van de longkanker

Galper, 2002

prospectief cohort

11

1,5 (p=0,02)

-

Neugut, 1993

case-control

10

2,0 (1,0-4,3)

-

Neugut, 1994

case-control

10

niet roker: 3,2 (0,6-17)

ipsilateraal

 

 

 

roker: 33 (7-154) (*)

-

Inskip, 1994

case-control

10

1,8 (0,8-3,8)

-

 

 

15

2,8 (1,0-8,2)

 

Rubino, 2002

case-control

> 10

3,2 (1,0-7,4)

ipsilateraal

Prochazka, 2002

case-control

10+

2,0 (1,3-3,0)

ipsilateraal

Prochazka, 2002

case-control

10+

niet-roker: 0,9 (0,37-2,22)

ipsilateraal

 

 

 

roker: 3,2 (1,66-6,06)

 

Zablotska, 2003

case-control

10

2,1 (1,5-2,1)

ipsilateraal

 

 

15

2,1 (1,5-2,9)

 

 

 

 

 

 

BI = betrouwbaarheidsinterval

 

Vrouwen die blijven roken lopen wel meer risico op longkanker

Er is echter een aanwijsbare groep vrouwen met borstkanker die wel een extra maar vermijdbaar risico op longkanker lopen na bestraling: vrouwen die roken. Het is al minstens een halve eeuw bekend dat roken het risico op longkanker met meer dan 10 keer verhoogt (d.w.z. van minder dan 1% naar meer dan 10%) (Peto, 2000; Gandini, 2008). Uit de tabel blijkt ook dat vrouwen die rookten en bestraald werden wegens borstkanker een zeer sterk verhoogd risico hebben op longkanker. Stoppen met roken is dan ook een belangrijk advies dat aan patiŽnten met borstkanker kan en moet worden gegeven.

Het risico van bijwerkingen door radiotherapie moet worden afgewogen tegen de verwachte voordelen. Radiotherapie is een standaardbehandeling na borstsparende chirurgie van borstkanker. Bij vrouwen met een kleine borsttumor zonder uitzaaiingen naar de lymfeklieren vermindert radiotherapie het risico dat de kanker ter plaatse terugkomt van 30% naar 10%, en verbetert de overleving na 15 jaar van 69% naar 76% (Clarke e.a., 2005). De winst van radiotherapie is nog groter bij vrouwen die uitzaaiingen hebben in de okselklieren.

 

Radiotherapie lijkt niet op schieten met hagel

Het door Medisch Dossier Ode gebruikte foute voorbeeld dient als ondersteuning van de bewering dat 'radiotherapie nog te veel lijkt op schieten met hagel'. Dat is kletskoek. Het tegendeel is waar: met bestraling hebben we een bewezen zeer effectief en gericht wapen in handen voor de bestrijding van kanker. Dankzij wetenschappelijk getoetste combinaties van chirurgie, radiotherapie en/of chemotherapie wordt tegenwoordig meer dan de helft van de patiŽnten met kanker genezen. Dat resultaat wordt in de verste verte niet geboekt met een van de in 'Dossier Kanker' genoemde alternatieve behandelingen: vitamine C, amygdaline, anti-neoplastontherapie, ellaginezuur, enzymtherapie, lijnzaadolie, Iscador, krill-olie.

Naast genezing is radiotherapie bij 40% tot 80% effectief in het bestrijden van pijn, bloedingen, en verlammingen bij patiŽnten die een ongeneeslijke vorm van kanker hebben (Stalpers, 1999). Medisch Dossier Ode had zijn lezers erop attent moeten maken dat niet ťťn van de door Hubbard genoemde middelen ook maar in de buurt komt bij deze effectiviteit.

Dankzij verbeterde bestralingstechnieken kan een tumor met steeds grotere precisie bestraald worden. Daardoor neemt het risico op bijwerkingen af, maar helemaal te vermijden zijn de risico's niet. De complicaties van radiotherapie worden tegenwoordig in alle openheid met de patiŽnt met kanker besproken, zoals het risico op een tweede kanker na eerdere kanker.

 

Conclusie

In tegenstelling tot wat door Medisch Dossier Ode met veel aplomb wordt beweerd, is het risico op longkanker na bestraling wegens borstkanker geen 60%, maar 2%. Dat is een acceptabel klein risico vergeleken met het grote risico (30% of meer) dat borstkanker na borstsparende behandeling terugkomt als er geen bestraling wordt gegeven.

met vriendelijke groet,

(w.g.) dr. Lukas Stalpers, radiotherapeut AMC

secretaris Nederlandse Vereniging voor Oncologie

 

Alfabetische lijst van referenties:

