Registreren van alternatieve behandelaars: wenselijk of schadelijk?Symposium 10 oktober 200918 aug 2009 | Van de Webredactie | Laatste wijziging: 28 apr 2010Is het verstandig om over te gaan tot een landelijke registratie van alle alternatieve behandelaars? Deze vraag staat centraal op een symposium dat op zaterdag 10 oktober 2009 door de Vereniging tegen de Kwakzalverij wordt georganiseerd. Door Tweede Kamerleden van de drie grootste partijen, een vertegenwoordiger van de CAM-artsen en een spreker namens de VtdK zullen de voor- en nadelen van landelijke registratie besproken worden aan de hand van een drietal stellingen. Het symposium staat onder leiding van Els Borst-Eilers, oud-minister van VWS.In verband met de beperkte plaatsruimte is vooraanmelding noodzakelijk: secretariaat@kwakzalverij.nl LEDEN die ook de ledenvergadering (10.30-12.30 ook Koepelkerk) willen bijwonen: gaarne dit graag ook melden, opdat de secretaris weet hoeveel lunches hij moet bestellen. Bescherming van de consument is een belangrijk argument om over te gaan tot registratie van alle alternatieve behandelaars, arts of niet. De consument weet dan de achtergrond van zijn behandelaar. Bovendien kan de overheid bij wangedrag iemand uit het register verwijderen waardoor hij zijn beroep niet meer kan uitoefenen. Ook om belastingtechnische redenen is er wat te zeggen voor landelijke registratie. In een landelijk register kunnen alternatieve behandelaars, artsen en niet-artsen, geregistreerd worden die vrijgesteld kunnen worden van btw. Artsen zijn in het algemeen vrijgesteld van btw. Als men niet-artsen ook zou willen vrijstellen van btw-afdracht, moeten er voor hen vergelijkbare kwaliteitseisen komen als voor artsen. Kwaliteitseisen voor artsen zijn vastgelegd in de wet BIG. Het criterium om als beroepsgroep opgenomen te worden in het BIG-register is of men een bepaalde erkende opleiding met succes heeft afgerond (geneeskunde, verpleegkunde, verloskunde etc.). Als een EU-land bepaalde alternatieve behandelaars/niet-artsen wil vrijstellen van btw, dan moeten die personen aan welomschreven kwaliteitseisen voldoen en dus moet er dan voor hen een officieel register komen. Zo maar iedereen vrijstelling van btw geven kan niet. In de praktijk betekent dit dat de overheid bijvoorbeeld opleidingen in elektroacupunctuur, klassieke homeopathie, ayurvedische geneeskunst e.d. moet evalueren en eventueel goedkeuren. Alternatieve artsen, de zogenaamde CAM-artsen, willen niet alleen voorkomen dat hun alternatieve behandelingen ook btw-plichtig worden, zij gaan nog een stap verder. Zij willen niet meer en niet minder dan als medisch CAM-specialist in het BIG-register erkend worden, net zo als dat voor andere medische specialisaties het geval is. Agenda symposium13.30-13.35 Welkomstwoord door Cees Renckens, voorzitter VtdK Datum en tijd: zaterdag 10 oktober om 13.30. Aanmelden: secretariaat@kwakzalverij.nl hoeveel lunches hij moet bestellen.) Aan de sprekers zal worden gevraagd over onderstaande stellingen hun mening te formuleren. 1. Registratie van alternatieve behandelaars is schadelijk voor de volksgezondheid.
De sprekers Dr. E. Borst-Eilers (dagvoorzitter): Minister van Volksgezondheid in de kabinetten-Kok en bij de verkiezingen 1998 lijsttrekker van D66. Werd politica na een loopbaan als arts, ziekenhuisdirecteur, hoogleraar en vicevoorzitter van de Gezondheidsraad. A. Nicolai, arts voor homeopathie: Hij is medeoprichter en voorzitter van de European Committee for Homeopathy (ECH) en maakt deel uit van de commissie van de World Health Organisation (WHO) die een rapport over de stand van het wetenschappelijk onderzoek in complementaire geneeswijzen voorbereidt. Nicolai heeft een artsenpraktijk in Rotterdam en is ex-bestuurslid van de Artsenvereniging voor homeopathie VHAN. Dr. M. Vermeulen: Hoogleraar neurologie, in het bijzonder in het klinisch wetenschappelijk onderzoek, AMC-UvA. Hij publiceerde in 2008 samen met Hijdra het boek Rationele geneeskunde en is sinds 2008 bestuurslid Vereniging tegen de Kwakzalverij. Dr. Ir. C.A. Vietsch: Zij is sinds 1 maart 2007 lid van de Tweede Kamerfractie van het CDA. Eerder was zij dat van mei 2002 tot november 2006. Zij was daarvoor senior adviseur gezondheidszorg bij Twynstra Gudde. Tevens is zij woordvoerster zorginstellingen en oorlogsgetroffenen. Drs. K. Arib: Zij is sinds 1 maart 2007 lid van de Tweede Kamerfractie van de PvdA. Eerder was zij dat van 19 mei 1998 tot 30 november 2006. Mevrouw Arib was waarnemend hoofd en senior beleidsmedewerker Maatschappelijke Opvang en Gezondheidszorg van de gemeente Amsterdam. Zij houdt zich in de Kamer bezig met het beleid inzake racisme, discriminatiebestrijding, vrouwenmishandeling en huiselijk geweld en met speciale aspecten van zorg. H. van Gerven, arts: Hij is sinds 30 november 2006 lid van de Tweede Kamerfractie van de SP. Hij is huisarts in Oss en was enige jaren wethouder van sociale zaken en volksgezondheid in zijn woonplaats. De heer Van Gerven is woordvoerder zorg (m.n. artsen en ziekenhuizen). ![]()
|
GERELATEERDE ARTIKELEN
Symposium 2004: Dubieuze praktijken. Kwakzalverij en geestelijke gezondheidszorg
18 aug 2004 | SYMPOSIUM 2004NIEUWSBRIEF AAN- OF AFMELDEN
De Digitale Nieuwsbrief van de VtdK houdt u regelmatig op de hoogte van nieuwe artikelen op deze site. Vul uw e-mailadres in en meld u aan!
|