Homeopathische middelen uit de winkelschappen

19 jun 2012 | Broer Scholtens | Laatste wijziging: 16 jul 2012

'Er is ruim voldoende bewijs dat homeopathische middelen, feitelijk farmacologisch lege preparaten, niet werken. Er is geen reden voor een uitzonderingspositie voor deze middelen binnen de geneesmiddelenwet', schrijft Catherine de Jong, voorzitter van de Vereniging tegen de Kwakzalverij (VtdK) in een brandbrief aan minister Edith Schippers van Volksgezondheid (VWS) en aan de leden van de vaste Kamercommissie voor VWS.


De brief is een reactie op het politieke offensief dat producenten van homeopathische middelen in gang hebben gezet om te voorkomen dat consumenten hun producten niet meer willen kopen en winkelschappen leeg zullen blijven.

Minister Schippers wil dat vanaf 1 juli op verpakkingen en bijsluiters van homeopathische medicijnen alleen nog staat waarvoor ze gebruikt kunnen worden als de werking wetenschappelijk bewezen is aan de hand van klinische onderzoeken. De minister sluit hiermee aan bij Europese wetgeving. Omdat fabrikanten van homeopathische zelfzorgmiddelen werking niet kunnen aantonen mogen ze straks geen wervende teksten met verwijzingen naar specifieke aandoeningen meer op verpakkingen en in advertenties gebruiken.

Schippers ziet zich in haar beleid gesteund door de Raad van State (RvS) die eind april na jarenlange beroepsprocedures oordeelde dat het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) terecht de handelsvergunning van het homeopathische middel Rinileen heeft ingetrokken.

De reden van intrekking is simpel: producent VSM kan de geclaimde therapeutische werking - hulpje bij bijholteontsteking - niet onderbouwen. VSM heeft geen preklinische en klinische gegevens kunnen overleggen, onderbouwt de raad zijn uitspraak. Of wel, zo oordeelde de minister begin mei in een brief aan de fabrikantenorganisatie Neprofarm, er is 'kort gezegd geen bewijs voor de werking van dit middel.'

De uitspraak van de RvS heeft grote consequenties voor alle homeopathische middelen in de schappen zoals Echinaforce en Arnica van producent A. Vogel en Arniflor en Spiroflor van VSM. Paniek dus bij Neprofarm. De overkoepelende organisatie schreef daarom recentelijk brieven aan minister Schippers en aan de leden van de vaste Kamercommissie voor VWS met aanprijzende mededelingen als zou 20 procent van de Nederlanders bij eenvoudige gezondheidsklachten de voorkeur geven aan het gebruik van homeopathische middelen. Neprofarm refereert hierbij aan een zelfbetaald enquÍtetje van het ingehuurde marktonderzoeksbureau Synovate. Neprofarm vergat in haar brief te vermelden dat uit datzelfde flutonderzoek - met een respons van nog geen vijftig procent - blijkt dat 40 procent van de ondervraagden juist geen voorkeur heeft voor homeopathische middelen. Terwijl de vraag toch al het door Neprofarm gewenste antwoord in zich droeg.

'Ik heb een voorkeur voor homeopathische middelen', luidde de eerste vraag. Ondervraagden mochten vervolgens eens of oneens (en van alles daartussen) invullen. Hoe moeilijk kun je het maken. Desondanks geeft nog geen steeds geen meerderheid het gewenste antwoord.

Hieronder de brief die de Vereniging tegen de Kwakzalverij half juni over deze zaak aan minister Schippers en aan de leden van de vaste Kamercommissie heeft geschreven:

'In verband met een mogelijke bespreking van het onderwerp homeopathische middelen in de Tweede Kamer zou ik graag de volgende punten onder uw aandacht willen brengen:

1. Geneesmiddelenwet

Homeopathische middelen bevatten per definitie geen werkzame stoffen in effectieve concentraties. Er is geen bewijs van effectiviteit van homeopathische middelen en er is inmiddels ruim voldoende bewijs van ineffectiviteit van deze farmacologisch lege preparaten. De richtlijnen van het Nederlands Huisartsengenootschap (NHG) en van beroepsverenigingen van medisch specialisten bevatten daarom terecht geen aanbevelingen tot het gebruik van homeopathische middelen. Deze onwerkzame huismiddeltjes zijn geen geneesmiddelen en horen niet onder de geneesmiddelenwet te vallen. Er is geen reden voor een uitzonderingspositie voor deze middelen binnen de geneesmiddelenwet.

2. Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)

Homeopathische middelen horen onder de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA) te vallen. Producenten van homeopathische preparaten dienen zich aan de regels te houden zoals het correct weergeven van de inhoud van tabletten en druppels in gebruikelijke eenheden zoals milligram per tablet en milligram per milliliter voor druppels. Alle stoffen dienen op de verpakking vermeld te staan. Een indicatie of claim van werkzaamheid mag alleen op de verpakking vermeld staan als daarvoor voldoende bewijs is volgens de Europese regelgeving. Er is geen reden voor het toestaan van een uitzonderingspositie voor homeopathische middelen binnen de reglementen van de NVWA.

3. Keuzevrijheid en informatie aan patiŽnten

PatiŽnten kunnen pas in vrijheid een verantwoorde keuze voor een middel maken als zij correct zijn geÔnformeerd. De telkenmale gebleken ineffectiviteit van homeopathische middelen zoals blijkt uit 30 jaar wetenschappelijk onderzoek dient op verpakkingen, bijsluiters, folders, reclames en websites duidelijk vermeld te worden. De inhoud van homeopathische preparaten dient in de gebruikelijke eenheden vermeld te worden. Verwarrende teksten zoals: 'helpt bij griep en verkoudheid' gevolgd door een disclaimer 'geen wetenschappelijk bewijs van werkzaamheid' dragen niet bij aan het adequaat informeren van de patiŽnt en zijn in feite consumentenbedrog.

4. Mogelijkheid tot bezuiniging

Een aparte afdeling binnen het College ter Beoordeling van Geneesmiddelen (CBG) voor homeopathische middelen is niet nodig omdat het geen geneesmiddelen zijn. Zij zijn kunnen onder de reglementen van de NVWA vallen en gecontroleerd worden.

5. Economische motieven

Het in stand houden van een systeem waarbij consumenten via reclame en onterechte claims van werkzaamheid gestimuleerd worden homeopathische middelen te gebruiken, is niet in het belang van de volksgezondheid. Het dient alleen het belang van de producenten van homeopathische middelen en in geringe mate de werkgelegenheid. Economische motieven dienen echter geen rol te spelen bij de besluitvorming over de plaatsbepaling van medisch zinloze huismiddeltjes, die gezien hun afwezigheid van werkzaamheid niet in de gezondheidszorg thuishoren.'

 

Naschrift

Op 101.tv is een discussie terug te zien tussen Annabel Nanninga van GeenStijl en homeopate Jose Tossings. De discussie begint na 10 minuten.

GERELATEERDE ARTIKELEN

NIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
Uw e-mailadres: 
Aanmelden Afmelden