Codex Alimentarius en angst voor kwaliteitscontrole

Zijn fabrikanten van supplementen paniek aan het zaaien?

28 aug 2009 | Henk Timmerman en Jan Willem Nienhuys | Laatste wijziging: 15 okt 2010

Over de Codex Alimentarius doen vele geruchten de ronde, die zelfs tot vragen in de Tweede Kamer leidden. De Codex Alimentarius is geen wet maar een reeks aanbevelingen voor de handhaving van voedselveiligheid.


Rima Laibow, vitaminepusher

De VtdK ontvangt met enige regelmaat opruiende brieven die waarschuwen tegen deze Codex Alimentarius. Wie petitie+codex+alimentarius opgeeft aan Google ziet wel wat er bedoeld wordt. (noot 1) De vele briefschrijvers denken dat de Codex Alimentarius een serie draconische wetten is die de toepassing van natuurgeneeswijzen en vitaminepreparaten zullen afschaffen. Die wetten zouden op 31 december 2009 wereldwijd ingaan. De briefschrijvers schelden op de overheden, op monetaire machtsblokken 'die de wereld bijna op de knieën hebben', en op de farmaceutische industrie. Men wil een petitie met veel handtekeningen opstellen. In de Tweede Kamer zijn er inmiddels vragen over gesteld.

De Codex Alimentarius Commission is een commissie die al in 1962 door de WHO en de FAO ingesteld is en die aanbevelingen doet voor standaarden op het gebied van voedselveiligheid. De verzameling standaarden heet samen de Codex Alimentarius. De commissie heeft een website waarop men alle standaarden na kan lezen en waarop zich ook een FAQ (lijst met vaak gestelde vragen) bevindt. Er is ook een Nederlandse voorlichtingssite.

In de categorie 'geruchten' van de FAQ gaat de laatste vraag over die curieuze datum 31 december 2009. Dat snapt de Codex Alimentarius Commission blijkbaar ook niet. De Codex Alimentarius is immers geen wet. Op of omstreeks die datum verandert er ook in Nederland niets (zie antwoord minister op de vragen van Marianne Thieme, hieronder). In een eerdere brief van 30 juni 2008 (zie pdf rechtsboven) had minister Verburg van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit al als voorbeeld gegeven dat vitaminepillen ten minste 15 procent van de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid moeten bevatten volgens richtsnoer CAC/GL 55-2005 van 4 juli 2005 (zie pdf rechtsboven). In die brief van Verburg wordt ook gezegd dat het de bedoeling is dat eind 2009 alle nationale wetgeving op dit gebied (allemaal gebaseerd op een reeds lang bestaande EU-richtlijn voor voedingssupplementen) wordt vervangen door één enkele die voor de hele EU geldt. Het is waarschijnlijk deze richtsnoer van 4 juli 2005 die voor grote paniek onder supplementfabrikanten heeft gezorgd, en misschien wel speciaal bepaling 3.2.2 (a) waar staat dat de verkoper van supplementen moet zorgen zich aan wetenschappelijk bewezen veilige maxima te houden.

Op 18 juli 2008 stelde Tweede Kamerlid Marianne Thieme van de Partij voor de Dieren vragen over de Codex Alimentarius, die minister Klink op 22 augustus 2008 beantwoordde. (Voor de antwoorden van de minister zie onderaan de vragen.)

Veilige medicijnen, veilige voeding

Waarover gaat het eigenlijk? Ieder mens heeft om te kunnen overleven voeding nodig en in veel gevallen ook geneesmiddelen. Als geneesmiddel werden aanvankelijk vooral kruiden en metaalverbindingen toegepast, alles op basis van empirie en vooral theorieën die in de tijd waarin het gebeurde pasten. De kruiden waren meestal onwerkzaam, de metaalverbindingen extreem toxisch (een sterk geneesmiddel heette dat). Er kwamen pas werkzame geneesmiddelen op de markt toen de kennis van fysiologische en ook pathologische processen toenam en de organisch chemische synthese mogelijk werd; dat was vanaf het midden van de negentiende eeuw.

