Raken alternatieve artsen hun titel kwijt?

Column Gezond en Wel 7 oktober 2008

7 okt 2008 | Frits van Dam | Laatste wijziging: 27 okt 2010

De overheid wil dat in de toekomst alle artsen, alternatief of niet, regelmatig aantonen dat ze hun vak bijhouden. Herregistratie heet dat en het wordt ingevoerd om de patiŽnt te beschermen tegen ondeskundig en onzorgvuldig handelen door zorgverleners.


Wetenschappelijke meridianen
in artsenopleiding?
Alleen indien een beroepsbeoefenaar aan bepaalde eisen voldoet, mag hij (of zij) in het BIG-register geregistreerd blijven en mag hij zich arts noemen. BIG is de naam van de Wet op de Beroepen in de Individuele Gezondheidszorg. Op die manier zullen uitsluitend personen staan ingeschreven die beschikken over voldoende recente bekwaamheid.

Tot nu toe was het voor niet-specialisten, de 'basisartsen': eens geregistreerd, altijd geregistreerd. Er zijn naar schatting duizend alternatief werkende artsen en ongeveer twee derde van hen is basisarts. Bij deze basisartsen wordt dus nooit nagegaan of zij hun vak wel bijhouden. Dit gat in de wet wil de regering nu repareren. (Zie Voorhang besluit periodieke registratie ex artikel 8 Wet BIG). Iedereen die als arts wil blijven functioneren, alternatief of niet, moet aantonen dat zijn of haar reguliere kennis en vaardigheden op peil zijn gebleven.

De zes grootste alternatieve artsenverenigingen, waar ongeveer 80 procent van de alternatief werkende artsen bij is aangesloten, zag de bui al hangen. Want als bij deze herregistratie het accent ligt op reguliere kennis en vaardigheden en niet op alternatieve knowhow, dan raakt het merendeel van de alternatieve artsen zijn titel kwijt. Dat kan niet anders dan een ramp genoemd worden voor de alternatieve wereld!

 

Erkend

De oplossing die de alternatieve artsen voorstaan is simpel. Zij willen dat een aparte specialisatie komt in de Complementaire en Alternatieve Methoden (CAM). Een CAM-specialist zoals een natuurarts, homeopaat of acupuncturist is dan gelijkwaardig aan een huisarts, chirurg of internist. De hamvraag is natuurlijk of zo'n specialisme als zodanig erkend zal worden door de reguliere artsenorganisaties en specialistenverenigingen.

De kans hierop is niet groot. Want het probleem dat zich direct voordoet, is hoe je na kunt gaan, zoals de wet vereist, of de kennis en vaardigheden van deze CAM-specialisten wel up-to-date zijn. Je moet dan bijvoorbeeld onderzoeken of een homeopaat wel een cursus gevolgd heeft over de nieuwste opvattingen over homeopathische verdunningen. Of dat de acupuncturist de literatuur heeft bijgehouden heeft over de acupunctuurpunten. En of de natuurarts wel weet welke ontwikkelingen er zijn op het gebied van de levendbloedanalyse. Buiten de alternatieve wereld gelooft niemand in het bestaan van meridianen, levendbloedanalyse of homeopathische verdunningen. Het is kortom onmogelijk de deskundigheid van CAM-specialisten te toetsen aan de criteria van de reguliere geneeskunde. En daarmee kan er ook geen sprake zijn van een CAM-specialisme in het reguliere BIG-register. De consequentie hiervan is dat CAM-artsen hun artsentitel zullen kwijt raken. Als CAM-artsen per se een keurmerk willen hebben, dan moeten ze daar zelf maar voor zorgen. De overheid heeft daar geen taak in. We gaan interessante tijden tegemoet.

Dit artikel verscheen op 7 oktober 2008 in De Telegraaf op de pagina 'Gezond en Wel'.

Voor een overzicht van andere bijdragen op 'Gezond en Wel' zie elders op deze site.

 

Naschrift webredactie: Een preciezere schatting voor het aantal alternatief werkende artsen (niet tandartsen) is 1250. Van deze 1250 zijn er op dit ogenblik ongeveer 850 lid van een van de zes volgende verenigingen VHAN (homeopaten), NAAV (acupuncturisten), ABNG-2000 (natuurartsen), NVAA (antroposofen) , NVNR (neuraaltherapeuten), NVOMG (orthomanuelen), dat is bijna 70 procent. De verenigingen beweren zelf dat ze samen 1200 leden hebben, maar dat klopt niet met de ledenlijsten die ze op hun websites hebben staan. Daar staan er samen 967 op (inclusief 27 tandartsen); er zijn echter veel dubbellidmaatschappen.

Zowel het totaal van alle alternatief werkende artsen, als het totaal van de genoemde zes verenigingen tellen bijna 63 procent basisartsen; bij elk der afzonderlijke verenigingen is het percentage hoger dan in alle verenigingen samen; de ABNG-2000 heeft bijna 90 procent basisartsen. Deze schijnbare paradox wordt veroorzaakt door het feit dat onder niet-basisartsen er minder dubbellidmaatschappen zijn. 

Naschrift oktober 2010

Zie ook de brief van minister Klink aan de Tweede Kamer van 14 juni 2010. (Rechtsboven).

 

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

 

 

GERELATEERDE ARTIKELEN

NIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
Uw e-mailadres: 
Aanmelden Afmelden