Alternatieve kankerbehandelingen bestrijden de angst, niet de kanker

17 feb 2002 | Frits van Dam | Laatste wijziging: 9 apr 2009

Jaarlijks maken in Nederland vele tienduizenden kankerpatiŽnten naast hun reguliere behandeling gebruik van alternatieve behandelwijzen. Hiervan gebruikt iets minder dan de helft een dieet met daarbij allerlei preparaten, zoals vitamines en mineralen. Het overige deel maakt uitsluitend gebruik van homeopathie, kruiden en paranormale behandelwijzen.1 Waarom doen kankerpatiŽnten dit? De werkzaamheid kan het niet zijn, want tot nu toe is van geen enkele alternatieve kankerbehandeling aangetoond dat ze het tumorproces beÔnvloeden en veilig zijn.

Gemiddeld overlijdt ruim 50% van de kankerpatiŽnten aan hun ziekte. Dit is een gemiddelde, want het verloop van de ziekte verschilt sterk, afhankelijk van de specifieke diagnose en het stadium van de tumor. Vrouwen met borstkanker hebben een kans van 70% om net zo oud te worden als hun seksegenoten die geen kanker hebben. Bij patiŽnten met longkanker ligt dit percentage veel lager en overleeft slechts 10% van de patiŽnten de ziekte.2 Aan kanker ga je niet van de ene op de andere dag dood. Een patiŽnte met uitzaaiingen van borstkanker kan met behulp van medicijnen, hormonen of chemotherapie maanden tot jaren in een relatief goede conditie blijven. PatiŽnten zijn tegenwoordig goed op de hoogte van het verloop van de ziekte en behandeling en de borstkankerpatiŽnte met uitzaaiingen weet dan ook dat de behandeling haar wel langer in leven zal houden maar niet genezend is.

Doodvonnis
PatiŽnten ervaren de diagnose kanker en zeker de mededeling dat er uitzaaiingen gevonden zijn als een doodvonnis. Angst ligt bij veel patiŽnten als een klamme deken over hun bestaan. 'Het laat je niet meer los, vroeger na die amputatie had ik die angst niet, maar nu met die uitzaaiingen denk ik nu zit het hier en nu zit het daar', aldus een patiŽnt. PatiŽnten met uitzaaiingen beseffen dat de behandelingen die ze krijgen maar tijdelijk soelaas bieden: 'Als dit niet helpt dan hebben ze misschien nog wat anders, maar als dat ook niet meer helpt dan is het afgelopen', zo brengt een patiŽnt het onder woorden.3 De redenen die gebruikers van alternatieve behandelwijzen opgeven, hebben dan ook vooral te maken met angst en onzekerheid en met de behoefte om greep op de situatie te krijgen. Alles is beter dan werkeloos toe te blijven zien, ook al is er maar ťťn procent kans dat het helpt.4 Je weet maar nooit. PatiŽnten gaan op zoek naar een alternatief en dat alternatief is er volgens hen wel degelijk. Want heeft dokter Houtsmuller zichzelf niet genezen van uitzaaiingen van kanker met een dieet? En dokter Moerman, die had het toch maar mooi bij het rechte eind met zijn theorie dat voeding en kanker wat met elkaar te maken hebben? Kijk maar naar het 'Bordje Gezond', waar het KWF tegenwoordig mee adverteert.

Artsen Niet-Toxische Tumortherapie
PatiŽnten beseffen tegenwoordig maar al te goed dat chemotherapie allerlei bijwerkingen kan hebben, zoals misselijkheid, vermoeidheid en haaruitval. Soms hebben ze al eerder chemotherapie gehad, maar vaak ook weten ze uit de wachtkamers of van familie en vrienden wat de bijwerkingen kunnen zijn. Het is daarom niet verwonderlijk dat patiŽnten zich aangetrokken voelen tot alternatieve behandelwijzen. Daar gaat immers de suggestie van uit dat de behandeling in ieder geval niet gepaard gaat met ernstige bijwerkingen. Het is niet voor niets dat de alternatieve artsen die zich met kankerbehandeling bezighouden zich verenigd hebben onder de naam 'Vereniging voor Artsen Niet-Toxische (niet-giftige) Tumortherapie' (NTTT).