  • Clarke M, Collins R, Darby S, et al. for the Early Breast Cancer Trialists' Collaborative Group (EBCTCG). Effects of radiotherapy and of differences in the extent of surgery for early breast cancer on local recurrence and 15-year survival: an overview of the randomised trials. Lancet 2005 Dec 17;366(9503):2087-106.
  • Darby SC, McGale P, Taylor CW, Peto R. Long-term mortality from heart disease and lung cancer after radiotherapy for early breast cancer: prospective cohort study of about 300,000 women in US SEER cancer registries. Lancet Oncol. 2005 Aug;6(8):557-65.
  • Galper S, Recht A, Silver B, Bernardo MV, Gelman R, Wong J, Schnitt SJ, Connolly JL, Harris JR. Is radiation alone adequate treatment to the axilla for patients with limited axillary surgery? Implications for treatment after a positive sentinel node biopsy. Int J Radiat Oncol Biol Phys. 2000 Aug 1;48(1):125-32.
  • Gandini S, Botteri E, Iodice S, Boniol M, Lowenfels AB, Maisonneuve P, Boyle P. Tobacco smoking and cancer: a meta-analysis. Int J Cancer. 2008 Jan 1;122(1):155-64.
  • Inskip PD, Stovall M, Flannery JT. Lung cancer risk and radiation dose among women treated for breast cancer. J Natl Cancer Inst. 1994 Jul 6;86(13):983-8.
  • Matesich SMA, Shapiro CL. Second cancers after breast cancer treatment. Seminars in Oncology 2003; 30(6): 740-748.
  • Neugut AI, Robinson E, Lee WC, Murray T, Karwoski K, Kutcher GJ. Lung cancer after radiation therapy for breast cancer. Cancer. 1993 May 15;71(10):3054-7.
  • Neugut AI, Murray T, Santos J, Amols H, Hayes MK, Flannery JT, Robinson E. Increased risk of lung cancer after breast cancer radiation therapy in cigarette smokers. Cancer. 1994 March 15; 73(6): 1615-20.
  • Peto R, Darby S, Deo H, Silcocks P, Whitley E, Doll R. Smoking, smoking cessation, and lung cancer in the UK since 1950: combination of national statistics with two case-control studies. BMJ. 2000 Aug 5;321(7257):323-9.
  • Prochazka M, Granath F, Ekbom A, Shields PG, Hall P. Lung cancer risks in women with previous breast cancer. Eur J Cancer. 2002 Jul;38(11):1520-5.
  • Prochazka M, Hall P, Gagliardi G, Granath F, Nilsson BN, Shields PG, Tennis M, Czene K. Ionizing radiation and tobacco use increases the risk of a subsequent lung carcinoma in women with breast cancer: case-only design. J Clin Oncol. 2005 Oct 20;23(30):7467-74.
  • Rubino C, de Vathaire F, Diallo I, Shamsaldin A, Grimaud E, Labbe M, Contesso G, Le M. Radiation dose, chemotherapy and risk of lung cancer after breast cancer treatment. Breast Cancer Res Treat. 2002 Sep;75(1):15-24.
  • Stalpers L. Palliatieve radiotherapie. Tijdschrift Kanker 1999; 23(6): 18-21
  • Wiernik PH, Sklarin NT, Dutcher JP, Sparano JA, Greenwald ES. Adjuvant radiotherapy for breast cancer as a risk factor for the development of lung cancer. Medical Oncology 1994;11(3-4):121-5.
  • Zablotska LB, Neugut AI. Lung carcinoma after radiation therapy in women treated with lumpectomy or mastectomy for primary breast carcinoma. Cancer. 2003 Mar 15;97(6):1404-11.

(*) Opmerking. Neugut (1994) geeft in feite geen Risk Ratio maar een Odds Ratio. Normaal gesproken is bij kleine percentages het verschil getalsmatig niet zo groot. Hier betekent het (aangenomen dat de odds (wedverhouding) om longkanker te krijgen 1:99 is, namelijk 1%, betekent een Odds Ratio van 33 een kans van 25% dat een rookster longkanker krijgt na bestralingstherapie voor borstkanker. Hetzelfde artikel geeft aan dat rooksters met borstkanker die geen bestralingstherapie krijgen een kans van 13% hebben op het krijgen van longkanker. Dus roken vertienvoudigt niet alleen de kans op longkanker, maar vertienvoudigt daarenboven ook nog eens het effect van stralingsschade.

 

English summary by the web editor

In a recent (January 2009) issue of the Dutch version of the newsletter 'What doctors don't tell you' of Lynne McTaggart, a certain B. Hubbard writes about cancer. His article is rife with unfounded claims, half truths and lies. One gross error led a breast cancer patient to question the value of of radiation therapy. The article states that of the breast cancer patients that have been treated with radiation, 60 percent later get lung cancer. An article of Wiernik is quoted. But the article of Wiernik implies that only about 2 percent get lung cancer. Maybe Hubbard was confused because of the 31 (out of a total of 3597) breast cancer patients who later got lung cancer, about 60 percent (19) were among those who received radiation therapy. The truth is that the slight increase of the chance to get lung cancer is small compared to the large reduction in the chance that the breast cancer comes back. Even in case of incurable cancer radiation therapy can reduce suffering by a great amount.
 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

 


GERELATEERDE ARTIKELEN

NIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
Uw e-mailadres: 
Aanmelden Afmelden