Ten geleide21 aug 2001 | C.N.M. Renckens | Laatste wijziging: 2 nov 2007Vervuiling of verrijking? Alternatieve en complementaire behandelwijzen in het medisch en verpleegkundig onderwijs.Alternatieve of complementaire behandelwijzen zoals ze tegenwoordig ook wel eufemistisch genoemd worden, kenmerken zich door het feit dat de aannames niet stroken met algemeen aanvaarde kennis over ziekte en gezondheid en dat er geen gegevens voorhanden zijn over effectiviteit en veiligheid. Het maakt daarbij niet uit door wie ze uitgevoerd worden. Soms zijn dat ook wel artsen of verpleegkundigen. Alternatieve behandelwijzen passen niet in een evidence-based medicine en worden dan ook niet aan de Nederlandse universiteiten onderwezen. Deze situatie is blijven bestaan ondanks de toenemende emancipatie van alternatieve behandelwijzen bij het publiek, een trend die zich ook vertaalde in de liberalisering van de wetgeving inzake de uitoefening van de geneeskunde. Het ontbreken van de alternatieve geneeskunde is gezien het overvolle curriculum ook begrijpelijk en goed verdedigbaar. 'Hoeven we niet te weten, hebben we niet gehad', zou luidt het oordeel van veel artsen en studenten ter zake. Toch worden artsen in hun dagelijkse praktijk frequent geconfronteerd met patiënten, die zich alternatief laten (mee-) behandelen of dat overwegen. Ongeveer 950.000 mensen per jaar bezoeken een alternatieve genezer, leidend tot bijna 6 miljoen consulten per jaar, terwijl naar schatting 30% van de kankerpatiënten in enig stadium van hun ziekte gebruik maken van alternatieve behandelwijzen. De meeste artsen ontwijken het debat met hun patiënten en houden zich op de vlakte, hun meestal afwijzende oordeel achterhoudend. Soms zal de overweging dat het placebo-effect niet moet worden verstoord een rol spelen, soms is het al te hardvochtig om een patiënt de (valse) hoop te ontnemen. De indruk bestaat dat verpleegkundigen minder afwijzend staan tegenover deze vorm van hulpverlening. Met name voor a.s. huisartsen lijkt onderwijs over en bezinning op de vraag hoe moet worden omgegaan met de patiënt, die zich alternatief laat behandelen, eigenlijk onontbeerlijk. Zijn rol als adviseur en vertrouwenspersoon behoort zich ook uit te strekken tot het adviseren inzake ongewenst en irrationeel gedrag van de patiënt. Dit gedrag kan bovendien een belangrijke stressreducerend effect hebben en tijdelijk valse hoop genereren, die niet altijd kan worden weersproken. In de verpleegkundige beroepsopleiding wordt meer dan vroeger aandacht besteed aan 'evidence based nursing', maar dat is binnen deze groep allerminst een traditie. Het maakt de verpleegkundige beroepsgroep gevoelig voor de verleidingen en claims van de alternatieve geneeskunde, terwijl sommigen in een wens tot vergaande professionalisering zichzelf - bijv. via cursussen van het Utrechts Parapsychologisch Instituut en sommige Hbo-instellingen die cursussen 'therapeutic touch', aromatherapie en Bachbloesemremedies aanbieden - vormen tot 'verpleegkundig specialist complementaire zorg'. Tijdens het symposium zal eerst een historisch overzicht over ontstaan en groei van de alternatieve geneeskunde in ons land worden gegeven. Daarna zullen drie opleiders van resp. artsen, verpleegkundigen en huisartsen hun gedachten over dit onderwerp met het gehoor delen. |
GERELATEERDE ARTIKELENNIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN
De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
|