Er zijn maar weinig kankerpatiŽnten die al voor hun ziekte gebruik maakten van alternatieve behandelingen. Vrijwel alle patiŽnten zijn op de hoogte van het bestaan van alternatieve kankerdiŽten en als ze het al niet zelf weten, worden ze er wel door hun omgeving op attent gemaakt. PatiŽnten vertellen dat hun soms met veel aandrang aanbevolen wordt de een of andere alternatieve behandeling te volgen. Ongevraagd krijgen ze telefoonnummers of zelfs folders in de bus van alternatieve behandelaars.4 Dertig procent van de patiŽnten die de polikliniek van het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis bezoeken, maakt gebruik van alternatieve behandelwijzen. Dat 70% er toch geen gebruik van maakt, komt doordat zij het nut er niet van inzien of het te belastend vinden. Maar nog eens 12% van de niet-gebruikers overweegt het later eventueel wel te gaan doen.1 Bij elkaar is dus zo'n 40% van de patiŽnten op de een of andere wijze actief met alternatieve kankerbehandelingen bezig! Daar kan niemand meer omheen.

Goed opgeleide patiŽnten
Gebruikers van alternatieve kankerbehandelingen zijn vooral te vinden onder de jongere, beter opgeleide patiŽnten die wat kritischer staan tegenover de reguliere geneeskunde, zo blijkt zowel uit bovengenoemd onderzoek in het Nederlands Kanker Instituut als uit Amerikaans onderzoek. 5 Juist bij goed opgeleide patiŽnten zou men verwachten dat zij wat makkelijker de pretenties van de alternatieve behandelaars doorzien. Maar zo werkt het blijkbaar niet. Alternatieve behandelwijzen bieden hoop dat er toch nog iets is dat helpt. 6 Hier kunnen redelijke argumenten over alternatieve diŽten, zoals dat het biologisch onwaarschijnlijk is dat ze ook maar enige invloed op het tumorproces hebben, niet tegen op. 7,8 De helft van de gebruikers van een anti-kankerdieet gelooft dat door de alternatieve behandeling de tumorgroei vertraagd wordt of dat zelfs genezing mogelijk is1 en dat ook nog eens zonder ellendige bijwerkingen. Waarom zouden patiŽnten ook luisteren naar de reguliere dokters die uiteindelijk niets beters te bieden hebben?

Sluipmoordenaar
In het New England Journal of Medicine, een gezaghebbend Amerikaans medisch tijdschrift, werd zeer onlangs beweerd dat het gebruik van alternatieve kankerbehandelingen een signaal is voor de psychische nood van de patiŽnt en dus een reden voor psychotherapeutische hulp. De redenering is dan dat het gebruik van alternatieve behandelwijzen zou verminderen als de angsten van de patiŽnt bespreekbaar worden. 9 Dit lijkt niet erg waarschijnlijk, want het zijn juist de beter opgeleide, jongere patiŽnten, precies degenen die toch al goed de weg weten in de hulpverlening, die overgaan tot het gebruik van alternatieve behandelwijzen. Tegen angst voor de dood helpt begeleiding of ondersteunende psychotherapie onvoldoende. Kanker is voor veel patiŽnten een sluipmoordenaar, een mysterieuze bedreiging waartegen geen bescherming mogelijk is. Een deel van de patiŽnten kan zich niet neerleggen bij wat de gewone gezondheidszorg te bieden heeft en gaat op zoek naar krachtige middelen om het onheil af te wenden en daarmee de angst onder controle te krijgen. In veel primitieve samenlevingen is het de medicijnman die beschikt over magische krachten en daarmee regeert over ziekte en gezondheid. De medicijnman deelt zijn geheime kennis niet met derden. De parallel met alternatieve kankerbehandelaars ligt voor de hand, omdat ook zij beschikken over kennis die niet strookt met die in de westerse gezondheidszorg. Zij weten wat de oorzaak van de ziekte is en zij openbaren wat je er tegen kunt doen: hen geloven en hun regels volgen. 10 Bijvoorbeeld door een moeilijk dieet te volgen en daar allerlei rare middelen bij te slikken, zoals haaienkraakbeen soms wel tot 80 pillen per dag. Als je zo'n offer brengt, dat ook financieel van aard is (patiŽnten zijn voor het houtsmullerdieet gemiddeld fl. 500.-- per maand kwijt aan kosten die niet vergoed worden1, maar bedragen tot fl. 2000,- en zelfs fl. 3500.-- per maand komen ook voor), mag je verwachten dat dit zal worden beloond.

