Bij overheid en beroepsorganisaties heeft men het wel gehad met alternatieve behandelwijzen

15 okt 2012 | Frits van Dam | Laatste wijziging: 11 nov 2012

Alternatieve geneeswijzen hebben geen gezondheidskundige betekenis en kunnen daarom geen aanspraak maken op btw-vrijstelling. Dit kan opgemaakt worden uit het Lenteakkoord.


Dat is wel eens anders geweest. We zijn het bijna vergeten, maar tot 1993 werden homeopathische middelen door het ziekenfonds, zeg maar de huidige basisverzekering, volledig vergoed. Nu moeten ze van de schappen worden gehaald, omdat de fabrikant niet kan bewijzen dat ze werkzaam zijn.
 
De alternatieve farmaceutische industrie is hier natuurlijk niet blij mee. In het NOS-journaal van 9 juli zegt directeur Bernard Mauritz van Neprofarm, de branchevereniging van producenten van zelfzorggeneesmiddelen en gezondheidsproducten, er het volgende over: 'Voor homeopathische geneesmiddelen gelden homeopathische wetten. Daarop worden die middelen beoordeeld, niet op wetenschappelijke wetten'. Jarenlang hebben regering en parlement zich door dit soort drogredeneringen op een dwaalspoor laten brengen. Daar is gelukkig nu een einde aan gekomen.
 
Hiermee is de gifbeker voor de alternatieven nog lang niet leeg. Door de Nederlandse en Vlaamse overheid is een Accreditatieorganisatie (NVAO) opgericht die een deskundig en objectief oordeel moet geven over de kwaliteit van het hoger onderwijs in Nederland en Vlaanderen. De NVAO heeft de enige hbo-cam-opleiding (Complementaire en Alternatieve Methoden) van de Saxion Hogeschool afgekeurd. De NVAO veegde de vloer aan met de opleiding. De lesstof was niet op wetenschappelijke inzichten gefundeerd, zelfs de anatomieboeken deugden niet. Saxion is maar niet in hoger beroep gegaan.
 
En dan de verzekeringmaatschappijen die in hun aanvullende verzekeringen alternatieve geneeswijzen meeverzekerden. Ze lijken hier van terug te komen. Controle op kwaliteit en veiligheid van alternatieve behandelwijzen is in toenemende mate een probleem voor ze. Wel steeds strengere eisen stellen aan regulier geneeskunde en de alternatieven maar laten scharrelen, dat gaat ze tegenwoordig toch te ver. Ziektekostenverzekeraars laten steeds meer alternatieve therapieŽn vallen. Enkele ervan doen dit in de vorm van lange lijsten met niet-vergoede therapieŽn die ze op internet zetten. Zo heeft bijvoorbeeld de regionale zorgverzekeraar Zorg en Zekerheid in Leiden een niet-lijstje op het internet gezet, zoals mesologie, EssaÔdi Aqua Tilis en de Moermantherapie. Ook verzekeraar Zilveren Kruis Achmea heeft op het internet een lijst met alternatieve behandelingen gezet die niet worden vergoed. Daarop staan onder andere chelatietherapie, darmspoelingen, mindfulness en neurofeedback.
 
Er is door de KNMG, de beroepsorganisatie voor artsen, een maatregel genomen die diep zal snijden in de alternatieve artsenbranche. Alternatieve artsen zullen om de vijf jaar moeten aantonen dat ze het reguliere vak nog beheersen. Zij moeten dan tenminste 2080 uur ervaring hebben opgedaan met werk op het gebied van de individuele reguliere gezondheidszorg, dat is gemiddeld 8 uur per week. Voldoet een alternatieve arts daar niet aan, dan zal de BIG-registratie van de betrokkene in 2017 worden doorgehaald en is hij/zij dokter af. Dat was hard nodig. Want alternatief werkende basisartsen hoefden aan geen enkele eis van na- of bijscholing te voldoen en ook niet aan een minimum aantal gewerkte uren in de reguliere gezondheidszorg. Hoe je patiŽntenzorg durft te geven met achterhaalde kennis en vaardigheden is mij een raadsel.
 
Maar er is meer. Dokters moeten zich, willen ze hun bevoegdheid houden, bijscholen. Daartoe moeten ze cursussen en congressen bijwonen. Dat wordt dan beloond met zogenaamde accreditatiepunten. Tot voor kort was het zo dat ook accreditatiepunten toegekend werden voor het bijwonen van congressen waar notoire kwakzalvers het woord voerden. Daar is nu een stokje voor gestoken. De commissie die accreditatie regelt voor de beroepsorganisatie van medici, de ABAN, heeft laten weten er dat geen bijeenkomsten op het gebied van complementaire en/of alternatieve geneeskunde meer geaccrediteerd worden, omdat dergelijke bijeenkomsten inhoudelijk controversieel zijn.
 
Het KNMG heeft overigens al een paar jaar geleden strengere gedragsregels opgesteld voor alternatieve behandelwijzen door artsen. Daarin staat dat alternatieve artsen zich niet mogen onttrekken aan wat ze in hun opleiding geleerd hebben. Ze moeten zich houden aan regulier gestelde diagnosen. Bovendien moeten ze hun patiŽnten altijd wijzen op mogelijk effectieve, reguliere therapieŽn en de risico's als zij overwegen van een reguliere op een alternatieve therapie over te stappen. Overigens is het aantal artsen dat ook lid is van een alternatieve artsenvereniging drastisch gedaald, van 1531 in 2001 tot 931 in 2011. Een terugloop van bijna 40% in nog geen tien jaar! Nog even en er praktiseert geen enkele alternatieve arts meer!
 
Beroepsorganisaties en ziektekostenverzekeraars realiseren zich in toenemende mate dat alternatieve geneeswijzen niet meer zijn dan een vorm van medische folklore. Amusant om kennis van te nemen maar verder iets om op afstand te houden. Er was helaas een financiŽle crisis voor nodig om tot regering en parlement door te laten dringen dat 'alternatief' gelijkstaat aan nutteloos medisch handelen.

GERELATEERDE ARTIKELEN

NIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
Uw e-mailadres: 
Aanmelden Afmelden