De introductie van werkzame geneesmiddelen had ook een negatief aspect: bijwerkingen. Er is inderdaad ook nu nog nauwelijks een geneesmiddel te noemen dat geen bijwerkingen heeft. Er is een tijd geweest dat er nagenoeg geen eisen werden gesteld aan nieuwe geneesmiddelen; er wordt nu vaak gezegd dat de introductie van aspirine, rond 1890, heden ten dage onmogelijk zou zijn. In de loop van de vorige eeuw kwamen er geneesmiddelen met nadelen ten gevolge van bijwerkingen die groter waren dan de therapeutische voordelen. Speciaal de tragedie begin jaren 1960 met Softenon (thalidomide) maakte diepe indruk. Softenon was een slaapmiddel dat ook voor ochtendmisselijkheid werd toegepast, maar dat zware misvormingen bij de ongeboren vrucht teweegbracht. Er werden toen strenge regels voor de toelating van geneesmiddelen opgesteld. Er moest werkzaamheid worden bewezen, de samenstelling van de middelen moest gegarandeerd kunnen worden en de relatieve veiligheid moest vaststaan. Dat wil zeggen, het risico voor een behandeling met een geneesmiddel mocht niet groter zijn dan het risico van niet behandelen. Er werden nationale registratiecommissies in het leven geroepen; het is niet toevallig dat de commissie in het Verenigd Koninkrijk de naam kreeg van Commitee on Safety Medicines. Er bestaat inmiddels een Europese registratie voor geneesmiddelen.

De farmaceutische industrie verzette zich aanvankelijk krachtig. De kosten voor de toepassing van de nieuwe regels waren inderdaad groot. Maar zoals het een overheid die haar burgers moet beschermen betaamt, werden de regels steeds aangepast en vooral verscherpt, aan de hand van voortschrijdende inzichten. Het gekerm van de industrie is verstomd en overgegaan in een excuus voor hoge prijzen. Wie vraagt waarom geneesmiddelen zo duur zijn, krijgt altijd te horen dat de bedrijven door de veiligheidsregels zo op kosten gejaagd worden.

Er gebeuren ook nu nog 'ongelukken' met nieuwe geneesmiddelen. Soms hebben geneesmiddelen bijwerkingen die bij het onderzoek voor de registratie onopgemerkt bleven. In zulke gevallen moeten die weer van de markt verdwijnen. Toch mag men wel zeggen dat de regels voor de introductie van nieuwe geneesmiddelen adequaat zijn. De burger is zo goed mogelijk beschermd als de stand van de wetenschap toelaat.

Naar veilige 'supplementen'

Bij de invoering van strikte eisen voor toelating van nieuwe geneesmiddelen – en ook een controle op de kwaliteit van de oude geneesmiddelen – ontstond een soort niemandsland. Voor de geregistreerde geneesmiddelen werd een recept door een arts als voorwaarde gesteld, waarbij uitzonderingen mogelijk werden voor sommige oude, veelgebruikte middelen, waarvan de werkzaamheid en veiligheid zonder meer werd geaccepteerd. Het niemandsland ontstond voor middelen uit de traditionele hoek: de kruiden en de homeopatische middelen. Dergelijke middelen voldeden en voldoen aan geen van de eisen die er voor de reguliere geneesmiddelen worden gesteld. Er werd een oplossing gevonden. Zulke middelen mochten op de markt blijven zolang er geen claims voor werkzaamheid werden gemaakt. Het niemandsland bestond uit de vrijwel volstrekte afwezigheid van eisen aan relatieve veiligheid en constante samenstelling.

De producenten en verkopers van de traditionele producten en alternatieve medicijnen, probeerden en proberen naar hartenlust en vaak met succes aan de voorwaarde 'geen claim' te ontkomen. Ze zijn ook niet bereid onderzoek naar werkzaamheid te doen. Ik [HT] vroeg eens aan de directie van het toenmalige Numico of men wist of de claim (ten onrechte vaak toegestaan in ons gedoogland) onderbouwd kon worden. Ik kreeg als antwoord: 'Ach, als we dat zouden moeten bewijzen zouden we jaren verder moeten zijn.' Ik was onthutst, maar het antwoord illustreert wel hoe men bij de supplementenindustrie over het bewijzen van claims denkt. Er is in dezen nog weinig veranderd. In een artikel geschreven voor de Partij voor Mens en Spirit schreef Frans Feith: 'De alternatieve kennis wordt primair verkregen door aanvoeling, inspiratie, intuïtie.' Helaas geeft intuïtie weinig garantie voor veiligheid.

