Persbericht 19 november 2001: homeopathica20 nov 2001 | C.N.M. Renckens | Laatste wijziging: 11 apr 2009De Vereniging tegen de Kwakzalverij heeft met instemming gereageerd op de uitspraak in kort geding van de Farmabedrijven voor homeopathie tegen de minister van VWS. De registratieprocedure van homeopathica, zoals deze in 1995 werd ingezet, behelst naar onze mening het 'reguleren van flauwekul' en is als zodanig voor het publiek al verwarrend genoeg. Het publiek denkt immers bij registratie van een toegestane indicatie, dat daarmee de werkzaamheid is bewezen, hetgeen – gezien de zeer milde eisen die aan homeopathica in dit opzicht gesteld worden – allerminst het geval is. Ondanks deze beperkte eisen slaagden de fabrikanten van homeopathische middelen er kennelijk niet in om voldoende gegevens aan te dragen en dat is voor middelen die veelal reeds vele jaren op de markt zijn beschamend en veelzeggend. Dat de rechter nu heeft geoordeeld dat deze middelen – na een periode van gedogen, die maar liefst 4 jaar duurde – na 1 januari 2002 niet meer afgeleverd mogen worden acht de Vereniging tegen de Kwakzalverij de enig juiste uitspraak en zij is daarmee zeer ingenomen. Alleen op deze wijze is de veiligheid van het gebruik van deze middelen gewaarborgd, terwijl bovendien te verwachten is dat het aantal middelen dat in de toekomst aan de registratie-eisen zal kunnen voldoen beperkt zal blijven tot een handvol curiosa, zoals het inmiddels geregistreerde Aconitum D 10 ( de oertinctuur van het aconietje in een 1:10.000.000.000-voudige verdunning zou werken 'tegen koorts en zenuwpijn'!). Nadere toelichting evt. bij:
Voor een overzicht van artikelen over de registratie van homeopathische middelen NieuwsbriefDe Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. |
GERELATEERDE ARTIKELENNIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN
De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
|