Etymologie van het woord 'kwakzalver'29 mei 2001 | Sophie J.M. Josephus Jitta | Laatste wijziging: 2 nov 2007Actieblad december 1998, 109de jaargang nr. 5. De betekenis van quack is minder eenduidig. Het ene woordenboek signaleert een verwantschap met kwakkelen in de zin van niet doorzetten (denk aan kwakkelwinter) en het andere legt verband met het Deense kvakle, dat knoeien betekende. Een derde woordenboek houdt het op quacken dat beuzelen, leuteren betekende en banden heeft met kwaken en kwekken. Een vierde zegt daarentegen dat quac niet doortastend, weifelend of halfslachtig kon betekenen. Van Dale ziet het nog weer anders: quac was gewoon een kwakje van iets. In het Middelnederlands had quacksalver overigens niet per se een ongunstige betekenis. Pas in de zestiende eeuw duikt quacksalve op in de zin van prulzalf en quaecksalver als iemand die niet werkzame middelen gebruikt om zieken te genezen. Tot op de dag van vandaag is dat negatieve etiket aan de kwakzalver blijven plakken. |
GERELATEERDE ARTIKELENNIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN
De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
|