XCell-Center van Kleinbloesem

De minister over stamcel-kwakzalverij

24 feb 2010 | Van de Webredactie | Laatste wijziging: 4 nov 2010

Twee Tweede-Kamerleden vroegen de minister wat er te doen is aan de reclame die Kees Kleinbloesem in Nederland maakt voor stamceltherapie in zijn Keulse kliniek. Een Duits tv-programma stelde hem aan de kaak. Nederlandse parlementariŽrs stelden vragen. Minister dr. A. Klink antwoordde.


Beenmerg met stamcellen
Vragen van de leden Gill'ard (PvdA) en Zijlstra (VVD) aan de ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Justitie over een arts die in het buitenland stamceltherapie aanbiedt. Ingezonden 18 december 2009. Antwoord op 17 februari 2010.

Zie ook het artikel ďGetšuschte PatientenĒ; dit is niet meer on-line (nov. 2010), maar voor een vertaling zie het aangehangen Word-document (rechtsboven)
Zie ook Ripoff-Report : X-Cell Center
Zie ook Knelpunt 6 maart 2009

 

Vraag 1. Bent u bekend met de praktijken van XCell-Center dat een behandeling onder de naam 'stamceltherapie' in het buitenland (onder andere in Duitsland en Turkije) aanbiedt?
Antwoord: Ja.

Vraag 2. Is het u bekend dat XCell-Center, dan wel dokter K., ook in Nederland adverteert en door middel van deze advertentie in Nederland 'stamceltherapie' aanbiedt? Wat is uw mening daarover?
Antwoord: Het is mij bekend dat XCell-Center adverteert en werft via de Nederlandse website. Ik vind dat onwenselijk maar het is moeilijk om hier tegen op te treden (zie ook mijn antwoord op uw volgende vraag).

Vraag 3. Is het strafbaar om in Nederland te adverteren voor in Nederland verboden behandelmethodes die vervolgens in het buitenland worden ondergaan? Is de Wet oneerlijke handelspraktijken, en met name het aanprijzingverbod, in deze zaak van toepassing? Zo ja, hoe gaat u deze wet in deze zaak handhaven? Zo nee, op welke wijze zou deze praktijk wettelijk verboden kunnen worden?
Antwoord: Zowel de Wet oneerlijke handelspraktijken (die wordt gehandhaafd door de Consumentenautoriteit) als de Wet marktordening gezondheidszorg (die wordt gehandhaafd door de NZa) kan hier van toepassing zijn. Omdat het hier om zorg gaat, is in dit geval de NZa de aangewezen instantie. Dit is wettelijk zo geregeld. De NZa heeft echter niet de bevoegdheid om buiten Nederland op te treden tegen een zorgaanbieder die in het buitenland gevestigd is en misleidende informatie verstrekt in een Nederlandse advertentie. De Wmg is alleen van toepassing op zorgaanbieders die diensten aanbieden op Nederlands grondgebied. Indien de adverteerder elders binnen de EU is gevestigd dan draagt de NZa de zaak over aan de Consumentenautoriteit die vervolgens de Consumentenautoriteit kan inschakelen van het land waar de adverteerder is gevestigd. De NZa beziet thans in overleg met de Consumentenautoriteit of deze route in het geval van het XCell-Center met een redelijke kans op succes bewandeld kan worden.

Vraag 4. Kan een schatting worden gegeven van het aantal malen dat misleidende aanprijzing van een behandeling optreedt, en de Wet oneerlijke handelspraktijken dus wordt overtreden, op het gebied van gezondheidszorg? Hebben de Consumentenautoriteit en de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) voldoende capaciteit om de Wet oneerlijke handelspraktijken te handhaven?
Antwoord: In het kader van het toezicht op de informatieverstrekking van zorgaanbieders aan consumenten heeft de NZa de afgelopen jaren hier niet tot nauwelijks signalen over ontvangen. In 2010 komt de NZa met een richtsnoer zorgaanbieders. Daarin wordt toegelicht wat de NZa als misleidende informatie beschouwt. De NZa heeft in zijn werkprogramma voldoende capaciteit opgenomen voor het toezicht op informatieverstrekking door zorgaanbieders. De IGZ is niet de wettelijke instantie die toeziet op de naleving van de Wet oneerlijke handelspraktijken.