Het idee is weleens geopperd dat het Antoni van Leeuwenhoek ziekenhuis een eigen alternatieve genezer in dienst zou moeten nemen om aan deze onmiskenbare behoefte aan magie bij veel patiŽnten te voldoen. Daarmee zouden echter de alternatieve behandelingen van hun magie worden ontdaan en net zo gewoon worden als de vele reguliere kankerbehandelingen, waarmee patiŽnten het uiteindelijk toch niet redden.

Bestrijden helpt niet
Alternatieve behandelwijzen stellen ons voor een dilemma. Bestrijden helpt niet, getuige het toenemend aantal patiŽnten dat er gebruik van maakt. Het is zelfs de vraag of bestrijding wenselijk is, want alternatieve behandelwijzen hebben een functie door de angst van patiŽnten te temperen. Door ze echter zonder tegenspraak te gedogen, worden de sluizen opengezet voor de misleiding van het publiek zoals gedaan wordt door het pas opgerichte alternatieve kwakzalversfonds tegen kanker. Het beste lijkt de alternatieve behandelaars zakelijk te benaderen. Uitgangspunt hierbij moet zijn dat iedere behandeling of hij nu alternatief of aanvullend genoemd wordt, zoals de Nederlandse Kanker Bestrijding doet, getoetst moet worden aan de kennis die in de reguliere gezondheidszorg opgebouwd is over ziekte en behandeling. 11 PatiŽnten hebben recht op deze informatie en dat houdt in dat hun duidelijk gemaakt moet worden dat het effect op het verloop van het ziekteproces van geen enkele alternatieve behandelwijze ooit is aangetoond. 7,8 Aan de andere kant zal men, zolang mensen dood gaan aan kanker, in de reguliere gezondheidszorg moeten leren leven met het feit dat een aanzienlijk deel van de kankerpatiŽnten, elders naar oplossingen voor hun angst en ellende zoekt. Een gesprek met patiŽnten zou niet primair moeten gaan over het veronderstelde effect van de alternatieve behandeling maar over de angsten en twijfels van de patiŽnt. 4

Dit artikel verscheen in iets gewijzigde vorm en zonder de literatuurreferenties op de opiniepagina van NRC Handelsblad van zaterdag 3 juli 1999.

Nieuwsbrief

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site.

 

Literatuur

  1. Dam van FSAM, Meer gebruik van alternatieve dieten en van andere alternatieve behandelingen door kankerpatiŽnten: Houtsmuller is in en Moerman is uit. Ned Tijdschr Geneeskd 1999;143 1421-4.
  2. Signaleringscommissie Kanker van de Nederlandse Kankerbestrijding/KWF, Signaleringsrapport Kanker 1999, Nederlandse Kankerbestrijding/KWF, Amsterdam, 1999.
  3. Nederlands Kanker Instituut; Leven met cytostatica, Video, Nederlands Kanker Instituut, 1983.
  4. Zouwe N van der, Dam FSAM van, Aaronson NK, Hanewald GJFP. Alternatieve geneeswijzen bij kanker: omvang en achtergronden van het gebruik. Ned Tijdschr Geneeskd 1994; 138: 300-6.
  5. Eisenberg DM, Davis RB, Ettner SL, Appel S, Wilkey S, Rompay M van, Kessler RC. Trends in alternative medicine use in the United States, 1990?1997: results of a national follow?up national survey. JAMA 1998; 280: 1569-75.
  6. Hunter M. Alternative dietary therapies in cancer patients. Recent Results Cancer Res 1991; 121: 293-5.
  7. Dwyer JT. Unproven nutritional remedies and cancer. Nutr Rev 1992; 50: 106-9.
  8. American Cancer Society, Questionable Methods of Cancer Management: 'Nutritional' Therapies, CA Cancer J Clin 1993: 43: 309-319.
  9. Holland JC. Use of Alternative Medicine- a marker for distress? (editorial) N Engl J Med 1999,340:1758-9
  10. Engelsman E. Alternatieve behandelwijzen gezien vanuit het standpunt van de oncoloog, proceedings symposium Alternatieve Behandelwijzen en Kanker, Amsterdam, 27 november 1992.
  11. Dam FSAM van, Alternatieve geneeswijzen; kritische aantekeningen bij het rapport van de commissie-Muntendam, Ned. T. Geneesk 1981; 125, 387-392.

GERELATEERDE ARTIKELEN

NIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
Uw e-mailadres: 
Aanmelden Afmelden