De Codex Alimentarius richt zich niet op geneesmiddelen, maar op voedingsmiddelen en met name op de veiligheid van voedingsmiddelen. Het uiteindelijke doel is regelgeving, maar de Codex Alimentarius Commission doet slechts aanbevelingen voor standaarden, die de afzonderlijke staten kunnen gebruiken bij het opstellen van eigen wetten. In die standaarden worden eisen geformuleerd waaraan voedingsmiddelen moeten voldoen.

Dit gebeurt om dezelfde reden als destijds bij geneesmiddelen. Ook bij voedingsmiddelen en kruidenpreparaten zijn ongelukken gebeurd met fatale gevolgen. De melamineschandalen in China zijn een recent voorbeeld. De aanbevelingen van de Codex Alimentarius geven in detail aan hoe men moet controleren op samenstelling, op afwezigheid van ongewenste contaminanten, resten pesticiden enzovoorts. Zie voor een overzicht het Wikipedia-artikel.

Omdat de alternatieve middelen niet als geneesmiddel op de markt gebracht mogen worden, hebben de fabrikanten (vaak gigantische, goed verdienende bedrijven) ze voedingssupplement genoemd, met andere woorden als voedsel aangemerkt. Men ziet dan ook geen echte medische claims (althans bij bedrijven die zich aan de regels houden), maar aanprijzingen in de trant van 'voor een gezond lichaam'. Elke aanprijzing die zelfs maar zweemt naar een suggestie van ziekte moet vermeden worden. Zie het artikel Pak de kwak! Actie tegen advertenties van kwakzalvers door Marie P. Prins op de site van Skepsis. Maar de afwezigheid van een medische claim betekent nog niet dat het middel veilig is, en ook niet dat de consument correct wordt voorgelicht over wat er in het middel zit.

Dat is de reden dat WHO en FAO het initiatief genomen hebben tot de oprichting van de Codex Alimentarius Commission, die in haar standaarden (de Codex Alimentarius zelf dus) strenge veiligheidseisen voor voeding opstelt. Elke regering kan natuurlijk zelf wetten opstellen, maar de Codex Alimentarius vervult twee nuttige functies. In de eerste plaats zijn er veel landen die niet de onderzoekscapaciteit hebben om uitvoerige regels voor voedselveiligheid op te stellen. In de tweede plaats wordt het een rommeltje wanneer bijna tweehonderd staten allemaal zelf iets gaan bedenken. Het wordt dan voor producenten en handelaren vrijwel onmogelijk om met al die regels rekening te houden.

De producenten van de alternatieve middelen hebben ervan afgezien om bewijzen van werkzaamheid en veiligheid voor hun medicijnen te leveren en zich achter het begrip 'voeding' verscholen. Maar nu moeten ze alsnog aan veiligheidseisen voldoen die de nationale wetgevers overnemen uit de Codex Alimentarius.

Een rookgordijn van leugens

Men zou denken dat er voor alternatieve middelen geen vuiltje aan de lucht is. Worden ze immers niet altijd als absoluut veilig aangeprezen? Natuurproducten zouden altijd veilig zijn, 'Gods medicine is best' is de titel van een boek over kruiden, vitamine en mineralen. Dat is natuurlijk gelogen, want moeder natuur maakt zelf stoffen die voor ons giftiger zijn dan welk synthetisch molecuul dan ook, en dat weten de producenten van de 'natuurmiddelen' heel goed – of zouden ze nog nooit van strychnine, aristolochia, belladonna, giftige paddenstoelen en schimmels, botulisme, het tetrodoxine van de kogelvis, digitalis en de charmes van de Australische doodsadder enzovoorts enzovoorts hebben gehoord?

Sommige producenten deinzen er bovendien nogal eens niet voor terug aan hun onwerkzame kruiden sterk werkende moderne middelen toe te voegen. Berucht zijn de kruiden met (steroïd)hormonen en kruiden waaraan Viagra is toegevoegd. (noot 2) De fabrikant weet heel goed dat die bijmengingen werkzaam zijn, maar er zijn ook kruidenpreparaten met toxische hoeveelheden zware metalen erin, en die zijn daar soms om een bijgelovige reden ingestopt. De toepassing van de regels als geformuleerd in de Codex Alimentarius kan een eind maken aan onverantwoorde praktijken bij de producenten van alternatieve middelen.

