Het parlement ontwaaktKamerleden stellen vragen over schadelijke alternatieve praktijken26 mrt 2010 | Frits van Dam | Laatste wijziging: 14 aug 2010De uitzending van Zembla van 17 januari 2010 is in het parlement niet onopgemerkt gebleven. Door vertegenwoordigers van PvdA, SP en D66 zijn dertig vragen gesteld aan de minister van VWS.Khadija Arib In deze uitzending werd aan de hand van twee gevalsbeschrijvingen de werkwijze van de chiropraxie en craniosacraaltherapie aan de kaak gesteld. Ik denk niet dat er ooit in onze parlementaire geschiedenis zoveel vragen gesteld zijn door de Tweede Kamer over alternatieve behandelwijzen. Opvallend was de kritische toon. Het waren vragen waar de VtdK zich niet voor zou schamen. Zo vroeg Arib van de PvdA wat de mening van de minister was over het bestaan van 85 alternatieve behandelingen in Nederland waarvan een deel schadelijke gevolgen heeft voor de burger. En zo ging Arib door, wat vindt de minister ervan dat iedereen zich voor genezer en therapeut mag uitgeven. Ook beklaagde zij zich erover dat er geen overheidscontrole is op deze groep 'genezers' of 'therapeuten' (aanhalingstekens zijn van Khadija Arib). Ook de zorgverzekeraars moesten het ontgelden bij Arib, want die vergoeden wel van alles, maar hoeveel heeft nu een therapeutisch effect? Als klap op de vuurpijl vroeg zij aan de minister of deze niet met haar van mening was, dat doordat de ziektekostenverzekeraars en de overheid deze therapieën vergoeden, zij meewerken aan misleiding van burgers. Ten slotte neemt ze IGZ op de korrel, waarbij zij vraagtekens zet bij de toezichthoudende functie van dit overheidsorgaan. Wij hadden het haar niet kunnen verbeteren. Henk van Gerven (foto rechts), Deze kritische toon is uitermate pikant omdat vrijwel de hele Tweede Kamer nog maar net een wijziging in de belastingwetgeving had goedgekeurd waarmee voor bepaalde groepen alternatieve behandelaars, waaronder de chiropractoren, de btw afgeschaft zou worden en er zelfs een apart register voor hen ingesteld zou worden. De minister merkt dan ook fijntjes op: 'Ik mag u er wellicht aan herinneren dat het onbewezen zijn van diverse therapieën geen beletsel vormde voor diverse fracties in de Tweede Kamer om aan te dringen op uitbreiding van de BTW-vrijstellingsregeling voor gezondheidskundige diensten tot alternatieve beroepsbeoefenaren, waaronder chiropractoren.' De antwoorden van de minister waren voorspelbaar, hij beroept zich voortdurend op wet- en regelgeving. Nee, IGZ kan niet meer doen dan ze al doet, want er zijn nu eenmaal wettelijke beperkingen; nee, er is geen reden om de wet BIG aan te passen; nee, de verzekeringsmaatschappijen moeten doen wat ze niet laten kunnen; en ja, burgers moeten maar goed uit hun doppen kijken met wie ze in zee gaan. Dat laatste is natuurlijk een gotspe want je moet wel van goeden huize komen om het abracadabra van irreguliere behandelaars te doorzien. Toch zegt de minister nog wat interessants waar hij de Wet oneerlijke handelspraktijken van stal haalt. (3) In deze wet staat dat het verboden is om een behandeling op een zodanige wijze aan te prijzen dat ten onrechte de suggestie wordt gewekt dat iemand daarmee van een bepaalde (ernstige) ziekte kan genezen of dat de ziekte niet langer progressief of levensbedreigend is. De Consumentenautoriteit is belast met de handhaving van de Wet oneerlijke handelspraktijken, en kan een bestuurlijke boete of een last onder dwangsom opleggen aan de overtreder. Deze wet die pas sinds kort van kracht is, maakt het mogelijk om bij de Consumentenautoriteit klachten in te dienen tegen ongerechtvaardigde claims van alterneuten. Het zou raar zijn als de VtdK hier niet ontvankelijk zou worden verklaard als zij een klacht wil indienen. Het valt te proberen om de suggestie van de minister op te volgen, want zijn eigen IGZ is in deze duidelijk een doodlopende weg en kennelijk vindt minister Klink dat ook, zo laat hij doorschemeren in zijn antwoorden. De VtdK neemt zich voor om een paar interessante casussen aan de Consumentenautoriteit voor te leggen.
Zoals men in de wet OHP kan nalezen, kan behalve de Consumentenautoriteit en de Stichting Autoriteit Financiële Markten, ook elke 'stichting of vereniging met volledige rechtsbevoegdheid, die krachtens haar statuten tot taak heeft de bescherming van gelijksoortige belangen van andere personen' het gerechtshof te 's-Gravenhage verzoeken om passende maatregelen te nemen, uiteraard nadat (overeenkomstig BW boek 3, artikel 305a lid 2) men heeft getracht de betrokkene eerst zelf over te halen. '2. Een rechtspersoon als bedoeld in lid 1 is niet ontvankelijk, indien hij in de gegeven omstandigheden onvoldoende heeft getracht het gevorderde door het voeren van overleg met de gedaagde te bereiken. Een termijn van twee weken na de ontvangst door de gedaagde van een verzoek tot overleg onder vermelding van het gevorderde, is daartoe in elk geval voldoende.'
|
GERELATEERDE ARTIKELENNIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN
De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
|