De twijfels over glucosamine bij artrose

14 aug 2006 | H. Timmerman | Laatste wijziging: 23 jun 2009

Glucosamine werkt niet tegen artrose. Als je het meest gebruikte product glucosaminesulfaat inneemt neemt de hoeveelheid glucosamine in het bloed niet eens toe. Als het sulfaat eventueel toch een (zwakke) werking heeft, ligt dat aan de sulfaat-ionen.


glucosamine

Glucosamine is veelvuldig in het nieuws. Radio- en tv-reclame, Liesbeth List beveelt het zonder terughoudendheid aan voor mensen en dieren met artrose. Maar er is veel twijfel. Uit een recentelijk gepubliceerd onderzoek (Clegg DO et al. N Engl J Med 2006;354:795-808) blijkt dat er ernstig moet worden getwijfeld aan werkzaamheid bij artrose. De voorstanders van de therapie – het product is als geneesmiddel geregistreerd, maar wordt vooral als voedingssupplement voorgeschreven – voeren aan dat het negatieve resultaat van de bovengenoemde studie is veroorzaakt doordat de onderzoekers het chloride van glucosamine onderzochten, dat minder werkzaam zou zijn dan het sulfaat.

Verschillen in biologische activiteit tussen verschillende zouten komen wel voor, maar deze zijn gradueel, niet zwart-wit. Met glucosamine is er dan ook iets anders aan de hand dan simpele verschillen tussen zouten. In een artikel van Lems en Bijlsma in het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (2006:50;1105-1107) merken de auteurs op dat een studie van Hoffer et al. (Metabolism 2001:50;767-770) aantoont dat het sulfaat essentieel is voor het therapeutisch effect van glucosamine. De auteurs besteden aan deze opmerkelijke bevinding van Hoffer et al. verder geen aandacht en dat is hoogst merkwaardig. Hoffer et al. laten in hun studie zien dat glucosamine zelf überhaupt geen effect heeft: 'even large oral doses of the product [glucosamine sulfaat] have no effect on the serum glucosamine concentrations'. Het gaat om niets minder – of meer? – dan sulfaationen, die een rol spelen bij de in vivo synthese van proteoglycanen in het kraakbeen. Men onderzocht ook natriumsulfaat, maar dit zout blijkt de serumspiegel van sulfaationen niet te verhogen. Hoffer et al. toonden eveneens aan dat een verlaging van de sulfaatspiegel ongunstig werkt en verklaren hiermee ook de zwakke werkzaamheid van paracetamol bij artrose: bij het metabolisme van paracetamol is sulfaat nodig en daardoor verlaagt de toediening van dit analgeticum de serumspiegel van sulfaat.

De conclusie is dat het glucosamineverhaal niet deugt! Als bij bepaalde patiënten een verlaagde sulfaatspiegel de oorzaak is van artrose, iets wat eenvoudig lijkt te kunnen worden vastgesteld, kan men maatregelen nemen om daar iets aan te doen. Geneesmiddelen lijken niet direct nodig te zijn en glucosamine zal niet werken, tenzij het als 'drager' van sulfaationen dient.
Het is mij onduidelijk waarom er blijvend over glucosamine als een therapeuticum wordt gesproken. Ook vind ik het onbegrijpelijk dat van een geregistreerd geneesmiddel de effecten op de bloedspiegel van het vermeende, actieve bestanddeel (glucosamine) niet bekend zijn.


Dit artikel verscheen als Ingezonden brief in het
Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde 2006;150:1800-1801.

 

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

GERELATEERDE ARTIKELEN

NIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
Uw e-mailadres: 
Aanmelden Afmelden