Het lijkt erop dat men in de alternatieve hoek er niet voor voelt om zich te onderwerpen aan de tucht van veiligheidseisen en eerlijke etikettering. Men gaat tekeer. Niet op de min of meer nette manier van de farmaceutische industrie vanaf de jaren zestig. Nee, men begint ordinair te schelden en men trekt een rookgordijn van leugens op, zoals dat natuurlijke vitamines in kindervoeding en natuurlijke shampoo (typische kindervoeding?) verboden gaan worden. Voorts beweert men dat het vanaf 2010 verplicht is om alle voedsel met radioactieve stralen te bewerken. Dat is een kwaadaardige leugen. De Codex Alimentarius geeft standaarden voor de precieze manier waarop doorstraald moet worden als men verkiest voedsel op die manier te behandelen. De Codex zegt expliciet dat bestraling niet mag ter vervanging van goede hygiëne, en dat voedsel dat als 'organisch' verkocht wordt, absoluut niet bestraald mag zijn!

Rond voeding en veiligheid is zijn de meest fantastische uitlatingen misschien wel die van de Amerikaanse psychiater en UFO-gelovige Rima E. Laibow, die zichzelf en haar patiënten volstopt met (kunstmatige) vitaminen: van een aantal vitaminen neemt ze zelf 70-2000 maal de aanbevolen dagelijkse hoeveelheid en ze heeft ook een supplementenwinkeltje. In een opinieartikel in Alternative and Complementary Medicine (Vol. 11 (5), October 2005, p.223-229) getiteld '“Nutraceuticide” and Codex Alimentarius' betoogt zij dat invoering van de Codex aan ongeveer drie miljard mensen het leven zal kosten. Zij presenteert geen berekening maar het idee is ongeveer dat de Verenigde Staten op grote schaal hongersnoden en ondervoeding bestrijdt door voedselzendingen van al dan niet met vitamines verrijkt voedsel, en dat deze liefdadigheid onwettig gaat worden. Zodoende.

Een ander thema in haar stuk is dat de Codex Alimentarius nog niet voldoende streng is op het punt van maximaal toelaatbare verontreinigingen en dat dit zal leiden tot grote gezondheidsschade. Het lijkt onbegonnen werk om Laibows berg onzin te ontleden.

Ook circuleert er de krankzinnige mythe dat de Codex Alimentarius eigenlijk een soort nazi-plan is om de 'wereldmacht' alsnog te grijpen.

Het lijkt erop dat er rond de Codex Alimentarius een soort samenzwering van grote machtige fabrikanten aan de gang is, namelijk de supplementenindustrie, die bewust de paniek onder hun gelovigen aanwakkert. Een van de industriëlen die dat tamelijk openlijk doet is de ons welbekende Matthias Rath. (noot 3)

De Codex Alimentarius kan bij een correcte toepassing aan veel misstanden en in het bijzonder aan schadelijke kwakzalverij een eind maken. Of het zover komt moeten we nog afwachten, want wetten zijn één ding, toezien op de naleving is hele andere koek. We hopen er het beste van en blijven opletten.

Henk Timmerman is chemicus en Jan Willem Nienhuys is webredacteur

Noten

1. De petitie waartoe onder meer per kettingbrief wordt opgeroepen om die te tekenen is echter die van de antroposofische organisatie Eliant, en heeft niets van doen met de Codex Alimentarius. Eliant geeft aan dat hun petitie in verband is gebracht met de Codex Alimentarius. Een van de zaken waar de actie van Eliant bezwaar tegen heeft is regelgeving over het minimumgehalte van vitamine in babyvoeding (want daarom moeten er 'kunstmatige' vitamines in antroposofische babyvoeding) en Eliant wil ook Europese erkenning van antroposofische medicijnen. Het is tekenend voor de hysterie rond de Codex Alimentarius dat de opstellers en verstuurders van kettingbrieven zelfs de meest eenvoudige controles niet verrichten.

2. Op deze site staan vele artikelen over bedrog met pillen, met name Chinese pillen; niet alleen zijn er vele producten met Viagra of Cialis of analogen, maar ook afslankmiddelen. Een overzicht van deze artikelen vindt men in Chinees bedrog met een kruidenmiddel.

3. Voor meer informatie over Rath zie: Matthias Rath krijgt het lid op de neus. Daar staat ook een overzicht van andere Rath-artikelen op onze site. Over Rath en de Codex Alimentarius zie ook het artikel Kwakzalverij en voetbal uit het Actieblad tegen de kwakzalverij van mei 2000.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

GERELATEERDE ARTIKELEN

NIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN

De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
Uw e-mailadres: 
Aanmelden Afmelden