Vraag 5. In hoeverre zijn burgers in staat om medische informatie, verschaft via het internet, op hun waarde te schatten? Wat is de verantwoordelijkheid van de overheid in deze? Bent u van mening dat er een gezondheidsportaal ingesteld zou moeten worden, waar betrouwbare informatie beschikbaar wordt gesteld en wordt verwezen naar betrouwbare sites, zoals de Raad voor de Volksgezondheid en Zorg ooit heeft voorgesteld? Op welke wijze waarschuwt u burgers op dit moment tegen dit aanbod van XCell-Center? Vindt u dit voldoende?
Antwoord: In toenemende mate maken de burgers gebruik van internet voor informatie over ziektes en behandelingen. Het kan voor de burger lastig zijn om de informatie goed te beoordelen. Daarom heeft VWS het initiatief genomen om de website www.kiesbeter.nl op te richten. Dit is een gezondheidsportaal waar betrouwbare informatie wordt gegeven aan burgers. De website verwijst ook naar andere betrouwbare websites voor meer specifieke en gerichte informatie. Daarnaast stel ik middelen beschikbaar aan de Nederlandse PatiŽnten en Consumenten Federatie (NPCF) die mede tot taak heeft om de patiŽnten van goede voorlichting te voorzien. In 2006 heeft de Inspectie voor de Gezondheidszorg (IGZ) in een persbericht gewezen op de nog onbekende gevolgen waarmee deze therapie gepaard kan gaan. Ook heeft de IGZ een brief doen uitgaan naar alle verenigingen van patiŽnten met een ernstige of chronische aandoening. Deze brief staat op de website van de IGZ. In overleg met kiesbeter.nl wordt zo spoedig mogelijk informatie over stamceltherapie op de site geplaatst.

Vraag 6. Is deze arts in het bezit van een Nederlandse Beroepen Individuele Gezondheidszorg (BIG)-registratie?
Antwoord: De IGZ heeft mij bericht dat deze arts niet in het bezit is van een BIG-registratie.

Vraag 7. Welke regels zijn naar aanleiding van de opmerkingen van het College voor zorgverzekeringen (CVZ) in 2006 waarin zij nadere regulering van de te verzekeren prestatie in de Zorgverzekeringswet nodig acht om te voorkomen dat verschillende vormen van stamceltherapie zonder nadere toetsing in het buitenland voor vergoeding in aanmerking zouden kunnen komen? Welke regels gelden nu? Wordt een dergelijke (verboden) behandeling vergoed door enige Nederlandse zorgverzekeraar? Deelt u de mening dat een dergelijke therapie in het buitenland niet door een Nederlandse zorgverzekeraar vergoed zou moeten worden?
Antwoord: Het iMTA-rapport Ontwikkelingen stamceltransplantaties en het pakket dat in opdracht van het CVZ is opgesteld geeft aan dat de werkzaamheid van deze vorm van stamceltherapie wetenschappelijk niet is aangetoond. Daarnaast brengt de behandeling gezondheidsrisico's met zich mee, die zich in de praktijk ook hebben voorgedaan. Daarom heb ik toepassing van stamceltherapie in Nederland in 2007 verboden. Alleen de universitaire medische centra en het Nederlands Kanker Instituut hebben een vergunning om klinisch onderzoek te doen met patiŽnten waarbij stamcellen worden gebruikt. Elk experiment moet dan voldoen aan de vereisten die de Wet medisch-wetenschappelijk onderzoek met mensen stelt, hetgeen ondermeer inhoudt dat het onderzoeksvoorstel een positief oordeel moet hebben van de Centrale Commissie Mensgebonden onderzoek. Dit alles is geregeld in de Wet op de bijzondere medische verrichtingen. Stamceltherapie maakt geen deel uit van het basispakket omdat de effectiviteit van de behandeling niet bewezen is en de behandeling niet behoort tot de geneeskundige zorg zoals medisch-specialisten die plegen te bieden. Het is dan niet toegestaan dat de zorgverzekeraar premiemiddelen aanwendt om de kosten van de behandeling te vergoeden, ongeacht het land waar de behandeling heeft plaatsgevonden.

Vraag 8. Hoe staan andere EU-landen tegenover deze vorm van 'stamceltherapie'? In welke landen mag dit wel worden toegepast?
Antwoord: Hierover ontbreekt een volledig overzicht. Het is mij wel bekend dat in de omliggende landen als Engeland, Frankrijk en BelgiŽ deze vorm van stamceltherapie aan strenge regels is gebonden.

Vraag 9.
Bent u bereid om met urgentie met uw Duitse en Turkse collega's in overleg te treden om de burger tegen deze schadelijke therapie te beschermen? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Ik vind het belangrijk om hierover op korte termijn met mijn Duitse collega te spreken omdat de therapie dichtbij Nederland wordt aangeboden. Overleg met mijn Turkse collega acht ik minder zinvol. In veel landen buiten Europa is deze vorm van stamceltherapie toegestaan. Bij een eventueel verbod in het ene land, zullen de praktijken worden verplaatst naar het land waar het wel mogelijk is.

Vraag 10. Bent u bereid met uw EU-collega's in overleg te treden om tot een uniform beleid ten aanzien van stamceltherapie te komen? Zo ja, op welke termijn? Zo nee, waarom niet?
Antwoord: Een optreden van de EU is niet mogelijk omdat het vraagstuk nu eenmaal behoort tot de nationale bevoegdheid van ieder afzonderlijk land. Ik acht een initiatief om in overleg met alle Ministers van de afzonderlijke EU landen te komen tot een uniform beleid niet kansrijk.

 

 


 

GERELATEERDE ARTIKELEN

NIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
Uw e-mailadres: 
Aanmelden Afmelden