Verkeerde aanpak bij hypnotherapiestudie

21 aug 2012 | Broer Scholtens | Laatste wijziging: 1 sep 2012

Hypnotherapie vermindert misschien buikpijn, maar de kinderen hebben er hoogst waarschijnlijk niets aan, bekritiseert emeritus-hoogleraar Rien Vermeulen, bestuurslid van de Vereniging tegen de Kwakzalverij, in een reactie op de website van het Nederlands Tijdschrift voor Geneeskunde (NtvG).


Vermeulen reageert op een artikel dat Maarten Tushuizen, gastro-enteroloog in het ziekenhuis Amstelland en het VU medisch centrum (VUmc), schreef in het NtvG over de 'verbluffende' werkzaamheid van hypnotherapie bij kinderen met buikklachten. Hoe zo verbluffend?; de studieopzet is verkeerd, aldus Vermeulen.

Tushuizen baseert zijn optimisme op een recent artikel van Nederlandse kinderartsen, onder leiding van Arine Vlieger van het St. Antoniusziekenhuis in Nieuwegein, in het aprilnummer van The American Journal of Gasteroenterology. Dit artikel borduurt voort op eerder onderzoek. In 2009 is Vlieger gepromoveerd op hypnotherapieresultaten bij 52 kinderen (8 tot 18 jaar) met functionele buikklachten (prikkelbare darmsyndroom). De kinderen die zes hypno-sessies hadden ondergaan, waren na een jaar, althans wat pijnbeleving betreft, beter af dan de kinderen die een reguliere aanpak hadden gekregen. In het recente artikel in het Amerikaanse gastro-enterologenblad beschrijft Vlieger hoe deze 52 kinderen het vijf jaar na die zes hypno-sessies maken: nog steeds veel beter dan de kinderen in de niet-hypnogroep, stellen de onderzoekers onder supervisie van Vlieger. Ze baseren zich daarbij op bijgehouden pijnbelevingsdagboeken. Bij de hypnose in de vorm van een halfuurssessie, zo meldt één van de medeonderzoekers, Marc Benninga van het AMC, 'brengt de hypnotiseur de kinderen in een staat van volledige ontspanning, dagdromen. Er is geen sprake van het overnemen van controle'. De hypno-onderzoekers hebben overigens geen idee wat het werkingsmechanisme zou kunnen zijn en hoe het effect op lange termijn zou moeten worden verklaard.

De kritiek van neuroloog Rien Vermeulen richt zich op de onderzoeksaanpak. Zo is uit het proefschrift van Vlieger - waar het allemaal mee begon - af te leiden dat de hypnotherapiegroep vanaf het begin een betere groep was, in vergelijking met de controlegroep, aldus Vermeulen over het proefschrift van Vlieger in 2009. De onderzoekers hebben alleen de buikpijn in kaart gebracht, ze hebben nergens vastgelegd hoe het daadwerkelijk met de kinderen gaat: gaan ze vaker naar school dan er voor en hoe ging het met de hoofdpijn die vele van deze kinderen hadden. In zijn recente reactie op de website van het NtvG verwoordt Vermeulen het zo: 'Hypnotherapie zou tot minder buikpijn leiden, maar het ziekteverzuim, het aantal doktersbezoeken en de kwaliteit van leven veranderden niet. De conclusie was dat hypnotherapie "waardevol" is , wat niet juist is omdat de belangrijkste uitkomsten niet verschilden.'

Op grond van het onderzoek van Vlieger kon hypnotherapie nog niet voor de praktijk worden geaccepteerd en werd de grootschaligere Fantasia-hypnostudie opgezet waarbij 280 kinderen zullen worden geïncludeerd, in negen ziekenhuizen waaronder het AMC. De studie wordt gesubsidieerd door ZonMw.

Maar kunnen Vlieger en Benninga nog wel meewerken aan dit onderzoek? Volgens de regels voor onderzoek mogen artsen alleen patiënten opnemen in een onderzoek als zij nog niet weten welke therapie beter is. Volgens de berichten van hen over hypnotherapie weten zij echter wel wat goed is.

GERELATEERDE ARTIKELEN

NIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
Uw e-mailadres: 
Aanmelden Afmelden